Auteursarchief: admin

Gretha Zijl, Knip-Pers 1985-1

Spoekeblom

Griene wynsels, wite tsjelken,
Beevjend op e simmerwyn,
Spoekeblommen, lâns de hagen
Prieljend yn e sinneskyn —
Wite jim dat íéën skinke
Yn dy tsjelken dauwe-wyn,
En dat elfen dêr t drinke
Yn ‘e nacht by moanneskyn?

 

 

 

Gretha Zijl was onderwijzeres en afkomstig uit Appingedam. Ze hield van het onderwijs en het kind. Met knippen is ze begonnen toen ze vroeger eens moest worden opgenomen in een ziekenhuis in Groningen. Nadat ze “lopend patiënt” was geworden, mocht ze met toestemming naar de kinderafdeling. Daar vertelde ze verhaaltjes en maakte er knipsels bij.

Er verschenen enkele gedichtenboekjes van Dam Jaarsma, die geïllustreerd zijn met knipsels van Gretha Zijl. Ook voor enkele boekjes met kinderversjes van Sjouk Koopmans leverde zij knipwerk. Al deze boeken zijn geschreven in de friese taal.

Gretha Zijl was van mening, dat in het boekje “Fries Bloemen Alfabet”, 2e druk 1979, haar mooiste knipsels staan. Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan een artikel in “Frysk en Frij” van september 1977, aanleiding van haar overlijden.

B. van Weperen-de Vries.

Gretha Zijl 1907-1977, Knip-Pers 1990-1

eart

Ierdbei
Yn t biedte biskûle,
Sappich en swiet,
Bist bar de mûIe,
lerdbei, in kostlik geniet!

Om dy to teppen,
Yn ‘t frye skolt —
Is der in skreppen
Dat ûs jowt safolle noft?

‘k Priuw yn dy jimmer
De smaek fan de simmer,
Edele frucht,
Slakken en minskene smucht!

Ierdbei

Aardbei
Onder (yn = in) ‘t gebladerte verscholen,
Sappig en zoet,
Ben je voor de mond,
Aardbei, een kostelijk genot!

Om je te plukken,
In de vrije tijd –
Is er één inspanning
Die ons zoveel plezier geeft?

‘k Proef in jou altijd
De smaak van de zomer,
Edele vrucht,
Begeerte van slakken en mensen!

Uit het Fries door: Tjaak van Rosmalen-Richie.
UIt: “Fries Bloemen Alfabet”, een in 1979 verschenen 2e druk gedichtenboekje van Dam Jaarsma, geïllustreerd met knipsels van Gretha Zijl.

Zie ook Knip-Pers 1985-3.

belisjeblom

Nieuws uit Westerbork, Knip-Pers 1989-2

Toen vorig jaar het Knipselmuseum in Westerbork werd geopend, was het nog onzeker of de collectie ook in latere jaren in de Cloenstee zou kunnen blijven. Daarover is nu meer zekerheid. Dat vertelde de heer W. Postma, voorzitter van de Stichting “Vrienden van de Knipkunst”, op vrijdagavond 28 april j.l. bij de, al weer tweede, jaarlijkse opening van het museum.
Naast de aangekochte, vaste collectie van wijlen de Westerborker knipper W.Tj.Lever, kan men dit jaar een vijftigtal creaties van Charlotte Wijnmalen bezichtigen. Zij woonde en werkte in Amsterdam en heeft gedurende tachtig (!) jaar de knipkunst beoefend. Als eerbetoon had het stichtingsbestuur haar zoon uitgenodigd om de openingshandeling te verrichten. In aanwezigheid van het voltallige college van burgemeester en wethouders en vele andere genodigden, knipte de heer Wijnmalen een papier doormidden dat de tentoonstellingsruimte afsloot.

Hoe kwam Charlotte tot knippen?
Ruim voor de eeuwwisseling, op 12 juli 1889 -nu precies 100 jaar geleden dus- aanschouwde Tekla Charlotte Streubel het levenslicht. Als dochter van een in Chemnitz (Karl Marx Stad) woonachtige arts en diens vrouw, maakte zij al zeer jong kennis met de beeldende kunst. Haar vader beoefende naast zijn werkzaamheden in een drukke praktijk,met groot enthousiasme de schilderkunst. Haar beide zusjes stierven omstreeks 1900 aan de gevreesde volksziekte TBC. Zij bleef over en werd vanaf dat ogenblik, als enig kind nu, bijzonder beschermd en gekoesterd door haar ouders.


Zij ging ook mee op de vakantiereizen naar Oostenrijk en Italië. Haar vader maak te dan schetsen en aquarellen naar de natuur die hij, mede met behulp van foto’s, in de winter gebruikte als motieven voor olieverfschilderijen.

Op een dag in 1906 nam dochterlief een stukje zwart papier ter hand, waar destijds de negatiefplaten voor foto’s in verpakt zaten. Met een naaischaartje begon ze tastenderwijs het profiel van haar moeders hoofd te knippen. De bij dit eerste probeersel bereikte gelijkenis gaf haar de voldoening en inspiratie tot verdergaan!
Bovengenoemd knipsel is onder de titel “Mijn eerste” in de vitrine van de expositieruimte te zien. Zij ontwikkelde in haar lange leven een geheel eigen stijl die de toeschouwer, behalve een fraai “plaatje”, ook een zekere verinnerlijking van het waargenomene meedeelt. Dit laatste is kenmerkend voor haar vele knipsels: het zijn geen snel uit de hand vervaardigde schaduwportretten maar, door het laten inwerken van het gekozen motief en de toevoeging van de eigen, vaak humorvolle fantasie, persoonlijk doorvoelde kunstwerkjes, waarbij het tot uitdrukking gebrachte sentiment indruk maakt. Zij liet de familie een grote collectie knipwerken van bijzondere kwaliteit na. In het Westerborker Knipkunstmuseum zijn hiervan ruim 40 stuks tentoongesteld. Ook kunnen wij u nieuw, eigentijds knipwerk van een tiental Friese en Groningse knipsters(pers) met als thema “Kinderspel” tonen.

