Categoriearchief: publicatie

Nog meer onbekend knipwerk in Middenbeemster, Knip-Pers 2004-4

afb. 1, schriftje Neeltje Prijs, Museum Betje Wolff

 

 

In de vorige Knip‑Pers nam ik u mee naar het Museum Betje Wolff in Middenbeemster en liet u afbeeldingen zien van onbekend knipwerk dat daar bewaard wordt. Tijdens mijn bezoek mocht ik nog veel meer bekijken en verrassend genoeg bleek er ook een schriftje (afb. 1) vol kleine, losliggende knipsels ( ± 5 x 5 cm) bewaard te zijn.

 

 

afb. 3

afb. 2

afb. 4

Op de kaft staat de naam geschreven van de vermoedelijke knipster van enkele van deze knipseltjes: Neeltje Prijs. (afb. 3 is duidelijk van een andere knipper/ster). Neeltje Prijs is natuurlijk niet een geheel onbekende naam in knippersland. In het boek “Schaar‑Kunst” van Joke en Jan Peter Verhave staat vermeld dat Neeltje door haarzelf beleefde gebeurtenissen met de schaar uitbeeldde. Als ze niet soms jaren na dato waren gemaakt, zou men haast van journalistiek werk kunnen spreken.

 

 

Neeltje Prijs was een boerendochter uit Wijdewormer. Zij werd geboren in 1804 en stierf in 1863. Haar ouders waren Cornelis en Antje de Jong, Bekend is dat ze haar schaar aan een zilveren ketting had en dat ze reusachtige taferelen maakte (2 meter lang en 60‑80 cm hoog), papierapplicaties van gekleurd, uitgeknipt sitspapier, uitgewerkt tot in de kleinste details. Mogelijk heeft ze enige tijd als bedlegerige patiënte aan zo’n knipwerk gewerkt.

afb. 5

Werk van haar is te bezichtigen in:

  • Edam – Edams Museum
  • Zaandijk – Zaanlandse Oudheidskamer
  • Purmerend – Purmerends Museum

Er zijn 5 werken van haar bekend:

  • De doortocht van Z.M. Willem den Tweede, Koning der Nederlanden door de gemeente Wijde‑Wormer den 6 Augustus in het jaar 1842 (zij maakte dit in 1845).
  • De doortocht van Z.M. Willem den Tweede, Koning der Nederlanden, door de Stad Purmerende, langs een gedeelte der koemarkt, op den 6 Augustus, in den jare 1842 (gemaakt in 1848).
  • Kanaalgezigt tusschen Buiksloot en Purmerend (ca. 1850).
  • Wintergezigt langs de Beemster Beurs te Purmerende (1851).
  • IJsvermaak op een Amsterdamse gracht.

Het is niet bekend of zij haar geknipte collages voor een opdrachtgever maakte.

Ieke Boosman

Om de Oranjes geschaard, Knip-Pers 2005-2

Dit jaar is koningin Beatrix 25 jaar aan de regering. Het Huis van Oranje is altijd in ere geweest, zowel in tijden van voorspoed als in tegenspoed. En knippers hebben daar het hunne aan bijgdragen.
Joke Verhave knipte in 1983 het profiel van Beatrix, in een groot stuk voor het Zuiderzee Museum, omdat toen de koningin het nieuwe openluchtmuseum opende. Het werd in opdracht van de directeur van het Arnhemse Openluchtmuseum gemaakt, als geschenk voor het Enkhuizer museum.

afb. 1, Joke Verhave, 1983

Ter gelegenheid van het 50‑jarig jubileum van koningin Wilhelmina maakte Frans ter Gast in 1948 een boekje ‘Appeltjes van Oranje’. Door alle TV‑beelden rond prins Bernhard kozen we het verloofde stel Juliana en Bernhard in een snelle automobiel. Wat niet op TV te zien was, maar wat we met de knipper wel vermoedden, was de aanwezigheid van Amor op de achterbank.

afb. 2, Frans ter Gast, 1948

Grappig is ook de jonge Willemientje, die aardrijkskundeles kreeg van Miss Winter.

afb 3, Frans ter Gast

En van haar moeder, koningin Emma, knipte Ter Gast een mooi portret, met haar mutsje van kant.

afb 4, Frans ter Gast

Toen haar voorgangster, koningin Sophie, in 1877 overleed, knipte J.L. Hilzer een ‘Bewijs van Rouwbeklag’ uit geel sitspapier, ‘eerbiedig aangeboden aan zijne Majesteit Willem III Koning der Nederlanden van Hoogst derzelfs Doorluchtige Gemalin op den 3. Junij 1877 door Zijne Majesteits getrouwe onderdaan’. Deze en andere, wat hoogdravende Oranje-gezinde teksten zijn bewaard in spiegelbeeld, waarbij op de achterzijde alles netjes is voorgetekend.

afb 5, J.H Hilzer, Rouwbeklag, 1877

Kennelijk heeft de knipper de teksten dubbel geknipt en het ‘goede’ deel vanuit zijn woonplaats Terneuzen aan koning Willem III gestuurd.

