Categoriearchief: publicatie

In memoriam Elisabeth Stroucken-de Jager, Knip-Pers 2010-2

In het jaar 1980 leerde ik Elly kennen tijdens een cursus die ik volgde bij mevrouw Kerp. Ze kwam naast me zitten en al gauw kwam ik tot de ontdekking dat ze van het papierknippen al meer wist dan ik. En terwijl de anderen nog aan het kaarsjes knippen waren, leerde ze mij, tussendoor, hoe je een mooi hartje kon knippen en dat dan ook nog kon versieren. Ik vond het geweldig.
Na die ene keer ontmoette ik Elly weer tijdens de “Knipkunst 1982” tentoonstelling in het Spant te Bussum. Elly heeft zich ontwikkeld tot een groot papierknipster. Op vele terreinen was ze thuis; wenskaarten, silhouetten, (ze vertelde me kortgeleden nog dat ze er wel 15.ooo geknipt heeft) en decoraties.
Ook verschenen van haar hand twee boeken. “Papierknippen van hart tot hartewens” en “De heksen uit de Gouden Bergen”. Al haar knipsels stralen warmte en sfeer uit. Hoe kan het ook anders, het was gewoon een warme, lieve en altijd meelevende vrouw. De Vereniging voor Papierknipkunst verliest in haar een groot knipster. Op 19 februari heeft onder grote belangstelling de crematie in Amsterdam plaatsgevonden. Elly, bedankt voor alles.

Frouk Hendriks.

Elk mens is uniek en zo is zijn profiel

Er bestaat een foto van een zestienjarig meisje dat poseert in een zelfgemaakt ensemble, waarvan de donkerpaarse rok geappliqueerd is met grote, witte viltfiguren: “silhouetten” dus.
Dat meisje ben ik.

Toch was ik de veertig al gepasseerd toen ik voor het eerst kennismaakte met de échte knipkunst. Tijdens een demonstratie van mevrouw Irma Kerp (toen 81 jaar!) raakte ik zó enthousiast, dat ik besloot les bij haar te nemen. Deze lessen resulteerden in een hechte vriendschap tussen haar en mij en veel later in een 25-jarig jubileum “Portretknippen”.
Mevrouw Kerp was 84 jaar oud toen ze mij verzocht haar taak betreffende les geven over te nemen. Zestien woensdagmiddagen liep ik bij haar “stage” om dat te leren en als die tijd dacht ik: “Waar haal ik die humor en wijsheid vandaan?”. Aan het eind van die periode zei ze: “Lieve kind, je moet het me maar niet kwalijk nemen…ik vind het nog veel te leuk…ik houd er nog niet mee op!”’
Het duurde nog twee jaar voor ik les ging geven, onder andere aan de volksuniversiteit van Woerden en Lelystad. Ondertussen had ik ontdekt een goed gelijkend profiel te kunnen knippen en dat werd binnen een jaar mijn beroep. Al gauw maakte ik deel uit van een groep “Oude Ambachten”. Een heerlijke tijd!
We trokken door het hele land, beleefden veel en ik leerde de mooiste verborgen stadjes en plaatsen in Nederland kennen. Natuurlijk raakte ik geïnteresseerd in portretknippers van vóór mijn tijd (onder andere Klaas Bakema en Wiecher Tj. Lever). Zij moesten toch ook veel beleefd hebben…
Helaas, nergens kon ik iets op schrift gesteld vinden. Besloot het toen zelf te doen, materiaal genoeg! De titel had ik ook al: mijn “documentatie” zou “Profiel van een dwarskop” heten. Dat werd door S. Carmiggelt een “dijk” van een titel genoemd!

