Categoriearchief: publicatie

Enthousiaste knipper uit Enkhuizen : H.C van der Meij, Knip-Pers 2010-4

Bij binnenkomst in het huis van Charles van der Meij zie ik het direct: hier woont een heel actieve knipper! In de kamer heeft hij langs een muur een royale werktafel gemaakt waarop diverse knipsels liggen in allerlei stadia: af, onaf en net begonnen. Op een zelf  geconstrueerde lichtbak ligt een groot knipwerk met olifanten, daar wordt nog aan gewerkt.

Aan de muren overal knipsels van de hand van Charles. In de aangrenzende kamer is ook allerlei knipwerk (en aquarelleerwerk) van hem te bewonderen. Bovendien ligt er een verzamelmap met al zijn knipwerk op tafel klaar, dus er is veel te bekijken. Er zijn niet zo veel mannen in Nederland die knippen, dus is het leuk om te horen hoe Charles hiertoe is gekomen.

 

 

Omdat hij in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen werkte, had hij knipwerk van Jan van Urk gezien, dat maakte op hem diepe indruk. Toen de vrouw van een collega, Nel Appel, ook knipsels bleek te maken, werd zijn interesse nog groter. Het leek hem wel wat om dat zelf ook te gaan doen. Omdat hij na zijn scheiding in 1978 zijn 2 kinderen (een tweeling) alleen opvoedde, kwam hij in de bijstand terecht en was dus veel thuis.

Maar niets doen komt niet in het woordenboek van Charles voor en toen de gelegenheid zich voordeed om 5 kniplessen bij Annie Versnel te gaan volgen, gaf hij zich meteen op. Knippen is tenslotte een heel goedkope hobby en dat kwam natuurlijk erg goed uit.

Na die kniplessen kwam hij als enige man in de knipgroep van Enkhuizen terecht en daar maakt hij nog steeds met veel plezier deel van uit. De leden komen 1 keer per maand bij elkaar, altijd bij Annie Langedijk thuis. Jaren lang kwam Nel Wezel uit Alkmaar om les te geven, maar die tijd is jammer genoeg voorbij.

Charles heeft in zijn jonge jaren de Ambachtsschool gevolgd waar hij werd opgeleid tot schilder. Van die opleiding heeft hij tot op de dag van vandaag veel profijt, want het schrijven en knippen van mooie letters gaat hem heel makkelijk af (zie afbeelding 1), evenals het maken van ontwerpen. Gelukkig heeft hij altijd wel inspiratie om aan de slag te gaan.

Op mijn vraag wat Charles het boeiendste vindt aan knippen, komt heel resoluut meteen het antwoord: “de beperking!” Dat heeft te maken met het feit dat hij zijn knipsels op een heel enkele uitzondering na eigenlijk altijd van zwart papier maakt en het is dan een uitdaging om in een knipsel schaduweffecten te krijgen.

Zijn leven staat echt in het teken van het knippen: iedere dag is hij wel achter zijn werktafel te vinden. Eens per jaar is er een kunstmarkt in de Boerenhoek in Enkhuizen waar hij aan deelneemt. Hoewel hij graag zijn knipwerk laat zien, is hij heel bescheiden en dat is werkelijk jammer; hij zou best wat meer aan de weg mogen timmeren, lijkt mij zo.


Naast het knippen heeft Charles nog veel meer hobby’s: aquarelleren, wandelen en bezoeken van interessante steden, er is altijd wel wat te doen. Vervelen doet Charles van der Meij zich beslist nooit en dat is dan ook duidelijk te merken aan de hoeveelheid knipsels die hij al gemaakt heeft. Wij zijn allemaal erg benieuwd wat voor mooi knipwerk hij nog meer gaat maken. In ieder geval hebben we nog prachtige knipsels van hem liggen die niet bij dit artikel geplaatst konden worden en die zijn te bewonderen in volgende Knip-Persen!

Ieke Boosman

Afbeeldingen:

  1. Geknipte naam, 10 x 25 cm
  2. Karper, 19 x 23 cm
  3. Venetiaans masker, 17 x 21 cm
  4. ‘Flora’, 22 x 20 cm
  5. Zonder woorden, 10 x 23 cm
  6. Zonder woorden, 8 x 21,5 cm
  7. ‘Floortje’, 21 x 28 cm
  8. Kapsel-compositie, 20,5 x 19 cm
  9. De oudste Westfriese stolpboerderij, Westerblokker, 17 x 26 cm

Atie Willemse-Kammenga, Knip-Pers 2023 jubileum

Atie Willemse is meteen enthousiast als we haar vragen of we haar mogen interviewen als lid van het eerste uur. Ze vindt het fantastisch dat de vereniging de 40 jaar heeft gehaald. Ze weet nog goed dat ze met Lies Markus over de start van de vereniging sprak: ‘Er was een bijeenkomst van verschillende knipkringen in Arnhem waar veel knipsters bij aanwezig zouden zijn. Het leek me goed als Lies daar zou beginnen over de oprichting van een landelijke vereniging, zodat meteen veel knipsters hun mening konden geven en meedenken. En zo is het toen gelopen. Op de bewuste dag heeft Lies Markus over haar voornemen verteld en de aanwezige knipsters leek dat een goed idee. Lies en een paar anderen hebben toen de oprichting van de vereniging op zich genomen.

Etiketten plakken
Vanaf het begin gaf de vereniging het kwartaalblad Knip-Pers uit. Atie schreef daar zelf nauwelijks in, maar was een tijd lang toch nauw betrokken bij het blad. Zodra de Knip-Pers gedrukt was, werd deze bij Atie thuis afgeleverd. Haar man maakte de etiketten en met leden van de knipkring werd het blad in een envelop gestoken en voorzien van een etiket. Vervolgens werd alles netjes in dozen gelegd en dan bracht Aties man die naar het postkantoor voor verzending. In de hoogtijdagen telde de vereniging ruim 1.000 leden, dus het versturen van de Knip-Pers was best een klus. Atie denkt met veel plezier terug aan de ‘plak-middagen’. Het was altijd gezellig en leuk om samen zo’n klus te klaren.

Knipkring
Atie is nog steeds actief lid van haar ‘oorspronkelijke’ knipkring. Elke maand gaat ze daar met veel plezier naar toe, al is de kring met de tijd steeds kleiner geworden. ‘Wat gebleven is, is het samen plezier hebben in het knippen’, aldus Atie. ‘Daar is het altijd om gegaan’.

Knipsters-handschrift?
Net als veel andere leden heeft Atie veel knipsels van andere knippers. In de loop der jaren heeft ze die gekocht, maar vaak ook geruild met andere knipsters. ‘Soms met leden uit mijn eigen knipkring, soms op contactdagen met andere knipsters. Al die knipsels hebben een eigen signatuur. Ik heb me in al die jaren afgevraagd of je uit iemands knipsel ook diens karakter af zou kunnen lezen? Zoals bij handschriften. Want als je al die knipsels naast elkaar legt, zie je hoe verschillend de stijlen zijn. Soms groot en grof geknipt, soms juist heel vloeiend en piepklein, en allemaal met een eigen kenmerkende stijl. Om die reden heb ik heel bewust bij verschillende knipsters les genomen.’ Zo heeft ze van heel nabij kennis kunnen maken met de stijl van anderen en met hun manier van ontwerpen en knippen. ‘Op die manier heb ik mezelf verder kunnen ontwikkelen en vormen.’

