Categoriearchief: publicatie

Frouke Goudman-Cupido: een fenomeen op knipgebied, Knip-Pers 2008-3

Volgens de dikke Van Dale is de betekenis van het woord fenomeen: iemand die algemeen sterk de aandacht trekt door één of andere bijzondere begaafdheid. Frouke’s knipbegaafdheid was bij ons allen al in ruime mate bekend, maar het verschijnen van haar schitterende boek ‘Vertalen in papier’ vormt de aanleiding om haar wat beter te leren kennen:

Frouke Cupido werd geboren in 1939, ze bracht haar vroegste jeugd door op Texel. Na de oorlog ging het gezin in Haarlem wonen. Vader was aanvankelijk stuurman, later gezagvoerder bij de KNSM en daardoor vaak langdurig van huis. Haar jeugd was heel plezierig: in Frouke’s herinnering mochten zij en haar vijf broers en zusters eigenlijk alles, want moeder vertrouwde de kinderen volledig en verwachtte van hen dat ze zelf goede keuzes zouden maken op allerlei gebied.

afb. 1, Frouke Goudman-Cupido, Onkruid van Trinidad, 1965, 38 x 50 cm

Het knippen zat er al vroeg in: toen ze nog geen zes jaar was, knipte Frouke al paardjes van rood papier met zilveren leidsels, maar daar is jammer genoeg geen afbeelding meer van te bewonderen. Ze liet me wel haar schetsboek zien met tekeningen uit haar jeugd en het is verbazingwekkend dat zo’n jong kind al zo goed en vooral zo gedetailleerd kon tekenen!
De creatieve talenten erfde ze van haar ouders, net als broer Jan die, geïnspireerd door Frouke, op latere leeftijd ook prachtig ging knippen (op de voorkant van de Knip-Pers 1989-4 was een knipsel van hem te bewonderen).

Na de Lagere School en de MMS moest er een opleiding gekozen worden. Frouke had zoveel interesses dat het erg moeilijk kiezen was. Haar ideeën varieerden van iets met tuinen of met kinderen doen, archeoloog of vliegenier worden. Zoals ze zelf zegt: “Alles was goed als ik maar niet op kantoor terecht zou komen!”
Min of meer toevallig kwam ze op de Rietveldacademie (destijds Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam) terecht. Eerst een algemeen jaar, toen de opleiding tot grafisch ontwerper. Het was een heerlijke tijd. Bij ontwerpopdrachten merkte ze dat ze met een schaar cijfers en letters veel sneller in veelvoud kon knippen dan ze te tekenen of te schilderen. Zo kon ze acht dezelfde vormen uit het papier tegelijk knippen, wat een gemak! Ze werd heel enthousiast over deze techniek en ging experimenteren met bomen, planten, vogels. Haar schaar zag ze steeds meer als expressiemiddel.

afb. 2, Frouke Goudman-Cupido, Computer, 1973, 50 x 25 cm

Zowel binnen als buiten de Rietveldacademie was er veel belangstelling voor haar geknipte illustraties. Na haar eindexamen ging ze als freelance ontwerper aan de slag, ze kreeg al direct knipopdrachten, onder andere van de Bijenkorf.

afb. 3, Frouke Goudman-Cupido, Arend, ±1964, 14,1 x 6,8 cm

Haar eerste vaste baan was bij Ahrend,   maar heel eigenzinnig koos ze voor een 3- daagse werkweek zodat ze nog 4 dagen over had om zich vrij te voelen. Frouke heeft namelijk nog vele andere interesses, onder andere de fotografie (ze heeft bijvoorbeeld  een beeldverhaal van 1000 foto’s gemaakt over de nieuwbouwwijk tegenover haar huis; ze klom daarvoor zelfs in een 60 m hoge kraan tijdens de vorstverletperiode)
Ze werkte 4 jaar bij Ahrend toen ze ontslag nam, omdat ze de kans kreeg mee te varen met haar vader (in plaats van haar moeder) en een reis van 2 maanden naar Canada en Zuid-Amerika kon maken. Aan boord en ook in de havens maakte ze veel schetsen om die later te kunnen gebruiken voor knipsels. Na die trip nam ze een deeltijdbaan aan, maar later werkte ze alleen maar als freelancer, onder andere voor de Gasunie, Reader’s Digest en Lauteslager makelaars. Van 1973 tot 2007 heeft ze voor Lauteslager gewerkt (de laatste jaren samen met zoon Sander).

Na tien jaar huren bij hospita’s (Frouke woonde in een piepklein kamertje in Amsterdam waarbij ze op de gang moest koken), kreeg ze via Kunstzaken een eigen woning aangeboden. Frouke’s reactie was heel kenmerkend voor haar: “Ik neem het, waar is het? Die woning was in de Jordaan, ze trok er in en later kwam Harry erbij wonen. Daar werd zoon Bas geboren.

In 1972 verhuisde het gezinnetje naar Amersfoort en daar kwam hun tweede zoon Sander ter wereld. De Goudmannen wonen nog in hetzelfde huis en kleinzoon Dinand van twee komt gezellig een paar dagen in de week bij Opa en Oma om opgepast te worden. Dan is het feest voor allemaal!

afb. 4, Frouke Goudman-Cupido, grote golvende weegbree, 1989, 48,5 x 65,2 cm

Toen in 1983 de Nederlandse Vereniging Voor Papierknipkunst werd opgericht, gaf ze zich direct op als lid. Vanaf die tijd konden de leden van onze Vereniging meegenieten van alle wonderen die via Frouke’s schaar tot stand kwamen.

Frouke maakt het zichzelf nooit erg gemakkelijk, is uiterst kritisch op haar werk en ze stelt zich altijd als voorwaarde dat haar papierknipsels uit één stuk geknipt moeten worden. Ze was een meester in het knippen van gevouwen papier, dat leverde tal van prachtige creaties op.

Wie kent niet haar bijzondere doe-kaarten, vanaf 1988 te koop. In de Knip-Persen van 1988-1991 verscheen een groot aantal uitgebreide en interessante lessen in vlakverdeling waarin alle tot dan toe door haar gedane ontdekkingen op knipgebied uit de doeken werden gedaan. Haar boekjes ‘Knippen in gevouwen papier (1984) en ‘Streepjescode’ (1991) zijn baanbrekend te noemen. Het boekje ‘Papercutting’ (1990) vormde de opmaat voor haar boek ‘Vertalen in papier’.

afb. 5, Frouke Goudman-Cupido, huizencirkel, 1973, diameter 40 cm

Een kleine greep uit de vele exposities waaraan Frouke deelnam:
1965  ‘Pronken met Papier’ bij G.H. Buhrmann’s Papiergroothandel te Amsterdam, waar alles te zien was wat er in de laatste 3 eeuwen uit papier vervaardigd was
1982  Willemstad, Curacao, groepsexpositie
1982  ‘t Spant’ in Bussum, groepsexpositie, ook met werk van de zoons van Frouke
1985  Cooper Hewitt-museum te New York, groepsexpositie
1991  Museum Flehite te Amersfoort: “Vier eeuwen Papierknipkunst’
1996  NH Kerk te Den Burg, Texel, groepstentoonstelling
2002  ‘t Spant in Bussum, groepsexpositie, de uitnodiging daarvoor werd door Frouke en Sander ontworpen

In 1997 kwam ze heel ongelukkig op het ijs terecht toen ze een schaatstocht maakte, met als resultaat een drievoudige botbreuk in haar rechterduim en daarna posttraumatische dystrofie. Frouke is niet iemand die de moed opgeeft bij tegenslag; ze begon direct links te leren schrijven en dat lukte aardig. Toen ze eindelijk haar rechterhand weer kon gebruiken, merkte ze al snel dat ze voor haar ingewikkelde knipsels van meerdere lagen papier niet meer lang achter elkaar kon knippen. Ze voltooide toen haar ontdekkingsreis met het perfectioneren van haar bijzondere één-lijn-knipsels en er ontstonden de meest fantastische knipwerken. Wat een fantasie, maar ook: wat een doorzettingsvermogen!

afb. 6, Fouke Goudman-Cupido, Kuise kat, 1996, 11,7 lang

Dat doorzettingsvermogen kwam haar goed van pas toen ze bedacht had om een boek te gaan schrijven over knipwerk, maar dan speciaal over de technische mogelijkheden en onmogelijkheden ervan. Ze stelt dat het ‘ambacht’ van het papierknippen niet het belangrijkste facet is. Het gaat om het bedenken De manier van denken staat centraal in haar boek, omdat Frouke vindt dat het resultaat van de knipinspanningen af hangt van de manier van ontwerpen. Eigenlijk ziet ze het ontwerpen als spelen met beperkingen. Dat boek moest natuurlijk geïllustreerd worden met knipwerk van eigen hand.

