Auteursarchief: admin

N.G. Terpstra 80 jaar!, Knip-Pers 1991-3

Hartelijk gefeliciteerd met Uw 80 jaar komende verjaardag.
Wij wensen U nog vele gezonde snipperjaren!

Op 25 november 1991 hoopt de heer Terpstra 80 jaar te worden. Een zeer sterke knipper, alleen al gezien de grote verscheidenheid in zijn knipwerk en de specifieke stijl. Zelf zegt hij daarvan: “Het is alsof Evert Root over mijn schouders meekijkt, als ik zit te knippen”.

afb. 1 Winschoten, marktplein.

Met een beroep even kreatief als zijn hobby, bracht de heer Terpstra als banketbakker lange tijd in Winschoten door. Hij was intern en sliep achter het vierkante dakraampje (afb. 1) van het middelste huis, precies onder de toren. Altijd hoorde hij de klok slaan, éénmaal liever dan twaalfmaal.

afb. 5 De Tellerlikker, Winschoten.

Als oude Winschoter kan hij deze plaats wel uitknippen! En zo ontstond het monumentje de “Tellerlikker” (afb. 5), dat op het pleintje staat voor het Cultureel Centrum De Klinker. Hij vertelt hierover: “Bij mijn naspeuringen is gebleken dat er veel Winschoters zijn voor wie de oorsprong van dit monumentje onbekend is. Zo heb ik een banketbakker in de Hoofdstraat van Winschoten om inlichtingen gevraagd. Deze kon mij hierover niets meer vertellen dan ik al wist. Daarna heb ik geprobeerd mijn licht op te steken bij een vooraanstaand medewerker van het maandblad “Torenklanken”, die historische stukjes schrijft. Maar ook dit leverde niets op.
Langs allerlei omwegen kan ik nu vertellen dat de bijnaam Tellerlikker al sinds mensenheugenis bestaat. De Winschoters hebben het in vroegere jaren zo armoedig gehad, dat ze na iedere maaltijd de tellers (etensborden) moesten af likken om aan hun trekken te komen. In die zogenaamde goeie ouwe tijd gingen heel veel mensen uit Oost Groningen de grens over om turf te steken (ontginnen van veengebieden) en hard te werken op steenfabrieken om de in die tijd zo schrale kost te verdienen. In dit licht gezien kan ik mij dan ook goed voorstellen dat men bij elke gezinsuitbreiding tot elkaar gezegd moet hebben dat ze er weer een tellerlikker rijker op waren geworden! De vogeltjes op het beeldje zijn fantasietjes van mij en staan er in werkelijkheid niet op; maar de molen op de achtergrond is én van de drie waaraan Winschoten de naam molenstad te danken heeft. Winschoten is in de loop der tijd uitgegroeid tot een welvarende koopstad, waar het goed winkelen is. Veel mensen uit de wijde omtrek doen daar hun inkopen en drinken dan ergens een kopje koffie, terwijl ondertussen de Tellerlikker het verleden wakker houdt.”

afb. 2 Nieuweschans, Voorstraat met kanon

Na wat omzwervingen woont de heer Terpstra nu in Nieuweschans (afb. 2). Daar ziet hij zich op zon-, feest- en werkdagen graag omringd met liefst zwarte papiersnippers. Hij tekent eerst het ontwerp voor op de witte achterkant, waarna hij zich bij het knippen of snijden niet strikt houdt aan het model. Al knippende brengt hij kleine wijzigingen aan en moet daar heel goed zijn hoofd bij houden. Naast een breed scala aan onderwerpen worden vooral dorpsgezichten en stedenbouw schaarkundig door hem vastgelegd. En denk niet dat het knipgebied beperkt blijft tot zijn direkte omgeving, want we zien ook de Dom van Utrecht verrijzen en zelfs de wolkenkrabbers van New York! (af b. 4)

afb. 4 New York, met 212 raampjes.

