Auteursarchief: admin

Schellinger, gebroeders Gerrit en Cornelis

gebroeders Gerrit en Cornelis Schellinger, geb 1671, resp 1672; ± 1687

Vader Sybrandt Schellinger was getrouwd met Jenneken ter Borch uit de bekende schildersfamilie te Zwolle. In het plakboek van haar zuster Geesken (1631-1690) te Deventer bevindt zich o.a. twee knipsel met de naam van Johannes van Achelom daaronder geschreven, een geestig tafereel van twee brassende heren en een dansende pias. Het andere is een vlot eenvoudig knipwerkje met planten en dieren, dat haar naam draagt. Het is niet duidelijk of zij het zelf maakte of dat broer Gerrit het maakte voor “Geesken-moei”. Hetzelfde geldt voor de Achelom knipsels, die mogelijk door Cornelis zijn gemaakt. De broers knipten ook verhalen uit de klassieke oudheid.

Collectie
  • Rijksprentenkabinet, Amsterdam
Literatuur

Schaap, Wijbrand

Wijbrand Schaap, Rotterdam 22 december 1863 – 9 februari 1951 Rotterdam

Tijdens een periode van gedwongen rust komt hij tot het knippen en maakt kleine knipseltjes van dieren en mensen met bomen, ook huisjes soms met beweegbare onderdelen uit wit tekenpapier. Hij knipt argeloos en “deed zo maar wat”. Sommige kleurt hij met waterverf.

Wijbrand stamt uit een kunstzinnige, Lutherse familie. Hij is het middelste kind van dezeven kinderen van Wijbrand Schaap en Willemina Johanna Koeman. Hij trouwt op 26 mei 1886 met Alida Cornelia van der Werf. Zij krijgen samen negen kinderen.
Hij heeft een drogisterij annex verfhandel op de Schiedamse dijk en is huisschilder-decorateur van beroep.

Collectie
  • Museum Rotterdam, Rotterdam
  • Particulier bezit
Literatuur

foto: familie Schaap

 

Sandijk, Adriaan van(?)

Adriaan (?) van Sandijk, ? 1813-1843 Rotterdam-Delfshaven

Adriaan is zoon van Brant van Sandijk en Annigje van den Heuvel. Hij is onderwijzer en dichter, maakt in 1827 een knipsel. Hij overlijdt ongehuwd in 1843.

Collectie
  • Museum Rotterdam, Rotterdam

Sanders, Jan Klaasz.

Jan Klaasz. Sanders, Edam 1828 – 24 maart 1904 Kwadijk

Jan is de oudste zoon van Klaas Sanders en Trijntje Jans Pauw. Hij trouwt op 30 maart 1862 in de Beemster  met Neeltje Bos ( Purmerend 1833 -1880 Kwadijk). Ze krijgen zes kinderen. Hij woont met zijn gezin negen jaar in de Haarlemmermeer. Hij was daar landarbeider en na 1871 staat hij geregistreerd als veehouder of landman te Kwadijk. Hij overlijdt op 24 maart 1904 in Kwadijk.

Hij knipte voor zijn schoonouders Bos-Muys, voor zijn tante Aafje Pauw, getrouwd met Klaas Reus, 1859 te Ilpendam, voor zijn nicht Grietje Pauw te Middelie, getrouwd met Cornelis Groot, 1865 en voor zijn eigen huwelijk 1862. Zijn knipsels zijn uitgevoerd in overdadig versierde, gotische letters van wit papier op blauwe achtergrond (fond) werden uitgevoerd. Ook knipte hij spreuken, zoals: “Matigheid is de beste voorraad­kamer van de Hemel”, en daaronder nota bene een hoorn van overvloed!

Collectie
  • Edams Musem, Edam
  • Betje Wolff Museum, Middenbeemster
  • Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem
  • Zuiderzeemuseum, Enkhuizen
  • Particuliere collectie
Literatuur

S., C.

C. S., omstreeks 1800

Maakte een mooi gepsaligrafeerd stuk voor Pieter Schuijt (Amsterdam 1768 – 1844 Amsterdam) en Rinske Hoornstra (Harlingen 1773 –1837 Amsterdam), die trouwden in1796 te Harlingen. Aangezien het werk 1806 is gedateerd, zou het gemaakt kunnen zijn t.g.v. hun 10de huwelijksjaar. Zij was dochter van de oud-burgemeester van Harlingen Yde Hoornstra.

De Nederlands-hervormde Pieter was ingenieur (‘constructeur’) bij de Rijksmarine en zal in de tijd dat hij Rinske leerde kennen, gevestigd zijn geweest in het Friese Harlingen (een marine haven). In ieder geval werden daar hun eerste twee kinderen Pieter en Margaretha (‘Gooike’, naar haar grootmoeder) geboren, respectievelijk in 1797 en 1799. In 1801 volgde de geboorte van Johanna te Vlissingen, in 1806 die van hun vierde en laatste kind Ida Elisabeth te Amsterdam. Het stuk is zes generaties lang in familiebezit doorgegeven. Wit papier op zwarte achtergrond, 34 x 51 cm.

C.S. is ook de maker van een groot knipsel met ‘gekalligrafeerde’ tekst over de Leidse kruitramp in 1807. Maar meer dan de initialen weten we nog niet over deze kunstenaar.