Atie Willemse overhandigt Rieny van Beek een zilveren schaartje

Vlegeldag
Veel knipsters hebben in de afgelopen decennia de knipkunst aan een groter publiek laten zien op jaarmarkten en braderieën. Atie deed dat tijdens de Vlegeldag (een soort jaarmarkt) in Bennekom. De knipkring huurde altijd een kraam. Atie en andere leden van de knipkring zaten ze daar dan de hele dag te knippen. Er was altijd veel belangstelling. ‘Mensen konden uren kijken naar hoe een knipseltje vorm kreeg. Op dat soort dagen meldden zich ook steevast mensen die het zelf wilden leren. Vaak gaven die zich op voor een cursus, werden lid van de vereniging en sloten zich aan bij een knipkring. Op die manier zijn ook veel nieuwe knipkringen gevormd’, vertelt Atie. Net als veel andere leden verzorgde Atie in de eerste jaren van de vereniging regelmatig cursussen en soms adverteerde ze in een lokaal krantje dat ze een avond papierknippen verzorgde. Onder het genot van een kopje koffie konden mensen voor een klein bedrag horen over knipkunst en het knippen. Ze herinnert zich nog goed dat ze de eerste keer zo’n zaaltje binnenkwam: ‘Er zaten daar meer dan 40 mensen! Daar was ik helemaal n iet op voorbereid, dus moest ik ineens van alles improviseren.’ In de begindagen van de vereniging was knippen erg populair en verspreidde de belangstelling zich als een olievlek. Het ledenaantal groeide heel snel en binnen een paar jaar was het ledental vervijfvoudigd naar meer dan 1.000. Atie herinnert zich dat nog goed. ‘Het was een geweldige tijd om mee te maken’.

Door Maja Houtman en Bertine Jongerius

over Christiaan Coerdes

De knipkunstenaar is zeer waarschijnlijk Christiaan Coerdes uit Hoorn (1774-1828). Ik zeg zeer waarschijnlijk omdat de naam Coerdes niet heel veel voorkomt, al helemaal niet in West-Friesland. Het is bovendien de enige Coerdes die ik ben tegengekomen met uitsluitend de voorletter C. Het knipkunstwerk is namelijk ondertekend met C. Coerdes. Naam, omgeving en tijdperk komen helemaal overeen met de personen waarvoor het geknipt is. Daarom ben ik er zelf wel redelijk van overtuigd dat deze Christiaan Coerdes de maker is.

Christiaan Coerdes is op 28 mei 1803 getrouwd met Neltje van Keeren (overleden Hoorn, 17 september 1824). Uit haar overlijdensakte blijkt dat Christiaan op dat moment in Alkmaar woonde, en Neltje in Hoorn. Het is mij niet duidelijk waarom ze gescheiden leefden, wat toch niet heel gebruikelijk was in die tijd. Uit het huwelijk is in ieder geval één kind geboren, maar dat is op 6-jarige leeftijd overleden (begraven 14 juni 1810). Van Christiaans ouders heb ik niets kunnen terugvinden. Mogelijk is de naam van zijn vader iets anders gespeld. Ik ben Curdes, Kordes en Koerdes tegengekomen, allen Hoorn laatste kwart 18e eeuw. Maar helaas heb ik nog geen geboorteakte of iets dergelijks van Christiaan gevonden.

Verder weten we dat Christiaan een tijd in het tuchthuis in Alkmaar heeft gezeten, op kosten van Hoorn. Waarom hij daar zat, behoeft nog meer archiefonderzoek.

Het knipselkunstwerk is gemaakt ter gelegenheid van het 15-jarig huwelijk van Jacob Hendriksz Paarlberg (Paarlenberg) en Neeltje Jans Ploeger. Dit zijn rechtstreekse voorouders van mij, zeven generaties geleden, van mijn moeders kant. Ik ben tijdens genealogisch onderzoek bij toeval op het bestaan van dit knipselkunstwerk gestuit. Dat was een hele verrassing. Het is de mij oudst bekende tastbare herinnering aan mijn voorouders.

Jacob en Neeltje zijn afkomstig uit Oudkarspel. Jacob is daar geboren op 29 februari 1764, Neeltje op 4 september 1774. Jacob is daar ook overleden, op 8 of 9 augustus 1823. Na Jacobs overlijden is Neeltje hertrouwd met Pieter Steeman. Zo zal zij in Alkmaar terecht zijn gekomen, want daar is zij op 15 april 1837 overleden. Neeltje en Jacob zijn getrouwd op 6 juni 1797 te Langedijk. In 1812 waren zij dus 15 jaar getrouwd. Kinderen zijn Klaas (ca. 1798-1877), Trijntje (1811-1812), Jan (1803-1804), Pieter (1804-1804), Pieter (1807-1807) en, mijn voorouder, Jan Paarlberg (ca. 1805-1849). De in 1812 nog levende kinderen waren op dat moment veel te jong om het knipselkunstwerk aan de ouders te geven. Wie het hen wel gegeven heeft is onduidelijk. Niet de ouders van Jacob in ieder geval want die waren in 1812 al overleden. Van Jacob is bekend dat hij landbouwer is in Oudkarspel. In de periode dat Nederland onderdeel uitmaakte van het Franse keizerrijk – dus ten tijde dat dit knipkunstwerk is gemaakt – was hij bovendien de ‘maire’ (burgemeester) van Oudkarspel.  Hij heeft in 1823 zelfmoord gepleegd. Van de curator van het Zijper Museum, Annemarie van Loo-Mulder, begreep ik dat dit in die jaren vaker voorkwam. Het heeft te maken met jaren van misoogsten.

Het knipkunstwerk is in 2022 gerestaureerd. Op de site van het museum staat een foto van voor de restauratie. Het is twee keer tentoongesteld, in 2010 en in 2022. Interessant is de verwijzing naar Tulpesteyn. Waarschijnlijk is dit de naam van de boerderij van Jacob en Neeltje (er staan ook tulpen in het kunstwerk), maar helaas heb ik Tulpesteyn nog niet kunnen terugvinden.

Onderin het knipsel zijn een aantal scenes afgebeeld: van links naar rechts: Adam en Eva worden uit het paradijs verdreven, man met vrouw en hond, koe en paard (verwijzend naar het boerenbedrijf van Jacob en Neeltje?), een melkmeisje met hond en ten slotte Kaïn en Abel (broedermoord).
[Jan Peter Verhave] Bovenin staat Fortuna, zonder bol. Die wereldbol staat eronder met een gevleugelde engel. Wat de antieke soldaten daar doen, is niet duidelijk.