De heer Terpstra geeft zijn knipgeheimen graag door en demonsteert regelmatig in verscheidene plaatsen. Zo heeft hij de afgelopen jaren heel veel mensen op het spoor kunnen zetten van deze mooie hobby. Ook onderhoudt hij contacten met leden van onze vereniging, die steeds op een hartelijke en gulle reaktie van hem kunnen rekenen.
En hoeveel pagina’s van de Knip-Pers heeft hij al niet gevuld met zijn vaak humoristische kunsten en vondsten, zowel in knip- als in rijmtrant! Want behalve de schaar heeft hij ook een vaardige pen. Ter illustratie van zijn veelzijdigheid en van dit zeer sterke verhaal, plaatsen we een komische variant van zijn zo herkenbare knipstijl: “Pech vóór het huwelijk”. (afb. 3)

afb. 3 Pech vóór het huwelijk.

Wij hopen dat de heer Terpstra nog vele jaren knippend en snijdend zijn aandacht mag blijven verdelen!

Illustraties: (alle afm ± 43 x 35 cm)

Door Magda Helms

Expositie “Wilken/Tergant”, Nieuwsbrief 1994-1

Van 26 februari t/m 10 april 1994 is in het Nederlands Museum van Knipkunst de nieuwe wisseltentoonstelling “Wilken/Tergant” te bekijken. Deze expositie toont modern knipwerk van beeldend kunstenaar Narda Wilken uit Koewacht in kombinatie met 19de eeuwse papierknipkunst van Arie Tergant.

Narda Wilken (1929) is geboren in het Westfriese plaatsje Winkel. Vanaf 1946 kreeg zij enige jaren les in schilderen van Jos Rovers van de Rijksacademie te Amsterdam. Om in haar levensonderhoud te voorzien hield zij zich daarna bezig met het maken van mode-ontwerpen en het vervaardigen van hoeden en jurken. In 1955 is zij begonnen met het maken van papierknipsels, die veelal werden geknipt in opdracht voor bijvoorbeeld huwelijken en jubilea. Kontakten met andere papierknippers ontstonden pas aan het eind van de jaren zestig. Toen werd duidelijk dat Narda Wilken in het papierknippen een volledig eigen, zeer herkenbare stijl had ontwikkeld. Haar knipwerk van glanzend, zwart sits papier combineert zij meestal met een achtergrond van Indiase zijde. Hierdoor ontstaat een levendig effect dat nog wordt versterkt door het gebruik van speelse bloem- en vogelmotieven in het zeer decoratieve randwerk van de knipsels. Opvallend is de toepassing van vele kleine details in de toch open composities. De grootmoeder van Narda Wilken, Neeltje Pool, knipte zelf ook en verzamelde knipwerk van Arie Tergant. Tergant (1773-1852) werd geboren te Alkmaar, maar heeft sinds 1805 gewoond en gewerkt in Narda’s geboorteplaats Winkel. Arie was er timmerman, maar tevens beeldsnijder, behanger, klusjesman, leidekker en wagenmakersknecht. En, hij was bekend als maker van papierknipwerk, een goede mogelijkheid tot bijverdienste in die tijd. Arie Tergant heeft veel geboorte-, naam-, huwelijks- en spreukenknipsels gemaakt, ook maakte hij kleine kerkboek”prentjes’. Op de expositie zijn deze kleine knipsels van Tergant uit het bezit van Narda Wilken te zien, ook worden enige knipsels gemaakt door haar grootmoeder en knipwerk uit Westfriese familiebijbels getoond.

Door Henk van Ark.

Op te lossen en op te sporen, Knip-Pers 1991-1

In 1986 hebben we een portret geschetst van Line Huizenga-Onnekes, een dame die na de oorlog oude volksverhalen uit het Groninger land te boek stelde; ze noemde zichzelf folkloriste.
Rond haar 65e raakte ze geboeid door de geschiedenis van de Nederlandse knipkunst en maakte, aanvankelijk samen met W.T. Lever, studie van oude knipsels. Ze schreef een manuscript voor een boek “Juweeltjes van Knipkunst”, maar overleed in 1956, een koffer vol aantekeningen en correspondentie met knippers en bezitters van knipsels achterlatend. Het is een rijke bron van gegevens, waaruit wij mogen putten dankzij de hartelijke medewerking van haar kinderen en kleindochter. In deze aantekeningen vonden we enkele gegevens over beide knippers Wilhelm Müller en Karl Fröhlich, over wie we in de voorgaande nummers schreven. Een Nederlandse eigenaresse meende indertijd dat die knipsels door haar grootmoeder, een meisje Mees uit Rotterdam, zouden zijn gemaakt … (pag. 3). Line liet het naar zo; zij had voor het probleem van de twee knippers, wier werk zo op elkaar leek, geen oplossing. Ook wij zijn nog lang niet uitgepuzzeld.
Wel lieten enkele lezeressen ons oude knipsels zien, die kennelijk door een van de twee Duitsers zijn gemaakt (pag. 4). Zulke werkstukjes hebben blijkbaar in flinke aantallen hun weg naar Nederland gevonden!
Een derde artikel over de beide knippers houdt u nog van ons tegoed.


