Auteursarchief: admin

Westfries Museum, Knip-Pers 1988-1

Catharine Maclaine-Spanjaard
Een wel heel fijn knip- en vlechtwerkje werd gemaakt door Catherine Maclaine-Spanjaard. Catharine, dochter uit een regentengeslacht, werd geboren 20 augustus 1766 en overleed 5 mei 1882 te Medemblik. Van haar dochter Maria bevindt zich een geschilderd portret in de collectie van het museum. De familie Maclaine is gerelateerd aan de familie Gallis, ook een regentenfamilie te Hoorn.

30/83 N 26-29

 

Ketel Jacobsz
Voor één van de dochters van Gallis werd in 1763 door een zekere Ketel Jacobsz. een gekalligrafeerde nieuwjaarswens met geknipte en ingekleurde rand gemaakt. Ketel maakte dit werkje toen hij 16 jaar oud was. Toen hij 22 jaar was woonde aan de Veermanskaay te Hoorn. In 1773 trouwde hij met Aaltje Tuynman j.d. uit Hoorn.

29/83 N 14-17

Jantje van Urk (1855-1938)

Dit knipsel, gemaakt door Jantje van Urk, werd vervaardigd als dank voor de goede verzorging in één van de ziekenhuizen in Hoorn. De tekst luidt:
Wij zeggen Allen U hartelijk Dank voor U Goede BereDDing in het Zieken.Huis. Die ik als (hartje) FiMtje de Boer U DankZegge aan allen. Dit is Adam en Eva in het Paradijs.

230/85 N 28-29

 

Cornelia Krijgsman

Een knipsel naar aanleiding van een kermis te Purmerend?

Een draaimolen met arresleden. De draaimolen werd door een motot aangedreven. Het is geknipt door Cornelia Krijgsman van Puremerend, zoals zij zelf in het knipsel laat weten. Cornelia werd geboren op 24 februari 1867 in Purmerend geboren. Zij kreeg dezelfde voornaam als haar in 1865 overleden zusje. Op 31 maart 1894 verhuisde Cornelia naar Amsterdam.

32/83 N 50-53

Collectie Westfries Museum, Hoorn
Het museum bezit een vrij grote collectie knipsels, waarvan steeds afwisselend een aantal tegelijk geëxposeerd wordt.
De hierbij afgedrukte knipsels zijn te bezichtigen na telefonische afspraak en in groepsverband. Telefoon 02290-15597

Door Tonny Jurriaans.

Dit artikel verscheen in Knip-Pers 1988-1

In memoriam Elisabeth Stroucken-de Jager, Knip-Pers 2010-2

In het jaar 1980 leerde ik Elly kennen tijdens een cursus die ik volgde bij mevrouw Kerp. Ze kwam naast me zitten en al gauw kwam ik tot de ontdekking dat ze van het papierknippen al meer wist dan ik. En terwijl de anderen nog aan het kaarsjes knippen waren, leerde ze mij, tussendoor, hoe je een mooi hartje kon knippen en dat dan ook nog kon versieren. Ik vond het geweldig.
Na die ene keer ontmoette ik Elly weer tijdens de “Knipkunst 1982” tentoonstelling in het Spant te Bussum. Elly heeft zich ontwikkeld tot een groot papierknipster. Op vele terreinen was ze thuis; wenskaarten, silhouetten, (ze vertelde me kortgeleden nog dat ze er wel 15.ooo geknipt heeft) en decoraties.
Ook verschenen van haar hand twee boeken. “Papierknippen van hart tot hartewens” en “De heksen uit de Gouden Bergen”. Al haar knipsels stralen warmte en sfeer uit. Hoe kan het ook anders, het was gewoon een warme, lieve en altijd meelevende vrouw. De Vereniging voor Papierknipkunst verliest in haar een groot knipster. Op 19 februari heeft onder grote belangstelling de crematie in Amsterdam plaatsgevonden. Elly, bedankt voor alles.

Frouk Hendriks.