 

 

afb. 7, Frouke Goudman-Cupido, Vrouw met hoed, 1996, 14,85 lang

Iemand die zulke plannen smeedt, moet wel over een ijzeren wil en een enorme dosis optimisme en doorzettingsvermogen beschikken, zeker als de omstandigheden om een dergelijk boek uit te geven, niet optimaal zijn. Frouke heeft er namelijk voor gekozen om dit boek in eigen beheer uit te geven en dat is natuurlijk niet de gemakkelijkste manier, dat zal iedereen duidelijk zijn. Verder beschikt ze helaas niet over een goed geoutilleerde studio met een staf aan personeel. Nee, alle werkzaamheden vonden gewoon thuis plaats aan een simpel bureau met daarop twee computers. Bij de gigantische hoeveelheid knipwerk moest de tekst door Frouke geschreven worden. Wat een moed om aan zo’n megaklus te beginnen! De hulp van zoon Sander was daarbij van onschatbare waarde, want hij voorzag haar van onmisbare tekstadviezen en nam bovendien de hele drukvoorbereiding voor zijn rekening. En sinds zijn pensionering zorgt Harry voor de catering (met als specialiteit Indische maaltijden).

afb. 8, Frouke Goudman-Cupido, Kerstkooi, 1990, 28,5 x 13,6 cm

Het heeft veel langer geduurd dan oorspronkelijk gedacht, voordat het boek naar de drukker kon. Dat is te verklaren uit het feit dat zowel Frouke als Sander een zeer perfectionistische aard bezitten. Gelukkig maar, want daardoor is het boek van een ongekend hoge kwaliteit geworden, zowel qua inhoud als qua vormgeving. Het gebonden boek is prachtig uitgevoerd met ruim 1000 zwart-witte illustraties, allemaal door Frouke geknipt. Tijdens het interview zaten zij en ik op de zolderkamer waar al het materiaal voor het boek is opgeslagen en ik heb met verbazing gekeken hoe alle papieren opgestapeld lagen in kasten, laatjes en op planken. Ik zag stapels dozen met knipwerk erin. En overal papiertjes erop met een knijper vastgemaakt waarop stond wat er in die dozen zat en wat er nog mee gedaan moest worden. Frouke kan blindelings de weg vinden in de enorme hoeveelheid papierwerk en negatieven!

 

afb. 9, Frouke Goudman-Cupido, Oma Lap, 2002, 23,3 x 16 cm

 

Frouke leverde niet alleen een werkelijk schitterend boek af niet ongeëvenaarde ideeën en mogelijkheden, maar verrijkte daarbij ook de Nederlandse taal met ludieke uitdrukkingen, zoals: Nietsen, Honduitlater, Gatenkaas, Afgepeld behang, Onderlappen, Tussenlappen en nog veel meer. Ook Sander liet zich niet onbetuigd en bedacht humoristische woorden, zoals Eierij, Uitgebalkt en Draadkerst.

Frouke is dus niet alleen heel creatief met papier maar ook met taal. Bij navraag blijkt dat ze dol is op lezen, scrabbelen en dat ze ook graag gedichten maakt. In 1998 deed ze mee aan een gedichtenwedstrijd, uitgeschreven door ‘Trouw’ en ze behoorde van de 1534 inzenders tot de 10 besten en ontving voor die prestatie een prijs. Hierbij een mooi gedichtje van haar hand:

De dode vogel
wuift
met platgereden vleugel de auto’s in de rijwind
even na.

‘Vertalen in papier’ werd gepresenteerd op de Contactdag in Enkhuizen in 2007 en daarna volgde er een periode van wennen aan het feit dat er niet meer aan het boek gewerkt hoefde te worden na zoveel jaar. Wel moesten er natuurlijk heel wat exemplaren verzonden worden en dat gaf een hoop drukte. Jammer genoeg werd ze in die tijd aangereden op haar fiets, zodat ze wéér moest herstellen van lichamelijk letsel. Momenteel gaat het allemaal weer goed en bezint ze zich op de periode die voor haar ligt. Ze excuseerde zich een beetje dat ze geen strak omlijnde plannen kon aankondigen: “Ik heb maar twee versnellingen: hollen of stilstaan.”

afb. 10, Frouke Goudman-Cupido, Vissen, 1995, 12,5 x 11,5 cm

Na dat jarenlange gehol mag ze nu best eens even stilstaan. Wij wachten gewoon allemaal af wat er nog meer voor moois uit Frouke’s schaar en pen tevoorschijn komt. En wie nog niet ‘Vertalen in papier’ heeft aangeschaft, moet dat beslist gaan doen, het zou bij iedere knipper en knipster in de boekenkast moeten staan.

Frouke Goudman-Cupido: een inspirerende, creatieve, unieke knipster, een fenomeen. Om in haar eigen ludieke stijl te blijven: een consequente éénlijner, die door alle geknipte bomen toch het bos blijft zien!

leke Boosman

afb. 11, Frouke Goudman-Cupido, Kruip-door-sluip-door-Nietsje, 1998, 10,8 x 30 cm

Een stuk papier van 4 gram en 14 meter lang, op reis, Knip-Pers 2008-1

Een tijdje geleden heb ik een een papierobject gemaakt. Het is geknipt uit 1 stuk zwart 80 grams papier. Hel is een dunne (2 mm) strook papier van 14 meter lang. In het midden hangt een bos geknipte blaadjes. Ik heb het eerst opgehangen in mijn tuin om te kijken of het stevig genoeg was en had het idee om het op een aantal verschillende plaatsen op te hangen. Een vriendin (Doet Boersma) ging een periode schilderen in Ierland en heeft het in een koker meegenomen en daar gefotografeerd.

Van eind augustus tot eind september 2007 was ik in Amerika en heb het, samen met Thea, op 7 plekken gefotografeerd.

Dat was spannend. In mijn achtertuin heb ik gewacht op windstil weer, maar daar heb je onderweg geen gelegenheid voor.Nu is het weer terug.

 

Nogal gehavend.
Onderweg is zon 7 meter onvindbaar de woestijn in gewaaid. Maar het meeste is er nog en ik heb het zo veel mogelijk hersteld.

Als je het papierobject nu ziet hangen is het duidelijk dal het veel heeft meegemaakt. En dat is een mooi idee. Ga voor meer foto’s naar www.gerlofsmit.com, het staat bij projects

Gerlof Smit

Project 1, Black paper, 80 grams, September 2006 – July 2007. Photographed in the Netherlands, Ireland (photographed by Doet Boersma) and America: Arizona, Oregon, Nevada, California and Utah.

Eruit gelicht, museum van papierknipkunst, Knip-Pers 2007-4

Knipwerk uit het museum van papierknipkunst in Westerbork in de de 100ste Knip-Pers

afb. 1,Cornelis Moojen, 6,5 x 10,5 cm

In het artikel “Grootvader knipt sprookjes” uit een onbekend tijdschrift uit ca.1964 staat over de dan zesentachtig-jarige Cornelis Moojen uit Amsterdam: “De figuurtjes, die hij op ons verzoek heeft geknipt leggen zwijgend getuigenis af van een langzaam uitstervende hobby: de knipkunst.” Mooi niet dus.

 

afb. 2, Cornelis Moojen, 5 x 9,5 cm

Het bewuste artikel werd onlangs aangeboden aan het museum. Wij zijn er heel blij mee. Gefeliciteerd door alle medewerkers van ons museum. We delen in de vreugde van het bereiken van dit geweldige feit waaraan door velen hard is gewerkt. Weet u dat er ca. 2000 knipwerken zijn in het museum? Regelmatig laten we u via de Knip-Pers daarvan meegenieten.

afb. 3, Cornelis Moojen, 16 x 16 cm

“Dhr. C. Moojen (1878-1970) de Amsterdamse meesterknipper, één van de laatste en één van de meest bedreven dienaars van de knipkunst, maakte een kleine 500 werkstukjes die regelmatig op tentoonstellingen prijken en waarvoor hij verschillende prijzen heeft gekregen.” Prachtig deze lovende woorden. Cornelis Moojen had altijd een scherp gepunt nagelschaartje bij zich en een oude enveloppe waarvan hij de achterkant gebruikte om z’n sprookjesfiguren uit te knippen. “Sprookjes worden verteld, gezongen, geborduurd, getekend en gefilmd. Er is één man in Nederland die duizenden sprookjes heeft verteld met de schaar.”

afb. 4, Cornelis Mooojen, 7 x 11 cm

Het artikel beschrijft eveneens de geschiedenis van de papierknipkunst en is geïllustreerd met kleine sprookjesknipsels die hij uit de hand knipte want: “Toen hij nog vrijgezel was en eens in de week met de tram van Amsterdam naar Edam reed, knipte hij gedurende deze reis van een uur vele sprookjes voor kinderen, die de figuurtjes op de beslagen ruiten plakten.” Dank u wel hr. Moojen. U hebt er aan meegewerkt dat ruim 40 jaar later de knipkunst nog springlevend is, er een Vereniging is die volgend jaar 25 jaar bestaat, de 100ste Knip-Pers in de brievenbus is gevallen en er wereldwijd heel veel knippers zijn die genieten van een springlevende eigentijdse kunst. Knipkunst is niet alleen maar een hobby, het heeft te maken met cultuur en daarom zal deze kunst nooit uitsterven.