Al met al is het Knipkunstmuseum in Westerbork een bezoekje meer dan waard!
Stichting “Vrienden van de Knipkunst”, Westerbork.

Aanvulling en illustraties van To van Waning
Door toevallige omstandigheden kwam ik acht jaar geleden in contact met de toen reeds 92 jaar oude mevrouw Wijnmalen-Streubel. Een zeer interessante knipster. De wijze waarop mevrouw Wijnmalen te werk ging verbaasde mij, en wel omdat zij als zwart papier zwart fotokarton gebruikte en kleine schaartjes.


“Kunt u dat nog wel zien?” vroeg ik. “Ja”, antwoordde zij, “ik leg eerst een witte zakdoek op mijn schoot en dan kijk ik naar ‘t gat wat ik uit ‘t papier knip – om te zien hoever ik gevorderd ben en wat voor effect ‘t geeft. Vandaar dat ik met slap papier niets kan doen. Soms knip ik de silhouetvoorstelling van zwart, en een bomengroep van grijs fotokarton, en dat leg ik dan achter elkaar op een witte ondergrond. Dat geeft dieptewerking en ‘t blijft toch een silhouet.” (Van dit knipsel kon geen afdruk gemaakt worden maar is wel op de expositie te zien.) Daar ik van mevrouw Wijnmalen hoorde dat haar kleinzoon een boekje over haar wil de schrijven, ben ik er destijds niet verder op doorgegaan. Wel heb ik een fotoreportage mogen maken. (Op het eerste, ovale knipsel na, zijn alle afdrukken door To van Waning gefotografeerd, red.)
Verbaasd en verrast was ik, toen ik van Magda Helms hoorde, dat het werk van wijlen mevrouw Wijnmalen thans in het nieuwe Knipkunstmuseum in Westerbork tentoongesteld wordt.

To van Waning-Mijnlieff.

De afmetingen van de knipsels zijn niet bekend.

Herinneringen aan Marie Wieten, Knip-Pers 1998-4

Marie Wieten

Aan mijn lieve knipmoeder

Marie Wieten

Ik klaagde eens tegen Marie, toen mijn kinderen klein waren, mijn Ierse huis zo groot en renovatie behoefde en familie in Nederland onbereikbaar scheen: “Marie, ik dóe niks meer!” Daarmee bedoelend dat mijn schaartje stof lag te verzamelen en het zorgvuldig uit Nederland geïmporteerde papier vochtplekken kreeg in de kast. “Ach, kind”, zei Marie op haar overtuigende, rustige, moederlijke toon, “dat komt wel weer”. En ja, natuurlijk had ze gelijk. De kinderen groeiden op, ik begon weer te knippen. We wonen nu weer in Nederland, voor een tijdje in elk geval. Maar dat juist door haar dood heen die roep zo sterk klinkt: “Je moet blijven knippen, hoor Tineke !“ Ik wil wel bij de fakkelbrigade horen, die Marie’s enthousiasme voor de edele knipkunst levend houdt. Ik ontmoette haar weer, na 10 jaar, op het knipsel weekend in Orvelte. En met tranen in haar ogen, die haar vaak zo hoog zaten, stelde zij mij voor aan haar mede-knipsters: “Mag ik je mijn dochter voorstellen?”
Zo was het ook een beetje toen ik als 19-jarige tegenover haar kwam wonen in de Warmoestraat op Texel, in 1980. We knipten beiden; ik rommelde maar wat aan en zij was veel gerichter bezig, introduceerde me bij de Texelse Knipgroep en gaf me de Knip-Pers. Toen ik naar Ierland verhuisde kreeg ik nog lange brieven in haar schoonschrift, tandendoosjes voor de kinderen en hulp bij de Ierse expositie die ik organiseerde. Ja, zelfs mijn spullen stonden voor lange tijd opgeslagen onder haar dak. Eens kwam zij samen met haar man Jan op verjaarsvisite toen ik bij mijn ouders in Nederland logeerde. Zo vlogen de jaren voorbij.

Marie Wieten

En opeens was daar Orvelte. En opeens zat ik weer naast Marie, die mij haar keurig uitgewerkte knip- tips gaf. Het was alsof we nooit anders gedaan had den. De jaren vielen weg. De glimlachjes en de tranen zeiden meer dan woorden. Er waren plannen om ons hernieuwde contact voort te zetten; we gingen de zomer tegemoet; in gedachten zat ik al bij haar op Texel in haar gezellige huiskamer, ideeën vergarend en Het heeft niet zo mogen zijn. Marie leeft in mijn hart voort, met haar fijnzinnige humor en grote hart. Dag lieve Marie, je bent en blijft mijn knipmoeder.
Tineke Kroes