Elk mens is uniek en zo is zijn profiel

Er bestaat een foto van een zestienjarig meisje dat poseert in een zelfgemaakt ensemble, waarvan de donkerpaarse rok geappliqueerd is met grote, witte viltfiguren: “silhouetten” dus.
Dat meisje ben ik.

Toch was ik de veertig al gepasseerd toen ik voor het eerst kennismaakte met de échte knipkunst. Tijdens een demonstratie van mevrouw Irma Kerp (toen 81 jaar!) raakte ik zó enthousiast, dat ik besloot les bij haar te nemen. Deze lessen resulteerden in een hechte vriendschap tussen haar en mij en veel later in een 25-jarig jubileum “Portretknippen”.
Mevrouw Kerp was 84 jaar oud toen ze mij verzocht haar taak betreffende les geven over te nemen. Zestien woensdagmiddagen liep ik bij haar “stage” om dat te leren en als die tijd dacht ik: “Waar haal ik die humor en wijsheid vandaan?”. Aan het eind van die periode zei ze: “Lieve kind, je moet het me maar niet kwalijk nemen…ik vind het nog veel te leuk…ik houd er nog niet mee op!”’
Het duurde nog twee jaar voor ik les ging geven, onder andere aan de volksuniversiteit van Woerden en Lelystad. Ondertussen had ik ontdekt een goed gelijkend profiel te kunnen knippen en dat werd binnen een jaar mijn beroep. Al gauw maakte ik deel uit van een groep “Oude Ambachten”. Een heerlijke tijd!
We trokken door het hele land, beleefden veel en ik leerde de mooiste verborgen stadjes en plaatsen in Nederland kennen. Natuurlijk raakte ik geïnteresseerd in portretknippers van vóór mijn tijd (onder andere Klaas Bakema en Wiecher Tj. Lever). Zij moesten toch ook veel beleefd hebben…
Helaas, nergens kon ik iets op schrift gesteld vinden. Besloot het toen zelf te doen, materiaal genoeg! De titel had ik ook al: mijn “documentatie” zou “Profiel van een dwarskop” heten. Dat werd door S. Carmiggelt een “dijk” van een titel genoemd!

Nu nog een uitgever vinden. Na de zesde benaderd te hebben en ik de moed opgegeven had, zei de zevende er wel iets in te zien, mits ik er een cursus in sierknippen bij zou schrijven.
Daar zag ik weer niets in, maar ja, je wilt je werk toch gedrukt zien…
Na de lessen van mevrouw Kerp, had ik ook Pools knippen geleerd van Marianne Schagen en natuurlijk al die jaren niet stil gezeten en een eigen stijl ontwikkeld.
“Papierknippen, van hart tot hartewens” ontstond, met daarin opgenomen: “Profiel van een dwarskop”.
Het kwam in 1988 uit -een maand voor het overlijden van mevrouw Kerp- en ik kon het haar nog laten zien. Ze was er trots op dat een leerling van haar dat gemaakt had, maar ze zei: “Nu is mijn boekje [Leer knippende zien, E.S.] overbodig geworden!”. “Natuurlijk niet”, riep ik “dat is het bijbeltje van de knipkunst!”.
Postuum gaf ze mij het grootste compliment dat ik ooit gekregen heb. Toen we na haar begrafenis in de koffiekamer stonden, kwam één van haar kleindochters naar mij toe en zei: ”Weet u wat mijn grootmoeder over uw boek zei”…Ik mag dan wel de bijbel van de knipkunst geschreven hebben, maar zij heeft het Nieuwe Testament gemaakt”.
Mijn vier kinderen zijn altijd het belangrijkste in mijn leven geweest, maar het knippen zorgde voor aardige “illustraties”.
Eens werd ik uitgenodigd door een dierenarts om ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Dierenartsenij-kunde in haar praktijk profielen van haar “patiënten” te knippen.
Het werden 50 profieltjes van honden, die rustig werden gehouden door de assistente die ze steeds maar hondenbrokjes voorhield. Ze was aan het eind van de dag net zo moe als ik!
De laatste was een teckel van het mannelijk geslacht en die knipte ik als extraatje in zijn volle pracht. Dat ontlokte de dierenarts de verbaasde uitroep: “Zelfs het vosje staat erop!”.
Denkend aan de unieke benaming van het mannelijk geslachtsdeel, zei ik: “Ja, het is toch een reu!”. Waarop zij begon te lachten en uitlegde dat het “vosje” het plukje haar is dat elk mannelijk zoogdier op zijn buik heeft. Het is maar een weet!
De dag dat Fiep Westendorp (febr. 2004) overleed, werd ik ’s morgens om 10 uur gebeld door de redactie van “Man bijt hond”: of ik even Jip en Janneke treurend bij een grafkruisje kon knippen? Even? Ja, het zou over een uurtje opgehaald worden!
Jip en Janneke-boeken waren wel in huis, maar om een (getekende) creatie van iemand anders in knippen om te zetten, lijkt eenvoudig, maar is het niet…
Enfin, in de uitzending van die avond werd de uitvoering ervan, omlijst met een passend muziekje, toch in beeld gebracht.

