Geportretteerd als papierknipper (Elisabeth Rijberg), Papyria 6

Gezicht op de Boompjes in westelijke richting rond 1700, Stadsarchief Rotterdam

Ter voorbereiding van de uitgave van de brochure “Zeer uitstekende kurieuze stukken van papier” bekeken we in het voorjaar van 1987 de collectie papierknipsels van het Historisch Museum Rotterdam [1]. Dit museum beschikte over een mooie verzameling knipwerk dat voor een deel afkomstig was van het Rotterdamse Museum van Oudheden, maar meestal toch door schenkingen later daar terecht is gekomen. Op zich had en heeft het verzamelen van knipwerk voor dit museum geen prioriteit. Na 1987 bleef met het museum contact bestaan. Zo bekeken we, op verzoek, een papieren model van de St. Laurenskerk, dat moest worden gerestaureerd, en probeerden we te duiden wie een aardige papieren bavelaar van het Schielandhuis zou kunnen hebben gemaakt.

Nicolaas Juweel, Portret van een papierknipster, mogelijk Elisabeth Rijberg, Museum Rotterdam

Eind 1990 werd ons gevraagd een advies uit te brengen over de mogelijke aankoop van een schilderij met een papierknipster als voorstelling. Dit kleine kunstwerk (29 x 25 cm) werd aangeboden als werk van een Duitse navolger van Frans van Mieris de Jonge, op een veiling van Sotheby’s-Mak van Waay [2] (afb. 1 en 2) De vraag van de toenmalige directeur aan ons was: is dit werk de moeite waard om aan te kopen? Het schilderij toonde een vrouw (waarschijnlijk een knipster) die een soort mobile van twee geknipte/gesneden bollen ophield. Rechtsonder op de voorgrond was het gereedschap dat zijn voor dit kunstzinnige werk moet hebben gebruikt afgebeeld. Een bij figuur links benadrukte de status van de kunstenares en de door haar gemaakte papierkunst. In de ronde vormen van de bollen waren mooie details te zien en in de bovenste bol was de naam “Joanna van Verwinde” te lezen. In de onderste bol, volgens het museum, de naam “Nicolaas Sywe” (wij zagen er toen meer Nicolaas van Weel in). In deze bol waren ook plaats en jaar aangegeven: “Rotterdam 1696”[3] (afb. 3 en 4). Na de kijkdag adviseerden we het museum zonder meer tot aankoop over te gaan en we suggereerden dat de papierknipster wel eens Elisabeth Rijberg zou kunnen zijn Zij was immers rond 1696 in Rotterdam werkzaam geweest, maar een bewijs voor deze opvatting ontbrak. Het museum kocht dit unieke schilderij voor 7500 gulden en kon het enige tijd later al tonen op een tentoonstelling van Rotterdamse Meesters, mét vermelding van de naam van de schilder.

Want er had zich een nieuwe ontwikkeling voorgedaan. Het Rijksbureau voor Kunsthistorisch Documentatie verraste het Rotterdamse museum met een foto waarop waarschijnlijk dezelfde knipster, maar dan enige jaren jonger was afgebeeld. Dit schilderij, waarvan de verblijfplaats nu helaas onbekend is, werd in 1946 in Rotterdam geveild. Het was gemaakt, zo bleek uit de signatuur, door Nicolaas Juweel [4] (afb. 5).

afb. 5 Nicolaas Juweel

Deze Juweel (ca. 1639-1704), een kleine Rotterdamse meester, kwam bij ons weer in beeld in het kader van het onderzoek voor de serie “Portretten van knipkunstenaars”, die in onze Nieuwsbrief is verschenen [5]. Atty Broer probeerde voor dit onderzoek uit te vinden wat Juweel met de afgebeelde Joanna van Verwinde/Van der Winden te maken zou kunnen hebben gehad. Dat leverde uiteindelijk een heel goed resultaat op. Zij ontdekte dat de Rotterdamse schilder Juweel in knipperskringen niet geheel onbekend was. Zo maakte hij voor de bekende plantenkweekster en ook knipster Agnes Block aquarellen van haar bijzondere plantencollectie. Hij trouwde in 1664 met de Rotterdamse Ariaentie Cornelis. Een van hun kinderen was Nicolaas Juweel jr. Deze -j.m. van Rotterdam, wonend Vissersdijk- huwde in 1695 met Johanna van der Winden, wonend Valksteeg. Waarschijnlijk was de hanger met dubbele bollen met daarin hun namen een huwelijksaandenken (“per memo”). In Rotterdam was toen naar ons weten maar een papierkunstenares werkzaam -Elisabeth Rijberg-, die hier dus moet zijn afgebeeld.