Driemaal Fröhlich (en niet Mees uit Rotterdam.

Terug naar Line Huizenga voor iets heel anders. Wat zij heel uitgebreid heeft gedaan, was contact zoeken met knippers die omstreeks 1950-1955 actief waren. Zij heeft met ze geschreven en ze bezocht.
In de Knip-Pers van maart 1989 hadden we al iets laten zien van Tola Steinhage; de meeste gegevens vonden we in het manuscript Huizenga. Tola blijkt nu in Frankrijk te wonen, gaf een van de leden ons door.
Over veel andere knippers uit die tijd weten we weinig: Miep Dehé, Gretha Zijl, Lily Eisendorn, Gertrud Januszewsky, Marie Thérèse Bruning, Toos Vierkens-Commerel. Sommigen van hen leven nog, maar het is ons niet bekend of ze nog steeds knippen. Het zou aardig zijn om wat meer over knippers in de vijftiger jaren te weten. Zij vormen immers de eerste, na-oorlogse generatie knippers, die de weg hebben bereid voor de huidige populariteit van de schaarkunst. Voor deze maal kozen we Johanna Struyk en we citeren uit het manuscript van Line Huizenga-Onnekes:

“Hankie Struyk is 13 augustus 1931 geboren te Bergen N.H.. Ze maakte op zeer jeugdige leeftijd kennis met het knipwerk van Miep Dehé. In 1950 deed ze eindexamen gymnasium in Alkmaar. Daarna werd ze leerling aan de Kunstnijverheidsschool te Amsterdam, waar ze na vier jaren het eindexamen cum laude deed. Als vak had ze illustratie gekozen.
Ze vertelde me dat ze van klein kind af graag getekend, geknutseld en geknipt had, eerst met een schaar met stompe punten. Als stimulerend voorbeeld had ze een vijf jaar ouder zusje, dat ook altijd erg actief was in dit opzicht, maar haar liefhebberijen later vrijwel opgaf.
In de derde klas van het gymnasium begon ze meer serieus te knippen. Silhouetten maakte ze reeds toen ze twaalf jaar was. Van klein kind af voelde ze niets voor natekenen en ze is er haar onderwijzers en onderwijzeressen van de lagere “Bosschool” nog dankbaar voor dat ze haar daartoe nooit hebben gedwongen …. In het begin heeft ze haar knipsels aan de achterzijde van het papier in ruwe schets getekend, zich natuurlijke vrijheden veroorlovend. Ze gebruikte gewoonlijk wit papier en tegenwoordig knipt ze zonder vooraf te tekenen.
Maar op een gymnasium moet nu eenmaal hard gewerkt worden, zodat er voor liefhebberijen weinig tijd overblijft. Ook hield ze van zwerven in de Vrije natuur. Ze is op het ogenblik meer illustratrice dan knipster. Ze illustreert namelijk in het kinderblad “Kris Kras” en ontwerpt voor uitgeverijen boekomslagen. Ze hoopt binnenkort in het huwelijk te treden.”
Tot zover de kennis van zaken in 1956.

Wij kunnen daar niets aan toevoegen, maar het zou aardig zijn om iemand met zo’n kunstzinnige vorming in onze vereniging te noden.

Wie kent Hankie Struyk uit Bergen, sindsdien beter bekend als mevrouw J. van Straaten-Struyk. Zou ze nog knippen?

Door Joke en Jan Peter Verhave

Illustraties:
Hankie Struijk, koekoeksbloem,dennetak, distel, lijsterbes. (afm. onbekend; foto’s Nederlands Openluchtmuseum).

Een nieuwe aanwinst voor het Westfries Museum, Knip-Pers 1992-3

Inmiddels is bekend dat dit werk gemaakt is door Johannes Andreas Stompff.