Ondertussen was ik verslingerd geraakt aan heksjes. Het is een  vrolijk volkje dat je aardige dingen kunt laten doen. Bij tentoonstellingen werden de heksjes altijd als eerste verkocht. Op een gegeven moment raakte ik een beetje “heksenmoe” en de bron dreigde op te drogen. Toen ontstond het idee om er een boek van te maken, dan konden meer mensen ervan genieten tegen een billijker prijs dan die betaald moest worden voor de originelen.
Tegelijkertijd ontstond het idee om -20 jaar na de eerste grote knipkunsttentoonstelling in ’t Spant (1982) – een tweede knipkunsttentoonstelling aldaar te organiseren.

In 1982 was ook in ’t Spant door Lies Markus de kiem gelegd voor de knipvereniging, die in 1983 haar vaste vorm kreeg.
Na een jaar noeste arbeid had in 23 knipkunstenaars bij elkaar, vanaf een aantal van het eerste uur tot en met hedendaagse knipsters en knippers.
De opening werd verricht door Tobia Lever en het boek: “De heksen uit de gouden Bergen” werd gepresenteerd door een stoet van kleine heksjes (waaronder twee kleinkinderen) aangevoerd door de hoofdheks Dennis (oudste zoon en mime-speler).
Het werd (na de eerste in 1982) weer één van de drukst bezochte tentoonstellingen in ’t Spant.

En nu, 25 jaar nadat ik mijn eerste portretje knipte en meer dan 15.000 portretjes verder, vind ik het nog steeds het mooiste beroep van de wereld!

Elly Stroucken- de Jager, 2009

Mol, Nel

Nel Mol, Sijbekarspel 1945- 3 juni 2016 Hoogwoud

Nel leert knippen van Marianne Zwaan op een creatieve avond georganiseerd door de Plattelandsvrouwen in 1988. Ze is lid van knipkring de Kogge vanaf de oprichting in 1990. Ze heeft een heel grote productie en haar knipwerk is veelvuldig gepubliceerd in de Westfriese scheurkalender, de Lastdrager en de Knip-Pers. Kenmerkend is het hoekelement in al haar knipwerk, geïnspireerd door tegelversieringen.

Nel is de jongste dochter van Jan Mol en Iefje Grootes.

Collectie
  • Museum van Papierknipkunst, Westerbork
Literatuur

Zelfportret

2006, 20 x 25 cm

Nel Mol, 2015

In memoriam Nel Mol, Knip-Pers 2016-3

Nel Mol is op 3 juni 2016 na een jarenlange slopende ziekte op 70-jarige leeftijd overleden. Ze woonde haar hele leven in West-Friesland.