Nu nog een uitgever vinden. Na de zesde benaderd te hebben en ik de moed opgegeven had, zei de zevende er wel iets in te zien, mits ik er een cursus in sierknippen bij zou schrijven.
Daar zag ik weer niets in, maar ja, je wilt je werk toch gedrukt zien…
Na de lessen van mevrouw Kerp, had ik ook Pools knippen geleerd van Marianne Schagen en natuurlijk al die jaren niet stil gezeten en een eigen stijl ontwikkeld.
“Papierknippen, van hart tot hartewens” ontstond, met daarin opgenomen: “Profiel van een dwarskop”.
Het kwam in 1988 uit -een maand voor het overlijden van mevrouw Kerp- en ik kon het haar nog laten zien. Ze was er trots op dat een leerling van haar dat gemaakt had, maar ze zei: “Nu is mijn boekje [Leer knippende zien, E.S.] overbodig geworden!”. “Natuurlijk niet”, riep ik “dat is het bijbeltje van de knipkunst!”.
Postuum gaf ze mij het grootste compliment dat ik ooit gekregen heb. Toen we na haar begrafenis in de koffiekamer stonden, kwam één van haar kleindochters naar mij toe en zei: ”Weet u wat mijn grootmoeder over uw boek zei”…Ik mag dan wel de bijbel van de knipkunst geschreven hebben, maar zij heeft het Nieuwe Testament gemaakt”.
Mijn vier kinderen zijn altijd het belangrijkste in mijn leven geweest, maar het knippen zorgde voor aardige “illustraties”.
Eens werd ik uitgenodigd door een dierenarts om ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Dierenartsenij-kunde in haar praktijk profielen van haar “patiënten” te knippen.
Het werden 50 profieltjes van honden, die rustig werden gehouden door de assistente die ze steeds maar hondenbrokjes voorhield. Ze was aan het eind van de dag net zo moe als ik!
De laatste was een teckel van het mannelijk geslacht en die knipte ik als extraatje in zijn volle pracht. Dat ontlokte de dierenarts de verbaasde uitroep: “Zelfs het vosje staat erop!”.
Denkend aan de unieke benaming van het mannelijk geslachtsdeel, zei ik: “Ja, het is toch een reu!”. Waarop zij begon te lachten en uitlegde dat het “vosje” het plukje haar is dat elk mannelijk zoogdier op zijn buik heeft. Het is maar een weet!
De dag dat Fiep Westendorp (febr. 2004) overleed, werd ik ’s morgens om 10 uur gebeld door de redactie van “Man bijt hond”: of ik even Jip en Janneke treurend bij een grafkruisje kon knippen? Even? Ja, het zou over een uurtje opgehaald worden!
Jip en Janneke-boeken waren wel in huis, maar om een (getekende) creatie van iemand anders in knippen om te zetten, lijkt eenvoudig, maar is het niet…
Enfin, in de uitzending van die avond werd de uitvoering ervan, omlijst met een passend muziekje, toch in beeld gebracht.

Ondertussen was ik verslingerd geraakt aan heksjes. Het is een  vrolijk volkje dat je aardige dingen kunt laten doen. Bij tentoonstellingen werden de heksjes altijd als eerste verkocht. Op een gegeven moment raakte ik een beetje “heksenmoe” en de bron dreigde op te drogen. Toen ontstond het idee om er een boek van te maken, dan konden meer mensen ervan genieten tegen een billijker prijs dan die betaald moest worden voor de originelen.
Tegelijkertijd ontstond het idee om -20 jaar na de eerste grote knipkunsttentoonstelling in ’t Spant (1982) – een tweede knipkunsttentoonstelling aldaar te organiseren.

In 1982 was ook in ’t Spant door Lies Markus de kiem gelegd voor de knipvereniging, die in 1983 haar vaste vorm kreeg.
Na een jaar noeste arbeid had in 23 knipkunstenaars bij elkaar, vanaf een aantal van het eerste uur tot en met hedendaagse knipsters en knippers.
De opening werd verricht door Tobia Lever en het boek: “De heksen uit de gouden Bergen” werd gepresenteerd door een stoet van kleine heksjes (waaronder twee kleinkinderen) aangevoerd door de hoofdheks Dennis (oudste zoon en mime-speler).
Het werd (na de eerste in 1982) weer één van de drukst bezochte tentoonstellingen in ’t Spant.

En nu, 25 jaar nadat ik mijn eerste portretje knipte en meer dan 15.000 portretjes verder, vind ik het nog steeds het mooiste beroep van de wereld!

Elly Stroucken- de Jager, 2009

In memoriam Nel Mol, Knip-Pers 2016-3

Nel Mol is op 3 juni 2016 na een jarenlange slopende ziekte op 70-jarige leeftijd overleden. Ze woonde haar hele leven in West-Friesland.

Zelfportret

In 1988 kwam Nel tijdens een creatieve avond van de Plattelandsvrouwen in aanraking met het papierknippen. Marianne Zwaan kwam demonstreren en Nel volgde daarna drie keer een cursus bij haar. Nel was direct een zeer enthousiaste knipster. Met een aantal andere leerlingen van Marianne bleef ze knippen, dat is Knipkring de Kogge geworden. Eén keer in de zes weken komt deze groep bij elkaar en Nel was 25 jaar een heel trouw lid. De knipopdrachten had ze altijd bij de volgende bijeenkomst af en soms ook nog één extra. Ook was Nel 10 jaar lang lid van Knipgroep Spanbroek. Iedere maand kwam ze naar Spanbroek op de fiets, weer of geen weer. Ze werd ernstig ziek, maar ze verzuimde bijna nooit. Ook toen ze al aan de chemokuur was, kwam ze, muts of sjaaltje op haar hoofd.

20 x 6 cm

 

 

Nel knipte altijd uit wit papier, met de zo bekende ‘molletjes’ in de hoekjes. Ze was heel kritisch op haar werk; vond ze het niet mooi, dan werd het knipsel verkreukeld. Samen met Ans Klomp-Wetsteen verzorgde ze jarenlang een pagina in het dorpsblad ‘De Lastdrager’ in een oplage van 1000 stuks. Iedere 2 weken werden de gebeurtenissen uit het dorp door Ans op rijm gezet en Nel maakte er dan een toepasselijk knipsel bij. Er zijn zelfs televisieopnames van gemaakt door TV Noord-Holland. Haar knipwerk ging de hele wereld rond, want jarenlang maakte Nel knipsels voor de Westfriese scheurkalender en die hangt bij heel veel geëmigreerde Westfriezen aan de muur.