Enkele van de knipsels zijn hierbij afgebeeld. In het museum zullen er volgend jaar meer te zien

Chris van der Veen en Geert Schenkel

afb, 5, Cornelis Moojen

Wie bedacht de naam Knip-Pers?, Knip-Pers 2007-4

De 100ste Knip-Pers! Wij zijn intussen zo gewend geraakt aan de leuke naam Knip-Pers voor het blad van onze Vereniging, dat niemand zich meer afvraagt hoe we eigenlijk aan die naam gekomen zijn. Daarvoor moeten we 25 jaar teruggaan in de tijd. In 1983 werd in Arnhem onze Nederlandse Vereniging tot Bevordering van de Papierknipkunst opgericht. Er moest een blad komen en daarmee kwam onmiddellijk de vraag: “Hoe noemen we dat blad?”

afb. 1, 14 x 14 cm

Tonny van Andel-Mandersloot was degene die de leuke dubbel-naam Knip-Pers bedacht en dat was natuurlijk een geweldige vondst, waar we tot op de dag van vandaag plezier van hebben!
In het kader van het verschijnen van deze 100ste Knip-Pers leek het ons leuk Tonny van Andel-Mandersloot eens even in het zonnetje te zetten. Eind jaren 70 kwam ze voor het eerst in aanraking met het papierknippen omdat ze bij Maria Stevens-Pfabe een cursus ging volgen.

 

 

afb. 2, diameter 14,5 cm

Tonny was onmiddellijk dol-enthousiast. Aan die beginperiode bewaart ze heel goede herinneringen: in 1983 was er een tentoonstelling van knipwerk te zien in Düsseldorf en er werd een busreis georganiseerd waaraan diverse knip-enthousiastelingen uit Noord-Holland en uit de omgeving van Arnhem en Driebergen deelnamen, zo ook Tonny van Andel. Leuke foto’s herinneren aan die gezellige trip, onder andere één waarbij de Nederlandse gasten op een trapje zittend bewezen dat ze echt wel knippen konden! Herkent u de knipsters van het eerste uur op deze “jeugdfoto’s’?

van links naar rechts: Rieny van Beek, Nel Wezel, ?, Suus Houtman, ?, ?, ?, Atie Willemse?

Tonny volgde na de middelbare school een huishoudkundige opleiding naaien en ontwerpen. Vooral in het ontwerpen had ze veel plezier. Daarna was ze een aantal jaren werkzaam in de verpleging en trouwde toen met een predikant. Het echtpaar trok eerst naar Durgerdam in Noord-Holland en woonde daar 6 jaar. Vervolgens naar Scharnegoutum in Friesland, ook voor 6 jaar. Daarna werd haar man beroepen naar Utrecht. Samen kregen ze 4 kinderen.

afb 3, 7 x 8 cm

Door het werk van haar man en ook omdat haar jongste dochtertje verstandelijk gehandicapt bleek, vervulde ze met veel energie en voortvarendheid diverse bestuursfuncties en was ze zeer actief in het organiseren van cursussen, onder andere voor veel meisjesverenigingen; daar kon ze veel van haar creativiteit in kwijt.

 

 

 

afb. 4, 17 x 17 cm

Ze was bang in een groot gat te gaan vallen wanneer alle kinderen uit huis zouden zijn en wanneer haar bestuurlijke functies overgedragen zouden zijn aan anderen. Uit voorzorg stortte ze zich in allerlei cursussen, zoals boekbinden, timmeren, houtsnijden. Dat was best leuk, maar toen ze eenmaal in aanraking kwam met het papierknippen bij Maria Stevens, vergat ze onmiddellijk alle voorgaande technieken en richtte ze haar energie op het onder de knie krijgen van de knipkunst.

 

afb. 5, 12 x 18 cm

Dat is haar uitstekend gelukt, ze heeft zelf heel veel kniplessen gegeven en deed mee aan verschillende tentoonstellingen. Op markten en braderieën was ze ook met haar knipwerk te vinden; jarenlang hingen knipsels van haar bij ‘Gouden Handen’ in ’s-Heerenberg en haar eieren waren te bewonderen op diverse eiertentoonstellingen. Bovendien zag ze kans om met haar grote gedrevenheid anderen te interesseren voor de knipkunst. Tonny van Andel is een vrouw van principes en van rake, vaak humoristische uitspraken.

afb. 6, diameter 5,5 cm

Zij wilde wel altijd graag haar knipwerk verkopen, maar nooit ten bate van zichzelf, alleen voor goede doelen, want zoals ze zegt: “Geen handel voor Van Andel”. Ook de geestige uitspraak “Knippen voor Kippen” in het kader van ontwikkelingswerk komt voor haar rekening. Door allerlei interkerkelijke activiteiten reisde het echtpaar veel naar het buitenland en op die manier ontmoette Tonny ook verschillende buitenlandse knippers en knipsters. Ze hanteerde de simpele methode om gewoon op te bellen en op die manier het contact tot stand te brengen, zo bezocht ze o.a. Heinz Baier in Zuid-Duitsland en Julia Feiner-Wiederkehr in Zwitserland.

afb. 7, diameter 18 cm

Ze zag trouwens ook kans om op een camping in Duitsland werk van zichzelf te verkopen; de opbrengst was natuurlijk ook voor een goed doel. Mevrouw Kerp had ooit tegen haar gezegd: “Begin een knipkring!” en zo was Tonny de initiatiefneemster van knipkring ‘De Heuvelrug’ (met onder meer Joke Kooi en Liesbeth Veldhuysen), die nu jammer genoeg is opgeheven. Onder haar bezielende leiding werd in 1986 knipkring ‘De Knipoog’ in Driebergen opgericht die gelukkig nog wel bestaat. Tonny zelf is door  gezondheidsproblemen geen lid meer, maar ze heeft al haar ‘Knipoog’-bezigheden met een gerust hart overgelaten aan de eveneens zeer actieve Carien Carton.

afb. 8, 21 x 15 cm

Tonny van Andel is zeer bescheiden over haar eigen werk, ze noemt het trouwens zelf consequent sierknipwerk. Ik zag maar één echte ‘Van Andel’ aan de muur in haar gezellige woonkamer in Driebergen, een heel fraai wit knipsel op een oud-blauwe ondergrond, prachtig ingelijst. Wel had ze op mijn verzoek een paar lijstjes met knipsels op tafel gelegd die ik kon bekijken. Maar alle andere lijsten lagen in de berging opgestapeld, die lagen daar echt weggestopt, wat zonde!

 

 

 

afb. 9, 11 x 16 cm

Samen zochten we uit wat geschikt zou zijn voor de illustraties bij dit artikel en we togen op weg naar het kopieerapparaat door de lange gangen in het grote huis waar haar woning ‘aanleunt’. Als variant op Tonny’s uitspraak “Geen handel voor Van Andel”, bedacht ik dat hier dus “Aan de wandel met Van Andel” van toepassing was!

 

 

Het kopiëren lukte prima en zo kunnen we nu allemaal nog weer even genieten van het bijzonder aantrekkelijke knipwerk van Tonny van Andel-Mandersloot, de vrouw die heel veel gedaan heeft om het papierknippen onder de aandacht te brengen van velen en die ons Verenigingsblad zo’n geweldig leuke naam gaf.

Ieke Boosman

afb. 10, 13 x 24 cm

Elle Hollander-Hooijberg, Knip-Pers 2007-1

Elle Hollander-Hooijberg, 40 jaar knip vak-vrouw

afb. 1, 14 x10 cm

Via de interviews voor de Knip-Pers leer ik het hele land goed kennen: de vorige keer was ik in Friesland, deze keer stond Groningen op het programma. Ik ging namelijk op bezoek bij Elle Hollander-Hooijberg, een vrouw die haar sporen ruim verdiend heeft op knipgebied. Zij heeft namelijk 40 jaar professioneel zeer actief de knipkunst beoefend.