Door Ruben Stam

Beschrijving in de collectie van het Zijper Museum:
Knipwerk, gedeeltelijk ingekleurd, op zwarte ondergrond in zwarte lijst; gemaakt ter gelegenheid van het 15-jarig huwelijk (gehuwd 06.06.1797) van Jacob Hendriksz Paarl(en)berg, en Neeltje Jans Ploeger. De voorstelling is een ereboog met daarin de spreuk EENDRAGT MAAKT MAGT met links en rechts: TULPE STEIJN en daaronder een schild met bovengenoemde namen. Anno 1812
Onderaan twee Bijbelse taferelen: links Adam en Eva worden uit het paradijs gejaagd door een engel; rechts: Kaïn doodt Abel.
Jacob uit Oudkarspel was weduwnaar en geboren in 1763. Overleden Oudkarspel 08-08-1823. Neeltje uit Haringcarspel en geboren in 1774. Zij hertrouwde in 1824 met de 74-jarige Pieter Steeman uit De Rijp, die veehouder was. Zij overlijdt in Alkmaar, 15-04-1837.
Aanvullende informatie in ordner ZCBS-nummers.(plaats: 106, C4-c)

 

Hoe het begon, Knip-Pers 2003-1

Amsterdam, knipcursus bij mevrouw Kerp; haar leeftijd, noch haar bevende handen hebben haar ervan weerhouden om (o.a.) een cursus in papierknipkunst te geven bij de Volksuniversiteit. Zij wist ons clubje zo te bezielen, dat wij overal knipsels in gingen zien: sommige uithangborden; profielen van mensen in de tram, die zonder dit te weten voor ons poseerden; motieven op kleding, etalages, enz. Toen de cursus afgelopen was, knipte een klein groepje thuis samen verder, zoals overigens hier en daar in diverse plaatsen al gebeurde.

Voor de eerste knipseltentoonstelling in ’t Spant die mevrouw Kerp organiseerde, vroeg ze enkele enthousiaste leerlingen om haar te assisteren. Een paar van ons kwamen toen, tijdens de tentoonstelling, elke dag om te helpen met de rondleiding en de verkoop van knipselkaarten. Het bleek mij toen dat er al enkele honderden knipsters(pers) in Nederland waren, die echter geen of weinig contact met elkaar hadden. Dat vond ik erg jammer. Ik kreeg het idee om zelfgemaakte folders aan iedereen uit te delen om te peilen of er behoefte aan een Vereniging bestond. Een en ander werd met groot enthousiasme ontvangen. We hebben met een stel knipsters de Papierknippersvereniging opgericht. Voor ons “clubblad” sprong, via een prijsvraagje, de dubbelnaam “Knip-pers” eruit.Een eigen blad is natuurlijk een prachtig bindingsmiddel èn stimulans voor een Vereniging.

Magda Helms heeft 20 jaar lang ons blad fantastisch verzorgd. Zij kreeg zelfs bijval van professionele zijde, en heeft met haar speelse creativiteit de “Knip-pers” gemaakt tot een driemaandelijkse verrassing, waar we allemaal naar uitkijken. In enkele gevallen werd een en ander overgenomen door Rieny van Beek, die ook in elk nummer haar eigen rubriek heeft. Ook Maruscha Gaasenbeek valt af en toe voor Magda in . Zij heeft eveneens, zoals velen van ons, vaak voor goede kopij (+ knipsels) gezorgd.

Mevrouw Kerp werd, na voorgedragen te zijn door o.a. Elly Stroucken (u weet wel, van die heksen), geridderd door de Burgemeester van Bussum en ontving op 30 april 1985 de eremedaille in zilver, gebonden aan de Orde van Oranje Nassau, voor de impuls die zij aan de Papierknipkunst had gegeven. Ook de verzendploeg” o.l.v. Atie Willemse heeft jarenlang veel werk gedaan.

Indien u vindt dat het lidmaatschap van onze Vereniging uw leven verrijkt, zou ik bij deze aan u, de leden, willen vragen: “zijn er mensen die een klein beetje van hun vrije tijd kunnen missen om voor een kortere of langere periode een bestuursfunctie op zich te nemen?” Het hoeft niet eens zo veel tijd te kosten. Slechts een paar keer per jaar vindt er een vergadering plaats. Het zou immers zo jammer zijn dat ook onze Vereniging, evenals zovele andere een (flinke) stap terug moet doen. Doe ook eens iets voor uw medeleden: “Neem de stap”. Dit stukje mag niet te lang worden, maar ik wilde nog wel alle vrijwilligers bedanken voor hun inzet.

Door Lies Markus

In memoriam Lies Markus, Knip-Pers 2004-1

Lies Markus, een warm, enthousiast en liefderijk mens

Ruim twintig jaar heb ik het geluk gehad om Lies Markus gekend te hebben. Onze eerste ontmoeting was nogal bijzonder.

Zo’n 25 jaar geleden was het feminisme in volle bloei. In 1982 werd in de Melkweg in Amsterdam het “Vrouwenfestival” gehouden en ik was daar uitgenodigd om portretten te komen knippen. Een journaliste van De Telegraaf zag daar wel een artikel in en interviewde me. Dat interview las Lies natuurlijk in de krant, want ze had een speciale antenne voor alles wat maar in de verte met knipkunst te maken had.

Ze belde me op en we maakten een afspraak: ze zou een avond naar de Melkweg komen.

“Kijk maar uit naar een oude vrouw met een stok!” zei ze. Ze was natuurlijk allesbehalve oud, maar nog zie ik de zeer jonge organisatrice van het festival met een geamuseerde glimlach naar me toe komen om me mee te delen, dat “de waarschijnlijk oudste bezoeksters van het festival naar mij op zoek waren!”. En dáár was Lies! Samen met twee, ook al wat oudere, knipvriendinnen. Ik was een volslagen groentje in de knipwereld, maar Lies overrompelde me, pakte me helemaal in en maakte me enthousiast voor de (toen nog op te richten!) vereniging. Een maand na deze ontmoeting werd de eerste grote knipkunsttentoonstelling gehouden in ‘t Spant te Bussum, alwaar Lies begon te lobbyen voor het N.I.C.K. Deze kennismaking werd vriendschap en elke ontmoeting of telefoongesprek was een feest. Oók toen ze steeds minder valide werd en het verdriet om het verlies van haar man Ted haar zwaar viel. Natuurlijk meldde ze (desgevraagd) wat er allemaal mis was, maar ze klaagde nooit en haar humor kwam steeds weer om de hoek kijken.

Altijd was ze meer geïnteresseerd in de ander dan in haarzelf en vroeg: “Vertel, hoe gaat het met jou, heb je het druk, wat ben je aan het doen?”.

Dappere Lies. Ze was voor mij en vele anderen een grote stimulans en een voorbeeld van optimisme door dik en dun.

Haar graf was bedolven onder fel gekleurde bloemen, warm rood, helder rood, oranje en geel. De bloemen waarvan ze hield.

Het leek alsof ze een boodschap van Lies doorgaven: Leef, geef en houd je ogen en armen Wijd open.

Dankje Lies, voor alles.

Elly Stroucken

Jan Sombeek Slijper in de krant

Opregte Haarlemsche Courant, 28 augustus 1824

Amsterdam den 6 augustus 1824
Op verzoek van vele Kunstminnaren, heeft de Ondergeteekende de eer te berigten, dat van heden tot en met den 15 October de Tentoonstelling van zijn Kabinet der KNIPKUNST geopend is.
Zaandam, den 26 Augustus 1824.   JAN SOMBEEK SLIJPER.
PS. De Toegang voor aan in de Molenbuurt No. 490, voor ieder Persoon à 6 Stuivers.