Stond de papierknipkunst in de 17e en vroeg 18e eeuw in hoog aanzien, in de loop van de daarop volgende tijd verwerd het van kunst met een grote K tot een vroege vorm van vrije tijdsbesteding voor onder andere dames uit de betere kringen. Het door het Westfries Museum aangekochte stuk mag in dat licht bezien worden. Prachtige gecalligrafeerde bijbelspreuken en psalmverzen gevat in sierranden van festoens en putti.

Het is een combinatie van professioneel knipwerk en amateuristisch uitgeknipte randen en figuren. Alle onderdelen zijn eerst getekend en met uitzondering van het calligrafiewerk met de hand geschilderd en ingekleurd. Het uitknippen van de figuren en randen is hakkerig, terwijl het calligrafiewerk zeer kundig geknipt is. Daarna is het geheel opgeplakt en werd de blauwe lucht tussen de engelen met een penseel aangebracht. De randen liggen op verschillende kleuren papier en zijn soms uit een stuk gemaakt, terwijl andere randen uit verschillende losse stukken zijn opgebouwd en op elkaar geplakt.
De manier waarop het stuk gemaakt is doet sterk denken aan de door dames en jongejuffrouwen aangelegde ‘albums’, waarin zij uitgeknipte en met de hand ingekleurde etsjes en tekeningen van engeltjes, bloemenmandjes enz. plakten, terwijl de figuren en de randen, maar ook de indeling van het knipwerk overeenkomsten vertonen met de behangselschilderkunst uit de periode 1790-1820.

Het heeft vooral kenmerken van de Empirestijl, met festoens, putti enz. en zal derhalve rond 1800 vervaardigd zijn. Dit knipwerk met bijbelse spreuken en psalmverzen is gemaakt ter nagedachtenis aan de geboorte van Jezus. Het werd geplaatst in een speciaal voor dit werk gemaakte mahonie houten lijst, waarin vier medaillons met spreuken knipsels achter bol glas. De bijbelspreuken en psalmverzen zijn zo geformuleerd dat het stuk waarschijnlijk gemaakt is door een streng gelovig lid van de gereformeerde kerk, een zogenaamde piëtist.

De laatste eigenaar van dit knipwerk was Cornelia Adolphina Wickevoort Crommelin, lid van een gereformeerde vooraanstaande familie en eigenaar van het landgoed ‘Wildhoef’. Sierde het stuk eerst een van de wanden van het landgoed, vanaf 1 juli 1992 is het met andere knipwerken in het Westfries Museum te bewonderen.
Met dank aan de heer P. Bakker, Enkhuizen.

Onderschrift foto’s:
De teksten in de twee spreukbanden luiden: Vierde geknipte rand van boven: ‘Juicht, Ja een kind is ons geboren en een Zoon is ons gegeven. De heerschappij is op Zynen schouder en men noemt Zynen naam Wonderlijk Raad Sterke God Vader der Eeuwigheid Vredevorst.’
Tweede (geknipte) rand van onderen: ‘En toch hoe groot en hoog verheven Hy wordt gezet tot een val en opstanding veler in de wereld en tot een teeken dat wedersproken zal worden.’
In de sierrand (tweede van boven), links: bijbelse figuren met muziekinstrumenten; rechts: putti met muziekinstrumenten en bijbelboeken.
In een van de engeltjes werd met 0ost Indische inkt heel klein ‘Amor’ geschreven, maar een signatuur werd niet ontdekt.
Knipsel: hoog 89 x lang 102 cm (in lijst hoog 110 x lang 125 cm). Maker onbekend. De tweede afbeelding is een detailfoto van het donkere gedeelte met rand, rechtsonder.

Door Tonny Jurriaans

Snijwerk van H.H. Steffens, Knip-Pers 1990-3

De afbeeldingen op pagina 28 en 29 zijn niet van knip- maar van snijwerk, door de heer H.H. Steffens gemaakt met mesjes, gutsen en zelfgemaakte apparaatjes.

Met een soort ballpoint steekt hij heel fijne bloemetjes uit en plakt die op de ranken. Vroeger maakte hij ook knipwerk, vooral miniaturen van b.v. kerkinterieurs en boerderijen. Maar omdat “het zien niet meer is als vroeger” en ook om een vergrootglas te kunnen gebruiken, is hij gaan snijden.

