Auteursarchief: admin

De Rotterdamse knipper Johan Bennik, Nieuwsbrief 1992-1

Johan M. Bennik

Op de Handwerkdag in Hoorn vorig jaar kregen wij van mevrouw M. Nijholt-Smit fotokopieën van twee kaarten met geknipte kerstvoorstellingen. Ze waren gemaakt door de ons onbekende knipper J. M. Bennik uit Rotterdam-Schiebroek. Eind vorig jaar probeerden we wat meer te weten te komen over de maker van dit knipwerk. Diverse telefoontjes en het schrijven van enige brieven leverden in eerste instantie geen resultaten op, een oproep in een huis-aan-huisblad had meer succes.

We kwamen in contact met een dochter van Johan Marie Bennik (1896-1981). Zij kon ons vertellen over het leven van haar vader en had gelukkig ook nog knipsels van hem in bezit. Johan Bennik knipte al voor de oorlog (eerst in Warmond, later in Rotterdam) religieuze voorstellingen uit papier. Een aantal van die knipsels is door een uitgeverij in kaartvorm uitgebracht. Vanaf 1937 had de heer Bennik een winkel aan de Adrianalaan in de Rotterdamse wijk Schiebroek. Aanvankelijk was dit een boekhandel en leesbibliotheek, later werden er sigaren en sigaretten verkocht. Johan Bennik is een bijzonder kunstzinnig mens geweest. Hij tekende en schilderde, schreef verschillende toneelstukken, bouwde een poppenkast en maakte etsen en hout snijwerk. Hij concentreerde zich niet op één creatief terrein maar pakte, steeds na elkaar, telkens weer wat anders aan. Het kunstige papierknippen pakte hij in het midden van de jaren zeventig weer op, hij vervaardigde in enkele jaren vele voorstellingen, vaak met een humoristische inhoud.

Zo blijkt steeds weer dat een laatste woord over de geschiedenis van de Rotterdamse papierknipkunst nog niet is geschreven. Johan Bennik behoort met Klaas Bakema, Wybrand Schaap, Bram Bosch en Theo van Eck tot de knipkunstenaars die in de eerste helft van deze eeuw in de stad werkzaam zijn geweest. En er zullen in de toekomst ongetwijfeld meer namen (en de daarbij horende verhalen) opduiken.

Door Henk van Ark.
Dit artikel verscheen eerder in Nieuwsbrief 1992-1 van Stichting W.Tj. Lever.

Knipwerk van Th. Broekstra, Nieuwsbrief 1991-2

Th. Broekstra heeft Wiecher Lever leren kennen op een tentoonstelling van handenarbeid die hij samen met een vriend in Zeegse bezocht in 1948. Lever demonstreerde daar het papierknippen en omdat Broekstra zich zelf bezighield met het maken van houtgravures en linosnedes sprak Levers zwart-witwerk hem erg aan.

Th. Broekstra: Als de vos de passie preekt, Boer pas op uw ganzen

Op aanraden van Lever probeerde hij ook het knippen eens en met succes, verschillende prijzen op tentoonstelling en waren het gevolg. Broekstra emigreerde in 1951 met zijn gezin naar Australië maar bleef contact met Lever onderhouden. In de collectie van onze stichting bevindt zich een tiental gedrukte, door Broekstra vervaardigde exlibris, voornamelijk houtsneden en vijf knipsels.

In Australië was het voor hem hard werken, aanvankelijk maakte hij daar nog wel enig knipwerk, maar al gauw was er geen tijd meer voor. In 1970 begon Broekstra een eigen bedrijf (zeefdrukkerij), een onderneming die hij in 1980 verkocht om met pensioen te gaan. In die tijd is hij, naar aanleiding van een expositie over Chinese kunst in Melbourne, weer met papierknippen begonnen. Hoewel het er de laatste tijd niet meer zo van komt heeft de heer Broekstra de afgelopen tien jaar vele knipsels gemaakt. Aardig is dat hij zich heeft opengesteld voor nieuwe mogelijkheden. Zo combineerde hij knipwerk met textiel, zoals in het hier afgebeelde Geishaknipsel ook heeft hij wel zwarte knipsels voorzien van gekleurd zijdevloeipapier. Dikwijls is hij erin geslaagd knipsels met een humoristische inhoud te maken. Van al dit werk zond Broekstra ons gedrukte afbeeldingen, zodat we echt wel over het onderdeel ‘verzameling Broekstra” in de collectie van de stichting W.Tj. Lever kunnen spreken. Goed te weten dat ook in het verre buiten land nog steeds “Nederlandse” knipkunst van kwaliteit wordt gemaakt!