Opregte Haarlemsche Courant, 31 augustus 1824

Op verzoek van vele Kunstminnaren, heeft de Ondergeteekende de eer te berigten, dat van heden tot en met den 15 October de Tentoonstelling van zijn Kabinet der KNIPKUNST geopend is.
Zaandam, den 26 augustus 1824. JAN SOMBEEK SLIJPER
P.S. De Toegang voor aan in de Molenbuurt No 490, voor ieder Persoon à 6 stuivers.

Opregte Haarlemsche Courant, 9 juni 1825

Op verzoek van vele Kunstminnaren, heeft de Ondergeteekende de eer te berigten, als dat van heden, de Tentoonstelling van zijn KABINET der KNIPKUNST geopend is, tot op den laatsten October. – De toegang vooraan in den Molenbuurt, No. 490, voor ieder Persoon 30 cents.
Zaandam, den 7 Julij 1825.   JAN SOMBEEK SLIJPER

Opregte Haarlemsche Courant, 11 juni 1825

Op verzoek van vele Kunstminnaren, heeft de Ondergeteekende de eer te berigten, als dat van heden, de Tentoonstelling van zijn KABINET der KNIPKUNST geopend is, tot op den laatsten October. – De toegang vooraan in den Molenbuurt, No. 490, voor ieder Persoon 30 cents.
Zaandam, den 7 Julij 1825.   JAN SOMBEEK SLIJPER

Opregte Haarlemsche courant  25 mei 1826

Op verzoek van vele Kunstminnaren, heeft de Ondergeteekende de eer te berigten, als dat van Heden, de Tentoonstelling van zijn KABINET der KNIPKUNST, geopend is tot op den laatsten September; de toegang vooraan in den Molenbuurt, No. 490, voor ieder Persoon 30 cents.
Zaandam, den 25 Mei 1826.   JAN SOMBEEK SLIJPER

Opregte Haarlemsche courant  27 mei 1826

Op verzoek van vele Kunstminnaren, heeft de Ondergeteekende de eer te berigten, als dat van Heden, de Tentoonstelling van zijn KABINET der KNIPKUNST, geopend is tot op den laatsten September; de toegang vooraan in den Molenbuurt, No. 490, voor ieder Persoon 30 cents.
Zaandam, den 25 Mei 1826.   JAN SOMBEEK SLIJPER

Opregte Haarlemsche courant  10 augustus 1826

JAN SOMBEEK SLIJPER
Berigt aan Kunstminnaren. De Tentoonstelling van het Kabinet van KNIPKUNST, van JAN SOMBEEK SLIJPER, ten zijne Huize te Zaandam, in de Molenburt No. 490, thans geopend zijnde, zoo heeft dezelven de eer aan de Beminnaren der Kunsten te berigten , dat zich onder dit Kabinet bevindt een Stuk van buitengewone erootte hetwelk door Kunstbeminnaars geacht wordt, als zeldzaam en bewonderingswaardig te wezen. Het Kabinet kan bezigtigd worden dagelijks des morgens van 9 tot 12 uren, en des namiddag van 2 tot 6 uren tot den 15 October 1826. — De toegang voor ieder Persoon is 30 Cents.

Utrechtsche Courant, 18 jun 1830

UTRECHT den 16 Junij. Hadden wij, voor geruimen tijd, het genoegen, onder andere voortbrengselen van kunstvlijt, alshier het beroemde kabinet van wassenbeelden van een Weener kunstenaar, en in het verleden jaar, eene voorstelling van de stad Parijs in relief te beschauwen; thans is alhier voor de beminnaren van kunst en zeldzaamheden ter bezigtiging open gesteld het vermaarde kabinet van knipkunst en boetseersels met de schaar, van Jan Sombeek Slijper, van Zaandam. Deze verzameling bestaat uit een aantal voorwerpen, alle met de schaar vervaardigd, en behelzende voorstellingen van landschappen, afbeeldingen naar beroemde antiquen enz. Onder dezelve munten uit, en zijn als zoodanig de aandacht waardig: een wintergezigt, zijnde een landschap met jagtsneeuw; een boschgezigt, gestoffeerd met herten en jagers; een Engelsch landschap met eene brug in den Gothischen stijl; een Zwitschersch landschap; een Apollo, naar een Italiaansch meester; eene vaas met bloemen; eene kleine brik, onder eenen stolp; en vele kopiien van schilderstukken maar Wouwerman, van Bercheim en andere beroemde meesters. In deze voortbrengselen van echt nationale kunstvlijt bewondert men teregt de juistheid en ronding der beelden, de gelukkige zamenstelling zonder stijfheid van het zoogenaamd ensemble in de landschappen en meer uitvoerige voorstellingen; vooral het zorgvuldige der nabootsing naar het leven, ten aanzien van ettelijke kleine voorwerpen, zoo als het genoemde brikscheepje, en over het algemeen het geduld en de zorg, zoor den vervaardiger aan deze kunststukken ten koste gelegd. Daar enkele van zijne voortbrengselen het geluk hadden, bij de tentoonstellingen te Haarlem en te Gend met onderscheiding vermeld te worden, is het te verwachten, dat zijne verzameling ook alhier door ons kunstminnend publiek niet zonder voldoening zal bezigtigd worden, en de heer Slijper, door dit gunstig onthaal aan zijnen arbeid, hier dezelfde aanmoediging zal vinden, die hem reeds van elders geworden is.


Opregte Haarlamsche Courant, 19 juni 1830

BERIGT aan BEMINNAARS van KUNST.
Het vermaard Kabinet van BOETSEER- en KNIPKUNST, voorstellende meer dan 80 Kunstvoorwerpen, alles vervaardigd doot Jan Sombeek Slijper, van Zaandam, is thans ter bezigtiging binnen Utrecht, in de Korte Nieuwstraat, Wijk F No. 228. De Toegang is 50 Cents de Persoon.

Utrechtsche Courant, 14 juli 1830

Berigt aan beminnaars van Kunst
Het vermaard KABINET van BOETSEER- en KNIPKUNST, voorstellende meer dan 80 Voorwerpen, zoo is het groot in het miniatuur, alles vervaardigd door JAN SOMBEEK SLIJPER van Zaandam, is thans ter bezigtiging binnen Utrecht in de Korte Nieuwstraat, Wijk F, No 228, alwaar ook alle Soorten van Namen en Landschappen te bekomen zijn. De toegomst voor ieder persoon is 30 cents.

Een tentoonstelling. Over een half jaar. Knip-Pers 2010-3

Vanaf half januari 2011 ‘heb ik’ een tentoonstelling in Museum Martena in Franeker. Je denkt misschien: dat is pas over een HALF JAAR! Dat is waar. Maar een half jaar is zo voorbij. Vooral omdat ik heel veel in mijn hoofd heb dat ik voor die tentoonstelling wil gaan maken. En het mooie, of het erge, is, dat als je bezig bent met knippen, je weer allemaal nieuwe knipsels  bedenkt. Ik vind het leuk om je het komende half jaar op de hoogte te houden van waar ik deze periode mee bezig ben. Je weet, of misschien ook niet, dat ik de afgelopen jaren een aantal projecten heb gedaan in Amerika. Ook juli vorig jaar en half januari van dit jaar. Een aantal projecten wil ik op de tentoonstelling laten zien. Je kunt ze nu al digitaal bekijken op mijn site: www.paperscream.com. Ga dan naar ‘Projects’. Daar staan ze alle zes bij elkaar. Als je toch op mijn site bent en naar ‘Sculptures’ gaat, zie je een aantal grote ruimtelijke werken.