Neeltje Prijs in het Noord‑Hollandse Wijde‑Wormer maakte enorme stukken met knip-appliqué, waaronder de Doortocht van Koning Willem II door Wijde-Wormer en door Purmerend in 1842. Ze maakte ze jaren later, in 1845 en 1848. Een feest om naar te kijken!

afb 6, Neeltje Prijs, 1845-1848

De domineeszoon Hendrik Wilhelm Kuyper uit Noordwolde knipte voor koning Willem II en koningin Anna Paulowna eenvoudige stukjes met bloemen en plantmotieven, met hun geboortedata.

afb. 7, H.W. Kuyper

Een eenvoudig hartje, met ‘Viva Oranje 1815’ herinnert aan de nieuwe koning Willem de Eerste, na het vertrek van de Fransen

afb. 8, anoniem, 1815

Later verstoutte Ary ter Gant uit het Noord‑Hollandse Winkel zich om een van zijn tekstprenten ‘Liefde en Eendragt’ in 1840 aan de oude koning Willem I te sturen. Waarschijnlijk hoopte hij op een beloning. Die kreeg hij ook: 25 gulden, een vorstelijk gebaar, maar wel met de opmerking:
‘…als wordende soortgelijke voortbrengselen niet meer aangenomen…’

Stadhouder Willem V en zijn echtgenote en nicht, prinses Wilhelmina van Pruisen met hun gezin zijn afgebeeld door de Duitse silhouetteur Carl Theodor Köhler in 1787. Eigenlijk is dit geen knipsel maar een achterglas schildering.

afb. 9, C.Th. Köhler, 1787

Het Oranjegezin verbleef toen enige tijd te Nijmegen, weg van de Patriottisch gezinde Staten in Den Haag.

In kasteel Sypesteyn, Nieuw Loosdrecht, hangt een groot portretknipsel van de erfstadhouder prins Willem IV Carel Hendrik Friso en zijn echtgenote prinses Anna van Hannover, omringd door de wapens van de Zeven Verenigde Nederlanden door Justus van Maurik.

afb 10, anoniem, (tot juli 2021 toegeschreven aan van Maurik)

Stadhouder prins Willem III, koning van Engeland werd door Johanna Koerten uitgebeeld, in vol ornaat, met de voor haar zo karakteristieke techniek van de gravure-imitatie, waar het licht doorheen kon spelen.

afb 11, Joanna Koerten

De allereerste Oranje, Willem de Zwijger, de Vader des Vaderlands, werd vermoord in 1584. Waarschijnlijk is dit anonieme knipsel in de 19de eeuw ontstaan toen er, net als nu, een periode was dat men opnieuw interesse kreeg in de vaderlandse geschiedenis.

afb. 12, anoniem

In elke tijd was er wel een reden om de regerende Oranjevorst met of zonder echtgenoot, een Oranjetekst of een Oranjeboom af te beelden. De knippers en silhouetteurs waren heel divers van kunstzinnigheid, maar ook de Oranjes waren heel verschillend en niet allemaal even krachtige leidersfiguren. Toch is de Oranjefamilie steeds een punt van herkenning in onze geschiedenis geweest. Per slot van rekening zijn zij ook goede knippers, van linten!

Joke en Jan Peter Verhave

Ditjes en datjes, Hollandse zwartjes, Knip-Pers 2005-1

In november heeft het bestuur van de vereniging met de redactie van de Knip‑Pers ons met een bezoek vereerd om onze collectie te komen bekijken; ook zijn we in het Valkhof museum te Nijmegen de 4 snijdsels van Frederik Hendrik van Voorst gaan zien. De bestuursleden verrasten mij met knipsels van ieder, samengevoegd in een mooie doos tot een album amicorum.

Bovendien kregen we een origineel mapje met ‘Hollandsche Zwartjes’ van Daan Hoeksema. Aan deze kunstenaar was twee jaar geleden een tentoonstelling gewijd in het Veluws Museum Nairac te Barneveld. Die zagen we, en daarom nu een nadere kennismaking met Daan Hoeksema.

Hij werd geboren in 1879 in Oldekerk, Groningen. Vlak na zijn geboorte verhuisde het gezin naar Rolde, waar vader een eigen bakkerij begon. De moeder van Daan stierf toen hij 14 jaar was. Zijn vader hertrouwde en Daan kreeg er 9 halfbroers en -zusters bij!

Daan ging in de leer bij bakker Benus in Groningen. Behalve het deegkneden tekende Daan graag in de overgebleven uurtjes. De oudere knechten waren zijn model. Bakker Benus zag dat Daans talent voor tekenen groter was dan voor taartjes garneren en raadde hem aan om naar de ‘Taikenschoule’ te gaan. Deze raad werd opgevolgd en Daan volgde in de avond lessen aan de Academie Minerva in Groningen en bakte overdag brood en banket.
In 1899 volgde hij de tweejarige dagopleiding aan de Academie en vervolgens vertrok hij naar Amsterdam, waar hij zich inschreef voor een driejarige cursus aan de Kunstnijverheidsschool. Tegelijkertijd volgde hij ’s avonds lessen aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam.
Op de dagcursus vermaakte hij zijn medeleerlingen door met een puntzakje van qualqueerpapier gevuld met zachte zeep, in ruime mate voorhanden bij de ‘waschkraan’, allerlei vormen te maken zoals een banketbakker doet.

Aanvankelijk hield hij zich in leven door reclametekenwerk en aanplakbiljetten te maken. Hij liet zich soms ‘in natura’ betalen: na een reclameplaat voor een rijwielfabriek kreeg hij een fiets!

In 1909 kwam zijn werk in een stroomversnelling. Hij werd een van de eerste reclametekenaars van ons land: Blookers cacao, De Nederlandse Spaarkas, Simplex rijwielen, Bessenflipje Tiel, Douwe Egberts en nog veel meer. Daan kon zich meten met silhouettekenaars als Nelly Bodenheim en Jan Wiegman. Hij had een enorme productie en zijn illustraties vonden veel aftrek.