 

 

Door Henk van Ark, dit artikel verscheen eerder in Nieuwsbrief 1991-2 van Stichting W.Tj. Lever.

Map met 45 knipsels, Nieuwsbrief 1991-2

Op 5 mei 1991 zond de KRO in het programma “De Ontbijtshow” een door Frans van Sark gemaakt interview uit met Henk van Ark, voorzitter van de stichting W.Tj. Lever. In het radioprogramma werd gesproken over doel en activiteiten van de Leverstichting, aspecten van de geschiedenis van de papierknipkunst in Nederland en uitgevoerd kunsthistorisch onderzoek. Naar aanleiding van de uitzending ontvingen we maar liefst vijfentwintig reacties, die “Ontbijtshow” wordt, ondanks het vroege uitzendtijdstip (7-8 uur op zondag) dus zeer goed beluisterd. De reacties betroffen meestal vragen over het werk van de stichting en over papierknippen in het algemeen, maar ook werden suggesties gedaan voor exposities op bepaalde plaatsen en we ontvingen een heel belangrijke schenking: een map met 45 opvallende knipsels! Mevr. Ebell-Heikens vond deze map ooit op zolder bij haar grootouders en vond de collectie van de stichting W.Tj. Lever een geschikte plaats om ze definitief onder te brengen.
Het gaat om een schitterende serie knipsels (gemaakt rond 1900 naar onze indruk) waarin allerlei oude beroepen en ambachten zijn weergegeven.

Ook kerk en school zijn uitgebeeld evenals vele vormen van vermaak (ijsplezier, kermis, acrobaten). En wat te denken van die uitslaande brand met de rijdende brandspuit en de emmertjesrij tot de pomp?

Het is alsof het wel en wee van een hele dorpsgemeenschap de revue passeert als je de knipsels bekijkt. Wie deze prachtige serie heeft gemaakt is onbekend, misschien vinden we nog eens vergelijkbaar werk. Een gedeelte van de serie kon, na een grondige opknapbeurt waarbij het knipwerk ondere andere is voorzien van een nieuwe, zuurvrije achtergrond, al op de augustustentoonstelling in Reeuwijk (1991) worden geëxposeerd.

Door Henk van Ark, dit artikel verscheen eerder in Nieuwsbrief 1991-2 van Stichting W.Tj. Lever.

Wie weet meer over Bakema, Bosch en van Eck?, Nieuwsbrief 1989-1

Deze oproep werd door de Leverstichting, naar aanleiding van de kleine expositie over Rotterdamse papierknipkunst in de Centrale Gemeentebibliotheek in Rotterdam, geplaatst in de rubriek Rotterdam Centraal van het Rotterdams Nieuwsblad van 10 januari 1989. Ook werd in twee radioprogramma’s (van Radio Rijnmond en de RANO) aandacht aan deze oproep besteed. En, gelukkig bleven reacties niet uit. In de verzameling van de stichting W.Tj. Lever bevonden zich al de correspondentie tussen Bakema en Lever uit het begin van de jaren vijftig en enige knipsels en foto’s.

Bram Bosch

Op de veiling van november 1988 was het mogelijk knipwerk van en documentatie over Klaas Bakema (1882-1958), Abraham Bosch (en Theodorus van Eck (1837- 1932) te verwerven. Het onderzoek, dat naar aanleiding van de binnengekomen reacties op krantenartikel en radioprogramma’s werd ingesteld, bracht onze stichting in contact met familieleden en kennissen van alle drie knippers.