Collectie  

  • Particulier bezit
  • Museum de Lakenhal, Leiden
Literatuur

 

Rijberg, Elisabet

Elisabet Rijberg, Rotterdam 1672 – 1721 Rotterdam

Elisabetj maakt coulisse knipsels en reliëfs: oorlogsschepen op stille en holle zee, een gezicht op Scheveningen, en de ha­ring­vangst. Verder snijdt ze paleizen, landschappen, portretten en bloemstukken. In de laatste zijn vooral de randen om perken en borders fijn en sierlijk. Haar uitbeelding van stadhouder koning Willem III en diens gemalin Mary Stuart is een bezienswaardigheid. Doordat een Engelse reiziger die portretten bewondert, maar haar naam als Pyberg noteert, gaat die schrijfwijze een eigen leven lijden. Ze sloeg een bod van 1000 gulden voor een knipwerk af. Aan haar gevel stond een gedicht in twee talen:

Ik snijde van papier al wat het ooge streeld,
Of wat een geestig brein ons na de konst afbeeld:
Al brult de bitze nijd met opgesparde kaken,
Mijn konst en zal niet ligt daardoor in ’t voetzand raken

Elisabet krijgt vooral bezoek van buitenlandse reizigers. Van de keurvorst van de Palts krijgt ze een zilveren servies in ruil voor een knipwerk, waarschijnlijk tijdens zijn bezoek aan Rotterdam in 1695. De reizende kunstkenner Von Uffenbach, die haar in 1705 en 1710 bezoekt, is zeer lovend over het werk, maar vindt haar prijzen veel te hoog. Van Elisabet is geen knipwerk uit haar kunstkabinet bewaard gebleven, doordat haar oudere broer Pieter na haar overlijden op de veronderstelde waarde uit was. Zo delft haar kunst alsnog het onderspit.

Er wordt verondersteld dat ze op schilderijtjes van de Rotterdamse schilder Nicolaas Juweel staat afgebeeld, met een mobile uit twee “bollen”, elk bestaande uit cirkelvormige snijwerken. Die veronderstelling  is achterhaald. Zie onder Juweel.

Haar geboorte staat in de Rotterdamse archieven als Lisbeth Rietberch, op 27-11-1672, dochter van Jan Pieterse Rietberch (later Rijberg) en Aaftje Jans, die in 1661 te Rotterdam zijn getrouwd. Elisabet blijft altijd een (bejaarde) jongedochter.

Literatuur

Root, Everard

Evert Root Sr., Amsterdam 13 augustus 1896 – 1978 Amsterdam

Graag had hij een opleiding in het tekenen gehad, maar het schildersbe­drijfje van zijn vader eiste hem op. In het schilderen van decoraties kon hij zijn talent kwijt. Hij bezocht graag het Rijksmuseum en dan gaf hij zijn eigen interpretatie met de schaar van de schilderijen. Na zijn pensioen heeft hij zich helemaal op het knippen toege­legd. Portretten, gelegenheids­knipsel, actuele en protestvolle knipsels, vaak met een onder­streping in de tekst. Zijn werk is direct, het doet houtsnede­-achtig aan. Hij werkte met dubbel­papier, één exemplaar voor de opdrachtgever en één voor hemzelf.

Evert is zoon van Everard Root en Sara Maria Wijnanda Schmull, een van de zes kinderen. Hij trouwt op 10 september 1919 met Anna Geertruida Platje. Ze krijgen vier kinderen. Ze scheiden in 1942. Later trouwt hij met Marie Fedrowicz.

Collectie
  • Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem
  • Westfries Museum, Hoorn
  • Particulier bezit
Literatuur

Roorda, Auke Jetzes

Auke Jetzes Roorda, Franeker 19 juni 1868 – 21 september 1898 Franeker

Auke maakte een groot  knipsel voor zijn ouders, het Franeker echtpaar Jetze Roorda en Hinke Bruinsma (stiefmoeder, zijn eigen moeder was Pierkje Swart, getrouwd 1867, overleden 1874) en hun kinderen in 1887 (huwelijkstempel). Een ander groot stuk maakte hij ter “Herinnering aan de 71ste verjaardag van Zijne Majesteit Willem III koning van Neder­land”. Ook voor de achtse verjaardag van koningin Wilhelmina maakte hij zo’n stuk. In een ander stuk verwerkte hij de namen van 22 natuurweten­schap­pers, filosofen en kunstenaars (o.a. Multatuli, Newton en Darwin) en een gedicht:

De weinigen die hun weelderige verstand
Niet voor zichzelf bewaard
Maar ’t grauw hun mening en gevoelen openbaart
Zij zijn van ouds gekruisigd en verbrand.

Hij werkte eraan van 1895-1897.

Auke is de oudste zoon van Jetze Roorda en Pierkje Swart. Na hem komen een dochter en zoon die heel jong overlijden. Zijn broer Cornelis (geboren in 1782) is de enige van de kinderen die trouwt en zelf veel kinderen krijgt. Moeder Pierkje overlijdt op 8 november 1874 en zijn vader hertrouwt op 15 oktober 1876 te Franeker met Hinke Bruinsma. Met haar krijgt hij nog drie kinderen, die allen ongehuwd overlijden. Auke overlijdt ongehuwd.

Collectie
Literatuur

Roggen, Jelle Cornelis

Jelle Cornelis Roggen, Amsterdam 1913 – 1991 Amsterdam

Promoveerde in 1946 op een scheikundig onderwerp (“Over Niacine”); leraar te Harlingen. “Bezondigde zich” naar eigen zeggen wel eens aan knipwerk. O.a. religieuze onderwerpen.

Trouwde als landbouwkundige in 1947 met Gesina Smit

Literatuur
  • Ms Huizenga-Onnekes