Nels enthousiasme en liefde voor de papierknipkunst was heel groot; de knipgroepen zullen Nel heel erg missen. Alle leden van onze Vereniging zullen haar talrijke inzendingen aan de Knip-Pers ook erg missen. Nel heeft laten vastleggen dat na haar dood al haar knipwerk aan het museum in Westerbork moest worden geschonken.

door Marion Schouten

 

Op bezoek bij Nel Mol in West‑Friesland, Knip-Pers 2006-2

Moederliefde, 15 x 10,5 cm

Westfriese stolp, 9 x 15 cm

Nel Mol is waarschijnlijk een van de weinige knipsters van onze vereniging die met zekerheid kan zeggen dat haar knipwerk bekend is over werkelijk de hele wereld. Haar knipsels worden namelijk al sinds 1996 gedrukt op de Westfriese scheurkalender en die hangt niet alleen in Nederland maar ook bij heel veel geëmigreerde Westfriezen aan de muur.

Nel zelf woont al haar hele leven in West‑Friesland. Ze werd geboren in 1945 in Sijbekarspel en woont nu in het dorpje De Gouwe, gemeente Hoogwoud. Nadat ze eerst werkzaam was op een notariskantoor, zorgde ze 12 jaar voor haar zieke moeder en nu werkt ze nog zo’n 20 uur in de week bij een firma die in diervoeder doet.

Lente, zomer, herfst, winter, 15 x 21 cm

Hoe is Nel in aanraking met het papierknippen gekomen? In 1988 was er een creatieve avond van de Plattelandsvrouwen, waar Marianne Zwaan de aanwezige dames de beginselen van het papierknippen bij kwam brengen. Hoewel Nel haar twijfels had of ze het knippen ooit onder de knie zou krijgen, volgde ze drie keer een cursus van acht lessen bij Marianne. Al die tijd knipte ze met een borduurschaartje, omdat ze het zonde vond om een echt knipschaartje te kopen als het misschien toch niks zou worden. Maar het is wel wat geworden, want ze knipt nog steeds heel enthousiast en vormt vanaf 1990 met medecursisten de Knipkring de Kogge. Tot op de dag van vandaag komt die knipkring gezellig eenmaal per zes weken bij elkaar.

Geboortelepels vader en moeder, 26 x 19 cm

In haar vroegste jeugd had ze trouwens al kennis gemaakt met geknipte pottenbomen en hartjes, want die werden volgens goed gebruik bewaard in de bijbel van haar moeder. Gelukkig zijn de knipseltjes bewaard gebleven en ze worden door Nel gekoesterd.

De knipsels van Nel Mol zijn eigenlijk direct te herkennen, want in iedere hoek van haar werk knipt zij altijd een ornamentje. Als je goed kijkt, zouden het de letters n en m (van nel en van mol) aan elkaar kunnen zijn, maar zelf denkt ze dat het zo gekomen is, omdat een van haar eerste knipsels een Oudhollandse tegel was, met in iedere hoek een versierinkje. Die hoekjes vond ze zo leuk, dat ze ze gewoon is blijven knippen. Het meeste werk wordt uit zwart of wit papier geknipt. Voor kaarten gebruikt Nel heel graag gekleurd papier uit diverse tijdschriften.

Kerstknipsel, 10,5 x 7 cm

ledere 14 dagen verschijnt er in Aartswoud, Hoogwoud en De Gouwe het blad ‘De Lastdrager’ in een oplage van 1000 stuks, waar alle wetenswaardigheden van die dorpen in staan. Al sinds 2000 worden de gebeurtenissen van die 2 weken op rijm gezet door Ans Klomp‑Wetsteen in het Westfries en Nel zorgt daarbij voor toepasselijke knipsels. Soms is het ook andersom, dan maakt Nel eerst het knipwerk en zorgt Ans voor het bijpassende gedicht. Gelukkig heeft Nel altijd wel genoeg inspiratie om iets leuks te knippen.

Deze publicaties sloegen erg aan en zo ontstond het plan om alles eens in een boek uit te gaan geven en dat is ook gebeurd. Het boek heet: ‘Of ’t zô weze most’ en daarin zijn alle gedichten met toepasselijk knipwerk opgenomen van de periode januari 2000 tot mei 2002.

Zelfportret, 9 x 10 cm

In een dikke map heeft Nel precies opgetekend wanneer en waar er knipwerk van haar werd geplaatst of geëxposeerd en het is indrukwekkend om te zien waar ze allemaal aan mee heeft gewerkt. Een kleine greep: er heeft diverse keren werk van haar gehangen in het museum in Westerbork, ze demonstreerde op de Floralia, ze maakte uitnodigingen voor de Plattelandsvrouwen en voor huwelijken, haar werk stond op de kabelkrant, ze exposeerde in Hoogwoud, Texel, Schagen en Opmeer, ze deed mee aan de atelierroute in 1998, knipte een logo voor een cattery en er staat geregeld werk van haar in de Knip‑Pers. Nel is dus niet voor een kleintje vervaard. Ze knipte zelfs met behulp van een spiegel haar eigen silhouet.
Dat zullen niet velen haar nadoen!