De uitgeverij Gebr. Koster drukte zijn kleurplaten, tekenvoorbeelden, borduurmappen en, daar gaat het ons om, zijn knip- en plakvoorbeelden. In 1922 kwam zijn boekje ‘Silhouetten-Knipkunst’ uit, met allerlei voorbeelden op flink formaat, en in 1929 ‘Schaduwbeelden, knippen en plakken’. De firma Koster heeft geen slechte zaken gedaan met deze uitgaven. Ook na de dood van Daan Hoeksema in 1935 zijn de mapjes nog uitgegeven, tot in de 60‑er jaren.

Het mapje dat wij kregen, kwam uit in 1940: ‘Hollandsche Zwartjes, om uit te knippen’.

afb. 1, Daan Hoeksema

Het bevat kleinere voorbeelden en witte papiertjes om de uitgeknipte afbeelding op te plakken.

In ons mapje zit één zo’n uitgeknipte voorstelling, kennelijk gemaakt door een kind.

afb. 2, anoniem

afb. 3, anoniem

 

In een andere methode was het voorbeeld in dunne lijntjes afgedrukt op papier dat aan de andere zijde zwart was.

Er werden meer van dit soort methoden en voorbeelden uitgegeven. Uit dezelfde tijd kennen we nog een boekje ‘Aesthetische vorming, papierarbeid, knippen-scheuren’ door Atze de Leeuw, leraar tekenen aan het Amsterdams Lyceum. Hij benadrukt de kracht van het schuiven met silhouetten/knipsels tot de gewenste compositie.

afb. 4

In 1935 verscheen een geïllustreerd ontspanningsboek door André Vlaanderen: ‘Van alles en nog wat. Een Sint Nicolaas geschenk voor de jonge A.V.R.0.-luistervinken’. Het bevat een hoofdstuk getiteld ‘In het rijk van de schaduwen en schimmen’, waarin de geschiedenis van de papierknipkunst goed beschreven wordt. Daarnaast geeft hij een handleiding voor het beoefenen van het papierknippen met symmetrische voorbeelden die op dubbelgevouwen papier nagetekend en uitgeknipt konden worden. Eén daarvan lijkt sprekend op een illustratie in het veel oudere boekje ‘Buiten bij Kaatje! Een Vertelseltje met Versjes en Knipsels’ door Jacqueline Enderlein (omstreeks 1910).

In 1974 hebben ook Wiecher Lever en Geertje Gort dezelfde voorbeelden gebruikt in het boekje ‘Silhouetten knippen’.

afb. 5

Daan Hoeksema was als geoefend illustrator origineel in zijn talloze knip- en tekenvoorbeelden, maar ook weer niet zo didactisch dat hij aanwijzingen gaf voor het ontwerpen van eigen knipsels. Voor kinderen thuis en op school was het een goede manier om de schaar te leren hanteren en de fijne motoriek te oefenen, maar daar bleef het bij.

Bekende knipkunstenaars zijn er uit de generaties die met de ‘Hollandsche Zwartjes’ opgroeiden, niet voortgekomen.

Joke en Jan Peter Verhave

Bron: “Daan Hoeksema, tekenaar en kindervriend” van S.J. Stevan (2003), een begeleidend boekje bij de expositie ‘Daan Hoeksema en het televisieloze tijdperk’ te Barneveld.

Er zit muziek in Hans Borstlap èn in zijn knipsels!, Knip-Pers 2009-1

Begin januari stapte ik op een echt winterse dag al vroeg in Heerhugowaard in de trein om naar Zutphen af te reizen. Hoewel het onderweg steeds witter en bovendien mistiger werd, kwam ik na een lange reis toch mooi op tijd aan, leve de NS!

Zutphen is een prachtige oude stad met wei 1000 monumenten, maar ik zal beslist nog eens terug moeten komen om dat alles te bekijken, want daar was nu geen tijd voor: ik ging op bezoek bij Hans Borstlap, de maker van het fraaie boekwerkje: ‘Tussen Keulen en Parijs’. Het werd voor het eerst uitgegeven in 1971 en heeft sindsdien 9 drukken mogen beleven. Hans Borst voorzag oude kinderrijmpjes op muziek van toepasselijke knipsels en het leek me leuk eens wat meer te weten te komen over deze fantasierijke en kennelijk muzikale knipper.

Hans Borstlap werd in 1943 geboren en in zijn jeugd werden zijn creatieve mogelijkheden al ontdekt en gestimuleerd, want hij bezocht 10 jaar lang de Vrije School in Den Haag. Omdat zijn interesse altijd al uitging naar dieren en planten, volgde hij daarna de Middelbare Land- en Tuinbouwschool in Warmond, met het plan tuinarchitect te gaan worden.

Als leuke bezigheid tijdens de (saaie?) lessen knipte hij van zijn leraren goed lijkende silhouetten, tot groot enthousiasme van zijn medeleerlingen. Om wat bij te verdienen ging hij dus silhouetten knippen in “Het Gouden Hoofd”, een etablissement in Den Haag. Na zijn studie werkte hij 2 jaar als hovenier in Zwitserland, moest vervolgens in militaire dienst, bedacht toen dat hij toch maar geen tuinarchitect wilde worden en sloeg een totaal andere weg in.

