Auteursarchief: admin

Coenraad, Nicolaas

Nicolaas Coenraad, Rotterdam 1820-1848 Rotterdam

Een knipwerk met de signatuur N. Coenraad leidt niet direct naar de maker. In Amsterdam was een Nanning Coenraad, die als zeeman in 1770 en 1772 e.e.a. bij een notaris liet vastleggen; hij overleed in 1829 te Oost-Indie. Ook in Amsterdam was een Nicolaas die 1) trouwde met Marietje Piel en na haar overlijden in 1771, 2) met Anna de Roos.

Een andere Nicolaas leefde In Rotterdam (zie boven). Hij werd ingeschreven in de Nationale Militie in 1839. Mogelijk was hij de knipper, want in die tijd, nl. die van koning Willem I,  was hij de enige  N. Coenraad.

Het enig bekende knipwerk stelt een paradijsachtige tuin voor met leeuwen. paard, pauw, schaap, ooievaar, kip tussen twee fijn uitgewerkte pilaren. In het niet-symmetrische geboomte drie grote vogels, een altaar, zon, doorboorde harten en bovenin het Nederlandse wapen met Je maintiendrai (in gebruik na 1815).

 

Collectie
  • Scherenschnitt Museum Vreden

 

Arends, Eltje Gerrits

Eltje Gerrits Arends, Ezinge 1818-1844 Obergum

In een bijbel uit 1817 een aantal werkstukjes van Eltje, die in 1838 trouwde met Klaas Martens Talens.

Bijbel en inhoud zijn in familiebezit en werden tentoongesteld in “Volkskunst uit Groninger particulier bezit”, 1968

Wal, Freerk van der

Freerk van der Wal, Oudega 1946-2014 Appelscha

Freerk heeft de schaar overgenomen van zijn vader Hendrik en hij werkte in vrijwel dezelfde stijl, al vanaf dat hij een jongetje was. Het echte knippen is begonnen toen hij 35 was, sinds 1980‘, Heit hield er mee op en verwees bij een verzoek om ergens te knippen naar zijn zoon. Freerk maakte nooit een tekening: “het ontwerp dat ik uitknip zit in mijn hoofd”. Hij knipte met een doodgewone huishoudschaar, waarvan hij de punten geslepen had. Daarbij gebruikte hij stevig zwart of wit papier. “Met een kleine schaar kan ik niet werken omdat ik grote handen heb. Er gaat bijna nooit wat fout. Ik knip eerst de moeilijke delen uit het papier, daarna kan er bijna niets meer misgaan. Het komt zelden voor dat ik opnieuw moet knippen”. Freek heeft er nooit over gedacht om van zijn hobby zijn beroep te maken. “Ik ben grondwerker en soms straatmaker. Dat werk vind ik leuker dan kunstknippen. Knippen doe ik alleen als ik er zin in heb” Net als zijn heit, had hij grove handen gekregen door het grondwerk, maar toch kwamen de “printsjes” achter elkaar tussen zijn vingers uit ritselen. Ook hij werd in zijn woonplaats Frieschepalen de “Printsjeknipper” genoemd en het gezellige kletsen had hij van geen vreemde. Het zit er in: ”Kinst it of kinst it net’ en ‘knippen is een vaardigheid die men maar tot op zekere hoogte kan leren. De maesten dy’t begjinne mei in swaan, halde in reidhintsje (waterhoentje) oer”. De schaar ging mee naar het werk. “In de pauze knip ik wel eens een portretje. Soms haal ik een grapje uit. Toen ik een paar serieuze portretjes had gemaakt, knipte ik een ezelskop voor een collega. De man keek vreemd op toen hij zijn portret zag”.Freek heeft zich ook gespecialiseerd in het knippen van levensbomen die families tot onderwerp hebben. Hij tuigde de bomen op met symbolen zoals dierenfiguren. De vertakkingen bevatten silhouetten van de familieleden. Hij gaf wel vijftig demonstraties voor vrouwenverenigingen per jaar, maar voor onze Vereniging heeft hij bedankt als lid. “Veel te veel vrouwen”…

Literatuur

Huizenga-Onnekes, Eilina Johanna

Line Huizenga-Onnekes, Vierhuizen (Ulrum) 1883-1956 Ten Boer

Eilina Johanna Onnekes  trouwde in 1909 met een landbouwer, Jan Hendrik Huizenga en het paar vestigde zich in Ten Boer. Zij richtte er een afdeling Vrouwenkiesrecht op. Line had interesse in traditionele gebruiken van het Groningse platteland. Zo kwam haar een schriftje onder ogen met verhalen van een huisnaaister, Trijntje Soldaats uit 1800, die zijn in 1928 in druk uitgaf. Andere publicaties volgden. Achter de erenaam ‘folkloriste’ schuilt een manier van onderzoek die haast wetenschappelijk te noemen is, maar soms ook neigt naar spirituele volkskunde.