Knipsel Lida Licht-Lankelma Limerick Marie Wieten

Een paar herinneringen aan Marie Wieten

Op de eerste kniplessen bij Nel Wezel zaten Marie en ik samen in de groep. Ik weet nog dat we een boom moesten knippen. Marie maakte daar dadelijk iets moois van – wij dus niet. Maar Marie had een voorsprong: zij gaf les op school in creativiteitsvakken en handenarbeid. En ook daardoor kreeg zij, toen Nel Wezel na jaren geen les meer gaf, vanzelfsprekend de kniptouwtjes in handen.
Marie kwam steeds met nieuwe ideeën, die door ons dan enthousiast werden overgenomen. Zo heb ik nog een paar knipsels, gemaakt naar aanleiding van limericks, die door Marie even uit haar mouw werden geschud. Er zijn op Texel vast meer knipsters, die die limerick-knipsels nog hebben.

knipsel Lida Licht-Lankelma , tekst Marie Wieten

En dan de landelijke Contactdag op Texel! Hoe we onder aanvoering van Marie eindeloos veel poëzie versjes maakten en illustreerden met knipsels aan iedereen mee te geven. Ik heb nog een poëzie albumknipsel van Marie maar dat is in twee kleuren en kan dus niet geplaatst worden.
Nog iets: de Paaseierententoonstelling bij de boekwinkel. Alle boeken over ‘het knippen’ waren na de tentoonstelling verkocht – ook aan de badgasten. Helaas ben ik 10 jaar geleden van het eiland vertrokken. Er is daarna veel gebeurd, maar het enthousiasme van Marie is aanstekelijk gebleven – tot het eind toe. Het is, ook voor de knipkunst, een gemis en heel verdrietig dat zij er niet meer is.

Lida Licht-Lankelma

Van knipkring Den Burg -Texel
Hoe gaan we nu verder?
Na het overlijden van Marie viel er een groot gat. Samen proberen we nu dit op te vullen. Als nieuw contactpersoon heb ik iedereen een vragenlijst gestuurd om de belangstelling te peilen over: Gaan we door, waar, wanneer, welke tijd, en hoe vaak?
Het resultaat is dat we nu om de zes weken, ‘s middags van 13.30-15.30, bij elkaar komen, telkens bij een ander. De gastvrouw bepaalt het programma maar kan ook één van de andere knipsters daarvoor vragen. Op de eerste bespreking bij mij thuis hebben we meteen de plaats vastgelegd voor het eerste half jaar, in de hoop verlost te zijn van het bij ons steeds weer in de soep lopende doorbelsysteem. De gast vrouw mag kiezen tussen een knipseltje of een bijdrage in de koffie-met-koek-kosten. De meesten kozen voor een knipseltje, omdat bij het overlijden van Marie Wieten is gebleken dat wij eigenlijk geen van allen kleine knipseltjes van haar hebben.
De groep bestaat nu uit 10 personen, overgebleven uit de beide Kringen die naast elkaar bestonden. De eerste keer waren we bij Margret, die mij vroeg iets over de cursus in Orvelte te vertellen. Wij hebben daar toen heel ijverig mistig geknipt; de resultaten heb ik naar Wies Palma gestuurd.
De tweede keer, bij mij thuis, heb ik het ‘voelknippen’ aangepast aan de huiskamer (in mijn geval de keuken). Op een dienblad onder een handdoek wat vreemde voorwerpen voelen en daarna knippen wat je denkt dat het was. Ik heb een brokje pedagogie ontdekt in dit deel van de cursus. Niemand kermde: “Dat moet ik eerst tekenen, dat kan ik niet zomaar”! De enige die tekende was Nanny, zij had een ontsteking aan haar duim en kon niet knippen. Omdat ik de voorwerpen kende, vond ik dat ik niet mee kon doen en daarom mocht ik Nanny’s tekeningen uitknippen. Er werd had gewerkt en we kwamen zelfs nog toe aan een tweede ronde. Voor de Orveltegangers: Het opbouwen van een geheel met de overgebleven resten gebeurde heel summier.
Van enkele knipsels die ik kreeg zijn hierbij de kopieën gevoegd. Mocht iemand gedacht hebben: Hoe moet dat nu verder op Texel? Dan hoop ik dat dit een geruststelling is.
Aja Coutinho

Zonsondergang, Aja Coutinho

Aja Coutinho, Water

 

 

Willy van Hoof

Margret Verduyn

Reactie op het overlijden van Marie Wieten, Knip-Pers 1998-3

Sherry Noot voor Marie Wieten, in goud, 48 x 15 cm

Zaterdag 18 april Knipdag.
De eerste die we zoeken is altijd Marie
gezellig even bijpraten, even kijken
wat ze nu weer voor nieuws heeft gemaakt.

Dinsdag 21 april we hebben het rond
in 1999 Knipdag in Enkhuizen.
Gauw Marie bellen! Nu u snapt al wat
ze zegt: Heerlijk, lekker dichtbij en gezellig bij jullie.
Ik help hoor, zeg maar wat ik kan doen.

En dan tweede Pinksterdag, Marie is niet meer.
Je gelooft het niet, je wilt het niet geloven
dit kan toch niet, maar toch.

 

Lieve Marie, wij danken jou voor alles wat je in al die jaren van vriendschap voor ons hebt betekend. Jan, woorden van troost hebben we niet maar weet we zullen haar nooit vergeten.
Knipkring Enkhuizen,
Nel Wezel
Sherry Noot

Maria, say it aloud and there’s music playing
Say it soft and it’s almost like praying
Maria, Maria, Maria….