Hans komt uit een kunstzinnig milieu en groeide op met muziek. Al heel jong kreeg hij blokfluitles, maar ruilde na een tijd de fluit in voor een cello. Op zijn 22ste meldde hij zich bij het conservatorium in Den Haag en werd aangenomen. Als muziekstudent verdiende hij op de Pier in Scheveningen een leuke knipcent bij, want van de directeur ervan mocht hij in een (gratis) winkeltje zijn silhouetten knippen en verkopen, dat leverde vooral bij mooi weer aardig wat op…

Bij slecht weer waren er natuurlijk weinig bezoekers en viel er weinig te knippen, maar dan gebruikte hij de tijd om te componeren en zijn partituren te schrijven. Jammer genoeg is er ooit maar één werk van hem uitgevoerd: een koorwerk ‘Exultate Jubilate’, uit gevoerd door studenten tijdens een ontgroeningfeest.

afb 2, HAns Borstlap, geboorteknipsel voor een adoptiekindje

Na zijn studie kwam Hans in dienst bij Het Gelders Orkest in Arnhem. Hij was intussen getrouwd en er waren drie Borstlapjes geboren. Zutphen leek een prima plek om te gaan wonen voor het jonge gezin, niet te ver van Arnhem en bovendien was er een Vrije School voor de drie zonen. En … er was ook een grote tuin, zodat behalve de muziek, nog een andere passie zijn leven ging beheersen: wijn maken!

Gelukkig nam het knippen ook nog een heel grote plaats in zijn leven in. Voor zijn kinderen knipte Hans van alles en nog wat en zo successievelijk werd het plan bedacht om een boek samen te stellen met oude kinderrijmpjes op muziek en daarbij toepasselijke knipsels te maken. Dat staat er zo makkelijk, maar het bleek drie jaar te kosten voordat alles naar zijn zin was. In 1971 kwam zijn mooie ‘boek ‘Tussen Keulen en Parijs’ uit en het was direct succesvol.

Naast zijn werk in het orkest vertoonde hij ook overal zijn papierknipkunsten en tijdens de ‘Papierage”, een manifestatie bij V&D, eind jaren ‘70, werd hij door Suus Houtman ‘ontdekt’. Zij vroeg hem te komen demonstreren in het Openluchtmuseum in Arnhem en een groot aantal jaren zat Hans in de keuken van de Westfriese Stolpboerderij aldaar silhouetten te knippen.

Vanaf 1981 maakte hij ook 26 jaar lang deel uit van een groep ambachtslieden die in Doesburg een 4-daags evenement opluisterden. Speciaal daarvoor had hij een tent laten maken waarin hij gerieflijk zijn silhouetten knipte en zijn werk kon ophangen en uitstallen.

In de loop der jaren vervaardigde Hans van alles op knipgebied: geboortekaartjes, gelegenheidsknipsels, metamorfoses (in vijf stappen een portret van mens naar dier), advertenties enz. enz. en ik mocht alles uitgebreid bekijken. Chico, de papegaai, mengde zich ook geregeld in de conversatie en als hij te weinig respons kreeg, ging hij op de muzikale toer en floot een al of niet bekende melodie, allemaal heel vrolijk.

Hans gebruikt altijd 140 grams zwart papier, tekent met 2B potloden zijn ontwerpen, knipt een en ander uit en vervolgens wordt het knipwerk geplakt met …. Bisonkit. Een niet zo gebruikelijke lijm voor knippers. Ook in zijn schaar-keus is hij bijzonder. Omdat hij de ogen van zijn favoriete schaar te klein vond, heeft hij die vervangen door grotere van een ander exemplaar: gewoon erop laten lassen. Daar had de Zwitserse knipper Hauswirth vast niet aan gedacht; die maakte ijzerdraadjes aan de ogen van zijn schaar waar zijn grote vingers goed in pasten.

Hans Borstlap is een uiterst enthousiaste man die zijn talenten goed kan combineren: Voor een expositie ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Het Gelders Orkest knipte hij verschillende dirigenten in karakteristieke poses ten voeten uit. Voor zijn wijnflessen ontwerpt hij prachtige etiketten, drukt ze af op etikettenfolie en knipt ze vervolgens een voor een uit. Voor de etiketten alleen zou je zijn wijn kopen!

In 2005 kreeg hij jammer genoeg een herseninfarct, maar daar laat hij zich niet door belemmeren in zijn bezigheden. Zijn dagen zijn erg gevuld, want naast wijn maken, muziek luisteren, koken, papierknippen en kletsen met zijn papegaai, heeft Hans nog meer hobby’s: hij is bij voorbeeld dol op bloemschikken.

Het door mij meegebrachte bosje tulpen werd zeer vakkundig in een vaas gezet En verder bleek hij een enthousiaste goochelaar, ik kreeg zelfs een privévoorstelling! Jammer genoeg werden de briefjes van 50 euro niet vermenigvuldigd, zoals eigenlijk zijn bedoeling was.

Omdat ik door de weersomstandigheden weer op tijd naar huis wilde, kwam er eigenlijk te vroeg een eind aan de gezellige middag. Met een fles wijn, allerlei mooi knipwerk en een hoofd vol enthousiaste verhalen, nam ik afscheid van Hans Borst en van Zutphen, in de hoop die bijzondere kniptent van hem hier of daar nog eens aan te treffen. Misschien een keer een leuk idee voor één van onze Contactdagen?

leke Boosman

afmeting van de knipsels van het boek: 30 x 50 cm

Oud knipsel, Knip-Pers 2010-1

afb. 1, Joke van Dijken, naar het knipsel uit 1859

Dit knipsel heb ik in 2006 nageknipt, het oude knipsel hing altijd bij mijn ouders thuis. Het oude knipsel is waarschijnlijk gemaakt naar aanleiding van het huwelijk van Maaike Karskarel en Gerardus Stefanus Bruining in 1859 in Sneek.

ab. 2, anoniem, 1859

afb. 3, Marijke Karskarel

Maaike Karskarel is een voorouder van mijn vaders kant. Nu ik zelf al een aantal jaren zo nu en dan wat knip, leek het me leuk om dat te doen. Ik vind het vooral aardig omdat ik van die Maaike Karskarel ook nog een foto in originele staat heb.