Hidden Leaves, 90 x 90 x 90 cm.

Eén daarvan staat hiernaast, ‘Hidden Leaves’. Van metaal en papier heb ik een grote open ‘box’ gemaakt en die ben ik gaan vullen met grote geknipte bladeren. Nu hij vol is, zie je alleen de bladeren aan de buitenkant. Je weet dat er binnenin ruim 2 weken knipwerk zit, maar je kunt het niet zien. Dat geeft toch een soort kracht.

A Chinese lady in my backyard, 30 x 21 cm.

Misschien is het ook wel een beetje vreemd om zoiets leuk te vinden. Maar goed, ik wilde het maken en het is nu klaar. Als je dan zo lang bezig bent geweest met nogal grof knippen, wil je wel weer eens gewoon iets moois knippen. Ik kom al jarenlang bij een Chinees in Harlingen waar ze een prachtige placemat hebben. Ik wist dat ik er een keer in wilde knippen, maar nooit wat ik er van zou maken. Ineens dacht ik aan die Chinese mevrouw. Als ik daar nou eens iets omheen knip wat een beetje op mijn eigen Nederlandse tuin lijkt. Dus een schone placemat meegenomen en het werd ‘A Chinese lady in my backyard’. En dat is gelijk het begin van een serie. Hoe zou mijn tuin er uitzien als Matisse een keer langskwam.  Of een Poolse mevrouw. Ik weet niet of ik ze allemaal ga maken, maar er is een begin.

Matisse in my backyard, 30 x 21 cm.

Op mijn site, bij ‘With paper’, zie je ze in kleur. Verder rijdt ik deze zomer van New York naar San Francisco en ben daarvoor een project aan het voorbereiden. Daarnaast heb ik een paar jaar geleden alle silhouetten van iedereen uit mijn dorp geknipt. Ik wil nu kijken hoe een silhouet verandert als iemand lacht, zingt of schreeuwt. Daarvoor heb ik een tijd geleden Marte Röling gefotografeerd en geknipt. Kijk maar bij ‘Projects’. Ik ben nu contact aan het maken met een paar mensen die een ‘beroemd hoofd’ hebben. Hoop dat het allemaal gaat lukken. Ik houd je op de hoogte hoe dat gegaan is. In het decembernummer van de Knip-Pers.

Gerlof Smit.

Aja Coutinho

Aja is dochter van Marietta Loise Cornelia Germ en Dirk Cornelis van Reijendam. Ze doorloopt de HBS in Leiden en daarna volgt ze een opleiding tot analist. Achteraf was ze liever restaurateur van schilderijen, arts of gymjuf geworden.
Ze trouwt met Bob Coutinho, haar jeugdliefde, in 1952. In 1963 verhuist het gezin naar Texel. Bob voert daar een huisartspraktijk met apotheek aan huis. Hier komt Aja’s opleiding goed van pas, zij werkt dus ook in die praktijk.
Aja en Bob krijgen zes kinderen.

Aja was graag van ‘naast de paadjes’. Volgens dochter Mona werkte Aja heel secuur en consciëntieus: haar kinderen hebben haar creativiteit wel geërfd maar niet (allemaal) het perfectionisme.

Knippen
In 1981 krijgt Aja kniples van Marie Wieten, alias Mien Scheer, op Texel. Na de kniples wordt het knippen een ware verslaving, schrijft Aja later aan medeknipster en verenigingslid Marion Schouten-Mol.

Aja Coutinho, voor Marie Wieten: water.

Het eerste contact met andere leden van de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst legt ze met een oproepje in de eerste Knip-Pers in 1983. Omdat zij weinig gelegenheid heeft om naar tentoonstellingen of andere knipevenementen te gaan en toch graag contact wil hebben met andere knipsters(pers) vraagt Aja Coutinho: “schriftelijke of telefonische reacties op deze oproep, teneinde te corresponderen, knipsels of krantenstukjes te ruilen en iets van elkaar te leren.’’ Daar kwam reactie op van Marion Schouten. Marion en Aja corresponderen jarenlang met elkaar.

Aja demonstreert -en verkoopt- haar papierknipkunst lange tijd op de folkloremarkt op Texel. Van kleine sierlijke knipsels, gelegenheidsknipsels tot silhouetten, waar maar behoeft aan was.

Aja heeft gedurende haar leven vele creatieve uitingsvormen beoefend: naaien, breien, haken, weven, kantklossen, origami, werken met kralen, emailleren, glaskunst, knippen, kalligraferen, tuinieren, vogels kijken, schilderen, aquarelleren, alles houdt haar bezig en beoefent ze met passie en perfectionisme. Veel later werd het knippen te lastig doordat ze minder ziet, en stapt ze over op calligraferen en aquarelleren.
 

Het lukt Aja telkens om nieuwe leeftijdgebonden beperkingen te omzeilen. Het verlies van het zien van kleur valt in de periode waarin ze schildert. Bij de lessen zegt ze dat ze weinig tot geen kleur meer ziet, en dat ze het fijn vindt als er gezegd wordt wat er qua kleur mis dreigt te gaan.

Publicaties
‘Texel geknipt en geschreven’, eigen uitgave, boekje met knipkunst en korte gedichten (haiku) over het Waddeneiland Texel, 1993.

Tentoonstellingen
Mien Scheer 17-07-1996 t/m 14-08-1998 Nederlandse Hervormde kerk van Den Burg

Geknipt voor de dood: Knipwerk als troost

Vanaf de Oudheid maakten mensen met een schaar of mes versieringen van papier. Het kunstzinnig knippen wordt nog steeds beoefend, als kleinkunst of als volkskunst. Veel landen hebben een eigen herkenbare stijl (China, Polen, Mexico). De Deense schrijver Andersen knipte in een persoonlijke stijl sprookjesachtige figuren. Portretsilhouetten werden geknipt uit zwart papier; de Franse schilder Matisse heeft grote grillige figuren geknipt uit gekleurd papier. In ons land begon de knipkunst zich vanaf 1600 te ontwikkelen, maar papier (of perkament) was nog duur.

Prent van Johanna Koerten (1650-1716), internationaal vermaard knipkunstenares te Amsterdam, gehuwd met Adriaan Blok. Gemaakt door Pieter Schenk en David van der Plas, 201 x 169 mm. Collectie Stadsarchief Amsterdam

Rond 1700 werkte de Amsterdamse kunstenares Johanna Koerten-Blok aan haar portretten en sierstukken, die hoog gewaardeerd werden. Zo betaalde keizer Leopold van Oostenrijk haar 4.000 gulden voor een fijn knipwerk. Rembrandt moest zich daarentegen in 1642 tevreden stellen met 1.600 gulden voor De Nachtwacht. In de latere eeuwen namen veel gewone burgers en arbeiders de schaar ter hand. Verhalen uit de Bijbel en de antieke mythologie gaven inspiratie. Ook gedenkstukken voor huwelijken waren veel gevraagd. Soms was ook het levenseinde de aanleiding voor een knipwerk: daar gaat dit artikel over.