Zomer, 10,5 x 7 cm

 

Waar je maar kijkt in haar huis, is knipwerk te bewonderen, van anderen en van haarzelf. Voor de ramen van haar huis hangt ook het hele jaar door altijd eigen knipwerk. Toen ik er was, hingen er bloemen en bladeren ter ere van het voorjaar, en ze heeft keurig enveloppen klaar liggen met bijpassende knipsels voor speciale periodes van het jaar: kippetjes voor Pasen, kinderen voor St. Maarten en voor Haloween. Zwarte Pietjes rond 5 december en de kerstklokken ontbreken natuurlijk ook niet. Wat een fantasie!

Fantasie, 14 x 10 cm

Nels enthousiasme en liefde voor de papierknipkunst kent geen grenzen en niet alleen de Westfriezen kunnen trots op haar zijn, wij zijn het allemaal ook!

door Ieke Boosman

Lente, zomer, herfst, winter, 14 x 21 cm

Lida Licht-Lankelma, Knip-Pers 2008-2

Lida Licht woonde in Purmerend, bezocht de Kunstnijverheidschool in Amsterdam en was 35 jaar lang een succesvol binnenhuisarchitect. Door persoonlijke omstandigheden verhuisde zij met haar man naar Texel, stopte met werken en stortte zich op diverse creatieve technieken. Door een cursus bij knipster Nel Wezel in 1974 was ze gewonnen voor de papierknipkunst. Een goede tijd volgde in knipkring Texel met o.a. Marie Wieten. Er werd veel geknipt en een fantastische Contactdag georganiseerd.

  47 x 34 cm

Na verhuizing naar Drenthe sloot Lida zich aan bij knipkring Westerbork. Zij had daar een waardevolle inbreng, zowel bij de inrichting van de nieuwe locatie van het Museum van Papierknipkunst, als bij het knipwerk van de groep. Zo stimuleerde ze de groep door het gezamenlijk inrichten van exposities.

34 x 47 cm

Het stilistische van knipkunst heeft Lida altijd gefascineerd. Het zoeken naar oplossingen door de beperkingen van het materiaal vindt zij boeiend. Ze knipt meestal groot en vrij werk, geen opdrachten. Ideeën krijgt ze overal vandaan. Zo ontstond ‘Le coq d’or’ na bekijken van een expositie over Russische sprookjes en het recente knipsel ‘Kraanvogels’ n.a.v. een bezoek aan het terugkeren van deze vogels in Zweden (er waren er 30.000!).

47 x 34 cm

Terugkijkend valt haar op dat ‘de vogel’ een geliefd thema in haar knipwerk is. Lida houdt van kleur en volgt meestal een vaste opbouw. Allereerst maakt ze het knipwerk, vaak zwart. Dan komt met pastelkrijt de gekleurde achtergrond. Vervolgens brengt ze wit papier op kleur met pastelkrijt voor de invulpapiertjes achter het knipwerk.

47 x 34 cm

Deze techniek kwam min of meer toevallig tot stand. Ze wilde iets knippen, wist echter niet wat. Toen knipte ze in het wilde weg en plakte daar gekleurde papiertjes achter. Van één zo’n knipsel zou je ontelbaar veel verschillende dingen kunnen maken. Ze voegt kleuren samen die elkaar omhoog brengen. Daarna plaatst ze haar keuze achter het zwarte knipwerk en dan blijkt soms het zwart de kleuren negatief te beïnvloeden, waardoor ze opnieuw moet beginnen. Een tijdrovende, maar wel spannende, bezigheid.

Bedankt voor het kijkje in je leven en achter je knip- en kleurtechniek, Lida!

Door Maruscha Gaasenbeek-Hensen

47 x 34 cm

Enthousiaste knipper uit Enkhuizen : H.C van der Meij, Knip-Pers 2010-4

Bij binnenkomst in het huis van Charles van der Meij zie ik het direct: hier woont een heel actieve knipper! In de kamer heeft hij langs een muur een royale werktafel gemaakt waarop diverse knipsels liggen in allerlei stadia: af, onaf en net begonnen. Op een zelf  geconstrueerde lichtbak ligt een groot knipwerk met olifanten, daar wordt nog aan gewerkt.

Aan de muren overal knipsels van de hand van Charles. In de aangrenzende kamer is ook allerlei knipwerk (en aquarelleerwerk) van hem te bewonderen. Bovendien ligt er een verzamelmap met al zijn knipwerk op tafel klaar, dus er is veel te bekijken. Er zijn niet zo veel mannen in Nederland die knippen, dus is het leuk om te horen hoe Charles hiertoe is gekomen.