Joke van Dijken

Een tentoonstelling. Over een paar maanden, Knip-Pers 2010-4

Half januari 2011 ‘heb ik’ een tentoonstelling in Museum Martena in Franeker. Nu ik deze pagina inlever heb ik nog iets meer dan 2 maanden. Ik heb nog een maand om een aantal dingen te knippen. En dan nog anderhalve maand om de publiciteit te regelen en alles klaar te zetten. Dat moet gaan lukken.

In augustus en september ben ik naar Amerika geweest en heb onderweg twee ‘dingen’ voor de tentoonstelling gemaakt. Ik heb thuis de letters G-O-W-E-S-T geschilderd op grote vellen. Eigenlijk is er voor dat project geen schaar gebruikt. Weet niet of dat jammer is, maar de letters die ik op vellen geschilderd heb zijn wel buitenvormen. En… knip(st)pers gebruiken altijd buitenvormen.

Ik reisde met een auto van New York naar San Francisco. Die vellen heb ik op verschillende plaatsen om hoog gehouden en mijn vrouw heeft mij op die manier steeds gefotografeerd. Het eerste vel in New York en de volgende in de buurt van Pittsburgh. Daarna reden we honderden miles door het maïs en ook heel lang over prairies. Als je dan doorrijdt naar het westen ga je door de bergen (Rocky Mountains) en als laatste heb ik mij laten fotograferen in de woestijn van Nevada. Voor mijn gevoel ligt de oostkust rechts en het westen links. Daarom heb ik het ook in die richting geschilderd en gefotografeerd.

Misschien denkt u: “Waarom doe je dat?” Ja, dat weet ik niet. Ik wilde het graag. En het is gelukt. De geschilderde letters hangen nu in mijn werkruimte en ik weet op welke mooie plekken in Amerika ze geweest zijn.

Meret Oppenheim, Fur Cup

Daarnaast heb ik ook veel op motelkamers geknipt. Ik was altijd nogal gecharmeerd van het ‘kopje met bont’ van Meret Oppenheim. Dat staat in het Moma in New York en ben altijd   blij als het tentoongesteld wordt. Ik heb niet geprobeerd het na te maken. Het is meer dat ik er door geïnspireerd werd.

 

Daarvoor in New York een New York Times gekocht en met dat papier geknipt. Een krant is ook gewoon papier waarin je kunt knippen. Onderweg het plastic bekertje, het kartonnen bordje en het roerhoutje meegenomen bij een hotel in New York, bij een motel in Nebraska en bij een StarBucks in Reno, Nevada. Het object is dus helemaal gemaakt in Amerika.

Made in America (disposable, thanks to Meret Oppenheim)

Vanaf half januari staat het op de tentoonstelling in Franeker.
De openingstijden staan op de site: www.museummartena.nl.
U bent daar van harte welkom. Ik woon  dicht bij Franeker. Misschien kunnen we dan samen gaan kijken. U kunt mij altijd bellen. Je kunt ze nu al digitaal bekijken op mijn site:

www.paperscream.com
Ga dan voor GoWest naar ‘Projects’. En voor ‘Made in America’ naar ‘Objects’ (laatste plaatje).

Gerlof Smit

Er uit gelicht, museum van papierknipkunst, Knip-Pers 2010-1

In het museum hebben we meerdere knipwerken van de heer A.M. Verburg. Enkele daarvan zijn hierbij afgedrukt. Het bijzondere is dat de onderwerpen allemaal geknipt zijn uit zwart papier. Het is een techniek waarbij je heel goed moet nadenken hoe je moet knippen.

afb. 1, A.M. Verburg, akelei, 30 x 21 cm

Deze knipsels hebben allemaal betrekking op de natuur. ‘De Akelei’ (afb. 1) en het ‘Klavertje vier’ (afb. 2), symbool van geluk, met daarin de bloemen, de vlinder en de reiger die in het water staat op zoek naar een visje, brengen het voorjaar en de zomer al een beetje dichterbij, want het voorjaar komt er aan; de winter met alle sneeuw, ijs en vieze blubber is verdwenen.

 

afb. 2, A.M. Verburg, Klavertje 4, 30 x 21 cm

 

 

 

De lammetjes huppelen in de wei, krokussen en madeliefjes bloeien in het gras, jonge eendenbolletjes zwemmen in het water, het is weer tijd voor frisse nieuwe inspiratie.

 

 

afb. 3, A.M. Verburg, In de file om een visje te vangen, 29 x 50 cm

Hoewel..de muur van ijsblokken (afb. 3) waar langs de pinguïns in een lange rij voor het stoplicht op hun beurt staan te wachten om een lekker visje uit zee te mogen vissen, doet toch nog wel wat frisjes aan.