In het knipperslexicon.nl hebben ruim driehonderdvijftig bij naam bekende knippers vanaf de zeventiende eeuw een plaats gekregen. Veel anderen verwerkten hun naam niet in het werk, zodat er misschien wel vijfhonderd zijn geweest. Sinds 1983 heeft Nederland een Vereniging voor Papierknipkunst met ruim driehonderd leden. Er worden tentoonstellingen gemaakt en cursussen gegeven. Zie de website papierknippen.nl.

Evert Root
Mensen hebben met schaar of mes allerlei gebeurtenissen uitgebeeld. Er zijn vooral huwelijksgedenkstukken bewaard, maar er zijn ook een paar voorbeelden van knipwerk met de dood als onderwerp. Zelfs de ‘dood’ van de schaar. Dit betreft een knipsel van de Amsterdammer Evert Root, die met zijn schaar begraven wilde worden. Het verbeeldt de  uitvaart van de schaar. Root overleed in 1978.

Evert Root, Begrafenis van de schaar, ca. 1975. Zwart papier. Collectie Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem

Jan de Prentenknipper, Truerlied. Wit papier, ingekleurd met waterverf, 10 x 7 cm. Privébezit

 

Jan de Prentenknipper
In elke tijd gaan mensen op hun eigen manier met het sterven om. Met name knippers uit de negentiende eeuw laten zien hoe dat in hun eeuw gebeurde. In die tijd leefde men niet zo lang en veel kinderen stierven vroeg. De Zeeuwse Jan de Prentenknipper (Jan Huijssoon) verloor rond 1850, in de loop van zijn zwervend bestaan langs ’s Heeren wegen, meerdere kinderen alsook zijn partner. Dat was treurig, zoals hij liet zien op een kerkboekprentje met knekels en zandloper op een sarcofaag. Zulke prentjes, met bijbelfiguren en spreuken als ‘Gedenk te Sterven’ verkocht hij als marskramer; ze fungeerden als bladwijzer in het kerkboek.


Arie Tergant

Het oude gezegde Memento mori (Gedenk te sterven) was heel vertrouwd. Arie Tergant, die in het Noord-Hollandse dorp Winkel woonde, knipte deze regels:

‘O Mensch gedenk U Dood Daar Gy Nog Heden Staat
Want Eenmaal Naakt De Tyd dat Ook U Sterfuur Slaat

Arie Tergant, Gedenk te sterven, 1829. Wit papier met achtergrond van gekleurd papier, 24 x 35 cm. Collectie Westfries Museum, Hoorn

Geloofsvertrouwen
In de negentiende eeuw met zijn romantiek, vonden mensen het wel gepast om een verwijzing naar de dood aan de muur te hebben hangen. Men was immers beducht voor de Dag des Oordeels. En als de dood had toegeslagen, hoorde openbaar treuren erbij. Maar ook geloofsvertrouwen, met op de tombe tussen het geboomte: ‘Zalig zyn de dooden die in de Heere sterven’.

Anoniem, Geloof, hoop en liefde, 19e eeuw. Afm. onbekend. Collectie Drents Museum, Assen

Jan van Dijk
De Amsterdammer Jan van Dijk liet bij het overlijden van zijn zuster Marregreta van Dijk in 1806, op 28-jarige leeftijd, ter nagedachtenis een groot stuk maken door een onbekende kunstenaar. Het stelt een sarcofaag voor met een gedicht door broer Jan van Dijk en aan weerszijden een man met zeis en een vrouw met anker en duif onder een treurwilg. Bovenin het silhouet van de overledene, urnen, treurende kinderfiguren en diverse doodssymbolen.

Anoniem, Nagedagtenis bij ’t Overleiden van Marregreta van Dijk, 1806. Plm. 30 x 20 cm. Privébezit

Frederik Godschalk
Frederik Godschalk uit Hengelo gaf in 1842 een onbekende knipper vijf jaar na het overlijden van zijn vrouw Catharina Luijerink nog opdracht voor een gedenkstuk. Er zijn allerlei symbolen in verwerkt: twee treurwilgen, een monument met ‘Memento Mori’, een bellenblazend kind (het leven als zeepbel) en magere Hein met zeis en zandloper. In het raster aan weerszijden van de tekst staan gevleugelde zandlopers: de tijd vliegt (tempera fugit).

Anoniem, Ter herinnering aan het overlijden van Catharina Luijerink in 1837, gemaakt in 1842. Zwart papier, letters in goudpapier, 24 x 37 cm. Collectie Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem

N.S.G.

Anoniem, N.S.G. (N. Segau?), 1847. Wit papier, 27 x 21 cm. Collectie auteur

Zo’n sarcofaag met een soort obelisk staat ook centraal in een knipwerk voor N.S.G. uit 1847, met treurwilg, zeis, zandloper en trouwe hond. De andere symbolen wijzen op de Bijbel, waarin de belofte staat dat de gelovige in de hemel met musicerende engelen zal zingen.

 

 

 

 

Johannes Hubertus Reygers
In Middelburg werkte een tekenleraar en papierkunstenaar, Johannes Hubertus Reygers, die allerlei gedenkstukken uit geknipte stukjes papier samenstelde tot een geheel met reliëf, dus min of meer ruimtelijk (zie ook p. 32). Dit stuk was voor een jonge vrouw, die in 1800 op 23-jarige leeftijd overleed. Op de sarcofaag staat:
Vertrouwd op jeugd nog frisse leen
Van beide meugt gij u beroemen
Die sluimerd onder desen Steen
De Schoonste zijn de Eerste Bloemen

Dichterlijke wijsheden komen niet altijd met de werkelijkheid overeen… Maar de maaier staat klaar.

J.H. Reygers, Graftombe voor Johanna Cornelia Vieman, 1809. Papier, 18 x 15 cm. Collectie Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem

Zelfs de dood niet
Een piepklein snijwerkje (met een doorsnede van 2 cm) laat een oud verhaal zien met de gedachte Ni mesme la mort (Zelfs de dood niet). Er klimt een levende rank op tegen een dode boom. De liefde blijft bestaan, gesteund door de herinnering.

Anoniem, Ni mesme la mort, ca. 1650. Wit papier, 2 cm doorsnede. Collectie auteur

Zo is ook de liefde voor het maken van mooie knipsels, zelfs bij een verdrietige gebeurtenis, van blijvende waarde. Een knipwerk kan troost bieden en helpen om de herinnering vast te houden.

Jan Peter Verhave

Meer weten over oud Nederlands knipwerk? Lees: Jan Peter Verhave, Het scherp van de snede. Vier eeuwen papierknipkunst in Nederland (2023). Hij publiceerde eerder, samen met zijn echtgenote Joke Verhave-van Duijn: Geknipt! Geschiedenis van de papierknipkunst in Nederland
(2008) en Onbekend en ontroerend erfgoed (2017).
Bezitters van oud knipwerk worden uitgenodigd hun bezit kenbaar te maken via de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst (papierknippen.nl) of bij de auteur
(lexicon@papierknippen.nl). Privacy is gewaarborgd.