Dit lied, dat ik totaal niet verwachtte en dat zo wondermooi bij haar paste, klonk bij het definitieve afscheid van Marie Wieten.
Marie, haar foto keek ons bemoedigend aan en haar mooiste knipsel leek een impuls om vooral door te gaan met knippen.
Onverwacht, een beetje verwacht – tóch volkomen onverwacht omdat Marie, als je naar haar gezondheid vroeg, het altijd weg schoof met: “laten we dáár niet over praten”!
Definitief? Nee, in ieder van ons die ze kende zal ze blijven doorleven. Haar stem: “Met Marie…. (en dan even stilte). Haar humor en vermogen om te luisteren. Als je net verteld had dat alles heus goed met je ging: “Ik geloof dat je toch maar weer eens gauw naar Texel moet komen!”
Gelukkig heb ik wat tastbare herinneringen aan haar: briefjes en ideetjes, uitgewerkt en al, over knipnieuwigheden. Wie heeft ze ook?
Laten we de herinnering aan Marie levend houden door ze te delen via de Knip-Pers. Hierbij een eerste. Dit stuurde ze me op nadat ik haar gevraagd had of ze een paar echte Texelse sloffen op wilde sturen. Marie Wieten, ik vrees dat je onvervangbaar bent.
Elly Stroucken

Twee laarzen hadden echt al jaren
links, rechts, gelopen door de regen
maar nu werden ze te oud:
‘t paartje kon er niet meer tegen.

Maar non-actie!? Ach nee, daar waren
ze eig’lijk ook nog niet aan toe;
want ze waren nog zo pittig,
zo helemaal niet levensmoe….

Wat doorgezakt en wat gerimpeld,
van top tot teen ‘in love’ geraakt,
hebben z’uit pure levenslust
een heel klein slippertje gemaakt!

Marie Wieten

In memoriam Marie Wieten , Knip-Pers 1998-2

“Love will find out a way’

Veel bekenden van Marie Wieten uit Den Burg op Texel zullen geschokt zijn door haar plotselinge overlijden op tweede Pinksterdag, op 63 jarige leeftijd.

“Veel bekenden” zo begint ze zelf haar verslag van de Contactdag in Woerden, op pagina 8. Velen van ons hebben haar daar dit voorjaar nog ontmoet, misschien ook tijdens de cursus in Orvelte of hebben met haar samengewerkt in de Knipkring voor hun aandeel in de Atelierroute.
Tot het laatst toe actief en vol plannen, zond zij enkele weken geleden het prachtig handgeschreven verslag van de Contactdag in en naar aanleiding daarvan spraken en groetten wij elkaar – niet beseffend – voor het laatst. Zij sloot bij het verslag een hartelijke en bemoedigende kaart in met daarop de twee in dit formaat en in deze formatie geknipte duiven.
Met haar positieve inbreng op veel vergaderingen prominent en toch zo bescheiden aanwezig, wist ze met overtuiging, humor en milde kritiek uiting te geven aan creatief meedenken om tot oplossingen te komen. Haar lijfspreuk “Love will find out a way”, bovenaan het overlijdensbericht, werkte als een rode draad door in alle facetten van haar leven.
Haar speelse geest was vindingrijk en wist de juiste, soms kleine accentjes te leggen. Die vind je terug in haar knipwerk. Je kon uit alles een zoeken naar nieuwe dingen opmerken. Haar originaliteit en spitsvondigheid in woord-én-beeld uitten zich niet alleen binnen onze knipperswereld. Zij nam in het ‘overzeese gebiedsdeel’, zoals zij Texel noemde, ook in veel andere organisaties deel binnen kerk en maatschappij.
Wat onze vereniging betreft konden wij met elke bijdrage van haar blij zijn en met een gerust hart het resultaat afwachten. Of dat nu ging om een verslag, een knipsel of een artikel in de Knip-Pers: ze wist er iets bijzonders van te maken, veelal versterkt met een knip-oog.
Niet in de laatste plaats wil ik haar meesterlijke, bijdragen aan onze Kattenfonie noemen: niet meer weg te denken, een méérwaarde voor een gezamenlijke uitgave van onze vereniging. Die vele, vele bekenden zullen haar in menig opzicht enorm gaan missen. Haar stimulans alleen al, tot het zélf zien en doen, het ontdekken van eigen wegen. Onze dankbaarheid en het grootste eerbetoon aan Marie Wieten zou zijn dat er nieuwe fakkeldragers komen… met juist die door haar zo benadrukte doelstellingen hoog in het vaandel. Ter bevordering van haar grote passie, de liefde voor de knipKunst.

Pinksteren 1998
Deze pagina, gereserveerd voor Pinksteren, kreeg plotseling een andere Pinkster-invulling. Op tweede Pinksterdag, het feest van de Heilige Geest, de trooster, het feest van vrede en medemenselijkheid, overleed Marie Wieten.
Haar favoriet, haar vignet haast, was het knippen van een vogel, een duif, symbool voor Pinksteren en symbool voor de vrede.Tijdens de vesperdienst ter nagedachtenis aan haar hing dan ook de duif centraal, als het symbool van troost en vrede, in de kerk. De duif die zij naar zo “veel bekenden” uit zond…
Wij hopen dat haar man Jan en hun (klein)kinderen grote troost putten uit een schat van herinneringen aan deze in veel opzichten zo bijzondere en mededeelzame vrouw, die wij als vereniging dankbaar blijven gedenken.