Ik had haar in 1991 al eens ontmoet, want toen bezocht ik samen met mijn moeder haar galerie ‘De Hollandse Hooijberg’ in de stad Groningen. Wij werden vriendelijk ontvangen, bekeken alle knipsels die er te zien waren en lieten door Elle ons silhouetje knippen. Die werden opgehangen in mijn moeders huiskamer en daar hangen ze nog steeds.

Bij de bushalte stond Elle me al op te wachten en in haar flat aangekomen, haastte ze zich naar de keuken om gauw koffie te gaan zetten. Intussen moest ik maar vast wat rondkijken in de kamer en bij het bekijken van de vele schilderijen aan de muur, was het me al direct duidelijk dat zij uit een kunstzinnig milieu moest stammen. Haar vader bleek inderdaad kunstschilder, haar moeder was ook zeer getalenteerd en volgde een tijdje tekenlessen aan de Kunst- academie. Helaas overleed zij kort na de geboorte van Elle.
Er zijn heel weinig afbeeldingen van haar, maar een paar jaar geleden kwam Elle een schilderij op het spoor dat Henk Melchers (één van de schilders van de bekende Groningse schildersgroep ‘De Ploeg’) van haar moeder maakte. Een kopie hangt nu in haar kamer. Van Elle zelf waren er behalve mooie knipsels ook diverse schilderijen te bewonderen.

Natuurlijk wilde ik graag weten hoe Elle ertoe gekomen is te gaan knippen. Zij vertelde mij dat ze het als jong kind al heerlijk vond om met de schaar te werken; ze kon eindeloos bezig zijn met het maken van kijkdozen. Ook herinnert ze zich dat ze met Sinterklaas een schimmenspel heeft gekregen maar jammer genoeg is dat weggeraakt, omdat haar vader in zijn leven talloze keren verhuisde: maar liefst 38 keer. Hoewel hij kunstschilder was, stimuleerde hij zijn dochter niet echt om ook het potlood of het penseel ter hand te nemen. Maar haar talenten heeft ze ongetwijfeld zowel van hem als van haar moeder. En niet te vergeten vast ook van een vroege voorvader van haar. In 1983 verscheen het boek ‘Schaarkunst’ van Joke en Jan Peter Verhave en Elle las daarin tot haar verbazing dat er een Jan Hendrik Hooijberg (1763-1830) had bestaan, die knipper was. Een verrassende ontdekking!

afb. 2, 10 x 14 cm

Zij werd geboren in 1928 in Best, maar het gezin verhuisde kort daarna naar Amsterdam De oorlog doorkruiste alles, ook haar school opleiding. Na de bevrijding kwam ze op Texel wonen, trouwde en kreeg een zoontje, maar helaas stierf dat op 6-jarige leeftijd. Haar huwelijk liep op de klippen en na 16 jaar Texel trok ze naar Groningen. In die periode kwam haar zusje logeren en ze gingen samen op een mooie zondag in 1961 op de fiets Drenthe in. Ze kwamen toevalligerwijs bij het knipmuseum van Tjeert Lever terecht dat toen nog in Roden gevestigd was. Het museum bleek gesloten, maar er waren wel wat knipsels te zien. Die fascineerden Elle onmiddellijk en ze moest en zou de volgende dag weer naar het museum. Haar zus liet door hem haar silhouet knippen, maar Elle niet, daar gunde ze zich de tijd niet voor. Tot ergernis van haar zus wilde ze eigenlijk maar één ding: ze wilde naar buis, dan kon ze zelf die schaar ter hand nemen. Ze wilde knippen! Dat heeft ze gedaan en wel 40 jaar.

afb 3, 10 x 14 cm

Elle werkte In Groningen bij Philips en daar was een collegaatje zo enthousiast geraakt over haar knipwerk, dat ze een hele map onder werktijd aan de andere collega’s verkocht. Het bleek een leuke bron van inkomsten te zijn en omdat Elle een hekel heeft aan schulden en er toch geld nodig was, werd het plan bedacht om naar kunstnijverheidszaken te gaan met een plakboek waarin kopieën van haar knipwerk zaten. Die waren genummerd en konden besteld worden. Intussen had ze haar huidige man ontmoet en die was gelukkig nogal handig. Hij maakte voor haar de lijsten. Ze kreeg een keer een opdracht om binnen een maand 300 ingelijste knipsels te leveren en dat was voor beiden heel hard werken, maar dat lukte!

Omdat ze het zelf niet durfde (iedereen zou dan op haar handen staan te kijken), gaf haar man haar in 1971 op om in de Martinihal haar knipwerk te komen demonstreren en te verkopen. Dat bleek een doorslaand succes. Er volgden daarop natuurlijk veel meer markten en gelegenheden waar ze haar kunsten kon vertonen. Elle en haar man hebben nooit een auto gehad, ze reisden overal per openbaar vervoer naar toe en gelukkig hadden ze ook lieve vrienden die wel wilden rijden. Ze kwamen wérkelijk overal en logeerden onder andere in Limburg in Rolduc, de bekende abdij, waar ze een knipschool van tien dagen organiseerden. Haar man werd daar door zijn zwarte jas en zwarte baret trouwens tot hun grote plezier voor meneer Pastoor aangezien.

afb. 4, 10 x 14 cm

Als mensen haar vroegen of zij behalve de ‘gewone knipsels’ ook silhouetjes kon knippen, verwees zij ze altijd naar Tjeert Lever, want portretknippen durfde ze echt niet aan.

Maar toen gebeurde er iets heel bijzonders. Ik laat Elle even zelf aan het woord: “Op 2 oktober 1981 stond ik op een hobbybeurs in Midwolda. Een mevrouw begon met mjj een gesprek over knippen en ze vertelde dat ze vroeger een man kende die ook zo mooi kon knippen. Ze wist zijn naam niet meer, wel wist ze nog dat hij uit Muntendam kwam. Toen kon ik haar direct vertellen dat dat Tjeert Lever was geweest De mevrouw veronderstelde dat de heer Lever intussen wel dood zou z(jn, want het was al zo lang geleden. Ik zei daarop: “Dood mevrouw, die is nog springlevend, hij heeft een prachtig knipmuseum in Westerbork, daar moet u eens heen gaan!”

afb 5, 10 x 12 cm

Laat hem nou op diezelfde avond een fataal auto-ongeluk overkomen! Een huis-aan-huis krantje met een artikel over mij, met de bedoeling mij op te zoeken, lag in zijn auto, Dit heb ik later allemaal van zijn vrouw vernomen. Dat krantje had hij gekregen van zijn boekhoudster, want hij had aan haar gevraagd of ze misschien iemand wist die een beetje leuk kon knippen, zodat die hem af en toe eens in het museum zou kunnen vervangen. Maar ik wist daar die bewuste avond natuurlijk allemaal niets van!”
Later heeft mevrouw Lever contact met Elle gezocht, omdat ze haar graag als knipster in het museum wilde hebben. En natuurlijk stelde ze daarbij de vraag: “Kun je ook portret knippen?” Het toeval wilde dat Elle zo’n zes weken hiervoor op een beurs in Zuid-Laren waar heel weinig mensen waren, min of meer uit verveling de markante kop van haar collega-buurman had geknipt en dat bleek uitermate goed te lijken.

Omdat het museum na de winter pas weer open zou gaan, had Elle drie maanden de tijd om te oefenen op de silhouetkunst. Dankzij haar kunstzinnige aanleg en goede opmerkingsgave lukte het haar al heel snel deze kunst onder de knie te krijgen. Ze is hier zelf heel bescheiden over en vindt het een gave dat ze zo makkelijk silhouetjes kan knippen en ook nog over een fotografisch geheugen blijkt te beschikken. Eerst maakte ze de portretjes wat erg klein, maar toen ze een grotere schaar ter hand nam, knipte ze precies de goede maat, het kleine schaartje gebruikt ze alleen voor de fijne details.

afb 6, 18 x 18 cm

Elle werkte drie seizoenen (in loondienst, ‘s winters kreeg ze w.w.!) in het museum in Westerbork. Het portretknippen was haar belangrijkste bezigheid, maar ze mocht haar eigen werk daar ook verkopen. Vooral in de vakantietijd was het druk, dan kwamen er bussen vol met mensen die allemaal met een silhouetje weer naar huis wilden. Ook dat was heel hard werken: in één seizoen bleek ze ruim 3500 portretjes te hebben geknipt! Toch had ze hier veel voldoening van, omdat zoals ze zegt: ‘ met zo’n silhouetknipsel de mensen altijd blij kon maken.”