 

 

Omdat hij in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen werkte, had hij knipwerk van Jan van Urk gezien, dat maakte op hem diepe indruk. Toen de vrouw van een collega, Nel Appel, ook knipsels bleek te maken, werd zijn interesse nog groter. Het leek hem wel wat om dat zelf ook te gaan doen. Omdat hij na zijn scheiding in 1978 zijn 2 kinderen (een tweeling) alleen opvoedde, kwam hij in de bijstand terecht en was dus veel thuis.

Maar niets doen komt niet in het woordenboek van Charles voor en toen de gelegenheid zich voordeed om 5 kniplessen bij Annie Versnel te gaan volgen, gaf hij zich meteen op. Knippen is tenslotte een heel goedkope hobby en dat kwam natuurlijk erg goed uit.

Na die kniplessen kwam hij als enige man in de knipgroep van Enkhuizen terecht en daar maakt hij nog steeds met veel plezier deel van uit. De leden komen 1 keer per maand bij elkaar, altijd bij Annie Langedijk thuis. Jaren lang kwam Nel Wezel uit Alkmaar om les te geven, maar die tijd is jammer genoeg voorbij.

Charles heeft in zijn jonge jaren de Ambachtsschool gevolgd waar hij werd opgeleid tot schilder. Van die opleiding heeft hij tot op de dag van vandaag veel profijt, want het schrijven en knippen van mooie letters gaat hem heel makkelijk af (zie afbeelding 1), evenals het maken van ontwerpen. Gelukkig heeft hij altijd wel inspiratie om aan de slag te gaan.

Op mijn vraag wat Charles het boeiendste vindt aan knippen, komt heel resoluut meteen het antwoord: “de beperking!” Dat heeft te maken met het feit dat hij zijn knipsels op een heel enkele uitzondering na eigenlijk altijd van zwart papier maakt en het is dan een uitdaging om in een knipsel schaduweffecten te krijgen.

Zijn leven staat echt in het teken van het knippen: iedere dag is hij wel achter zijn werktafel te vinden. Eens per jaar is er een kunstmarkt in de Boerenhoek in Enkhuizen waar hij aan deelneemt. Hoewel hij graag zijn knipwerk laat zien, is hij heel bescheiden en dat is werkelijk jammer; hij zou best wat meer aan de weg mogen timmeren, lijkt mij zo.


Naast het knippen heeft Charles nog veel meer hobby’s: aquarelleren, wandelen en bezoeken van interessante steden, er is altijd wel wat te doen. Vervelen doet Charles van der Meij zich beslist nooit en dat is dan ook duidelijk te merken aan de hoeveelheid knipsels die hij al gemaakt heeft. Wij zijn allemaal erg benieuwd wat voor mooi knipwerk hij nog meer gaat maken. In ieder geval hebben we nog prachtige knipsels van hem liggen die niet bij dit artikel geplaatst konden worden en die zijn te bewonderen in volgende Knip-Persen!

Ieke Boosman

Afbeeldingen:

  1. Geknipte naam, 10 x 25 cm
  2. Karper, 19 x 23 cm
  3. Venetiaans masker, 17 x 21 cm
  4. ‘Flora’, 22 x 20 cm
  5. Zonder woorden, 10 x 23 cm
  6. Zonder woorden, 8 x 21,5 cm
  7. ‘Floortje’, 21 x 28 cm
  8. Kapsel-compositie, 20,5 x 19 cm
  9. De oudste Westfriese stolpboerderij, Westerblokker, 17 x 26 cm

Atie Willemse-Kammenga, Knip-Pers 2023 jubileum

Atie Willemse is meteen enthousiast als we haar vragen of we haar mogen interviewen als lid van het eerste uur. Ze vindt het fantastisch dat de vereniging de 40 jaar heeft gehaald. Ze weet nog goed dat ze met Lies Markus over de start van de vereniging sprak: ‘Er was een bijeenkomst van verschillende knipkringen in Arnhem waar veel knipsters bij aanwezig zouden zijn. Het leek me goed als Lies daar zou beginnen over de oprichting van een landelijke vereniging, zodat meteen veel knipsters hun mening konden geven en meedenken. En zo is het toen gelopen. Op de bewuste dag heeft Lies Markus over haar voornemen verteld en de aanwezige knipsters leek dat een goed idee. Lies en een paar anderen hebben toen de oprichting van de vereniging op zich genomen.

Etiketten plakken
Vanaf het begin gaf de vereniging het kwartaalblad Knip-Pers uit. Atie schreef daar zelf nauwelijks in, maar was een tijd lang toch nauw betrokken bij het blad. Zodra de Knip-Pers gedrukt was, werd deze bij Atie thuis afgeleverd. Haar man maakte de etiketten en met leden van de knipkring werd het blad in een envelop gestoken en voorzien van een etiket. Vervolgens werd alles netjes in dozen gelegd en dan bracht Aties man die naar het postkantoor voor verzending. In de hoogtijdagen telde de vereniging ruim 1.000 leden, dus het versturen van de Knip-Pers was best een klus. Atie denkt met veel plezier terug aan de ‘plak-middagen’. Het was altijd gezellig en leuk om samen zo’n klus te klaren.

