Landbouwhuishoudconsulente Toos Comerell, Knip-Pers 1995-1

In onze aandacht voor de vorige generatie knippers is Toos Comerell aan de beurt. Ze was maatschappelijk werkster in de jaren veertig en vijftig. Een medewerkster voor het tijdschrift ‘De Vrouw en haar Huis’ wilde in 1948 een interview over Toos, haar werk en haar knipsels; ze reageerde: “Waarom? Ik ben toch nog niet dood?I Mijn leven is helemaal niets bijzonders”. Het gesprek is toch doorgegaan en daaraan hebben we een goed inzicht gekregen in de achtergrond van Toos.

Ze had kunstnijverheid willen studeren maar het werd een praktisch beroep als lerares. Ze kreeg een baan bij ‘Opbouw Drente’ in het voorlichtingswerk. Door de oorlog kwam ze terecht, op de Noord Veluwe, met meer sociaal werk. Daartussendoor kwam ze toe aan schilderen en knippen. “Ik wou dat ik mezelf in stukjes kon delen, want er is zo ontzettend veel te doen voor praktische, ontwikkelde vrouwen … !”

afb.1, Toos Comerell, “Waakt! Gij kent dag noch ure”

Ex-libris ontwerpen en gelegenheidsknipsels waren voor familie, vrienden en kennissen. Zelf had ze maar weinig van haar eigen werk te laten zien. Bagatelliserend zei ze: “Och, dat gaat zo tussen de drukte door; ik werk graag .“ Ze leek bijna verlegen om zich als kunstenares te laten kennen. Haar knipsels zijn heel, merkwaardig, met verrassende vormen, grillige letters en het zijn daardoor levendige stukken. Er kwam nooit een potlood hij te pas. “Ik begin zo maar te knippen en onder de hand schep ik wat ik knippen wil.”

In 1951 trouwde ze met Ton Vierkens en woonde in de bossen van Hulshorst. Daar bezocht Line Huizenga-Onnekens haar. Toos vertelde dat ze in 1905 geboren was in Rotterdam als Catharina W. en op haar twaalfde verhuisde naar Rhenen, waar haar vader dokter was. Ze kreeg haar opleiding aan de Huishoudschool te Amersfoort en de Kunstnijverheidsscholen te Arnhem en Amsterdam. Daarna volgde de studie voor Landbouwhuishoudlerares te Zetten en in die tijd begon ze, als door een ingeving, te knippen. Haar knipwerk is heel karakteristiek en heeft meestal een boodschap. De dynamiek van haar tijd probeerde ze uit te drukken in een knipsel: ‘Oorlog’: duisternis op aarde, onheil symboliserende vleermuizen, vliegtuigen, afweergeschut, de hel is los en huizen in brand en in puin, graven. Naar ook: een wachter die blaast op zijn trompet omdat hij een ster ziet, herders en een lichtende kribbe. De bijbeltekst roept: “Waakt! Gij kent dag noch ure” (afb. 1). Als tegenhanger maakte ze in 1946 een vredige prent met een boerenerf en de tekst: “De aarde is des Heren, mitsgaders hare volheid” (afb. 2).

afb. 2, Toos Comerell, De aarde is des Heren, mitsgaders hare volheid

Ze verhuisde naar Lochem, waar ze voor twee apothekers een toepasselijke spreuk knipte: “Meng uit bitter en zoet, medicijn voor het gemoed”.
Het getuigschrift voor de Nijverheidsschool te Lochem versierde ze met de woorden Kennis, Kunde, Vlijt. Voor haar in 1955 overleden man maakte ze een bidprentje met de Samaritaanse vrouw, bij de put in gesprek met Jezus over het ‘levende water’ (Johannes 4:14, afb. 3).

afb. 3, Toos Comerell, “levende water”

Een grappig knipsel verlevendigde de folder voor een verbouwingsactie van de Remonstrantse Kerk te Lochem in 1964 (afb. 4).

afb. 4, Toos Comerell, verbouwingsactie van de Remonstrantse Kerk te Lochem in 1964

Haar stijl was heel persoonlijk, ze deed niemand na en vond haar eigen vormen, terwijl ze haar inspiratie ontleende aan Bijbelse wijsheid.
Toos was een bijzondere vrouw, die al tijd voor anderen haar talenten ter beschikking stelde. Ooit maakte ze voor de kinderboekenschrijfster F.M.B. Trautwein (Nanda, Mimi van de Heuvel) een ex libris met een tekst, die ook op haarzelf van toepassing moet zijn geweest (afb. 5): “Aan hem die gelooft dat hij overwinnen kan, is de zegepraal bereid”.

afb. 5, Toos Comerell, “Aan hem die gelooft dat hij overwinnen kan, is de zegepraal bereid”

Helaas kennen we de afmetingen van de originele knipsels niet.
Lies Markus stuurde ons het artikel over Toos; graag zouden we nog wat weer over haar willen weten; wie van de lezers helpt ons verder?

Joke en Jan Peter Verhave

Bronnen:
Kate de Ridder, Knipster en sociaal werkster: Toos Comerell.
De Vrouw en haar Huis, 1948, nr 1, 6-9.
Aantekeningen Line Huizenga-Onnekens, 1955.
In de Nieuwsbrief Stichting W.Tj. Lever, 51, maart 1992, vonden we nog een korte mededeling over Toos Comerell.

Meer over een andere knipster van de voorgaande generatie, Hettie van Langen, werd gevraagd in de vorige Knip-Pers. Zelf hebben wij het door haar geïllustreerde boek ‘Heilige Kerstnacht’ ook en konden evenmin iets over haar vinden. Nu verwijzen we graag naar hetzelfde nummer van de Nieuwsbrief (ook het eerste nummer van 1991). Daarin wordt o.a. verwezen naar een artikel in het bovengenoemde tijdschrift ‘De Vrouw en haar Huis’, 1939, februarinummer. Ze leefde van 1912 tot 1981.