   

       

Overleden Mien Schaminée-Schellekens, Knip-Pers 2005-4

Berghem, 14-12-1919 – Arnhem, 23-10- 2005
Wij hebben inmiddels afscheid van haar genomen.

Dit bericht stond op 3 november 2005 in De Gelderlander. Mien was onze eerste voorzitter en erelid, dus wil ik even omzien. In het najaar van 1980 kwam ze bij mij op knipcursus, samen met onder andere Ans Miechels. Ze nam haar eigen stoel mee, omdat ze slecht kon zitten in verband met haar heupen. Later onderging ze heupoperaties, maar er ging iets mis, zodat ze steeds meer gehandicapt raakte. Gedurende de cursus had ze veel contact met Ans, die het knippen wat lastig vond, maar door Mien werd gestimuleerd en met resultaat.

Tijdens de oprichtingsvergadering van de knipvereniging, op 23 april 1983 in Arnhem werden bestuursleden uit Gelderland gezocht, omdat daar de meeste knipsters zaten en het contact makkelijk zou zijn. Mien werd de eerste voorzitter. Ze trad af in 1990, om gezondheidsredenen, maar bleef nog een jaar in het bestuur. Ze schreef toen: “Het bestuur was een hechte groep en gaf raad en moed waar dit nodig was. We hebben de trein op de rails gezet en zie het resultaat, nu 960 leden.”

In 1985 deelden Mien en ik een kraam in de “knipstraat” tijdens een ambachtenmarkt in Hoorn: Zij promootte daar de knipvereniging met enthousiasme. Toen Mien verhuisd was naar een appartement, waar ik haar met enige regelmaat bezocht, hingen haar knipsels in de gang bij haar huisdeur Ze knipte helaas niet meer door artrose in de handen en vond dat heel jammer.

Kerstmis 1984, 20×17 cm, Mien Schaminée

De. knipvereniging heeft haar tijdens haar leven veel steun en afleiding gegeven een nieuw levensdoel. Zij gaf de vereniging haar goede zorg en aandacht als voorzitter.
Arnhem, Suus Houtman

S.K. Siegersma: 65 jaar knipervaring!, Knip-Pers 2012-2

14,5 x 12 cm

 

Ja, u leest het goed: ons Friese lid Sake Siegersma heeft inmiddels zo’n 65 jaar ervaring met het papierknippen! Dat is wel uniek te noemen en natuurlijk een goede reden om deze enthousiaste maker van mooi knipwerk eens in het zonnetje zetten.

doorsnede 16 cm

 

 

 

 

Op mijn telefonische vraag of ik hem mocht komen interviewen, stemde hij onmiddellijk in en dat vind ik achteraf best bijzonder, want nog pas in december 2011 is zijn vrouw Trijntje na een langdurig ziekbed overleden. En als je 62 jaar getrouwd bent geweest, valt het natuurlijk niet mee om de draad van het leven weer een beetje op te pakken en alles alleen te moeten doen. Ik werd heel hartelijk ontvangen in Heerenveen met thee en cake. De lijsten met het knipwerk waren al klaar gelegd. En ik zag wat ik nog nooit eerder bij knipsters of knippers heb gezien: een groot boek waarin de knipsels keurig op datum waren ingeschreven met de afmetingen erbij. Er waren 121 gelegenheidsknipsels en 206 andere knipwerken genoteerd!

11,5 x 14 cm

13 x 20 cm

Het werken met de handen is niet vreemd voor de heer Siegersma. Hij is een Friese boerenzoon, die behalve de nijverheidsakte voor metaal ook de lagere en middelbare akte handenarbeid behaalde. Het was natuurlijk heel leuk dat zijn vrouw ook de opleiding handenarbeid had gevolgd. Daardoor waren er veel gemeenschappelijke hobby’s, zoals het aquarelleren, de kalligrafie en het schilderen van iconen. Ze deden erg veel samen, maar niet het papier knippen, dat werd alleen door de heer des huizes beoefend, net als het boekbinden. Beiden hebben jaren les gegeven op diverse scholen. In 1949 begon het pas getrouwde echtpaar naast hun parttime baan in het onderwijs een winkel in kunstnijverheidsartikelen in Wolvega. Door die winkel kwamen de Siegersma’s in aanraking met de meest bekende knipper van Nederland; Tjeert Lever. Die woonde destijds in Muntendam en kon in de winkel zijn knipwerk verkopen.