In 1983 kregen Joke en Jan Peter Verhave van een zoon van Line een koffer vol brieven en aantekeningen over knipwerk in beheer. Die had naast haar sterfbed gestaan in 1956. Daaruit bleek, dat zij kort na de oorlog geboeid was geraakt door knipwerk en onderzoek is gaan doen. Ze begon een samenwerking met Wiecher Tj. Lever, toen een beginnend knipper en verzamelaar in Muntendam. Beiden hadden ze eenzelfde benadering: ze bezochten mensen die knipwerk bezaten of maakten, schreven erover, onder andere in het tijdschrift Hobby en gaven voordrachten. Ze wisselden hun gegevens en het plan groeide voor een gezamenlijk boek; Lever heeft een geknipt ontwerp voor de omslag gemaakt met de titel Knipkunst, Oud en Nieuw. Maar ze waren toch heel verschillende persoonlijkheden, de een welgesteld en breed ontwikkeld, de ander eenvoudiger en selfmade. Op religieus gebied was Lever streng en stellig, en dat botste met de veel bredere en tolerante gedachtewereld van Line. Ook hun visie op wat volkskunst is verschilde nogal. Zo is het gezamenlijk boekproject gestopt, maar ze bleven elkaar schrijven. Line is verder gegaan en in de koffer vonden we een stapel dicht getypte papieren: een manuscript voor een boek over de geschiedenis van het knippen. De titel was Juweeltjes van Knipkunst. Het bleek een schatkamer vol met tot dan toe ongekende gegevens over knippers en hun werk, van de zeventiende tot de twintigste eeuw: resultaat van jaren van origineel onderzoek. Het was toen al duidelijk dat veel details achterhaald waren en van publicatie werd afgezien. De Verhaves hebben heel veel gegevens kunnen verwerken in de boeken Geknipt! (2008) en Het scherp van de snede (2023).

Lines speurwerk naar volksverhalen en knipsels wordt in onze tijd, met aandacht voor bijzondere vrouwen in een mannenwereld, zó gewaardeerd dat zij binnenkort het onderwerp wordt van een proefschrift aan de Universiteit van Groningen. En vanwege het belang voor de geschiedschrijving van de knipkunst is het originele manuscript digitaal openbaar gemaakt.

Literatuur

Markus-Burk, Lies

Lies Markus-Burk  Ned. Indie 1919-2003 Tiel

Lies had al een heel leven achter zich, toen ze een knipcursus bij Irma Kerp in Bussum volgde. Ze werd enthousiast, en  merkte dat er veel meer knippers in Nederland waren, die geen contact met elkaar hadden. Geassisteerd door haar man  Ted startte ze het Nederlands Informatie-Centrum Knipkunst (NICK). Ze werd  lid van een comité  dat in 1982 een tentoonstelling over knipkunst organiseerde in ‘t Spant te Bussum. Lies schreef een verslag over dit “overweldigend” geslaagde evenement. Er werd begonnen met  de Knip-Pers, waarvan Lies de eindredactie op zich nam. Op 23 april 1983 werd  de Vereniging tot bevordering van de Papierknipkunst in Arnhem opgericht, een kroon op het werk van Lies. Ze bleef actief tot 2001.

De vereniging heeft met extra bijdragen van leden een fonds opgericht dat haar naam draagt en waarmee allerlei knip-activiteiten worden mogelijk gemaakt.

Literatuur

Van Andel-Mandersloot, Antonia

Tonny van Andel-Mandersloot, 1925-2012 Driebergen

Tonny volgde een knipcursus bij Maria Stevens, eind jaren 70. Ze was erbij in de tentoonstelling in ‘t Spant, 1982 en Hoorn 1983, Werk van haar werd o.a. gepubliceerd in de kalenders van Macht van het Kleine, 1986, 1987 en in Schaarkunst II, 1988. Zij heeft de naam van het Verenigingsblad Knip-Pers voorgesteld.

Ze werkte aanvankelijk in de verpleging; later als domineesvrouw deed ze, zoals dat toen hoorde, veel in kerkelijke kringen. Ze verkocht haar knipsels ten bate van ontwikkelingswerk (“Geen handel voor Van Andel”).

Literatuur

Postma-Tideman, Johanna Petronella Gerarda

Hans Postma-Tideman, Klaten, Ned. Indie 1909- 2001 Heijen

Hans begon met knippen -voor haar kinderen- in de veertiger jaren. Lever, Jantje III en Irma Kerp waren haar voorbeelden, maar ze ontwikkelde een heel eigen stijl. Ze gebruikte Bijbelse onderwerpen en spreuken (de letters getekend op de achterkant, met behulp van een spiegel). Zelf vond ze dat het allemaal niet veel voorstelde (in vergelijking met wat anderen in de Knipkring Nijmegen maakten).

Ze trouwde in 1933 met Eise (Boy) Postma, predikant, laatstelijk in Gennep. Tot in de oorlog werkte ze als verpleegster in Delft, Rotterdam en Den Haag.

Literatuur

Groen, Frans de

Frans de Groen, omstreeks 1930-2021 Wormer

Frans zette al jong het snijwerk van zijn oom voort, maar werd bouwkundig opzichter. Hij gebruikte stevig rijstpapier en scherpe mesjes, waarmee hij allerlei onderwerpen vorm gaf en ze in lijsten bij elkaar zette: het circusleven, ijspret,  spoortreinen (eervolle vermelding), Sail Amsterdam (prijs in 1990). Ook maakte hij trouw- en geboortekaarten op bestelling. Steevast benadrukte hij om bij het snijden in het midden te beginnen, om te voorkomen dat het papier zou scheuren.

Literatuur
RKD

Coster, J.

J. Coster 

Maker van papieren diorama’s, onder ander van De Lakenhal in Leiden in 1796 en het Gerechtsgebouw in Leiden in 1803. Ook maakte hij in 1814 een diorama van het Tsaar Peterhuisje te Zaandam

Collectie
  • Museum de Lakenhal, Leiden
  • Zaans Museum, Zaandam
  • particulier bezit

J. Coster, Gerechtsgebouw Leiden, 1803, particuliere collectie.