Dit artikel verscheen eerder in Terebinth, tijdschrift voor funerair erfgoed 2023, jrg. 37, nr. 4, pp. 8-11.

De veiling van de collectie Lever. Een terugblik. Knip-Pers 2022-1

Zeven jaar na de dood van knipkunstenaar Wiecher Tjeert Lever kwam zijn privé museumcollectie in Westerbork onder de hamer van het veilinghuis Christie’s in Amsterdam. Een evenement dat nogal wat voeten in de aarde had, maar ook de geschiedenis van de papierknipkunst heeft beïnvloed. Dit relaas volgt de voorgeschiedenis, het verloop van de veiling en de daarop volgende gebeurtenissen. In het volgende nummer van de Knip-Pers zal ik enkele conclusies trekken, die nuttig kunnen zijn voor het behoud van geknipt erfgoed, collectievorming, waardebepaling en beschikbaarheid van fondsen.

Wand Levermuseum

Wiecher Lever heeft op eigen kracht een belangrijke verzameling knipkunst opgebouwd. Daarnaast knipte hij getrouwe kopieën van stukken die hij niet kon verwerven. Er was veel te zien en bezoekers lieten zich graag silhouetteren; mede door een hoge productie voor de verkoop (duizenden stuks per jaar) kwam er een gestage stroom van bezoekers op gang. Als Lever profielen knipte van bezoekers, moest zoon Jan Lever vaak de rondleiding verzorgen. Lever heeft altijd geweigerd om overheidssubsidie te genieten, omdat hij geen behoefte had door ‘deskundigen’ bekritiseerd te worden. Hij bleef de autodidact met een privémuseum, waar oud-Nederlands knipwerk te bezichtigen was. Zijn boeiende rondleidingen waren de kracht van het museum. Hij toonde daarmee de tekortkoming van officiële musea om hun geknipt erfgoed (periodiek) zichtbaar te maken. Tegelijk deelde hij zijn enorme kennis liever niet met anderen, die ook blijk gaven van enige kennis en had hij een hekel aan fotograferende bezoekers in zijn museum. Zeker als hij wist dat zij zelf ook knipten. Na een noodlottig verkeersongeval in november 1981 krijgt Levers tweede vrouw het vruchtgebruik van zijn erfenis en werden zijn zes kinderen opeens erfgenamen van de collectie.

anoniem Amsterdam, huwelijksprent 1822, 33 x 26 cm

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De erfenis
Aanvankelijk blijft het museum geopend onder verantwoordelijkheid van mevrouw Lever en het wordt bemenst door de knipster Ella Hooijberg als ‘de enige knipkunstenares in loondienst’. In 1984 geeft mevrouw het vruchtgebruik terug aan één van haar drie kinderen: Tobia, zelf kunstknipster. Zij veronderstelt recht te hebben op de collectie en vraagt verkoop aan; de kantonrechter staat toe dat de collectie in zijn geheel (als één kavel) wordt verkocht. In hoger beroep wordt dat besluit vernietigd en het museum blijft open. Maar de exploitatie kan zo niet doorgaan, zonder beleid, conservering en presentatie. Zoon Jan zoekt, namens de andere erven, steun bij de gemeente Westerbork en de provincie, maar zonder gevolg. Omdat er geen middelen zijn voor aankoop van het geheel, zijn de andere erven voor verkoop per stuk en accepteren zij (niet allemaal van harte) dat de verzameling uiteen zal vallen. De rechtbank beveelt verkoop; niet een procedure die de schoonheidsprijs verdient. Intussen krijgt het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst lucht van de ontwikkelingen (Knip-Pers dec. 1987). Er gaat in december een brief naar de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC): ‘met ontzetting’ vernomen dat het knipkunstmuseum Westerbork geliquideerd zal worden en de verzameling zal worden geveild bij Christie’s. Het bestuur vreest dat als geen Nederlands museum de verzameling zal aankopen, veel naar het buitenland wegvloeit. Op 10 december 1987 richt het ministerie zich tot de directeur van het Nederlands Openluchtmuseum (NOM), met het verzoek een advies te geven over de brief van de vereniging. Die v raag is meteen aanleiding voor een intern memo op 16 december: “Is de Lever collectie interessant voor ons? Hebben we budget?” Het interne antwoord luidt: “Ja, deze kan meer dan twee ton waard zijn; ook kopieën, maar originelen behouden voor Nederland. Afspraken maken” (de medewerkers hebben géén duidelijk idee van de Lever collectie; Joke en Jan Peter Verhave geven een impressie). De voorzitter van de knipvereniging krijgt 21 april 1988 in antwoord op de brandbrief, bericht van het ministerie, dat men handelt conform het advies van het NOM.

Stichting W.Tj. Lever
Henk van Ark, partner van Tobia, brengt op 8 februari 1988 de directeur van het NOM op de hoogte van de oprichting van Stichting W.Tj. Lever te Rotterdam (officiële oprichtingsdatum 21 april 1988). Deze nieuwe stichting heeft ten doel de belangstelling en waardering voor het leven en werk van Lever te bevorderen. De collectie dreigt te worden verkocht bij Christie’s. Vijf van de zes erven zijn hiervoor, terwijl de zesde erfgenaam een gerechtelijke procedure voorstaat om de hele collectie bijeen te houden. De stichting, sprekend namens de zesde erfgenaam, wil de collectie behouden of verspreiden over Nederlandse musea en de andere erven daarvan overtuigen. De stichting zoekt steunbetuigingen om de collectie bijeen te houden, en voor een onderkomen van de collectie. Tot dan toe vergeefs. Vier dagen na zijn brief antwoordt de directeur aan Van Ark dat het openluchtmuseum niet in de juridische procedure treedt. Vervolgens schrijft de directeur op 1 maart aan het ministerie van WVC: “NOM heeft veel knipwerk, dus het Rijk hoeft niet de hele collectie bijeen te houden. Wel interessant voor NOM om een aantal lacunes op te vullen. Dat zal plm ƒ 50.000 vergen. Geen onderhandeling met de erven om een veiling vóór te zijn, ivm lopende juridische procedure”.

anoniem Zeeland, aankoop van de Verhaves, 1805, 25 x 20 cm

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoeken naar mogelijkheden Het ministerie antwoordt dat het museum al ƒ 25.000 heeft ontvangen voor aanvullingen in de algemene collectie. Er is niets extra voor de knipkunst. De directeur laat het er niet bij zitten en vraagt een extra krediet van ƒ 40 .000. Weer is het antwoord negatief. Dan richt de directeur zich tot de Vereniging Vrienden van het Nederlands Openluchtmuseum. Hij meldt dat, na overleg met de Verhaves, maximaal ƒ 50.000 bij het ministerie is gevraagd en dat dit negatief heeft uitgepakt. Het museum heeft slechts ƒ 8 .000 te besteden en verzoekt ƒ 40 .000 steun van de vrienden. Ondertussen beijvert Stichting W.Tj. Lever zich om gegadigden te vinden voor onderdak van de collectie en verzoekt de andere erven de verkoop nog even uit te stellen. Het Westfries Museum (WFM) is geïnteresseerd, maar een verzoek om steun aan Vereniging Rembrandt valt negatief uit, omdat zij statutair geen steun geeft aan ‘volkskunst’. Op uitnodiging van conservator Ad de Jong van het NOM delen de Verhaves in september hun kijk op de Collectie Lever, opgedaan tijdens hun bezoek in 1979. Zij schatten de mooiste stukken en doen de aanbeveling voor aanvulling van de collectie: “een éénmalige kans om verzamelingen in ons land te verrijken. Lever heeft bewezen dat oud knipwerk gezien mag en wil worden!” Het bestuur van de knipvereniging blijft zich mengen in de zaak en is betrokken bij de oprichting van een Westerborks initiatief: de oprichting van Stichting Vrienden Knipkunst (géén band met de Stichting W.Tj. Lever). Deze personen willen een museum doorstarten, dat los staat van het gesloten museum van Lever. Dat was immers een publiekstrekker voor het dorp. De gemeente, VVV, middenstand en horeca steunen het idee om in geval van veiling van de collectie een aantal aankopen te doen. Tijdens een bijeenkomst van de lokale partijen houdt Magda Helms namens de Knippersvereniging een toespraak.