Zelfportret

In 1988 kwam Nel tijdens een creatieve avond van de Plattelandsvrouwen in aanraking met het papierknippen. Marianne Zwaan kwam demonstreren en Nel volgde daarna drie keer een cursus bij haar. Nel was direct een zeer enthousiaste knipster. Met een aantal andere leerlingen van Marianne bleef ze knippen, dat is Knipkring de Kogge geworden. Eén keer in de zes weken komt deze groep bij elkaar en Nel was 25 jaar een heel trouw lid. De knipopdrachten had ze altijd bij de volgende bijeenkomst af en soms ook nog één extra. Ook was Nel 10 jaar lang lid van Knipgroep Spanbroek. Iedere maand kwam ze naar Spanbroek op de fiets, weer of geen weer. Ze werd ernstig ziek, maar ze verzuimde bijna nooit. Ook toen ze al aan de chemokuur was, kwam ze, muts of sjaaltje op haar hoofd.

20 x 6 cm

 

 

Nel knipte altijd uit wit papier, met de zo bekende ‘molletjes’ in de hoekjes. Ze was heel kritisch op haar werk; vond ze het niet mooi, dan werd het knipsel verkreukeld. Samen met Ans Klomp-Wetsteen verzorgde ze jarenlang een pagina in het dorpsblad ‘De Lastdrager’ in een oplage van 1000 stuks. Iedere 2 weken werden de gebeurtenissen uit het dorp door Ans op rijm gezet en Nel maakte er dan een toepasselijk knipsel bij. Er zijn zelfs televisieopnames van gemaakt door TV Noord-Holland. Haar knipwerk ging de hele wereld rond, want jarenlang maakte Nel knipsels voor de Westfriese scheurkalender en die hangt bij heel veel geëmigreerde Westfriezen aan de muur.

Nels enthousiasme en liefde voor de papierknipkunst was heel groot; de knipgroepen zullen Nel heel erg missen. Alle leden van onze Vereniging zullen haar talrijke inzendingen aan de Knip-Pers ook erg missen. Nel heeft laten vastleggen dat na haar dood al haar knipwerk aan het museum in Westerbork moest worden geschonken.

door Marion Schouten

 

Op bezoek bij Nel Mol in West‑Friesland, Knip-Pers 2006-2

Moederliefde, 15 x 10,5 cm

Westfriese stolp, 9 x 15 cm

Nel Mol is waarschijnlijk een van de weinige knipsters van onze vereniging die met zekerheid kan zeggen dat haar knipwerk bekend is over werkelijk de hele wereld. Haar knipsels worden namelijk al sinds 1996 gedrukt op de Westfriese scheurkalender en die hangt niet alleen in Nederland maar ook bij heel veel geëmigreerde Westfriezen aan de muur.

Nel zelf woont al haar hele leven in West‑Friesland. Ze werd geboren in 1945 in Sijbekarspel en woont nu in het dorpje De Gouwe, gemeente Hoogwoud. Nadat ze eerst werkzaam was op een notariskantoor, zorgde ze 12 jaar voor haar zieke moeder en nu werkt ze nog zo’n 20 uur in de week bij een firma die in diervoeder doet.

Lente, zomer, herfst, winter, 15 x 21 cm

Hoe is Nel in aanraking met het papierknippen gekomen? In 1988 was er een creatieve avond van de Plattelandsvrouwen, waar Marianne Zwaan de aanwezige dames de beginselen van het papierknippen bij kwam brengen. Hoewel Nel haar twijfels had of ze het knippen ooit onder de knie zou krijgen, volgde ze drie keer een cursus van acht lessen bij Marianne. Al die tijd knipte ze met een borduurschaartje, omdat ze het zonde vond om een echt knipschaartje te kopen als het misschien toch niks zou worden. Maar het is wel wat geworden, want ze knipt nog steeds heel enthousiast en vormt vanaf 1990 met medecursisten de Knipkring de Kogge. Tot op de dag van vandaag komt die knipkring gezellig eenmaal per zes weken bij elkaar.