Wat we over Rijberg weten -er is helaas geen bewaard werk van haar bekend- is grotendeels ontleend aan de beschrijvingen van Van Spaan en Von Uffenbach. Gerard van Spaan meldt in 1698 dat de kunstzinnige wijnkoopman Gillis van Vliet en Elisabeth Rijberg “zeer uitstekende kurieuze stukken van papier” maakten. Het werk van Rijberg bestond uit schepen en jachten, Iusthuizen, geboomten, verschieten en portretten.

Voor knipwerk dat zij maakte voor de Keurvorst van de Palts ontving zij zilverwerk (vier bekers en een klein serviesje). Bijzonder was dat zij boven de huisdeur (zij woonde in de buurt van het nieuwe Oost-Indisch huis aan de Boompjes) een bord met een tekst in het Nederlands en Frans had. Die luidde:
“Ik snij de van papier alles wat het ooge streeld,
Of wat een geestig brein ons na de konst afbeeld:
Al brult de bitse nijd met opgesparde kaken,
Mijn konst en zal niet ligt daar door in ‘t voetzand raken”. (afb. 6)

afb. 6

Von Uffenbach had Rijberg op zijn eerste reis in 1705 al bezocht, in 1710 ging hij weer bij haar langs en zag toen elf kunstwerken uit papier. Slechts twee ervan waren nieuwe stukken, de negen andere had hij ook in 1705 reeds kunnen bekijken. De twee nieuwe kunstwerken stelden voor het strand met een gezicht op Scheveningen en een haringvangst.

Men zou verwachten dat Elisabeth Rijberg op de expositie ”1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis” in 2012 wel met het unieke bollenschilderij vertegenwoordigd zou zijn. Dat was echter niet het geval en het raadplegen van het boek van Kloek en de website maakte duidelijk waarom. In het boek zijn de bekende gegevens over Rijberg gepubliceerd zonder vermelding van schilderij en zonder literatuuropgave. Die laatste is wel te vinden op de website en hieruit bleek dat de samenstelster van het lemma niet gebruik heeft gemaakt van het boek “Geknipt” (2008), waarin uitvoerig aandacht aan Rijberg en de twee bollenschilderijen is besteed. Zij raadpleegde slechts “Schaarkunst” uit 1983. Maar samenstelster Marja Volbeda komt wel met een veronderstelling die ons tot nu toe onbekend was. Uitgaande van de door Von Uffenbach gebruikte zinsnede “billig zu bewundern” trekt zij de conclusie dat Rijberg voor het bezichtigen van haar werk geld moet hebben gevraagd. Of dit juist is hangt sterk af van de interpretatie van het woord “billig”. Is haar veronderstelling juist dan is dit in de geschiedenis van de knipkunst een opmerkelijk gegeven. Vooralsnog houden wij het erop dat de aantekening van Von Uffenbach -ook al omdat hij zijn verslag niet direct begint met het vermelden van de toch opmerkelijke “entreeprijs”- iets anders betekent. “Billig zu bewundem” zou in onze visie ook kunnen inhouden, al is dat dus niet de letterlijke vertaling, dat het werk van Rijberg (door de kwaliteit) gemakkelijk/eenvoudigweg te bewonderen was. Maar misschien wordt ook dit Rijberg raadsel nog eens opgelost.

Door Henk van Ark

Noten

  1. Henk van Ark, Zeer uitstekende kurieuze stukken van papier. Rotterdamse papierknip- en snijkunst 1600-1900, Atelier Tobia Lever, Rotterdam, 1987.
  2. Catalogus veiling Sotheby ‘s- Mak van Waay, Amsterdam, 14-11-1990, nr. 541.
  3. Henk van Ark, “De papierknipsters van Juweel”, Nieuwsbrief; jrg. 7, nummer 3 september 1994), [p. 10]
  4. 4. Idem.
  5. Atty Broer, “Portrtretten van knipkunstenaars (4), Nieuwsbrief, jrg. 19, nr. 3 (september 2006), [p. 1-7].
  6. Zie ook: [Henk van Ark], “Het papieren bollenraadsel” in: Joke en Jan Peter Verhave, Geknipt!(..) ,Zutphen 2008 p. 16.
  7. Atty Broer, op.cit.
  8. Gehouden in de expositieruimte van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam; Els Kloek (samenstelling): 1001 Vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis, Nijmegen 2013, nr. 351, p. 490-91; Digitaal Vrouwen Lexicon, lemma Elisabeth R(h)ijberg.