Subsidies
Stichting W.Tj. Lever start in november een nieuwsbrief en doet haar best fondsen te werven. Vlak voor de veiling krijgt zij steun van het Prins Bernhardfonds. Dit fonds is bereid ƒ 140.000 te doneren op voorwaarde van samenwerking met een Nederlands museum. Dat wordt het WFM in Hoorn. Zelf heeft dat museum zich ook al van de nodige toezeggingen uit fondsen verzekerd. De kijkdagen zijn van 2 tot en met 6 november. Er i s een aparte catalogus te koop voor ƒ 15. Deze telt 501 kavels. Gedrukt op glanspapier, maar zonder veel illustraties, uit vrees dat de veiling te weinig zal opbrengen. Na de kijkdagen overleggen Simon Honig (NOM), Tonnie Jurriaans (WFM), Henk van Ark en Tobia Lever (Stichting W.Tj. Lever) en de Verhaves om elkaar niet onnodig op kosten te jagen.

De veiling
Maandag 7 november vindt de veiling plaats, zowel ’s morgens als ’s middags. Elke geïnteresseerde heeft zijn knopen geteld. Stichting W.TJ. Lever verwerft onder andere Abrahams Offer door Pieter Reynders en enkele stukken van Geert Jager de kavels 352 en 354. Daarnaast koopt zij nagenoeg al het belangrijke werk van Lever, evenals zijn boeken en documentatie. Het WFM wint een gekleurd huwelijksknipsel uit 1822, een reliëfknipsel met houthakkers door Reynders en een mooi werk van Gerard de Mon. De Verhaves bieden succesvol op zeven stukken. Het NOM koopt twaalf kavels met werk van onder andere Geert Jager, Jannes Grootenhuis, Schmetterling en Pieter van Haaren. Stichting Vrienden Knipkunstmuseum Westerbork doet 60 aankopen, voornamelijk bestaande uit Levers werk; een goede basis om opnieuw te beginnen. Klapstuk op de veiling zijn twee werkstukken van Pieter van Haaren uit 1805, die de geboorte- en lijdensverhalen van Jezus voorstellen (zogenaamde pendanten). Een Amerikaanse en een Duitse bieder drijven de prijzen op. Het WFM houdt vol en verwerft voor ƒ 27.600 het ene knipwerk, het NOM met ƒ 29.900 het andere. Dit zijn “gepeperde prijzen” aldus De Telegraaf , zeker omdat de bieders nog rekening moeten houden met 15% veilingkosten en 6% BTW. De prijzen voor deze twee stukken van Pieter van Haaren zijn inderdaad buitensporig, maar dankzij de beschikbare middelen zijn ze voor Nederland bewaard gebleven. Weliswaar van elkaar gescheiden, maar toch. De totale opbrengst van de veiling bedraagt ƒ 269.997, ruimschoots boven de verwachte ƒ 200.000. Alle betrokkenen zijn tevreden met de resultaten.

anoniem, voor Laurens Roeper Bosch, plm 1770, 21 x 25 cm

Lies Markus, oprichtster van de knipvereniging doet in de Knip-Pers verslag van de veiling: “Als je nog nooit een veiling hebt bijgewoond, dan is het echt een bijzondere sensatie. Er zaten niet allemaal bieders, maar vele kijkers. De veilingmeester stond en zat in een soort antieke ‘preekstoel’, waarop een koperen plaat met ‘Christie’s’ erop, die er midden op de ochtend kletterend afviel, waarop hij mompelde ‘slecht voorteken’. Dat kwam niet uit want er werd tamelijk hoog geboden.”

Mietje van den Brink, plm 1850, 18 x 15 cm

Bereikte resultaten
In overeenstemming met de subsidievoorwaarde van het Prins Bernhardfonds draagt Stichting W.Tj. Lever in februari 1989 ongeveer 30 antieke door haar gekochte stukken over aan het WFM. Van Ark zegt daarover: “Het Prins Bernhardfonds heeft nogal wat losgemaakt in de wereld van de papierknipkunst!”. De stichting zelf stelt een reizende tentoonstelling samen met knipwerk van Lever. Deze wordt eerst getoond in het WFM, daarna volgen musea in onder andere Rotterdam en Veendam. In 1992 besluit de stichting tot de inrichting van een eigen museum en verhuist zij van Rotterdam naar Schoonhoven. Daar opent zij aan de Oude Haven het Nederlands Museum voor Knipkunst (vanaf 1995 in de Stadhuisstraat). De stichting ontplooit allerlei activiteiten en de verzameling groeit gestaag door schenkingen en aankopen. In 2005 zal blijken dat het voortbestaan in Schoonhoven financieel niet meer haalbaar is en wordt de hele, intussen aangegroeide, collectie overgedragen aan het WFM. De stichting verhuist naar de provincie Groningen, waar Henk van Ark verder werkt aan de geschiedschrijving van de papierknipkunst. Met haar aankoop richt Stichting Vrienden Knipkunstmuseum Westerbork het nieuwe Museum van Papierknipkunst in. Hier zijn oud en recent knipwerk te zien. Het trekt ’s zomers nog wel publiek, maar moet voortdurend vechten voor zijn voortbestaan. Toch blijft Westerbork de enige plek waar belangstellenden terecht kunnen voor informatie en schenking. Dankzij Lever is Westerbork op de knipkaart gezet; laten we daarin zijn gedachtenis eren en dit museum in stand houden.

anoniem, Bijbels-, huwelijks- en liefdesverhaal, plm 1700, 30 x 15 cm

Door Jan Peter Verhave.
Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 2022-1.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van Nieuwsbrief van Stichting W.Tj. Lever, Knip-Pers; Archief van het Nederlands Openluchtmuseum, Berichten en Mededelingen van het Nederlands Openlucht Museum, persoonlijk contact met Betty Aardewerk (samensteller van de catalogus), Henk van Ark (“Wiecher Tjeert Lever (1917-1981). Een kunstenaarsleven in knipsels”, Uitg. StW.TJ. Lever, 2010) en Jan Lever, vrijwillig conservator van het huidige Knipkunstmuseum Westerbork, die zijn fotoarchief over de veiling ter beschikking stelde.

 

 

Pieter Reynders, houthakkers, plm 1800, 19 x 24 cm