Geboortelepels vader en moeder, 26 x 19 cm

In haar vroegste jeugd had ze trouwens al kennis gemaakt met geknipte pottenbomen en hartjes, want die werden volgens goed gebruik bewaard in de bijbel van haar moeder. Gelukkig zijn de knipseltjes bewaard gebleven en ze worden door Nel gekoesterd.

De knipsels van Nel Mol zijn eigenlijk direct te herkennen, want in iedere hoek van haar werk knipt zij altijd een ornamentje. Als je goed kijkt, zouden het de letters n en m (van nel en van mol) aan elkaar kunnen zijn, maar zelf denkt ze dat het zo gekomen is, omdat een van haar eerste knipsels een Oudhollandse tegel was, met in iedere hoek een versierinkje. Die hoekjes vond ze zo leuk, dat ze ze gewoon is blijven knippen. Het meeste werk wordt uit zwart of wit papier geknipt. Voor kaarten gebruikt Nel heel graag gekleurd papier uit diverse tijdschriften.

Kerstknipsel, 10,5 x 7 cm

ledere 14 dagen verschijnt er in Aartswoud, Hoogwoud en De Gouwe het blad ‘De Lastdrager’ in een oplage van 1000 stuks, waar alle wetenswaardigheden van die dorpen in staan. Al sinds 2000 worden de gebeurtenissen van die 2 weken op rijm gezet door Ans Klomp‑Wetsteen in het Westfries en Nel zorgt daarbij voor toepasselijke knipsels. Soms is het ook andersom, dan maakt Nel eerst het knipwerk en zorgt Ans voor het bijpassende gedicht. Gelukkig heeft Nel altijd wel genoeg inspiratie om iets leuks te knippen.

Deze publicaties sloegen erg aan en zo ontstond het plan om alles eens in een boek uit te gaan geven en dat is ook gebeurd. Het boek heet: ‘Of ’t zô weze most’ en daarin zijn alle gedichten met toepasselijk knipwerk opgenomen van de periode januari 2000 tot mei 2002.

Zelfportret, 9 x 10 cm

In een dikke map heeft Nel precies opgetekend wanneer en waar er knipwerk van haar werd geplaatst of geëxposeerd en het is indrukwekkend om te zien waar ze allemaal aan mee heeft gewerkt. Een kleine greep: er heeft diverse keren werk van haar gehangen in het museum in Westerbork, ze demonstreerde op de Floralia, ze maakte uitnodigingen voor de Plattelandsvrouwen en voor huwelijken, haar werk stond op de kabelkrant, ze exposeerde in Hoogwoud, Texel, Schagen en Opmeer, ze deed mee aan de atelierroute in 1998, knipte een logo voor een cattery en er staat geregeld werk van haar in de Knip‑Pers. Nel is dus niet voor een kleintje vervaard. Ze knipte zelfs met behulp van een spiegel haar eigen silhouet.
Dat zullen niet velen haar nadoen!

Zomer, 10,5 x 7 cm

 

Waar je maar kijkt in haar huis, is knipwerk te bewonderen, van anderen en van haarzelf. Voor de ramen van haar huis hangt ook het hele jaar door altijd eigen knipwerk. Toen ik er was, hingen er bloemen en bladeren ter ere van het voorjaar, en ze heeft keurig enveloppen klaar liggen met bijpassende knipsels voor speciale periodes van het jaar: kippetjes voor Pasen, kinderen voor St. Maarten en voor Haloween. Zwarte Pietjes rond 5 december en de kerstklokken ontbreken natuurlijk ook niet. Wat een fantasie!