Namens de leden, bestuur en redactie,
Magda Helms

De zonnewijzer geknipt, Knip-Pers 1990-3

Tijd en wijle….
Als je in de vakantie papier, schaar en potlood bij je hebt, weet je nooit wat je zal inspireren tot knippen. Onverwachts vonden wij in de Franse Hautes Alpes op briefkaartenstandaards overal kaarten van zonnewijzers. Achterop stond in welk dorpje de afgebeelde wijzer te vinden was. Maar waar precies?
Met tien kaarten stippelden we onze eerste tocht uit door het mooie dal van de Ubaye. Leuke ontmoetingen en teleurstellingen wisselden elkaar af. Lang stonden we stil als we zo’n stukje volkskunst ontdekten. Ook op onze volgende twee tochten bleek dat er intussen wel eens een kerk of boerderij was afgebroken, wat niet achterop de stond! Dankzij een actief behoudend genootschap (een soort Heemkundekring) is er een boekje verschenen bij de VVV in Barcelonette. Daarin lazen we dat de zonnewijzers niet alleen de tijd, maar ook een tijdperk van aanbrengen en schilderen aangeven. Soms was er een omlijsting van ge schilderde draperieën, een adelaar en gestileerde bloembakken in het Empiretijdperk. Later in de tijd bracht men bovenop een Gallische haan aan in veel kleuren.

Enie Wesseldijk, 22 x 18,5 cm

U begrijpt het wel: daar kwam een knipmotief van. Omdat ik niet zo goed ben in letters en cijfers, koos ik een zonnewijzer met niet al te veel tekst! De Latijnse en Franse teksten, die veel dorpelingen niet hebben kunnen lezen, ma ken mensen attent op het nabije uur van hun dood en raden aan de jaren daarvóór goed en niet in zonde te besteden. Wij zagen ook “gerestaureerde” zonnewijzers, die modern met strakke lijnen en eenvoudige versiering overgeschilderd waren. Als nieuwjaarskaartje heb ik er zelf ook een uitgedacht en geknipt. De vogel er bovenop herinnert aan wat hij gemeen heeft met de tijd: beide vliegen.

Enie Wesseldijk-Bedijs.

Vakantie-Impressie, Knip-Pers 1988-1

Enie Wesseldijk, 6 x 11 cm

Het is moeilijk om in woorden uit te drukken wat zo’n vakantieplaatje maken voor me betekent. Ik beleef er veel aan. In de vakantie gaat steevast een dun schetsblok met velletjes knippapier mee en een zakje met schaartjes, potlood, gum en lineaal. Onderweg inspireert altijd wel iets tot het maken van een eigen vakantiesouvenier. Zoiets heeft een heel andere herinneringswaarde dan een doos vol dia’s. Het is als het ware je vakantie in een papieren notedop.

Twee jaar geleden kreeg mijn man helaas onderweg na drie weken hoge koortsen. Hij lag vele dagen ziek, moe en slaperig in onze kleine caravan bij 27°. Ik kan niet chaufferen, dus we beleefden dagen van isolement, ver van winkels en 1200 km van huis. Alle vakantiegevoel ebde weg en dan zijn zomerdagen lang. Onder een noteboom van de camping installeerde ik me aan een tafeltje met knipbenodigdheden. In mijn schetsblok ligt altijd een stel kaarten die ik ooit eens toegezonden kreeg en waarvan ik denk: wel leuk 16×11 cm om eens een knipsel van te maken.

Voor een vakantieknipsel ontbrak me elke inspiratie. Al jaren had ik een kaart met kleurige reproduktie van een tekening van Picasso bewaard: een boeketje piekige bloemen door een hand gegeven aan een uitgestoken, ontvangende hand. Bloemen geven of krijgen vind ik een fijn gebaar tussen twee mensen, al is het maar één roos of een bloeiende tak. Na enkele dagen kwam er een nederlands echtpaar stilstaan bij mijn tafeltje. Bescheiden informeerden ze: “We zien u steeds aan het werk; waar bent u toch mee bezig?” Juist was ik doende handen te knippen met bloempjes die we eerder op onze tochten hadden gezien. Een variatie op Picasso’s boeket. Er ontstond een prettig gesprek over de mooie omgeving, wilde bloemen en onderweg kreatief zijn. Ook over mijn zieke man. Het doet goed om even in je eigen taal met landgenoten te kunnen praten. ‘s Avonds onderbrak nog een nederlands echtpaar zijn avondwandeling bij mijn tafeltje. Er ontspon zich een heel ander, ook weer prettig gesprek. Weg ging dat gevoel van geïsoleerd zijn.

Enie Wesseldijk, 25 x 11 cm

De volgende dag werd ik mee gevraagd te gaan boodschappen doen in een supermarkt van een stadje op 15 km van onze paradijselijke, maar afgelegen camping. In zulke dagen heb je weinig eetlust, maar bij brood alleen kan je dan toch ook niet leven.
Hoewel de franse dokter adviseerde dat de zieke in eigen land verder zou behandeld worden, stelde de ANWB slechts chauffeurshulp in het vooruitzicht als de zieke koortsvrij zou zijn. Zo stonden we nog acht dagen in de boomgaard, dagen waarin de gesprekjes met de landgenoten lichtpuntjes waren.

Ineens kreeg het aan Picasso ontleende knipmotief nog meer zin. Toen na enige dagen beide echtparen hun vakantietocht voort zouden gaan zetten, ben ik hen bij hun caravans gaan bedanken voor hun meeleven, gesprekken en hulp met voor elk paar een dubbele wenskaart (van schetsblockpapier), waarin een rood knipsel van een boeketje wilde bloemen, dat van de ene hand in de andere overgaat.