afb. 7, 9 x 7 cm

Haar gevoel voor humor liet haar ook hier niet in de steek. Een man die zeker 30 jaar ouder was dan zijn jonge vrouw, knipte ze met hoorns op zijn hoofd en een blad in zijn mond: ‘een oude bok lust graag een groen blaadje’. Gelukkig kon het echtpaar er smakelijk om lachen. Zijzelf moest weer erg lachen om de vrouw die haar silhouet als volgt bestelde: “Van voren kort en van achteren een kuifje”. De duizenden silhouetten die ze knipte, ontlokten haar de uitspraak: Hoe lelijker de mens is, hoe mooier het silhouet”

Eind 1984 werd de collectie knipsels van Lever bij Christie’s in Amsterdam geveild en dat was natuurlijk het einde van het museum. Elle was echter niet voor één gat te vangen en na een intensieve periode van opknappen en schilderen werd haar eigen galerie ‘De Hollandse Hooijberg’ aan de Turfsingel in Groningen op 26 oktober 1986 door Wethouder Gietema geopend. Kier kon haar werk bezichtigd worden, knipte ze silhouetjes en konden collega-knippers werk Gré van der Maas-van Beijeren en Nanning G. Terpstra. Ook was er een collectie Pools en Chinees knipwerk te bewonderen. Menig kinderpartijtje werd daar gevierd. Vooral die kinderfeestjes vond ze bijzonder leuk om te organiseren, de kinderen mochten natuurlijk ook zelf knippen en gingen allemaal met hun eigen (door Elle geknipte) silhouetje weer tevreden naar huis.

afb. 8, 14 x 10 cm

De galerie draaide al zeven jaar met veel succes, toen er in 1993 bericht kwam van de Provincie dat het oude pand gesloopt moest worden om plaats te maken voor moderne kantoorpanden. Dat was natuurlijk een hard gelag. Elle bleef ook daarna actief, verzorgde knipcursussen en gaf kniples aan de Volksuniversiteit. Maar in 2001, toen de jaren toch gingen tellen en de gezondheid wat minder werd, vond ze dat de tijd gekomen was om de schaar definitief in de kast te leggen. Haar handen laten het na 40 jaar knippen afweten maar gelukkig kan een operatie de klachten enigszins verbeteren.

Uit het bovenstaande blijkt dat het leven van toevalligheden aan elkaar hangt: als ze met haar zus niet naar het knipmuseum in Roden was gefietst, had Elle nooit zo’n carrière in de knipkunst kunnen maken. Ze zegt heel poëtisch: “Lever heeft een sluimerend vonkje tot een vlam aangeblazen”. Zelf heeft ze het als wonderbaarlijk ervaren dat ze door Tjeert Lever is gaan knippen en dat ze ook nog in zijn museum mocht gaan werken.

afb. 9, 21 x 7 cm

Elle Hollander-Hooijberg heeft haar hele leven hard gewerkt en ongelooflijk veel knipwerk vervaardigd. Want naast de werkzaamheden in het museum en daarna in de galerie, maakte ze natuurlijk ook heel veel geboorte-, trouw- en gelegenheidsknipsels. Haar creatieve gaven gaat ze gelukkig nog wel gebruiken, want ze verlangt ernaar in de toekomst meer tijd te kunnen besteden aan het maken van schilderijen. Naast het aquarelleren lijkt het haar leuk om ook te experimenteren met acrylverf. Ze maakt zich alleen zorgen dat alle muren in haar huis al vol zijn. Ook daar zal ze wel weer een oplossing voor vinden.

Elle, we wensen je allemaal van harte nog vele goede, ‘schilderachtige’ jaren toe!

leke Boosman

Antiek knipwerk, Knip-Pers 2007-1

anoniem, 1843, 20 x 16 cm

Marga Stringer schrijft: ‘Bovenstaand is een kopie van een oud knipsel (20 x 16 cm), dat door kennissen van ons, die destijds een boeken- antiquariaat hadden, in een oud boek is gevonden. Zij weten er verder niets van’.

Joke Verhave schrijft: Opmerkingen bij dit knipsel: Conditie: (voor zover ik het vanaf de fotokopie kan zien) Redelijk, hier en daar een scheurtje en omgevouwen stukje. De gaten in de randen doen vermoeden dat het knipsel dubbelgevouwen aan de rand vast is genaaid, om het verschuiven te voorkomen. Het lijkt mij de moeite waard om het knipsel op te knappen.

Beschrijving en interpretatie: Het is een huwelijksknipsel voor RIVDB en GMGVD. Binnen het hart een liefdesaltaar met een hartje doorboort met twee pijlen. Links en rechts van het hart twee oranjeboompjes.

Links en rechts bovenin Fortuna op de wereld. De Godin van het onbestemde geluk, balancerend op een bol, de onzekerheid van het geluk. Ik denk dat Fortuna met prikwerk is versierd. Onderin jaartal van het huwelijk en de datering knipwerk: 1843. Ook vermoedelijk de initialen van de maker W VD, wellicht familielid van het bruidspaar. Het liggende anker zou kunnen zijn: twee mensen op hun plek of vertrouwen. De twee kippen duiden op vruchtbaarheid.

Knippend hart, Knip-Pers 2004-2

In de Hartweek is ons het bekende rode symbool weer onder de neus geduwd. Het hart als bloedpompende spier. Maar diep in ons hart weten we dat ons kloppende hart verband houdt met onze gevoelens. Hartelijk, hartenwens, gebroken hart, hartverscheurend, onze taal zit er vol mee. Ook in de bijbel vinden we uitspraken, die gezegden geworden zijn ‘waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn’, ‘Maria bewaarde al deze dingen in haar hart’. In de katholieke traditie had het ‘Heilig Hart van Jesus’ een diepe betekenis en het komt vaak voor in de (volks)kunst. Bij protestanten had het hart niet die religieuze betekenis en werd het meer als symbool van liefde gebruikt (koek- of borstplaat vormen, houtsnijwerk en andere vormen van volkskunst).

De aanleiding voor dit artikeltje is de tentoonstelling ‘Het hart: een teken van leven’, die vanaf 26 juni 2004 in het Teylers museum in Haarlem te bekijken is. Daarin wordt het hart in allerlei kunstuitingen getoond en zowaar maken ook vier knipsels van het Nederlands Openluchtmuseum Arnhem deel uit van de tentoonstelling.

En wel: Een huwelijksknipsel voor J. Drost en C.E. Hesterman uit 1831, gemaakt door A.W. Drost (zoon of dochter?) in een weelderig, ietwat onevenwichtige stijI.

afb. 1, A.W.. Drost, huwelijksknipsel,1831, 23 x 18 cm

Gekroond hart met initialen IVA en GRB uit 1805, waarin een (bruids)paar aan weerszijden van een hartje met pijlen elkaar de hand wil reiken. Boven het grote hart een ketting in hartvorm, met twee bazuinengeltjes, trekkebekkende duiven en een fenixvogel die haar jongen uit haar borst voedt: allemaal symbolen van de liefde.

afb. 2, anoniem, huwelijksknipsel, 1905, 15 x 17 cm

‘De ladder Jacobs’ met eronder en erboven een hart met duifjes; gemaakt door Johannis Jongejan in 1792. De functie van die harten is versierend en heeft niets te maken met het afgebeelde verhaal. Onopvallend in een van de harten: een keeshond, symbool van de Patriotten!

(afb. 3, Johannis Jongejan, De ladder Jacobs, 1792,  32 x 22 cm

En een huwelijksknipsel ‘Stuk des Verbonds’ door Jan de Prentenknipper, omstreeks 1850. Toen we naar aanleiding hiervan ons beeldarchief nog eens doorzochten op geknipte harten, bleek de oogst tegen te vallen. Eigenlijk heeft men in de knipgeschiedenis niet zo erg veel van dit symbool gebruik gemaakt. Vaak waren het eenvoudige vormen toegepast door minder ervaren knippers en daardoor weten we meestal ook weinig of niets over de makers (ook de afmetingen zijn ons niet altijd bekend).