Knipkring
Atie is nog steeds actief lid van haar ‘oorspronkelijke’ knipkring. Elke maand gaat ze daar met veel plezier naar toe, al is de kring met de tijd steeds kleiner geworden. ‘Wat gebleven is, is het samen plezier hebben in het knippen’, aldus Atie. ‘Daar is het altijd om gegaan’.

Knipsters-handschrift?
Net als veel andere leden heeft Atie veel knipsels van andere knippers. In de loop der jaren heeft ze die gekocht, maar vaak ook geruild met andere knipsters. ‘Soms met leden uit mijn eigen knipkring, soms op contactdagen met andere knipsters. Al die knipsels hebben een eigen signatuur. Ik heb me in al die jaren afgevraagd of je uit iemands knipsel ook diens karakter af zou kunnen lezen? Zoals bij handschriften. Want als je al die knipsels naast elkaar legt, zie je hoe verschillend de stijlen zijn. Soms groot en grof geknipt, soms juist heel vloeiend en piepklein, en allemaal met een eigen kenmerkende stijl. Om die reden heb ik heel bewust bij verschillende knipsters les genomen.’ Zo heeft ze van heel nabij kennis kunnen maken met de stijl van anderen en met hun manier van ontwerpen en knippen. ‘Op die manier heb ik mezelf verder kunnen ontwikkelen en vormen.’

Atie Willemse overhandigt Rieny van Beek een zilveren schaartje

Vlegeldag
Veel knipsters hebben in de afgelopen decennia de knipkunst aan een groter publiek laten zien op jaarmarkten en braderieën. Atie deed dat tijdens de Vlegeldag (een soort jaarmarkt) in Bennekom. De knipkring huurde altijd een kraam. Atie en andere leden van de knipkring zaten ze daar dan de hele dag te knippen. Er was altijd veel belangstelling. ‘Mensen konden uren kijken naar hoe een knipseltje vorm kreeg. Op dat soort dagen meldden zich ook steevast mensen die het zelf wilden leren. Vaak gaven die zich op voor een cursus, werden lid van de vereniging en sloten zich aan bij een knipkring. Op die manier zijn ook veel nieuwe knipkringen gevormd’, vertelt Atie. Net als veel andere leden verzorgde Atie in de eerste jaren van de vereniging regelmatig cursussen en soms adverteerde ze in een lokaal krantje dat ze een avond papierknippen verzorgde. Onder het genot van een kopje koffie konden mensen voor een klein bedrag horen over knipkunst en het knippen. Ze herinnert zich nog goed dat ze de eerste keer zo’n zaaltje binnenkwam: ‘Er zaten daar meer dan 40 mensen! Daar was ik helemaal n iet op voorbereid, dus moest ik ineens van alles improviseren.’ In de begindagen van de vereniging was knippen erg populair en verspreidde de belangstelling zich als een olievlek. Het ledenaantal groeide heel snel en binnen een paar jaar was het ledental vervijfvoudigd naar meer dan 1.000. Atie herinnert zich dat nog goed. ‘Het was een geweldige tijd om mee te maken’.

Door Maja Houtman en Bertine Jongerius

over Christiaan Coerdes

De knipkunstenaar is zeer waarschijnlijk Christiaan Coerdes uit Hoorn (1774-1828). Ik zeg zeer waarschijnlijk omdat de naam Coerdes niet heel veel voorkomt, al helemaal niet in West-Friesland. Het is bovendien de enige Coerdes die ik ben tegengekomen met uitsluitend de voorletter C. Het knipkunstwerk is namelijk ondertekend met C. Coerdes. Naam, omgeving en tijdperk komen helemaal overeen met de personen waarvoor het geknipt is. Daarom ben ik er zelf wel redelijk van overtuigd dat deze Christiaan Coerdes de maker is.

Christiaan Coerdes is op 28 mei 1803 getrouwd met Neltje van Keeren (overleden Hoorn, 17 september 1824). Uit haar overlijdensakte blijkt dat Christiaan op dat moment in Alkmaar woonde, en Neltje in Hoorn. Het is mij niet duidelijk waarom ze gescheiden leefden, wat toch niet heel gebruikelijk was in die tijd. Uit het huwelijk is in ieder geval één kind geboren, maar dat is op 6-jarige leeftijd overleden (begraven 14 juni 1810). Van Christiaans ouders heb ik niets kunnen terugvinden. Mogelijk is de naam van zijn vader iets anders gespeld. Ik ben Curdes, Kordes en Koerdes tegengekomen, allen Hoorn laatste kwart 18e eeuw. Maar helaas heb ik nog geen geboorteakte of iets dergelijks van Christiaan gevonden.

Verder weten we dat Christiaan een tijd in het tuchthuis in Alkmaar heeft gezeten, op kosten van Hoorn. Waarom hij daar zat, behoeft nog meer archiefonderzoek.