Daarna volgden genoeg dagen om toch nog iets, te knippen als souvenir van de vakantieweken voordat mijn man ziek werd.
De omlijsting bestaat uit wilde bloemen die we onderweg gezien, herkend of in de flora opgezocht hadden. Binnenin links staat een heel oude boerderij van gestapelde stenen met omringend erf, die we zagen op de Causse de Sauveterre, een boeiende hoogvlakte op 100 km van de Middellandse Zee. Rechts ons moderne rijdende huisje, dat op de camping van Brousse stond tussen rotsblokken en eikenhakhout met veel vogels erin.

Wat was ik Joke Verhave dankbaar, dat zij me ooit les heeft gegeven over hoe je je kan uitdrukken met een schaartje In het papier!

Enie Wesseldijk-Bedijs.

 

In memoriam Ernie Wesseldijk-Bedijs, Knip-Pers 1995-1

10 Januari is overleden Enie Wesseldijk-Bedijs, lid van onze vereniging vanaf het eerste uur. Zij was een vrouw die haar tijd welbesteed heeft Zij heeft zich in dienst van de medemens en de bewustwording van de vrouw gezet. Daarnaast bedreef ze met veel plezier de genealogie en bekwaamde zich in ‘oudschrift’.

In 1978 zocht Enie er nóg een tijdsbesteding bij die haar voldoening zou geven, waar ze anderen een plezier mee zou kunnen doen en die met het klimmen van de jaren mogelijk zou blijven. Enie kwam bij mij op kniples. Ze knipte trouw de opdrachten, maar zodra die te veel in een traditioneel keurslijf stonden, ging het haar niet van harte af; liever werkte ze vrij en eigenlijk zijn al haar knipsels een verhaal.. Ook vond ze het vaak te beperkt om met effen papier te werken: oude kalenderbladen verknipte ze met plezier, waarbij de verschillende, kleuren een functie kregen in haar knipsel.

Regelmatig was ook een artikeltje van haar hand in de Knip-Pers te vinden. Door ziekte van haar man geïsoleerd op een kleine, camping in Frankrijk zagen mensen Enie knippen, kwam er contact met landgenoten, lichtpuntjes zoals ze zelf schrijft (Knip-Pers 1988-1); zonnewijzers in het Franse land wist ze nog wijzer te laten stralen (Knip-Pers 1990-3), ook bemachtigde ze historische knipsels uit haar familie en liet ze ons delen in haar genealogische speurwerk (Knip-Pers 1991-3).

Met haar rijke geest en grote kennis was zij duidelijk aanwezig in ons midden. Enie knipte. voor de Nijmeegse Knipkring het vignet. Daarmee gaf ze onze groep een stempel, dat wij waardeerden en dat ons nu nóg liever zal zijn Als ik het vignet nu bekijk zie ik er veel van Enie zelf in terug. Ze sloeg gemakkelijk een brug tussen mensen, steevast begon zij het gesprek op een Contactdag met: “Heeft u een grote reis moeten maken om hier te komen?”
In het woelige water onder die brug zie ik haar leven, dat de nodige golven het hoofd heeft moeten bieden. Maar de zon beschijnt de golven: Enie had de wil en de courage om het goede te zoeken en te accentueren.

Zij was een trouw, actief lid. Een vrouw die een bouwende en kritische, maar bovenal stimulerende inbreng had; ze toonde grote belangstelling en genoot van een gesprek over een gedeelde interesse.
De vereniging moet haar schijnbaar eenvoudige, oprechte inbreng in de leden vergadering missen, zo ook de Nijmeegse Knipkring. Maar meer gaan mijn gedachten uit naar haar man, die zonder zijn levenskameraad staat. Ik wens hem troost en kracht toe, om met zijn kinderen in dit verlies vrede te vinden. Het levensmotto dat zij onder de brieven aan haar kleinkinderen schreef, luidde: “Voel je vrij op je eigen weg en ga die met blijdschap en vrede van binnen”.

Het is fijn dat wij haar hebben leren kennen; met haar motto kunnen ook wij op onze weg voort.
Enie, à Dieu,
Joke Verhave.

Knipsels door Enie Wesseldijk.

To van Waning knipt 40 jaar, Knip-Pers 1988-4

Frouke Goudman-Cupido

“Je heb wat aangericht in mijn leven, je hebt met begeistert!’

Na het behalen van de akte voor handenarbeid in 1948, maakte To van Waning op de ‘Mooimakersweken’ in het Openluchtmuseum in Arnhem voor het eerst kennis met de papierknipkunst. Op die Mooimakersweken werden cursussen gegeven in versieringstechnieken, waaronder papierknippen, onder leiding van Hil Bottema. Met mevrouw Kerp-Schlesinger, die tot haar overlijden in november dit jaar aktief bezig bleef, was Hil Bottema waarschijnlijk een van de weinigen die naast lezingen ook cursussen gaf in papierknippen.
In 1963 nam To het geven van cursussen en lezingen over en toen Hil in 1968 overleed, vermaakte zij ook haar knipwerk aan To. Daarmee erfde To niet alleen haar werk maar ook het enthousiasme van Hil. Op een van haar cursussen in Alkmaar ontmoette zij -de zo door Hil genoemde- Jantje III, mevrouw de Jong-Brouwer uit Sneek. Door de levendige communicatie die hieruit ontstond, werd het plan gesmeed gezamenlijk een boek over de papierknipkunst uit te geven. Door het overlijden van Hil Bottema is dit plan nooit verwezenlijkt.
To heeft over het hele land verspreid cursussen en lezingen gegeven en daarmee techniek en principe -als voorstander van het symmetrische en decoratieve knippen- ver uitgedragen. Ook maakte zij graag de met persoonlijke gegevens erin verwerkte gelegenheidsknipsels voor jubilea, geboorten en huwelijken en nam deel aan verscheidene exposities. Naast deze bezigheden wist ze internationale contacten te leggen met knippers in Zwitserland en de Verenigde Staten, hetgeen van belang is geweest voor de papierknipkunst in Nederland.
Op de nogal eens gestelde vraag hoe ik toch aan die voorliefde voor het papierknippen kom, kan ik niet anders antwoorden dan dat -na enige gereserveerdheid van mijn kant- To me totaal begeistert heeft. De gevolgen waren niet meer te overzien, ze heeft wat aangericht in mijn leven.
Uit de volgende reakties kunt u lezen hoe haar werk en cursussen ook bij anderen zijn overgekomen, vanaf het sneeuwklokgelui tot het huwelijkssluitstuk met de toost op Arie Roemer en Antje Wijn!

