Huizenga-Onnekes, Eilina Johanna

 

Line Huizenga-Onnekes, Vierhuizen (Ulrum)1883-1956 Ten Boer

Eilina Johanna Onnekes  trouwde in 1909 met een landbouwer, Jan Hendrik Huizenga en het paar vestigde zich in Ten Boer. Zij richtte er een afdeling “Vrouwenkiesrecht” op. Line had interesse in traditionele gebruiken van het Groningse platteland. Zo kwam haar een schriftje onder ogen met verhalen van een huisnaaister, Trijntje Soldaats uit 1800. Die zijn in 1928 gedrukt. Andere publicaties volgden. Achter de erenaam “folkloriste” schuilt een manier van onderzoek die haast wetenschappelijk te noemen is, maar soms ook neigde naar spirituele volkskunde.

In 1983 kregen wij van een zoon van Line een koffer vol brieven en aantekeningen over knipwerk in beheer. Die had naast haar sterfbed gestaan in 1956. Daaruit bleek, dat zij kort na de oorlog geboeid was geraakt door knipwerk en onderzoek is gaan doen. Ze begon een samenwerking met Wiecher Tj. Lever, toen een beginnend knipper en verzamelaar in Muntendam. Beiden hadden ze eenzelfde benadering: ze bezochten mensen die knipwerk bezaten of maakten, schreven erover, o.a. in het tijdschrift Hobby en gaven voordrachten. Ze wisselden hun gegevens en het plan groeide voor een gezamenlijk boek; Lever heeft een geknipt ontwerp voor de omslag gemaakt met de titel “Knipkunst, Oud en Nieuw”. Maar ze waren toch heel verschillende persoonlijkheden, de een welgesteld en breed ontwikkeld, de ander eenvoudiger en selfmade. Op religieus gebied was Lever streng en stellig, en dat botste met de veel bredere en tolerante gedachtewereld van Line. Ook hun visie op wat volkskunst is verschilde nogal.  Zo is het gezamenlijk boekproject gestopt, maar ze bleven elkaar schrijven. Line is verder gegaan en in de koffer vonden we een stapel dicht getypte papieren: een manuscript voor een boek over de geschiedenis van het knippen. De titel was “Juweeltjes van Knipkunst”. Het bleek een schatkamer vol met tot dan toe ongekende gegevens over knippers en hun werk, van de 17e tot de 20e eeuw: resultaat van jaren van origineel onderzoek. Het was toen al duidelijk dat veel details achterhaald waren en van publicatie werd afgezien. Wij hebben heel veel gegevens kunnen verwerken in het boek Geknipt! (2008).

Line’s speurwerk naar volksverhalen en knipsels wordt in onze tijd, met aandacht voor bijzondere vrouwen in een mannenwereld, zò gewaardeerd dat zij binnenkort het onderwerp wordt van een proefschrift aan de Universiteit van Groningen. En vanwege het belang voor de geschiedschrijving van de knipkunst wordt het originele manuscript digitaal openbaar gemaakt.

Knip-Pers 1998-2; 2019-4

Papyria 9, 2015