Heel curieus is een gekroond hart voor GB uit 1799, met bazuinengelen en meerminnen.

afb. 4, anoniem, 1799

We kennen een hartje dat in 1808 is gemaakt voor een verjaardag van W.L. Er zijn een heer achter zijn schrijftafel en een dame bij de theetafel in verwerkt; deze afbeeldingen lijken door een meer bedreven knipper in het hart te zijn aangebracht.

afb. 5, anoniem, verjaarsknipsel, 1808

Rond 1850 heeft Jan de Prentenknipper in Zeeland heel veel kerkboekprentjes met harten gemaakt, en daarin passende teksten: ‘God zij met ons’, ‘De tyd is snel’, ‘Doet regt’, ‘De Tyd’, ‘Zoekt het goede’. Meestal zijn de harten doorstoken met pijlen en altijd omgeven door symbolen van tijd (zandloper), hoop (anker), weegschaal (recht), ooievaar (goede tijding) en (bazuin)engelen

afb. 6, Jan de Prentenknipper, 10 x 7 cm

In de kop van Noord-Holland was Arie Tergant actief als broodknipper (omstreeks 1840). Namen of spreuken ‘Uit Achting en Vriendschap’ verwerkte hij met sierlijke krullen in een hart. Een blauw papiertje erachter benadrukte de vorm.

afb 7, Arie Tergant

Soms is het hart alleen maar gebruikt als een symmetrische omlijsting van takken en vogels of landelijke tafereeltjes

afb. 8, anoniem

afb. 9, anoniem, 17 x 16 cm

Het meest verwachten we harten in knipsels die iets met de liefde te maken hebben. In grotere stukken van Jan de Prentenknipper staat het hart inderdaad centraal, vaak met daarin de passende tekst ‘Daar liefde woond, dat God daar den zegen toond’ of ‘Dat God tesame voegd, scheyd geen mensch’. Soms zien we twee brandende harten op het altaar der liefde. Ook gebruikte hij de hartvorm om de klant ruimte te geven in de prent een eigen gedicht of zegenwens te schrijven

afb. 10, Jan de Prentenknipper, 1860, 43 x 35 cm

Van Wildervank stamt een huwelijksgedenkstuk uit 1828, waarin twee harten ineengestrengeld zijn, voor GHB en ALB en de wens ‘God kroon uwe dagen’.

afb. 11, anoniem, 1828

In Nederland en Duitsland kennen we de hartenbrief: een knipsel dat in zessen of achten is gevouwen en opgevouwen een hartvorm heeft. Daarin werden meestal hartenwensen geschreven. De jongeman gaf het aan een meisje als een liefdesaanzoek. In een hart uit 1848 geeft een aanbidder A.S. zijn hart(enbrief) aan een jongejuffer; maar haar initialen zijn niet ingevuld. Zou ze zijn liefde hebben afgewezen of kon ze zijn gevoel voor symboliek niet navoelen?

afb. 12, anoniem, 1848

Het gebruik van het hart als symbool in de knipkunst begon dus in de 18de eeuw. Harten waren weliswaar geknipt om een genegenheid uit te drukken, onder meer voor bruidsparen, maar ook voor allerlei andere relaties en we zagen dat het van Groningen tot Zeeland gebruikt werd. We stellen tegelijk ook vast dat in de meeste Nederlandse huwelijks(gedenk)-stukken helemaal geen hartensymboliek voorkomt.

Onze huidige generatie knippers heeft de hartvorm wél meer gebruikt. Het is immers zo’n makkelijke vorm voor beginners. Wiecher Lever ried aan om voor een huwelijk of geboorte een hart in het knipsel te verwerken: zo romantisch! Voor Jantje III was het een dankbaar versierend motief (zie omslag Knip-Pers 2004-1). En Elly Stroucken schrijft in haar boek ‘Papier knippen van hart tot hartewens’ dat zij het knippen van een hart met zwaantjes van ons bestuurslid Marianne Zwaan heeft geleerd. Laten we ook niet vergeten dat To van Waning in het logo van onze vereniging een hart heeft verwerkt!

Joke en Jan Peter Verhave

Onbekend knipwerk in Middenbeemster, Knip-Pers 2004-3

Al een paar keer had ik het alleraardigste Museum Betje Wolff in Middenbeemster (Noord‑Holland) bezocht en ik wist dus dat er in de voormalige pastorie knipwerk te bewonderen is van onder andere Arie Tergant. Omdat ik gehoord had, dat het museum recent in het bezit was gekomen van onbekende oude knipsels, leek dit een goede aanleiding weer eens een kijkje te gaan nemen in Middenbeemster.

Allereerst de vraag: wie was Betje Wolff?
Elisabeth (Betje) Bekker werd in 1738 in Vlissingen geboren. Ze was een vroegrijp kind, dat zich al voor haar tiende jaar bezig hield met poëzie, Latijn en literatuur. Op 17‑jarige leeftijd werd ze geschaakt door de vaandrig Matheus Gargon en dat gaf enorme opschudding in Vlissingen. De affaire was van korte duur, maar wel heel slecht voor haar reputatie. Daarom ging zij ging op haar 21ste jaar een verstandshuwelijk aan met de Nederlands-hervormde dominee Adrianus Wolff uit de Beemster, die 31 jaar ouder was dan zij! Tijdens haar huwelijk woonde ze in de pastorie en daarin is nu het Museum Betje Wolff gevestigd.

Betje die heel levenslustig en spitsvondig was, leerde Agatha Deken kennen, een vrome en ingetogen vrouw, geboren in 1741. Beiden waren ontwikkeld, arbeidzaam en vrijzinnig in hun denken. Samen schreven zij diverse boeken, waarvan hun eerste boek “De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart” het bekendst is geworden. Het speelt in de pruikentijd in de kringen van de burgerij en is zeer moralistisch.

afb. 1, anoniem, goud/groen knipsel, 32 x 30 cm

Terug naar het opgedoken knipwerk. Waar kwam dat vandaan? In 1936 werd in de Beemster het Historisch Genootschap J.A. Leeghwater opgericht. Een van de oprichters daarvan was de heer G. Köhne, die zeer betrokken was bij de geschiedenis van de Beemster en alles verzamelde op dit gebied, vooral op agrarisch gebied. Zijn doel was een museum te beginnen. In 1950 kon door dit genootschap de pastorie aangekocht worden, waarin Betje Wolff had gewoond en men besloot dat als woonhuis in te richten.

afb. 2, J.K. Sanders: wit knipsel op donkerrood, 42 x 32 cm

Wat daarbij niet gebruikt kon worden, werd opgeslagen en toen rond 2000 schuin tegenover de pastorie nog een pand verworven kon worden, werd dat ingericht als Agrarisch Museum. Zo kon weer een deel van de verzamelde artikelen gebruikt worden. Het Historisch Genootschap J.A. Leeghwater, het Museum Betje Wolff en het Agrarisch Museum zijn thans onderdeel van het Historisch Genootschap Beemster.

Toen de hierboven genoemde heer Köhne ongeveer vier jaar geleden op hoge leeftijd overleed, bleken bij hem thuis op zolder nog diverse dozen met inhoud te staan. Op de meeste was geschreven wat de inhoud was en waarvoor bestemd, maar op sommige stond niets, dus die kwamen bij de familie terecht. Deze dozen werden onlangs uitgepakt en ze bleken onder andere knipwerk te bevatten. Dat werd naar het Museum Betje Wolff gebracht en dat mocht ik daar nu komen bekijken. Helaas heeft de tand des tijds aardig aan het fraaie werk geknaagd. Het staat wel vast dat een aantal werken van dezelfde knipper of knipster moet zijn, gezien de stijl en gekozen motieven. Restauratie is noodzakelijk, maar daarvoor ontbreken helaas momenteel de mogelijkheden.

afb. 3, anoniem, zwart knipsel met groene details, 8 x 14 cm

Een aantal jaren geleden werd vanuit de Provincie Noord‑Holland een papierproject gesubsidieerd. Niet alleen knipwerk, maar ook diploma’s, oorkondes enz. enz. konden ter beoordeling worden aangeboden. Over ieder stuk werd een rapport uitgebracht, waarna eventueel schoonmaak en/of restauratie kon plaatsvinden.

afb. 4, anoniem, goudkleurig knipsel op zwart, 33 x 33 cm

Het museum moest 10% van de kosten betalen, de rest werd betaald door de Provincie. Voorwaarde voor dit alles was, dat alle aangeboden materialen geregistreerd moesten zijn. Een groot deel van het knipwerk dat al in bezit van het museum was, is naar aanleiding daarvan geregistreerd en ligt keurig opgeborgen in zuurvrij papier in het depot.

De afgebeelde knipsels zijn bij een bezoek aan het museum helaas niet te bezichtigen, maar zijn exclusief voor u in deze Knip-Pers afgebeeld.

Wel hangt er prachtig knipwerk van Arie Tergant en van J.K. Sanders. Het museum biedt een groot aantal stijlkamers uit verschillende periodes en brengt drie eeuwen wooncultuur van Beemster en omgeving tot leven. Er is een in 18de eeuwse stijl gerestaureerde pastorietuin en op de zolder bevindt zich de geheel gerestaureerde werkkamer van Betje, door haarzelf “Kipperust” genoemd. Het museum draait overigens geheel op vrijwilligers!!

afb. 5, anoniem, crème knipsel op oranje, 15 x 21 cm

lk werd bij mijn bezoek heel plezierig ontvangen door de vrijwilligsters Alie Vis en Margreet de Reus (de laatste is zelf ook knipster en lid van onze vereniging).