Meta van Werkhoven

 

1.
Lieve To, In 1969 kwam je ettelijke keren in je karretje hier heen om aan ± 20 lui les te geven. Altijd enthousiast peuterde je leuke dingen uit niets vermoedende mensen. Bij de eerste les liet je ons sneeuwklokjes knippen. Botanisch een flop! Bij de herinnering aan 40 jaar knippen gaat hierbij een bosje van deze bloemen. Ik wil je ook nog zeggen hóe tentoonstelling in Zandvoort trots ik was om op de naast je te mogen hangen! het ging alfabetisch. Het kon moeilijk anders want Maar toch!
Nog vele fijne knipjaren.
Meta van Werkhoven.

Ans Firet

2.
Ik denk nog steeds met plezier terug aan de gezellige lessen papierknippen van To van Waning. Ze was steeds zo enthousiast dat dit spontaan bij ons oversloeg. De vele informatie in snel tempo verwarde wel eens maar later merkte je toch dat de opbouw van eerst cirkels knippen naar figuren, silhouetten, letters en sterren, je de techniek leert beheersen en het duidelijk wordt dat je zo je eigen kreativiteit kunt ontwikkelen. We kregen zoveel informatie dat je het niet letterlijk kon namaken maar als het wat bezonken was je er toch veel mee kon doen.
To, nog hartelijk dank voor je lessen,
Ans Firet.

3.
Kniples van To, zo’n 20 jaar geleden. Wat ik me herinner is: het vouwen van een puntzak voor de snippers. Heel handig en vooral heel ordelijk.
En To’s enthousiasme. Het klungeligst knipwerkje werd zeer goed bekeken en de maker ervan bemoedigend toegesproken.
Al jaren geef ik kniples aan (vooral) kinderen. Natuurlijk, uitblinkers heb je overal, maar die blinken ook al vaak uit in andere kreatieve vakken. Met knippen is dat een andere zaak. Het is hartverwarmend om mensen, die niet zo handig en succesvol zijn vól verbazing een knipsel te zien openvouwen: “Heb ik dat gemaakt?” -en die dan tevreden zeggen: “Dat heb ík gemaakt!”
Ik herinner me goed hoe het voelde wanneer To met aandacht naar jouw knipsel keek en dat al dan niet terecht bewonderde. Dát heb ik van To geleerd.
Alleen, die truc met dat puntzakje voor snippers is mij nooit gelukt.
Nynke Otten

Aafje de Gee

 

4.
To van Waning…
Wat een enthousiasteling. Je kreeg iedereen aan het knippen en iedereen vond het leuk! Je was niet te stuiten, dus werd het altijd laat. En dan nog je hond, hij hoorde er ook bij en lag de hele avond zoet te wachten in zjjn mand tot jij klaar was.
Aafje de Gee.

 

 

 

Jan Cupido

5.
Beste To van Waning,
Bedankt voor je bemoedigende woorden.
Ik hoop nog eens waar te maken om iets te worden op knipgebied.
Hartelijke groeten,
Jan Cupido

6.
Lieve To,
Weet je nog wel To hoe enthousiast je was toen ik je vertelde van mijn plannen om een vereniging met een eigen orgaan op te richten? Hoe je direkt bereid was een stuk over Hil Bottema te schrijven voor “ons krantje”. Hoe je je inspande om een zo mooi mogelijk resultaat te verkrijgen. Hoeveel goede wenken je me gaf en hoe je me bemoedigde?
Later, toen een en ander echt begon “te lopen”, was je goed genoeg om een artikel voor ons te schrijven over het knippen in Zwitserland of ons ergens over te informeren.
Behalve een perfectioniste, wat betreft knipwerk en publikaties, ben je ook een goede organisatrice, vooral wat betreft het “mensen helpen”.
Je kunt knap lastig zijn, maar je hulp gaat ook heel ver. Heel wat mensen kunnen jou dankbaar zijn in allerlei opzichten. Ook voor je vriendschap, die écht is. Dank je wel To!
Lies Markus.

Atie Willemse

7.
To, Van harte gefeliciteerd met dit 40-jarig jubileum.
Ik denk nog wel eens aan je geestdriftige manier van lesgeven. Na de vierde les dacht ik: ik houd er mee op, wat een gepriegel! Maar nu ben ik blij, dat ik het toch heb afgemaakt want ik zou het plezier van het knippen en de contacten wel zijn misgelopen. Hierbij een beginknipsel uit die tijd. Bedankt dus en ga nog vele jaren zo door.
Atje Willemse.