Het knipselkunstwerk is gemaakt ter gelegenheid van het 15-jarig huwelijk van Jacob Hendriksz Paarlberg (Paarlenberg) en Neeltje Jans Ploeger. Dit zijn rechtstreekse voorouders van mij, zeven generaties geleden, van mijn moeders kant. Ik ben tijdens genealogisch onderzoek bij toeval op het bestaan van dit knipselkunstwerk gestuit. Dat was een hele verrassing. Het is de mij oudst bekende tastbare herinnering aan mijn voorouders.

Jacob en Neeltje zijn afkomstig uit Oudkarspel. Jacob is daar geboren op 29 februari 1764, Neeltje op 4 september 1774. Jacob is daar ook overleden, op 8 of 9 augustus 1823. Na Jacobs overlijden is Neeltje hertrouwd met Pieter Steeman. Zo zal zij in Alkmaar terecht zijn gekomen, want daar is zij op 15 april 1837 overleden. Neeltje en Jacob zijn getrouwd op 6 juni 1797 te Langedijk. In 1812 waren zij dus 15 jaar getrouwd. Kinderen zijn Klaas (ca. 1798-1877), Trijntje (1811-1812), Jan (1803-1804), Pieter (1804-1804), Pieter (1807-1807) en, mijn voorouder, Jan Paarlberg (ca. 1805-1849). De in 1812 nog levende kinderen waren op dat moment veel te jong om het knipselkunstwerk aan de ouders te geven. Wie het hen wel gegeven heeft is onduidelijk. Niet de ouders van Jacob in ieder geval want die waren in 1812 al overleden. Van Jacob is bekend dat hij landbouwer is in Oudkarspel. In de periode dat Nederland onderdeel uitmaakte van het Franse keizerrijk – dus ten tijde dat dit knipkunstwerk is gemaakt – was hij bovendien de ‘maire’ (burgemeester) van Oudkarspel.  Hij heeft in 1823 zelfmoord gepleegd. Van de curator van het Zijper Museum, Annemarie van Loo-Mulder, begreep ik dat dit in die jaren vaker voorkwam. Het heeft te maken met jaren van misoogsten.

Het knipkunstwerk is in 2022 gerestaureerd. Op de site van het museum staat een foto van voor de restauratie. Het is twee keer tentoongesteld, in 2010 en in 2022. Interessant is de verwijzing naar Tulpesteyn. Waarschijnlijk is dit de naam van de boerderij van Jacob en Neeltje (er staan ook tulpen in het kunstwerk), maar helaas heb ik Tulpesteyn nog niet kunnen terugvinden.

Onderin het knipsel zijn een aantal scenes afgebeeld: van links naar rechts: Adam en Eva worden uit het paradijs verdreven, man met vrouw en hond, koe en paard (verwijzend naar het boerenbedrijf van Jacob en Neeltje?), een melkmeisje met hond en ten slotte Kaïn en Abel (broedermoord).
[Jan Peter Verhave] Bovenin staat Fortuna, zonder bol. Die wereldbol staat eronder met een gevleugelde engel. Wat de antieke soldaten daar doen, is niet duidelijk.

Door Ruben Stam

Beschrijving in de collectie van het Zijper Museum:
Knipwerk, gedeeltelijk ingekleurd, op zwarte ondergrond in zwarte lijst; gemaakt ter gelegenheid van het 15-jarig huwelijk (gehuwd 06.06.1797) van Jacob Hendriksz Paarl(en)berg, en Neeltje Jans Ploeger. De voorstelling is een ereboog met daarin de spreuk EENDRAGT MAAKT MAGT met links en rechts: TULPE STEIJN en daaronder een schild met bovengenoemde namen. Anno 1812
Onderaan twee Bijbelse taferelen: links Adam en Eva worden uit het paradijs gejaagd door een engel; rechts: Kaïn doodt Abel.
Jacob uit Oudkarspel was weduwnaar en geboren in 1763. Overleden Oudkarspel 08-08-1823. Neeltje uit Haringcarspel en geboren in 1774. Zij hertrouwde in 1824 met de 74-jarige Pieter Steeman uit De Rijp, die veehouder was. Zij overlijdt in Alkmaar, 15-04-1837.
Aanvullende informatie in ordner ZCBS-nummers.(plaats: 106, C4-c)

 

Hoe het begon, Knip-Pers 2003-1

Amsterdam, knipcursus bij mevrouw Kerp; haar leeftijd, noch haar bevende handen hebben haar ervan weerhouden om (o.a.) een cursus in papierknipkunst te geven bij de Volksuniversiteit. Zij wist ons clubje zo te bezielen, dat wij overal knipsels in gingen zien: sommige uithangborden; profielen van mensen in de tram, die zonder dit te weten voor ons poseerden; motieven op kleding, etalages, enz. Toen de cursus afgelopen was, knipte een klein groepje thuis samen verder, zoals overigens hier en daar in diverse plaatsen al gebeurde.