Ieke Boosman

Tot eind december 2004 is er een speciale tentoonstelling, genaamd “Betje, een nieuwsgierig Aagje”, i.v.m. het feit dat zowel Betje Wolff als Aagje Deken 200 jaar geleden in 1804 overleden. Museum Betje Wolff is de moeite waard om een keertje te gaan bekijken!

Gerlof Smit, een gedreven knipper, Knip-Pers 2004-3

afb. 1, Gerlof Smit, toen 10 gulden, nu een 20 eurobiljet!, 135 x 115 mm

 

TerwijI ik met de auto onderweg ben van Heerhugowaard naar Schingen in Friesland, waar ik Gerlof Smit ga interviewen voor de Knip-Pers, ga ik in gedachten een heel eind terug in de tijd: mijn eerste kennismaking met zijn werk dateert uit 1979, toen het blad Margriet een artikel aan hem wijdde en bovendien knipwerk van hem op de voor- en achterkant plaatste. Als beginnend knipster was ik direct zeer onder de indruk van de ingewikkelde knipsels die afgebeeld waren. In 1982 bezocht ik de kniptentoonstelling in ’t Spant in Bussum. Ademloos liep ik van het ene schitterende knipwerk naar het andere. Wat de meeste indruk op me maakte, was het bankbiljet waar diezelfde Gerlof Smit gras van knipte. Wat een geweldige vondst!

afb. 2, Gerlof Smit, Aarde, 25 x 23 cm

Het werd 1984 en de splinternieuwe Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst hield in Haarlem haar eerste Contactdag. lk herinner me niet meer alle details van deze dag, maar twee zaken staan mij zeer helder voor de geest: mevrouw De Jong‑Brouwer, oftewel Jantje III, die op de haar zo eigen, onderhoudende wijze vertelde over folkloristische gebruiken en dan die gereserveerde jonge man met lang haar, baard en snor die vreselijk opviel tussen al die druk pratende vrouwen. Dat moest Gerlof Smit zijn, de man uit de Margriet! Hij stond in een hoek van de zaal achter een tafel met daarop o.a. zijn boek “het paard” (uitgekomen in 1982), kaarten, kalenders en blikjes, alles bedrukt met prachtig knipwerk. Deze zaken waren te koop en ik schafte onmiddellijk van alles aan.

afb. 3, Gerlof Smit, Lucht, 25 x 23 cm

Het boek ging in de boekenkast, de kaarten plakte ik bij de S van Smit in mijn pas begonnen knipselarchief, in het blikje kwamen paperclips en de verjaarskalender werd naar goed Hollands gebruik op het toilet gehangen. Jarenlang heb ik met veel plezier naar de prachtige afbeeldingen gekeken van Aarde, Lucht, Water en Vuur (afb. 2,3,4 en 5). Helaas hing de kalender te dicht bij het fonteintje en het liep waterschade op.

afb. 4, Gerlof Smit, Water, 25 x 23 cm

Tot en met december 1985 stond achterop de Knip-Pers een advertentie van de artikelen die je bij Gerlof kon bestellen, maar daarna hoorden of zagen we niet veel meer van de man uit Friesland.

Gelukkig is daar weer via de moderne communicatiemiddelen verandering in gekomen, want Gerlof Smit heeft zijn eigen website! In de Knip-Pers van december 2003 werd daar al aandacht aan besteed. Nu heeft niet iedereen de beschikking over internet, dus leek het een goed idee via de Knip-Pers nog eens wat meer over Gerlof en zijn bijzondere knipwerk te laten zien.

afb. 5, Gerlof Smit, Vuur, 25 x 23 cm

Wie is Gerlof Smit? Hij werd geboren in 1946 in Haarlem, kon als kind al prachtig tekenen en had ook graag een opleiding in die richting willen volgen. Zijn ouders vonden dat, gezien het onzekere karakter van het kunstenaarschap, niet zo’n goede gedachte en dus werd het een grafische opleiding in Amsterdam. Het reclamevak had hem altijd al zeer aangetrokken en als freelance reclameontwerper woonde en werkte hij enige tijd in Haarlem, maar in 1979 verhuisde het jonge gezin Smit van de flat in Schalkwijk naar een vrijstaand huisje met grote tuin in het landelijke dorpje Schingen in Friesland.

Al in de vroege kinderjaren bleek dat hij niet alleen mooi kon tekenen, maar bovendien ook erg goed kon knippen, zo goed zelfs dat hij in die periode al knipsels verkocht! In de puberteit waren er natuurlijk andere zaken die zijn interesse hadden en na zijn zeventiende jaar kwam het knippen eigenlijk niet meer aan bod. Maar gelukkig kwam daar zo’n acht jaar later verandering in, toen hij voor de geboortekaart van zijn jongste zoon de schaar ‘herontdekte’ en hij opnieuw door de knipkunst gegrepen werd. Hij wilde alle mogelijkheden en onmogelijkheden van het papier zelf ontdekken en probeerde zijn knipwerk bovendien zo fijn mogelijk te maken. Door zijn grote fantasie en gedrevenheid ontstonden in tien jaar tijd de meest prachtige knipwerken. Omstreeks 1981 richtte hij naast zijn reclamebureau een eigen postorderbedrijfje op en verzond zijn gedrukte knipwerken door heel Nederland. In die tijd adverteerde hij dus ook in onze Knip-Pers. Na een paar jaar stopte hij met het postorderen; zijn werk, het gezin en de tuin slokten veel tijd op en de schaar bleef weer een hele tijd in de kast liggen.
Maar zie, de interesse in het knippen is sinds een jaar of twee weer terug! Door zijn werk heeft hij veel contacten gelegd in Amerika, gaat daar regelmatig naar toe en heeft ook een website via de Amerikaanse Vereniging voor Papierknipkunst. De periode waarin hij fijn werk maakte, heeft hij geheel achter zich gelaten en nu is hij heel intensief bezig met het maken van grote knipwerken.

Van 16 januari tot 16 april 2004 hing een deel van zijn huidige werk in Dintra lnterieur in Alkmaar, o.a. het knipwerk met de titel “no swimming after dark”.

afb. 6, Gerlof Smit, No swimming after dark, afm. 70 x 100 cm

Hij is momenteel gefascineerd door (grote) portret-silhouetten. Hieronder is zijn eigen silhouet te zien “me with pretty lips”.

afb. 7, Gerlof Smit, Me with pretty lips, 67 x 100 cm

Gerlof heeft fantastische plannen in zijn hoofd voor van alles en nog wat. Zo is hij bijvoorbeeld bezig alle inwoners van het dorp Schingen (en dat zijn er 140) en profil te knippen! Het reclamevak en het knippen blijken goed gecombineerd te kunnen worden, want Gerlof brengt momenteel 4 publicaties op krantenformaat uit van zijn eigen knipwerk met de volgende onderwerpen: landschappen, algemene papierknipsels, heel fijne papierknipsels en profielen.

afb. 9, uitgaven in krantenformaat met werk van Gerlof Smit

Ten tijde van mijn interview was hij er nog mee bezig, maar de 4 publicaties zijn inmiddels klaar en ze zijn prachtig!!

afb. 8, Gerlof Smit, de dijk,  85 x 65 cm

In zijn werkruimte zag ik werk uit de verschillende knipperiodes uit zijn leven. Gerlofs fantasie is onuitputtelijk: een heel grappige vondst is bijvoorbeeld, dat hij soms grassprietje voor sprietje knipt en het vervolgens ‘afmaait’. Dat is te zien op “de dijk”. maar vooral op het 1 m knipsel.

Gerlof Smit, 1 meter knipsel

Gerlof Smit, 1 meter knipsel

Naast het ‘gewone’ knipwerk experimenteerde hij ook met driedimensionale knipsels

afb. 10, Gerlof Smit, de New York Times van 29/7/2002, 13 x 20 cm

Zijn Margriet-omslag kon ik nu in het echt bewonderen en het is werkelijk prachtig!! Toen ik hem complimenteerde, zei Gerlof: “Ja, maar dat kostte me wel 6 weken van mijn tijd!” En tijd is nu eenmaal schaars, zeker voor iemand die een eigen bedrijf heeft en nog honderden dingen in zijn hoofd heeft die hij wil gaan knippen… Het komt goed uit dat hij weinig slaap nodig heeft (hij staat iedere morgen om vijf uur op!).

afb. 11,Gerlof Smit, Margrietomslag, 45 x 27,5 cm

Gerlof Smit: een gedreven knipper, die zich nooit heeft laten leiden door het werk van anderen; hij zocht en zoekt zijn eigen knipweg en maakt het zichzelf daarbij niet altijd gemakkelijk. Maar juist door die gedrevenheid, zijn kunstzinnigheid en de hoge eisen die hij aan zijn werk stelt, ontstonden er zulke prachtige knipsels. En wij hopen op nog veel meer!

