Schurman, Anna Maria van

Anna Maria van Schurman, Keulen 1607-1678 Wiewerd
Als zesjarig meisje kon ze al knippen, maar ze heeft daar verder zich niet in bekwaamd. Ze leerde borduren, musiceren, tekenen en graveren; daarnaast werd ze een veelzijdig geleerde, niet getrouwde vrouw. In een rechthoekig stuk perkament met haar kalligrafische tekst uit Psalm 90  (1640) zijn een paar decoraties gesneden. Aan de vrouw van professor Salmasius, die ze had bezocht in 1648, schreef ze een bedankbrief voor de gastvrijheid, met een knipseltje (“un petit essay de ma Muse, et de mon ciseau”). Ze heeft ook eens een anjer uitgeknipt. Meer is er niet van haar eigen knipwerk bekend, maar ze heeft wel knipsels gekregen.

In een album met allerlei kunstwerken bevindt zich behalve de anjer, een tweemaal dubbelgevouwen toverknoop, geknipt omstreeks1647, met een Duits gedicht door Filip von Zesen, die haar bewonderde; het knipwerk is waarschijnlijk ook van zijn hand.

In haar nalatenschap bevindt zich verder een fijn knipwerk van takken en blaadjes dat dubbelgevouwen gemaakt is; daarin komt twee­maal het monogram AM in een cirkel voor en in het midden een zes-puntige ster, een hexagram. Het is onwaarschijnlijk dat zij, die genoemd werd “de Ster van Utrecht” het zelf gemaakt heeft. Waarschijnlijk is het voor haar gemaakt door een andere bewonderaar, mogelijk de Parijse dame Marie Forget. Het is omschreven als een delicaat knipwerk in verluchte stijl (“enluminure”), gemaakt met de punten van een schaar. Zij stuurde het naar professor Saumaise in Leiden, die het doorstuurde aan zijn collega Rivet, Anna Maria’s vaderlijke vriend (1639) en zo kwam het in haar bezit.

Tenslotte is er een heraldisch werkje voor iemand uit de Van Schurman familie (zoon van een neef), dat niet door haar, noch voor haar is gemaakt (zie Otto van Voorst). Deze achterneef heeft de nalatenschap van zijn oudtante beheerd en zo is het tussen haar spullen geraakt.

Collectie
Literatuur