15 x 21 cm

19 x 14 cm

20,5 x 15 cm

 

11 x 15,5 cm

Vanaf de oprichting van onze Vereniging is de heer Siegersma al lid en samen met zijn vrouw bezocht hij vaak de Contactdagen. In 1983 werd ook de prachtige kniptentoonstelling in Bussum door het echtpaar bezocht en daarover vertelde de heer Siegersma nog een leuke anekdote: “Bij aankomst zag ik een mevrouw die een heleboel grote tassen naar binnen moest zeulen. Ze vroeg: “Wilt u mij even helpen?” Natuurlijk wilde ik dat wel en het bleek mevrouw Irma Kerp te zijn, dat was een leuke kennismaking!” Die tentoonstelling vormde trouwens weer een extra stimulans om allerlei nieuwe knipsels te gaan maken.

13 x 18 cm

In de opleiding voor de aktes handenarbeid werd er wel aandacht geschonken aan het werken met papier, maar echte kniplessen heeft de heer Siegersma nooit gehad. Zijn knipsels zijn bijna altijd van zwart papier met een witte achtergrond gemaakt, maar de laatste tijd gebruikt hij ook wel wit papier; dat is prettig voor de ogen. Hij experimenteert graag en dat is dan ook te zien; allerlei onderwerpen werden door hem uitgebeeld, maar bloemen zijn daarbij toch wel favoriet. Lang niet alles wordt van te voren getekend, meneer Siegersma vertelde dat, als er een paard geknipt moet gaan worden, hij gewoon eerst 10 paarden tekent, dan gaat het knippen vanzelf goed.
Diverse keren is er knipwerk van hem geëxposeerd, onder andere in Schoonhoven, Westerbork en de Oudheidskamer in Wolvega.
Hij heeft nooit knipwerk  verkocht, wel vaak cadeau gegeven. Het is erg jammer dat er van de eerste knipsels geen kopieën zijn gemaakt, 65 jaar geleden maakte je niet even een kopietje in de winkel of bij je thuis. Gelukkig kon er later wel gekopieerd worden en zo is er veel bewaard gebleven om te bewonderen.

15 x 21 cm

De heer Siegersma ontwerpt en knipt ieder jaar zijn eigen kerstkaart, rijdt nog auto, houdt zijn eigen tuin bij, kortom deze actieve man van bijna 90 jaren is een lichtend voorbeeld voor ons allen. De laatste tijd is er begrijpelijkerwijs weinig door hem geknipt. Maar we hopen dat hij binnenkort zijn schaar weer ter hand gaat nemen en het plezier in het knippen weer helemaal terug kan vinden!

Door Ieke Boosman

Siegersma, Sake

Sake Kornelis Siegersma,  Ooststellingwerf 1922 – 2020 Heerenveen

Na de tweede wereldoorlog heeft Sake gekuurd in Davos, Zwitserland. Waarschijnlijk is hij door de knipkunst daar geïnspireerd om te gaan knippen. Het oudste bekende knipsel bij ons is een edelweiss. In de jaren ’50 en ’60 had hij met Trijntje Hento, zijn vrouw, een zaak in kunstnijverheid. Ze verkochten o.a. ingelijste knipsels en geknipte kaarten van dhr. W. Tj. Lever.
Bij gelegenheden kwam dhr. Lever silhouetten knippen.
Sake was ook docent handenarbeid aan o.a. de opleiding Nxx, waar docenten handenarbeid opgeleid werden. Na zijn pensionering is hij serieus gaan knippen. Hij experimenteerde o.a. met kleur en moderne ontwerpen.

Vanaf de oprichting van de Vereniging voor papierknippers is hij actief lid geworden van deze vereniging. Hij deed mee met opdrachten die jaarlijks tentoongesteld werden in het Museum van Westerbork.
Veel van zijn knipsels zijn na zijn overlijden aan het Museum voor papierknipkunst in Westerbork geschonken.

Verdere tentoonstellingen:
Oudheidkamer Wolvega
Museumdorp Allingawier
Museum in Schoonhoven
Protestantse kerk Heerenveen, jaarlijks, in samenwerking met de groep Kerk en Kunst.