Theodoor van Eck

Veel familieleden, vaak klein kinderen, beschikten zelf nog over knipwerk, zodat een vergelijking met het werk uit de Levercollectie mogelijk was. Behalve de kennismaking met onbekend knipwerk leverde het onderzoek ook diverse interessante foto’s voor de verzameling van de stichting en gegevens uit vertelde verhalen en krantenartikelen op. Enige interviews met familieleden van Bakema, Bosch en van Eck zijn op geluidsband vastgelegd en vervolgens uitgewerkt, zoals dat gebruikelijk is bij een oral history onderzoek. De eerste resultaten van de naspeuringen zijn vastgelegd in de notitie “Wie weet meer.. .“, die bedoeld is als bij lage voor bepaalde subsidieaanvragen. Naar verwachting zullen de bij elkaar gebrachte gegevens te zijner tijd worden opgenomen in een of meerdere publicaties.

Door Henk van Ark.
Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Nieuwsbrief 1989-1 van Stichting W.Tj. Lever.

Bram Bosch, schipper en papierknipper, Nieuwsbrief 1990-1

In een van de vorige nieuwsbrieven (NB 1989-1) werd al enige aandacht besteed aan een onderzoek betreffende de Rotterdamse knippers Klaas Bakema, Bram Bosch en Theodorus van Eck. Bakema is een zeer interessante figuur, niet alleen knipsels van zijn hand bevinden zich in de verzameling van onze stichting, maar ook brieven die hij aan Lever schreef van 1950 tot 1952. In een later stadium zullen we zeker nog meer over deze eigenzinnige silhouettist vermelden, nu willen we wat meer laten weten over de schipper en papierknipper Bram Bosch (1865-1943). Bosch is bekend geworden door knipsels die hij in de jaren dertig op de schippersbeurs in Rotterdam heeft gemaakt.

Hij was een vlotte verteller en een goed imitator en met een grote schaar knipte Bosch allerlei voorstellingen uit papier dat ter plaatse voorhanden was, zoals gebruikte enveloppen. Bosch knipte vooral voorstellingen met menselijke figuren en dieren en beeldde vaak spreekwoorden en gezegden uit. Ook had hij oog voor actuele gebeurtenissen, zo knipte hij de Terechtstelling van Van der Lubbe (een knipsel dat zich bevond in het Museum van Knipkunst, maar daar enige jaren geleden werd gestolen) en De sprong van Vlasblom van de Hef, beide voorvallen uit het jaar 1933.

Diverse knipsels en foto’s van Bram Bosch zijn te zien geweest op de stand van de Leverstichting op de “Rotterdamse Dag” van 26 november 1989.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Nieuwsbrief 1990-1 van Stichting W.Tj. Lever.

De “Wildevanker” knipper, Nieuwsbrief 1990-1

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Nieuwsbrief 1990-1 van Stichting W.Tj. Lever.
Later is deze knipper geïdentificeerd als Jan Josef Jöbsis.

Enige tijd geleden ontvingen we een afbeelding van een knipsel, voorstellend een soldaat met meisje (vrouw) met de initialen F.G.M. en G.H.M.. Onder het knipsel bevond zich een geschreven datering: 1831. De bezitter van het knipwerkje had inmiddels uitgevonden dat het stuk was gemaakt voor zijn voorouders Philippus Geert Moerker en Geeske Hindriks Molencamp. Op het eerste gezicht lijkt het te gaan om een huwelijksknipsel, maar de aangebrachte datering komt helaas niet overeen met het huwelijksjaar, dit was namelijk 1834. Nu kan de datering (die zich niet in het knipsel bevindt) later, foutief, zijn aangebracht, maar het is natuurlijk ook mogelijk dat het knipsel om een andere reden is vervaardigd. Bijvoorbeeld ter herinnering aan de deelname van Philip Moerker aan de Tiendaagse Veldtocht in België in 1831, een verhaal dat in de familie nog steeds bekend is. Verder onderzoek zal hierover misschien uitsluitsel kunnen bieden. Van de maker van het knipsel is tot nu toe maar weinig bekend. Hij (zij?) wordt aangeduid als de “Wildervanker” knipper en zou omstreeks 1830 in de buurt van Wildervank en Veendam werkzaam zijn geweest.