Suus Houtman

8.
Beste To, Hierbij een blauw knipseltje, gemaakt tijdens de cursus in het voorjaar van 1969! Door een verzoek en instructies van jou, om tijdens een bazar van de Nederlandse Protestanten Bond in Velp te demonstreren, is bij mij, na de cursus, de schaar niet in de kast verdwenen.
Met alle gevolgen:
Meer demonstraties, opdrachten, werken op school, cursussen en werkavonden.
Nu ligt de schaar soms een poos WEL in de kast. Een opdracht dwingt dan weer tot aktiviteit. Op dit moment is een tennisarm me de baas; toch een kleine geknipte bloemenhulde voor jouw jarenlange inspanningen om anderen te inspireren. Ga nog lang zo door!
Suus Houtman.

Mien Schminée

 

9.
To, Hoe vaak zou je na 40 jaar tekenen een potlood hebben geslepen of bij schilderen een kwast schoon gemaakt en bij papierknippen een vel papier hebben dubbel gevouwen om daaruit iets moois te knippen. Dit laatste heeft To van Waning gepresteerd en hoe!! Zij was het – na Hil Bottema – die in de omgeving van Arnhem de papierknipkunst uitoefende. Elders in het land werd ook geknipt maar wie en hoe lang is ons niet bekend. To, proficiat met dit jubileum en ga nog maar rustig door met de knipkunst. Succes,
Mien Schaminée.

 

Wil Ahlrich-Traast

10.
In 1968 kreeg ik les van To op de Volksuniversiteit in Utrecht. De cursus van To was heerlijk: folkloristisch knippen! Nu deed ‘t er niets meer toe hoe de staart van een haan was en of hij poten had of niet. Alles kón je nu  knippen, zonder precies de natuurlijke lijn te volgen. ‘t Gaf een enorme vrijheid. Niet eerst 101 boeken nakijken, hoe zit die staart of dat oog of die poot. Hup de schaar erin, knip een kip. En alles versierd met de karteltechniek. En ‘t effect was verbluffend. We werden dan ook allemaal direkt fans van Jantje III, wat die bij elkaar kartelde, enorm! Sterren en sneeuwkristallen vielen bij honderden uit onze schaar. En we leerden “prenten” knippen, eerst de lijsten en dan wat er in. Zo moesten we onze eerste “huwelijksprent” maken. Het was helemaal niet leuk als de cursus ten einde was, we hadden nog wel jaren met To door willen knippen.
Bedankt To, ik heb ontzettend veel geleerd bij je en ‘t geleerde heel veel gebruikt bij mijn knippersleven.
Wil Ahlrichs-Traast

Miep van Stokkum

11.
To,
Van harte gefeliciteerd met je jubileum.
Nog vele jaren toegewenst in gezondheid en veel knipplezier!
Miep van Stokkum

 

 

M. van Searle

12.
To van Waning…
Ze heeft ons vreselijk enthousiast gemaakt en wist de kneepjes goed over te brengen.
Ze heeft vooral aangezet tot het maken van b.v. huwelijksknipsels en ons ervan doordrongen dat het persoonlijke daarin door iedereen zeer gewaardeerd wordt.
M. van Searle.

Gré van der Maas

13.
To van Waning.
40 jaar knipkunstenares. Ik ken haar 21 jaar. Het begon met de aankondiging in het programmaboekje van de Volksuniversiteit in 1967: Silhouetknippen, in leiding door mevrouw C.A.van Waning-Mijnlieff. Vol verwachting van wat ik te zien en te horen zou krijgen ging ik daar naar toe. Ze liet ons zoveel prachtige knipsels zien en vertelde daar zo boeiend over dat ik besloot om de lessen die ze zou gaan geven, te volgen. Niet lang daarna was de eerste les. Vanaf het begin hadden we (± 10 cursisten) de smaak te pakken. Rijkelijk strooide ze haar aanwijzingen over ons uit, allerlei “foefjes” leerde ze ons. Ze was altijd vol belangstelling voor de knipsels die we maakten. Maar liet nooit iets van haar eigen werk zien. Later zag ik bij haar thuis en op tentoonstellingen de door haar gemaakte mooie en originele gelegenheidsknipsels Nog steeds heb ik plezier van de lessen die ik toen volgde.
Bedankt To, voor alles wat je me leerde.
Gré van der Maas-van Beijeren

14.
Lieve To,
Van harte gefeliciteerd met je jubileum!
Blijf zo doorgaan, je stimulerende kracht heeft al menigeen een steuntje of duwtje in de rug gegeven!
Frouke Goudman-Cupido

Frouke Goudman-Cupido

15.
Lieve To,
Graag sluit ik me bij de waarderende woorden en felicitaties van alle veertien voorgangers aan. Van degenen die we benaderden reageerden er meer dan verwacht, zodat de geplande drie pagina’s uitgroeiden tot vijf; vandaar de vreemde nummering. Toch is het maar een greep uit je meer dan duizend cursisten die jíj, To, een vaak levenslange impuls mocht geven!
Mijn zeven jaar geleden getrouwde paartje Arie Roemer en Antje Wijn – afkomstig van een boerderij uit Alphen aan de Rijn, hij bakker en zij onderwijzeres – sluit de rij van de receptie. Bedankt To, anders waren die er nooit gekomen!
Spijt het u dat u op deze pagina’s geen gelegenheid kreeg To van Waning te feli citeren met haar jubileum? – Op 23 december 1988 ziet de brievenbus van de  Sweelincklaan 1 in Arnhem, er als hieronder afgedrukt uit. Dit knipsel, evenals het kopstuk boven dit artikel, is gemaakt door Frouke Goudman.
Magda Helms-Timmer.