Collectie
  • Museum van Papierknipkunst, Westerbork
Literatuur

Nieuwe vondsten, Knip-Pers 1995-2

afb 1

Om de geschiedenis van de papierknipkunst zo goed mogelijk te kunnen achterhalen moet er veel archiefonderzoek gedaan worden. Dergelijke onderzoeken kunnen soms erg saai en vervelend zijn vooral als er niets gevonden wordt. Het wordt pas interessant als de archieven informatie over de papierknipkunst prijsgeven.

Bij het onderzoek naar driedimensionale papierknipkunst werden enige leuke vondsten gedaan. Zo kwamen onbekende papierknipkunstenaars boven water en werd nogmaals het bewijs geleverd dat papierknipkunst in de voorbije eeuwen in vele huizen te vinden moet zijn geweest.

afb. 2

In de 17de en begin 18de eeuw waren kunst- en rariteitenkabinetten in de mode. In deze kabinetten werden voor die tijd vreemde of rare voorwerpen bewaard, geëxposeerd of aan de wand gehangen. Zo’n kamer werd ook wel de ‘cabinetcamer’ genoemd. In zo’n cabinetcamer uit 1661 werd aangetroffen een kabinet van schildpad, waarin in de lade: ‘bloemen van stro, gesneden ivoor’ en ‘gevoude papiere vogeltjes’.

Een eeuw later als de papierknipkunst zich over alle lagen van de bevolking aan het verspreiden is, vinden we in verscheidene boedelbeschrijvingen knipwerken. Zij werden in die tijd op verschillende manieren omschreven: “2 gesneede papieren met lijsten hangende in ’t salet”, “een schilderij met knipwerk”, “een schilderijtje met een geknipte tekening met glas”, enz. Het is de tijd van de Romantiek en zoals in de andere takken van de kunst volgt men ook in de knipkunst de mode. Er ontstaan romantische driedimensionale knipwerken, zoals een vaas met bloemen, anoniem ca.1790 ( afb. 1 en 2).

Het is ook de tijd dat de eerste Nederlandse damesbladen verschijnen. Het damesblad Pen (1821-1835) besteedt regelmatig aandacht aan de papierknipkunst. In het blad worden prachtige voorbeelden gegeven. “Een bouquet tot model voor kunstbloemen in eene vaas als camée”. Dit voorbeeld is prachtig nagevolgd door een anonieme papierknipkunstenaar. Het stuk wordt in Enkhuizen bewaard onder een glazen stolp, zoals dat in de Biedermeierperiode in de mode was. “In de binnenkamer op de commode een knipsel onder een stolp en aan de wand vijf geknipte stukjes”, staat te lezen in een boedelbeschrijving uit de 19e eeuw.

afb. 4

In een volgend nummer van Pen wordt een litho afgedrukt van “Modellen tot Alligorische schilderijen van gesneden papier”. Het leuke van dit voorbeeld is dat één onderdeel al in 1811 door de papierknipper M. Roldanus in papier werd uitgevoerd (afb. 4).

De tot nu toe onbekende papierknipkunstenaar J.P. Naizonet, vervaardigde aan het eind van de 18e eeuw een romantisch tafereeltje met een bloemenmandje op een zuil en onder een boom tuingereedschap (afb. 3).

afb. 3

Buiten de reeds algemeen bekende papierknippers zijn nieuwe namen en werken ontdekt van papierknipkunstenaars die zich op het driedimensionale werk toelegden. Ook beschrijvingen van de manier waarop zij hun werken vervaardigden zijn teruggevonden. In Zeeland werkte buiten de reeds bekende Willem Borreman, ene J. B.rck, Johannes du Burck? 1808-1888. Deze du Burck maakte stads- en riviergezichten. Omdat vele stadstekenaars uit die tijd ook papierknipwerken hebben gemaakt lijkt het aannemelijk dat J.. B.rck staat voor Johannes du Burck, tekenmeester te Vlissingen. Amsterdam kende ene Jan Pieter Brouwer. Hij vervaardigde “van het beste en zwaarste teekenpapier, door hem gedoubleerd op de vereischte dikte door middel van pennemes, vijltjes en door hem zelf vervaardigde beiteltjes bewerkt, twee schoone pronkvazen, het paleis op de Dam, het gebouw van Felix Meritis, een kolonnade van de Romeinsche orde en een eereboog”. In de laatste twee stukken werden uurwerken met speelwerk geplaatst.