Van dezelfde knipper kennen we nog drie andere stukken. Onze stichting bezit de bekende schoenlapperij met de initialen G.J.D. uit 1835,  andere knipsels zijn “De Vlugt naar Egipten” en een soldaat met meisje (vrouw) uit 1832 met de initialen J.J.H. en A.M.H..

Vanzelfsprekend zullen we proberen de identiteit van de maker te achterhalen en ook zijn we benieuwd of in de loop van de tijd nog meer werk van dezelfde knipper zal opduiken. Suggesties over dit onderwerp zijn in ieder geval welkom.

Knipsels van “Wildevanker” in New York, Nieuwsbrief 1990-2

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Nieuwsbrief 1990-2 van Stichting W.Tj. Lever.
Later is deze knipper geïdentificeerd als Jan Josef Jöbsis.

In de vorige nieuwsbrief besteedden we aandacht aan tot nu toe bekend werk van de “Wildervanker knipper”. Dit naar aanleiding van een toegezonden afbeelding van een knipsel voorstellende een soldaat en een meisje/vrouw uit 1831 of 1834. We hebben geprobeerd verdere gegevens over “Wildervanker” te achter halen, maar dit is niet gelukt. Naspeuringen van het Veenkoloniaal Museum leidden niet tot resultaten en ook een oproep in de rubriek “Noorder Rondblik” van het Nieuws blad van het Noorden leverde niets op. Toch werd er meer over het werk van “Wildervanker” bekend, want in het Metropolitan Museum of Art in New York bleken zich niet één maar drie stukken van de volkskunstenaar te bevinden. Behalve De Vlugt naar Egipten” ook “De Afneming van het Kreus” en “Jesus Opstanding”.

De drie knipsels hebben nagenoeg hetzelfde formaat (ca. 37 x 29 cm) en het zou natuurlijk kunnen gaan om op zichzelf staande stukken. Maar gezien de formaten en de afgebeelde onderwerpen is het verleidelijk te veronderstellen dat deze drie knipwerken deel uit hebben gemaakt van een grotere serie (van zes, acht of twaalf stuks?) met voorstellingen uit het leven van Christus. Of dit het geval is geweest? We wachten nieuwe vondsten van het werk van “Wildervanker” af.

Schenking: werk van de “Piersma knipper” uit Friesland, Nieuwsbrief 1990-2

Enige maanden geleden ontvingen wij van de heer Groeneveld uit Rotterdam een belangrijke schenking: een knipsel gemaakt door de “Piersma knipper” uit Friesland. Het knipsel toont de initialen GGS en PTW (die staan voor Gerrit Gerkes Schaafsma en Petronella T. Wassenaar) en het stuk moet omstreeks 1840/50 in Sneek of omgeving zijn gemaakt. De voor deze knipper zo kenmerkende hoorns van overvloed zijn opvallend aanwezig; in twee medaillons zijn voorstellingen van een timmermanswerkplaats opgenomen. De naam van de maker is niet bekend, wel kennen we twee vergelijkbare knipsels die door dezelfde papierkunstenaar zijn gemaakt. Eén knipsel behoort tot de collectie van het Fries Genootschap en bevindt zich in het Fries Museum in Leeuwarden.

Het is geknipt voor S.J. Piersma, die op 8 augustus 1824 werd geboren. Een tweede stuk, eveneens met voorstellingen uit het boerenbedrijf in de rand medaillons, bevindt zich in particulier bezit en is afgebeeld in “Schaarkunst” onder nummer 27. Het Fries Museum kon desgevraagd geen informatie over de mogelijke maker van deze interessante knipsels geven, misschien zal het te zijner tijd nog eens mogelijk zijn de maker van dit werk te identificeren.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Nieuwsbrief 1990-2 van Stichting W.Tj. Lever.
Later is deze knipper geïdentificeerd als Adam Hotzes de Boer.