Het werk werd geknipt voor het thema ‘In de file’ met als tekst: ‘Sinds we onder toezicht van de EU staan wordt alles geregeld’. Weet u overigens dat in het Emmer Dierenpark de grootste populatie Braziliaanse pinguïns van Europa is en dat er ruim twintig jongen buiten in de kou in holen en nesten in de grond uit hun ei zijn gekropen? Dus niet in een warme broedmachine.
Dit was even een uitstapje waarbij je soms in de file te recht kan komen.

afb. 4, A.M. Verburg, Gans, 43 x 35 cm

 

 

 

 

 

De eenzame gans (afb. 4) in het donkere water heeft geen probleem want, ‘in de file? Nee, maar alleen is maar alleen’.

afb. 5, A.M. Verburg, groepje ganzen, 30 x 20cm

 

 

Het groepje ganzen (afb. 5) op weg naar het water heeft ook geen problemen ‘In de file? Geen weg, geen file’.

Mocht u naar Westerbork komen: boven Zwolle en onder Groningen komt in het verkeer het fenomeen ‘file’ bijna niet voor.

Chris van der Veen en Geert Schenkel

Thekla Voorink-Overweg, Knip-Pers 2009-3

afb. 1, Thekla Voorink-Overweg

Thekla Voorink (19 augustus 1920 – 2 maart 2003) werd geboren op 19 augustus 1920, in Winterswijk, waar ze vrijwel haar hele leven heeft gewoond. In haar kindertijd leerde zij van haar grootmoeder (die onderwijzeres was) allerlei op het gebied van handvaardigheid, zoals veel meisjes uit die tijd. Zo leerde zij handwerken, knippen, borduren en tekenen.

 

 

 

afb. 2, Thekla Voorink, zonder titel

Thekla vond die lessen niet altijd even leuk, want haar oma vond dat er eerst flink gewerkt moest worden en daarna was er pas tijd om te Spelen. Dat betekende vaak dat Thekla eerst eindeloos borduursteekjes of knipjes moest oefenen en daar had ze natuurlijk lang niet altijd zin in. Pas veel later besefte zij dat ze alle aangeleerde technieken goed kon gebruiken voor haar creatieve prestaties.

 

afb. 3, Thekla Voorink, de vaatdoeken hangend over het passe partout

 

 

Thekla Voorink was zonder meer een artistieke duizendpoot. Naast haar fantastisch mooie knipsels – waarvoor ze vaak inspiratie vond in de natuur – heeft zij heel veel geschilderd. Ook in haar schilder- en borduurwerk komen we veel bloemen tegen die ze natuurgetrouw weergeeft. Daarnaast ontwierp zij prachtige tegeltableaus.
Het is leuk om te weten dat zij met één van haar knipsels ooit een vaatwasmachine heeft gewonnen! (afb. 3).

 

afb. 4, Thekla Voorink, De ganzenveder

Mevrouw Voorink was niet alleen een bezig bijtje op het gebied van creatieve bezigheden. Een groot deel van haar tijd besteedde ze aan sociale activiteiten. Ze was bijvoorbeeld jaren lang bestuurslid van het Rode Kruis.
Verder heeft zij een belangrijk aandeel gehad in de oprichting van ambulance- en bloedtransfusiediensten.

Samen met Riek Weenink Hoogeboom vormde zij het eerste Welfare-team in ziekenhuizen. (Nu wordt dit bezigheidstherapie genoemd).

afb. 5, Thekla Voorink, 25-jarig huwelijk echtpaar Veenhuis-Steenbeek, 1977

afb. 6, Thekla Voorink

Ook was ze voorzitter van het Sinterklaascomité, lid van de jury voor het bloemencorso in Corle en deed ze het nodige voor de Vereeniging Volksfeest. Daarnaast had ze ook nog tijd om, samen met Wies Willink-van Delden, de plaatselijke afdeling van Terres des Hommes op te richten. Niet alleen dééd zij al deze dingen, maar ze wist ook anderen te inspireren door haar enthousiasme.

afb. 7, Thekla Voorink

afb. 9, Thekla Voorink

Om deze bijzondere vrouw voor het voetlicht te halen organiseerde Museum Freriks te Winterswijk in 2006 een overzichtstentoonstelling over haar leven, haar werk en haar creaties.

Bewerkt door Helma Kip

Bron: Onuitputtelijke Creativiteit Knip- en schilderkunst van Thekla Voorink-Overweg. Uitgave van Museum Freriks te Winterswijk, april 2008. ISSN-1 384-7449

Er uit gelicht, museum van papierknipkunst, Knip-Pers 2008-3

Het museum hangt vol met knipwerken van leden van de Vereniging. Aandachttrekkers zijn de klokkenkleedjes die enige jaren geleden zijn gemaakt, de lijsten met geknipte insecten, de ingelijste tegeltjes ter gelegenheid van de 100ste uitgave van de Knip-Pers en alle knipwerken met als thema ‘Met een knipoog naar de wereld’, gemaakt voor het 25-jarige bestaan van de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst.

afb. 1, anoniem, 6 x 5 cm

Af en toe duiken er echter, bijvoorbeeld bij het opruimen van een zolder, oude knipsels op. Sommige daarvan krijgen we in het Museum. Twee kleintjes, waarvan hier één is afgebeeld, werden meegenomen door een bezoekster. Zij vond ze in het huis van haar grootouders. De afbeeldingen (6 x 5 cm) hebben een achtergrond van zilverkleurig papier en zijn ingelijst in zwarte lijstjes van l0 x I0 cm. Onbekend is de maker (zie ook Knip-Pers 2007-3, blz. 36).