Ieke Boosman

De geknipte wereld van Koos Post, Knip-Pers 2004-3

In de Knip-Pers van december 2003 stond een oproepje van de redactie: Wie weet wat meer over het boekje “De geknipte wereld van Koos Post”? Het is geschreven door Bert van Baar en kennelijk gemaakt ter gelegenheid van het afscheid van Koos Post van Uitgeverij Spaarnestad in 1988. Dit boekwerkje was door een vriend van Marijke Barten uit Winkel op een rommelmarkt gevonden. Deze oproep leverde geen reacties op maar gelukkig had Jeannet Pasterkamp de goede gedachte om Radio Noord‑Holland in te schakelen.

ledere middag (niet in het weekend) heeft Hans van Willigenburg een programma, waarin hij de luisteraars vraagt mensen te helpen die boeken of artikelen zoeken, vragen hebben, reünies willen organiseren of de tekst van een oud liedje willen weten enz. enz. Vaak worden deze zaken door de luisteraars al tijdens de uitzending opgelost. Marijke Barten nam contact op met Radio Noord‑Holland en dat heeft resultaat gehad: Koos Post werd inderdaad gevonden! Hij kwam in de uitzending en heeft ook met haar gesproken. Hij vond het erg leuk dat men belangstelling had voor zijn knipwerk, werd direct lid van onze vereniging en wilde best geïnterviewd worden!

Dus togen Marijke en ik op een zonnige dag in juni met de trein naar Haarlem voor een bezoek aan Koos Post. Het werd een bijzondere middag! Koos bleek een begenadigd causeur te zijn met een groot gevoel voor humor en een nog groter relativeringsvermogen. We werden uitermate vriendelijk ontvangen. Omdat Koos recent erg ziek is geweest en een operatie heeft ondergaan, was ter versterking zijn goede vriend de heer Kinkelder aanwezig die ons van lekkere koffie voorzag. Hij had bovendien veel knipwerk meegenomen dat Koos speciaal voor hem en zijn vrouw in de afgelopen jaren heeft gemaakt bij diverse gelegenheden. Zoals bijvoorbeeld het knipsel hieronder, waarbij het kleinkind is afgebeeld toen het naar de kapper moest.

Koos Post werd op 8 april 1926 in Delft geboren in een heel ‘gewoon’ milieu. Na de lagere school bezocht hij de Ambachtsschool waar hij werd opgeleid tot huisschilder. Zijn talenten bleken toen al in het oog te springen want dankzij de Gemeente Delft kreeg hij na de Ambachtsschool een volledig betaalde opleiding aan de Kunstacademie in Den Haag aangeboden.
Het einde van zijn opleiding viel ongeveer tegelijk met het einde van de Tweede Wereldoorlog. Toen Koos na de oorlog een paar weken met de Amerikanen meetrok, was zijn moeder niet ongerust maar dacht: ‘dan heeft hij in ieder geval goed te eten’. Zij had een grenzeloos vertrouwen in haar zoon. Toen Koos al op jonge leeftijd begonnen was hoeden te ontwerpen en te maken, zette zijn moeder die trouw op haar hoofd en ook de jurken die Koos voor haar ontwierp en naaide, droeg ze met veel plezier.
Hoewel hij het heerlijk vond lekker voor zichzelf te werken, begon Koos in 1951 toch aan zijn eerste echte baan bij de chocoladefabriek Union in Haarlem als ontwerper en daarna werkte hij enige tijd bij de Rubberstichting in Delft, waar hij reclamemateriaal maakte en tentoonstellingen ontwierp.

In 1957 kwam hij in dienst bij Uitgeverij Spaarnestad in Haarlem en daar zouden zijn talenten pas goed tot ontplooiing komen! Begonnen als ‘opmaker’ van modeboeken, kwam hij al heel snel als illustrator te werken voor diverse jeugdbladen zoals Okki, Taptoe, Tina en vooral voor het blad Club. Met zijn levendige fantasie had hij geen enkele moeite om tekeningen te maken bij de meest wilde verhalen. Hij deed al het lay-outwerk en vond het heerlijk, zoals hij zei: “Net zoiets als het maken van een vakantiealbum!”. Een echte carrière had hij nooit zo erg voor ogen, hij wilde vooral veel plezier hebben en eigenlijk niets moeten. Zijn zusje zei een keer tegen hem: “Je bent gek, maar eigenlijk zou ik ook wel eens een beetje gek willen zijn!”.

Rond 1968 begon hij met knipwerk, want, zoals hij zelf vertelt: “Ach, ik zat altijd aan mijn bureau met papier en een schaar en dan begin je gewoon wat te knippen”. Dat ‘gewoon knippen’ bleek helemaal niet gewoon; hij heeft een enorme productie gehad van duizenden knipsels. Hij maakte ook knipwerk in opdracht, maar liet een ander graag zorgen voor de verkoop en de financiële afwikkeling, want de zakelijke kant had absoluut zijn belangstelling niet. Speciaal de knipsels van kindertjes met klompjes waren zeer geliefd bij de Amerikanen, maar Koos knipte ook graag wat ‘gewaagdere knipsels’.

Koos knipt zijn hele leven al met hetzelfde schaartje. De knipsels hadden allerlei formaten, de grootste ca. 50 x 60 cm. En altijd van zwart fotopapier; eerst tekent hij op een apart blad zijn eigen ontwerpen en die brengt hij dan met wit carbonpapier over op het zwarte papier. Zo kan hij zijn eigen ontwerpen meer keren gebruiken. Slim!

Dat witte carbonpapier kende hij van zijn andere bijzondere hobby waarbij de schaar gebruikt wordt, namelijk het maken van kleding. Ooit begonnen met de kleding voor zijn moeder en zijn zusje en later ook voor de kinderen van zijn zusje, bekwaamde hij zich dermate in het ontwerpen en naaien dat hij zelfs een japon voor Koningin Juliana heeft gemaakt! Ook maakte hij voor zichzelf de meest fantastische modieuze creaties.

Koos is trouwens een creatieveling op velerlei gebied. Niet alleen kan hij fantastisch tekenen, hoeden, kleding en knipwerk maken, maar het appartement waar hij woont in Haarlem is heel sfeervol ingericht met fraai antiek en ook hier ontbreken de speciale “Koos”-accenten niet: een lap prachtig bewerkt brokaat als kleed op tafel bijvoorbeeld, en een serie baardmankruiken als ‘familie’ bij elkaar opgesteld. Hij vertelde ons dat hij tot 2002 geregeld kookte voor zijn ‘eetclub’, waarbij hij voor zo’n 10 personen een lekkere maaltijd bereidde en daarbij natuurlijk de tafel prachtig dekte met damast en kandelaars. Jammer genoeg zijn sommige gasten niet meer in staat te komen en de eetclub moest worden opgeheven. Hij kookt nog wel zo veel mogelijk voor zichzelf, daar heeft hij gelukkig nog wel plezier in.

Een man met zoveel mogelijkheden is een duizendpoot te noemen en in zijn lange leven heeft hij veel tot stand gebracht, en dat helemaal op zijn eigen manier. Zelf vindt hij het allemaal niet zo erg bijzonder. Zo zegt hij bijvoorbeeld van het knipwerk: “Ja, maar het zijn alleen maar silhouetjes! En zo bijzonder is het allemaal niet, ik kan tekenen en dan hoef je alleen maar langs de lijntjes te gaan met de schaar!”

In zijn hele leven is hij een vrijbuiter geweest en hij had en heeft geen contacten met andere knippers of knipsters gehad, al herinnert hij zich wel ooit een keer bij Tjeert Lever in zijn museum in Westerbork te zijn geweest, maar het is bij die ene keer gebleven, hij vond het niet zo’n vrolijke man. lk vroeg hem ook nog of Mance Post, ook een bekende naam in knipperskringen, familie van hem was, maar dat bleek niet het geval.

Koos Post, een unieke man en een unieke knipper. Ook al hij is nu 78, bij het vertellen van zijn levensverhaal zag ik steeds die twinkeling in zijn ogen, waaruit bleek dat hij nog erg jong van hart is. Het was heel boeiend met hem en zijn geknipte wereld kennis te maken!

Ieke Boosman