Fonger de Haan (1805-1855) maakte de kathedraal van Orleans en andere papieren kunstwerken.

Homan Zeper, waarschijnlijk uit Friesland afkomstig maar werkzaam in Enkhuizen, maakte in de deksels van fichesdoosjes prachtige romantische landschapjes. En ook van deze romantische tafereeltjes gaf het blad Pen volop voorbeelden.

Johannes Hubertus Reijgers (1767-1849) maakte onder andere een gedenkstuk op de vrede van Parijs. Een model van een dubbele wenteltrap van papier werd gemaakt door Jan Theodorus Florentinus Steenbergen (1812-1890) en Hendrik Voerman vervaardigde uit papier onder andere het koninklijk paleis op de Dam en de St. Pieterskerken te Londen en Rome. Van verschillende van deze werken is onbekend of ze bewaard gebleven zijn.

afbeeldingen:

  1. Vaas met bloemen, anoniem, ca. 1790 collectie.: Kunsthandel J. Koldewey
  2. Vaas met bloemen, aquarel P. Voskuil (1797-1862). collectie.: Provinciaal Overijssels Museum. Deze aquarel vertoont veel overeenkomst met de geknipte driedimensionale vaas van afb. 1.
  3. Bloemenmandje op zuil en onder een boom tuingereedschap: J.P. Maizonet 1793. Collectie.: Kunsthandel J.Koldewey.
  4. Bloemenmand met vogelkooitje en tuingereedschap, M. Roldanus, 1811. (h 25.7 x 1 20.5 x d 6 cm). Roldanus is de naam van een bekende domineesfamilie uit Enkhuizen en uit Amsterdam. Maar verder onderzoek zal nodig zijn om te ontdekken wie de papierknipper Roldanus werkelijk was. Collectie: Westfries Museum, bruikleen Gemeente Enkhuizen.

Door Tonny Jurriaans

Jolanda de Pater, 1ste prijs, Knip-Pers 1984-1

Een genoegen om haar te hebben mogen bezoeken in het gezellige huis van de familie de Pater in Alphen, waar Jolanda de middelste van drie kinderen is. Meteen bij binnenkomst hangt een beeldig ragfijn knipsel, waarvan je aarzelend, haast ongelovig vraagt “heb jij dat ook gemaakt?” Het antwoord is bevestigend en hieruit blijkt, dat Jolanda, zo jong als ze is, net 20 jaar, tot zeer bijzondere dingen, in staat is.

Nog niet eens zo heel lang knipt ze, pas drie jaar, maar wel is ze al vanaf haar kleuterleeftijd graag creatief bezig geweest. “Vervelen” zal beslist niet in haar woordenboek staan. De eerste jaren was tekenen voor al favoriet. Heerlijk om je fantasie de vrije loop te laten en onbewust tegelijkertijd gevoel voor vorm en lijn te ontwikkelen. Het tekentalent heeft Jolanda niet van vreemden. Haar tantes schilderen en haar oom is tekenleraar.

Tijdens haar middelbare schoolperiode maakte ze o.a. poppen, kloste ze kant en maakte brooddeegfiguren, alles even mooi en verfijnd.

 

Uiteindelijk verliest ze haar hart aan een paar beeldige echt antieke poppen, waarvoor Opa een mooi kinderstoeltje maakte naar antiek Hindelooper model. Na de middelbare school is Jolanda Kunstgeschiedenis gaan studeren in Leiden, waar ze deze zomer haar kandidaatsexamen hoopt te doen. Een fijne studie voor iemand, die zoveel aanleg en interesse voor veel facetten van kunst heeft. Bovendien zal ze bij haar knipwerk groot profijt kunnen hebben van de vele motieven, die ze uit allerlei takken van kunst onder ogen zal krijgen en ongetwijfeld “vertalen” en gebruiken in mooie knipsels.

Na nog een gezellig praatje en thee met verrukkelijke notentaart (ook Jolanda’s creatie!) in huiselijke kring met ouders en broer, heb ik afscheid genomen in de hoop dat we geregeld werk van haar zullen kunnen bewonderen.

Door Greet Nijenhuis.

Gelijkenis van de zaaier, orig. grootte 24 x 21 cm