 

 

afb. 2, Lies Bossinade, 12 x 9 cm

In een andere vitrine staan twee ragfijne knipsels van Lies Bossinade. Vooral het witte uiltje (12 x 9 cm) lijkt alsof het van kant gemaakt is. Haar knipsel ‘Fantasie’ (22 x 14 cm) is prachtig uitgewerkt.

afb 2, Lies Bossinade, 22 x 14 cm

In een interview met Lies Bossinade tijdens de expositie in het Cultureel Centrum in Zandvoort in 1984 zegt zij: ‘Iedereen kan het leren’ en ‘Knipkunst is eigenlijk vertellen met een schaartje’ verderop ‘Het verschil tussen tekenen en knippen is dat het knippen veel spannender is. Ten eerste is er het grote contrast tussen zwart en wit, ten tweede: knip je verkeerd dan moet je echt opnieuw beginnen’.

afb. 4, Evert Root Sr.

 

 

Knipwerk van Evert Root sr. daarentegen lijkt veel stoerder en steviger. In het Drents Museum in Assen zagen we, behalve de terracotta beelden uit China ook een expositie van, vooral, houtsneden van M.C. Esscher. Everts knipwerk lijkt qua uitstraling wel op die houtsneden. Beide kunstenaars leefden en werkten in dezelfde tijd.

Chris van der Veen en Geert Schenkel

afb. 5, Evert Root Sr.

Boekherinneringen, Knip-Pers 2008-3

Marten Harpertsz., geschreven door E.J. Potgieter. Uitg. Wereldbibliotheek-Vereeniging. Amsterdam, 1942. De silhouetten zijn gereproduceerd naar originele knipsels van H.D. Voss, die eveneens de band ontwierp.

afb. 1, H.D. Voss, omslag van het boek, 16,7 x 25 cm

 

Dit kleine boekje vertelt in woord en beeld over de belevenissen die Marten Harpertsz. Tromp (1598-1653) meemaakte toen hij elf jaar oud was. Hij was één van de beroemdste zeehelden uit de Gouden Eeuw en had als bijnaam ‘Bestevaer’. De schrijver E.J. Potgieter (1808-1875) was in zijn tijd een bekende auteur die grote bewondering koesterde voor de gouden eeuw. Hij was een gezaghebbend literatuurcriticus, de drijvende kracht achter het culturele tijdschrift ‘De Gids’. Men vond in zijn tijd al dat zijn boeken taai waren en nu, anderhalve eeuw later, is het nog veel moeilijker om goed te begrijpen wat er staat.

Hans Detlev Voss (1907-1977) was graveur van beroep en is een bekende knipper die veel boeken geïllustreerd heeft. Hij was afkomstig uit Duitsland en woonde in 1940 in Rotterdam. Bij het bombardement is helaas een deel van zijn werk verloren gegaan. Na de oorlog is hij naar Canada geëmigreerd.

afb. 2, H.D. Voss, De bemanning op het Prinsenschip ontdekt de kaper, 11,5 x 8,5 cm

Het is het jaar 1609. Op de onmetelijke zee voor de Afrikaanse kust bij Guinee vaart een schip, een zeilschip. Hoog aan de mast wappert fier de prinsenvlag.  De bevelhebber is Harbart Martssen. Deze reis heeft hij voor het eerst zijn zoon Marten Harpertsz meegenomen. Heel in de verte verschijnt een ander schip, zonder vlag. Het is de Fairest, een kaper, een roofschip. De kapitein is Frances Vemey. De kajuit is met oosterse pracht ingericht met Venetiaanse spiegels, op de vloer ligt een schitterend tapijt met rozen. Dit is het verblijf van lsabeau, de geliefde van Verney, hij heeft haar uit een klooster geschaakt. Dan ontdekt men op het Prinsenschip de kaper. Er wordt gebeden, men zingt het Wilhelmus en vuurt het eerste schot af.

 

afb. 3,H.D. Voss, Isabeau smeekt de priester om voor haar te bidden tijdens de storm, 11,5 x 8,5 cm

Ook op de Fairest maakt men zich gereed voor de strijd. Isabeau wil meevechten. Daarom vraagt ze eerst een zegen aan een priester die onder in het schip gevangen zit. Maar deze weigert. Hij wil geen zegen geven voor roof en moord en ook geen zegen geven aan een uitgetreden non. Het roofschip hijst een bloedrode vlag, als teken van de aanval. Er volgt een vreselijk gevecht waarbij vele Hollanders sneuvelen. Het Prinsenschip wordt geënterd en Verney komt aan boord, samen met Isabeau die als krijger verkleed is. Meteen wordt Harbart Martssen doodgeschoten. Uit woede en vertwijfeling werpt Marten een dolk naar Vemey, maar Isabeau vangt hem op en redt zo het leven van haar geliefde. Hierna wordt de overgebleven bemanning geketend en overgebracht naar het roofschip. Het Prinsenschip wordt leeggeroofd en in brand gestoken. Enige tijd later springt het uit elkaar en verdwijnt naar de bodem van de zee. Een paar weken later komt de Fairest in een vreselijke storm terecht en dreigt te vergaan. Als de priester Isabeau bij wil staan in deze nood, blijkt dat hij haar broer Joannes is. Gelukkig neemt de storm af, maar het schip heeft zoveel averij opgelopen, dat het in een dok in Algiers moet worden gerepareerd. Tijdens dit noodgedwongen verblijf worden Verney en Isabeau uitgenodigd op een Turkse galei die voor de kust ligt. Marten moet ook meekomen. Hoewel de gastheer er uit ziet als een Turk is hij dat niet, hij is de beruchte zeerover Simon de Danser. Hij maakt lsabeau het hof, hij wil alles wat hij heeft voor haar geven. Isabeau is daar woedend over maar Simon merkt dat niet eens want er komen juist drie Moorse danseressen met castagnetten binnen. Simon blijkt uit Dordrecht te komen en spot ermee dat hij op deze zondagmiddag naar zwierige danseressen ligt te kijken in plaats van in de kerk in Dordt te zitten dutten.