Meer over de “Piersma” knipper uit Friesland, Nieuwsbrief 1991-1

In onze vorige nieuwsbrief schreven we over een knipsel van de “Piersma” knipper, dat wij als schenking voor de stichting van de heer Groeneveld uit Rotterdam mochten ontvangen. (afgebeeld op de voorpagina). Naar aanleiding van dit stukje stuurde mevr. B. van Weperen-de Vries ons een tweetal krantenartikelen toe, die aan het begin van de jaren zeventig in waarschijnlijk de Leeuwarder Courant zijn geplaatst. In die artikelen een vrij overtuigende aanwijzing omtrent de identiteit van de Friese knipper en twee afbeeldingen en nog eens een vermelding van zijn werk. Dat brengt het aantal bekende stukken van deze volkskunstenaar op zes. De “Piersma” knipper zou, volgens overlevering, een bakkersknecht uit Dearsum zijn geweest, die ook brood in het nabij gelegen Bozum bezorgde. Om daar te komen moest hij met het veer over de Zwette (Sneker Trekvaart). Dit voetveer beeldde hij af in een van zijn knipsels.

De initialen in dit werkstuk zouden staan voor Joh. Douwes Zijlstra en zijn vrouw, mogelijk de bewoners van het huisje aan de Zwette. De bijdrage van mevr. Van Weperen-de Vries stimuleerde ons natuurlijk om verder te gaan speuren. Wij kwamen in kontakt met de heer H. Postma, die ons een tekening die hij in 1939 van het Dearsumer huisje maakte toestuurde, informatie over een mogelijke knipper kon hij echter niet geven.

H. Postma, Dearsumer huisje, tekening 1939

De volgende stap was een artikel in de MidFrieslander van 5 maart 1991. Hierop ontvingen wij al snel een interessante reaktie uit Sybrandaburen, die duidt op een relatie tussen Piersma, Zijlstra en Schaafsma, namen die alle in het knipwerk van de “Piersma” knipper voorkomen. Hiermee is dus het raadsel wie de knipper uit Dearsum/ Bozum of omgeving was nog niet opgelost, maar we zijn ongetwijfeld op de goede weg. Wordt vervolgd…

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Nieuwsbrief 1991-1 van Stichting W.Tj. Lever.
Later is deze knipper geïdentificeerd als Adam Hotzes de Boer.

Knipwerk van Hettie van Langen, Nieuwsbrief 1991-1

Tot de collectie van de stichting W.Tj. Lever behoren vier knipsels van Hettie van Langen. Twee zijn voorzien van de initialen HvL (en het bijschrift Hetty van Lang door W. Lever), de andere twee kunnen op stilistische gronden aan haar worden toegeschreven. Eén van de knipsels werd al eens afgebeeld in een nieuwsbrief (1989-2), een tweede laat zien dat Van Langen heel mooi werk heeft gemaakt.

De heer R. Aardse attendeerde ons op het boek Heilige Kerstnacht (1e dr.1932), dat door Hettie van Langen van illustraties werd voorzien.

Bovendien ontdekte hij dat een afbeelding van haar werk is opgenomen in Het Nederlandsche Boek van 1933 (p.195).

Het boek Heilige Kerstnacht behoorde overigens sinds kort tot onze verzameling, het kon worden aangekocht bij een antiquariaat in Amsterdam.
Over Hettie van Langen wisten wij de afgelopen maanden nog een aantal zaken te achterhalen. Het Museum van het Boek in Den Haag liet weten dat zij ook een boek over muziekgeschiedenis (Impromtu, 3e dr.1941) heeft geïllustreerd, zelf vonden we een aardig artikel over Hettie en haar werk (vanaf 1920) in het tijdschrift De Vrouw en Haar Huis van februari 1939. Daarin vele afbeeldingen van haar werk, informatie over haar opleiding (‘s-Hertogenbosch, Rotterdam), maar niets over bijvoorbeeld woonplaats of illustraties in de genoemde boeken. Wij zouden graag weten hoe het Hettie van Langen na 1939 is vergaan, misschien kunnen lezers van de nieuwsbrief ons helpen. Reakties worden zeer op prijs gesteld.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Nieuwsbrief 1991-1 van Stichting W.Tj. Lever.