Voor de eerste knipseltentoonstelling in ’t Spant die mevrouw Kerp organiseerde, vroeg ze enkele enthousiaste leerlingen om haar te assisteren. Een paar van ons kwamen toen, tijdens de tentoonstelling, elke dag om te helpen met de rondleiding en de verkoop van knipselkaarten. Het bleek mij toen dat er al enkele honderden knipsters(pers) in Nederland waren, die echter geen of weinig contact met elkaar hadden. Dat vond ik erg jammer. Ik kreeg het idee om zelfgemaakte folders aan iedereen uit te delen om te peilen of er behoefte aan een Vereniging bestond. Een en ander werd met groot enthousiasme ontvangen. We hebben met een stel knipsters de Papierknippersvereniging opgericht. Voor ons “clubblad” sprong, via een prijsvraagje, de dubbelnaam “Knip-pers” eruit.Een eigen blad is natuurlijk een prachtig bindingsmiddel èn stimulans voor een Vereniging.

Magda Helms heeft 20 jaar lang ons blad fantastisch verzorgd. Zij kreeg zelfs bijval van professionele zijde, en heeft met haar speelse creativiteit de “Knip-pers” gemaakt tot een driemaandelijkse verrassing, waar we allemaal naar uitkijken. In enkele gevallen werd een en ander overgenomen door Rieny van Beek, die ook in elk nummer haar eigen rubriek heeft. Ook Maruscha Gaasenbeek valt af en toe voor Magda in . Zij heeft eveneens, zoals velen van ons, vaak voor goede kopij (+ knipsels) gezorgd.

Mevrouw Kerp werd, na voorgedragen te zijn door o.a. Elly Stroucken (u weet wel, van die heksen), geridderd door de Burgemeester van Bussum en ontving op 30 april 1985 de eremedaille in zilver, gebonden aan de Orde van Oranje Nassau, voor de impuls die zij aan de Papierknipkunst had gegeven. Ook de verzendploeg” o.l.v. Atie Willemse heeft jarenlang veel werk gedaan.

Indien u vindt dat het lidmaatschap van onze Vereniging uw leven verrijkt, zou ik bij deze aan u, de leden, willen vragen: “zijn er mensen die een klein beetje van hun vrije tijd kunnen missen om voor een kortere of langere periode een bestuursfunctie op zich te nemen?” Het hoeft niet eens zo veel tijd te kosten. Slechts een paar keer per jaar vindt er een vergadering plaats. Het zou immers zo jammer zijn dat ook onze Vereniging, evenals zovele andere een (flinke) stap terug moet doen. Doe ook eens iets voor uw medeleden: “Neem de stap”. Dit stukje mag niet te lang worden, maar ik wilde nog wel alle vrijwilligers bedanken voor hun inzet.

Door Lies Markus

In memoriam Lies Markus, Knip-Pers 2004-1

Lies Markus, een warm, enthousiast en liefderijk mens

Ruim twintig jaar heb ik het geluk gehad om Lies Markus gekend te hebben. Onze eerste ontmoeting was nogal bijzonder.

Zo’n 25 jaar geleden was het feminisme in volle bloei. In 1982 werd in de Melkweg in Amsterdam het “Vrouwenfestival” gehouden en ik was daar uitgenodigd om portretten te komen knippen. Een journaliste van De Telegraaf zag daar wel een artikel in en interviewde me. Dat interview las Lies natuurlijk in de krant, want ze had een speciale antenne voor alles wat maar in de verte met knipkunst te maken had.

Ze belde me op en we maakten een afspraak: ze zou een avond naar de Melkweg komen.

“Kijk maar uit naar een oude vrouw met een stok!” zei ze. Ze was natuurlijk allesbehalve oud, maar nog zie ik de zeer jonge organisatrice van het festival met een geamuseerde glimlach naar me toe komen om me mee te delen, dat “de waarschijnlijk oudste bezoeksters van het festival naar mij op zoek waren!”. En dáár was Lies! Samen met twee, ook al wat oudere, knipvriendinnen. Ik was een volslagen groentje in de knipwereld, maar Lies overrompelde me, pakte me helemaal in en maakte me enthousiast voor de (toen nog op te richten!) vereniging. Een maand na deze ontmoeting werd de eerste grote knipkunsttentoonstelling gehouden in ‘t Spant te Bussum, alwaar Lies begon te lobbyen voor het N.I.C.K. Deze kennismaking werd vriendschap en elke ontmoeting of telefoongesprek was een feest. Oók toen ze steeds minder valide werd en het verdriet om het verlies van haar man Ted haar zwaar viel. Natuurlijk meldde ze (desgevraagd) wat er allemaal mis was, maar ze klaagde nooit en haar humor kwam steeds weer om de hoek kijken.

Altijd was ze meer geïnteresseerd in de ander dan in haarzelf en vroeg: “Vertel, hoe gaat het met jou, heb je het druk, wat ben je aan het doen?”.

Dappere Lies. Ze was voor mij en vele anderen een grote stimulans en een voorbeeld van optimisme door dik en dun.

Haar graf was bedolven onder fel gekleurde bloemen, warm rood, helder rood, oranje en geel. De bloemen waarvan ze hield.

Het leek alsof ze een boodschap van Lies doorgaven: Leef, geef en houd je ogen en armen Wijd open.

Dankje Lies, voor alles.

Elly Stroucken