Fantasie, 14 x 10 cm

Nels enthousiasme en liefde voor de papierknipkunst kent geen grenzen en niet alleen de Westfriezen kunnen trots op haar zijn, wij zijn het allemaal ook!

door Ieke Boosman

Lente, zomer, herfst, winter, 14 x 21 cm

Lida Licht-Lankelma, Knip-Pers 2008-2

Lida Licht woonde in Purmerend, bezocht de Kunstnijverheidschool in Amsterdam en was 35 jaar lang een succesvol binnenhuisarchitect. Door persoonlijke omstandigheden verhuisde zij met haar man naar Texel, stopte met werken en stortte zich op diverse creatieve technieken. Door een cursus bij knipster Nel Wezel in 1974 was ze gewonnen voor de papierknipkunst. Een goede tijd volgde in knipkring Texel met o.a. Marie Wieten. Er werd veel geknipt en een fantastische Contactdag georganiseerd.

  47 x 34 cm

Na verhuizing naar Drenthe sloot Lida zich aan bij knipkring Westerbork. Zij had daar een waardevolle inbreng, zowel bij de inrichting van de nieuwe locatie van het Museum van Papierknipkunst, als bij het knipwerk van de groep. Zo stimuleerde ze de groep door het gezamenlijk inrichten van exposities.

34 x 47 cm

Het stilistische van knipkunst heeft Lida altijd gefascineerd. Het zoeken naar oplossingen door de beperkingen van het materiaal vindt zij boeiend. Ze knipt meestal groot en vrij werk, geen opdrachten. Ideeën krijgt ze overal vandaan. Zo ontstond ‘Le coq d’or’ na bekijken van een expositie over Russische sprookjes en het recente knipsel ‘Kraanvogels’ n.a.v. een bezoek aan het terugkeren van deze vogels in Zweden (er waren er 30.000!).

47 x 34 cm

Terugkijkend valt haar op dat ‘de vogel’ een geliefd thema in haar knipwerk is. Lida houdt van kleur en volgt meestal een vaste opbouw. Allereerst maakt ze het knipwerk, vaak zwart. Dan komt met pastelkrijt de gekleurde achtergrond. Vervolgens brengt ze wit papier op kleur met pastelkrijt voor de invulpapiertjes achter het knipwerk.

47 x 34 cm

Deze techniek kwam min of meer toevallig tot stand. Ze wilde iets knippen, wist echter niet wat. Toen knipte ze in het wilde weg en plakte daar gekleurde papiertjes achter. Van één zo’n knipsel zou je ontelbaar veel verschillende dingen kunnen maken. Ze voegt kleuren samen die elkaar omhoog brengen. Daarna plaatst ze haar keuze achter het zwarte knipwerk en dan blijkt soms het zwart de kleuren negatief te beïnvloeden, waardoor ze opnieuw moet beginnen. Een tijdrovende, maar wel spannende, bezigheid.

Bedankt voor het kijkje in je leven en achter je knip- en kleurtechniek, Lida!

Door Maruscha Gaasenbeek-Hensen

47 x 34 cm

Licht-Lankelma, Lida

Alida Licht-Lankelma, Purmerend 20 juni 1920- 9 juli 2014 Hengelo

Lida Licht woonde in Purmerend, bezocht de Kunstnijverheidschool in Amsterdam en was 35 jaar lang een succesvol binnenhuisarchitect. Door een cursus bij knipster Nel Wezel in 1974 was ze gewonnen voor de papierknipkunst. Een goede tijd volgde in knipkring Texel met o.a. Marie Wieten. Na verhuizing naar Drenthe sloot Lida zich aan bij knipkring Westerbork. Zij had daar een waardevolle inbreng, zowel bij de inrichting van de nieuwe locatie van het Museum van Papierknipkunst, als bij het knipwerk van de groep. Zo stimuleerde ze de groep door het gezamenlijk inrichten van exposities. Het stilistische van knipkunst heeft Lida altijd gefascineerd. Het zoeken naar oplossingen door de beperkingen van het materiaal vindt zij boeiend. Ze knipt meestal groot en vrij werk, geen opdrachten.

Lida is dochter van Gerard Dirk Lankelma en Gerarda Cornelia Kat, ze trouwt in 1947 met Gerardus Licht.

Collectie
  • Museum voor Papierknipkunst, Westerbork
Literatuur