afb. 4, H.D. Voss, De Moorse danseressen, 11,5 x 8,5 cm

Intussen is Bisschop aan boord gekomen, een kleine bejaarde man, gekleed in het gewaad van een burger aan het eind van de zestiende eeuw. Hij is geneesheer van het paleis en de harem van de sultan. Hij heeft gehoord over Marten en wil hem graag ontmoeten om te zien of hij een goede arts zou kunnen worden om hem op te volgen bij de sultan. Maar hij ziet wel in dat Marten daar niet de geschikte persoon voor is. Als Marten hoort dat er Nederlands gesproken wordt, smeekt hij Simon de Danser om hem zijn vrijheid weer te geven. Die vraagt hem: “Wie ben jij?” “Ik ben de zoon van Harbart Martssen, die door deze zeerover vermoord is.” Hij wijst op Verney. Bisschop zegt: “Je moest blij zijn, nu hoef je zijn begrafenis niet te betalen.”

 

Simon de Danser vat sympathie op voor Marten, hij heeft zelf een zoon gehad van zijn leeftijd. Hij zegt: “Ik wil zien of je op hem lijkt?”

afb. 5, H.D. Voss, “Op u?”, 11,5 x 8,5 cm

 

Hij laat een vaatje buskruid komen en een pistool en zegt tegen Marten: “Laad!” “Op u?” “Waarachtig, je lijkt echt op mijn Hendrik. Op het vaatje kruid, jongen.” Zonder te aarzelen richt Marten op het vaatje bus kruid. Doodsbang deinst Bisschop terug. “Zeg jongen, zou je schieten als ik vuur roep?” vraagt Simon. “Waarom niet? We zullen samen de lucht in vliegen.” “Bravo! Leg het pistool maar neer. Jij wordt de erfgenaam van mijn hele vermogen.” Maar Marten antwoordt: “Ik wil geen erfgenaam zijn van uw vervloekte naam!

 

Een paar dagen later is de Faires eindelijk klaar. Vemey heeft alweer genoeg van Isabeau en heeft Bisschop veel geld aangeboden om hem in de harem te brengen om iemand anders te schaken. Onder het voorwendsel van een feest op het schip van Simon de Danser vertrekt hij, maar lsabeau heeft toch gemerkt dat hij niet meer van haar houdt. Een uur later wordt haar een ring gebracht van Verney met de vraag ook naar het schip van Simon de Danser te komen. Eigenlijk wil ze liever weigeren, maar ze gaat er toch samen met Marten in een roeiboot naar toe. Als ze op het schip komt is er helemaal geen feest maar alleen Simon de Danser die haar met een list heeft laten komen. Hij vertelt dat Verney haar heeft verlaten en dat hij, Simon, haar tot vrouw wil en zijn leven en alles wat hij heeft met haar wil delen. Hij vertelt ook dat Verney op dat moment een andere vrouw uit de harem van de sultan schaakt.

afb. 6,  H.D. Voss, Isabeau springt in zee, 11,5 x 8,5 cm

 

Voor iemand haar tegen kan houden rent Isabeau naar buiten en springt van het schip in zee. Meteen springt ook Marten naar beneden; hij redt Isabeau en trekt haar in de roeiboot. De volgende morgen heel vroeg zeilt de Fairest weg, met aan boord priester Joannes, Isabeau en Marten.

Veertien dagen later komt het schip in Venetië aan. Verney moet in Venetië uitzoeken of er gevaar dreigt voor de kapers in Algiers. Als hij klaar is met zijn verspiederwerk, worden Joannes, Isabeau en Marten vrijgelaten en in een gondel naar het veraf gelegen eiland Torcello gebracht.

 

afb. 7, H.D. Voss, Marten, Isabeau en Joannes varen door Venetië, 11,5 x 8,5 cm

Pas als het schip vertrokken is, mogen de drie gevangenen terugkeren naar Venetië en de thuisreis aanvaarden. In de kerk van Torcello zegt Joannes tegen Isabeau dat er bij God genade is en hij vraagt haar om schuld te bekennen.

Isabeau gebroken door het verraad van Verney, zakt in elkaar. Haar laatste woorden zijn: “Ik vergeef het hem, – God vergeve mij, – Joannes!”.

 

 

 

 

afb. 8, H.D. Voss, Marten komt veilig bij zijn moeder terug, 11,5 x 8,5 cm

En Marten Harpertsz? Zijn moeder wist al dat haar man gesneuveld was en had de moed verloren om haar zoon ooit nog levend terug te zien. Maar na veel avonturen en een lange thuisreis komt Marten veilig bij zijn moeder terug.

 

 

 

 

 

 

Jeannet Pasterkamp

Geraadpleegde literatuur:
Joke en Jan Peter Verhave: Geknipt! Zutphen 2008
Oosthoek Lexicon, Nederlandse en Vlaamse literatuur. UtrechtlAntwerpen, 1996.
Kleine Winkler Prins, Amsterdam/Brussel 1971.