Auteursarchief: admin

Drie generaties knipsters, Knip-Pers 1999-4

De aanleiding voor dit artikeltje Is de contactdag 1999 in Enkhuizen. De leden van de vereniging die in Enkhuizen geweest zijn, zullen beamen dat het een fantastische contactdag was. De knipkring die er de schouders onder gezet heeft was Enkhuizen, ondersteund door Texel. U hebt de lof over deze dag kunnen lezen in een vorige Knip-Pers. Echter het bestuur heeft haar gebruikelijke bloemenhulde niet kwijt gekund want… Enkhuizen wilde niet bedankt worden!!…
Uit de zaal kwam de suggestie dat de grote motor achter de contactdag, Annie Langedijk het beste bedankt zou kunnen worden door een artikeltje in de Knippers over haar tante An Posthuma. Wij hebben met veel plezier deze vraag opgepakt.

afb. 1, mogelijk Geertje van Leur, 7,5 x  10,5 cm

Jan Peter en ik bezochten An Posthuma-Zult in Enkhuizen. We werden opgevangen door nicht An Langedijk, die ons loodste naar de Nieuwstraat, waar we hartelijk ontvangen werden door Annie’s tante An. De staaltjes van haar bezig en kunstzinnig leven waren heel zichtbaar.

An bleek een gezellige tante, 85 jaar jong, met een werkend leven in de drukkerij van haar man achter zich en moeder van drie dochters. De Noord-Hollandse uitspraken rollen al snel over de tafel, een paar voorbeelden:
– we zijn altijd doenig,
– een gat in je hemd wordt een bloemetje,
– we kennen niet stil zitten,
– snippers maakte niet uit – Pa was toch te werk en als hij thuis kwam was de boel weer glad.

Maar hoe is ‘tante An’ tot het knippen gekomen? Waren er meer knippers in de familie? En van wie heeft Annie Langedijk het knippen? Ik zal proberen deze vragen te beantwoorden.
Tante An is altijd dol geweest op bloemen. Enkhuizen is een bloemen(zaad)stad en zij strooide als klein meisje overjarig zaad uit. Later is zij de bloemen gaan drogen en, let op, dan begint het knippen want: onder die opgeplakte gedroogde bloemen moet een vaasje! En zo is het gekomen.

Papier was voor haar bekend en voldoende voor handen, want haar echtgenoot had een drukkerij. Toen An de smaak van het knippen te pakken had, ging haar man het knipwerk drukken en in het Zuiderzee Museum werden de kaarten verkocht. Twintig verschillende met een verkoop van zo’n duizend per jaar! De meest verkochte kaart droeg de spreuk: ‘Na regen komt … weer een bui’.

afb. 2, An Posthuma, Na regen komt…weer een bui

Wenskaarten zijn iets persoonlijks en daardoor werken ze beter dan een gewoon kaartje. Toen eens alle Nieuwjaarskaarten verstuurd waren bleef er één over. Op advies van haar man heeft An deze kaart naar de koningin gestuurd en tot haar verrassing kreeg ze een reactie terug!

Omdat zij zelf grootmoeder is van een tweeling stuurde An aan prinses Irene bij de geboorte van haar tweeling een knipsel en opnieuw kreeg ze een reactie. Hoewel An zeer bescheiden is en liever niet in het zonnetje staat, geniet zij hier toch zichtbaar van.

Een geliefd onderwerp van knippen was de lievelingscomponist van haar man: Mozart (afb 3), met daarbij sierlijke dames. Gelukkig droegen deze dames lange jurken want ‘benen knippen is akelig’.

Het echtpaar Posthuma heeft drie dochters gekregen en voor alle drie heeft An een levensboek gemaakt. Met het eerste boek is zij begonnen in 1966: ‘Beelden uit mijn herinnering’. Onderwerp is haar eigen levensverhaal, ouderlijk gezin en jeugd, het overzetten van een scheepje, bloemen plukken in de wei, matrozenpakjes, krabbetjes vissen… daarna haar huwelijk en liet krijgen van de drie dochters.

De illustraties in deze boeken bestaan uit teksten en knipwerk, tekeningen en borduursels. En zoals al opgemerkt, gedroogde bloemen en natuurlijk onder de bloemen een geknipt vaasje of een bloemenkarretje. Heel Noord-Hollands zijn ook de zwaantjes in haar knipwerk.

Tante An noemt haar knippen ‘nep knippen’. Ze legt dit zelf als volgt uit: ik leg altijd een wit velletje papier op een zwart velletje. Op het witte velletje maak ik een tekening, dan ga ik knippen en geef ik het zwarte velletje weg.

Tekenen kan ze, en schilderen ook: op haar hoge leeftijd is ze actief in de Enkhuizer schildersclub ‘Paulus Potter’ en de kleuren spetteren van het doek. An is een veelzijdig kunstenares en met haar gezondheid en helderheid van geest is ze een voorbeeld van een mooi leven. Door een operatie aan haar ogen ziet ze nu gelukkig alles weer duidelijk.

Bestaat er een kniptraditie in de familie? Nee en ja.
De familiestamboom bevat een pagina met knipwerk van Geertje de Leur (1813-1895), zuster van de overgrootvader van An Posthuma. Zij maakte decoratieve werkstukjes, met een overvloed aan ranken en bloemen. Voor tante An is dit nooit aanleiding geweest om te gaan knippen, ze was er indertijd niet eens van op de hoogte! Maar nu vermoedt ze dat op een kaart uit de Westfriese museumwinkel knipwerk van Geertje de Leur is afgebeeld, groen, fragiel en anoniem (afb 1).
En hoe is Annie Langedijk tot knippen gekomen? ‘Nou gewoon een vriendin van me ging op cursus hij Nel van Wezel, ik vond het altijd wel mooi en ging daarom mee’ (afb 4).

afb. 4, Annie Langedijk, 7 x 9 cm

Bijzonder dat de drie dames onafhankelijk van elkaar zijn gaan knippen en dat dit als drieluik nu bij elkaar ligt. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat zo’n soort combinatie in meer Noord-Hollandse families te vinden moet zijn.

Joke en Jan Peter Verhave

Geknipt en geveild, Knip-Pers 1999-3

afb. 1, anoniem, Abrahams’offer

Van verschillende kanten werden we dit voorjaar attent gemaakt op een veiling van boeken en prenten in Haarlem. We kochten de catalogus van het veilinghuis Bubb Kuyper, een dik boek van bijna 400 bladzijden, omdat daar enkele oude knipsels in vermeld stonden, waarvan vier met foto afgebeeld. Reden voor ons om naar de kijkdag te gaan. Omdat oude knipsels niet zo vaak op de markt komen en zeker niet als een groep van negen, willen we er wat over vertellen.

In een oud pand aan de Jansweg stonden boekenkasten vol, tot aan het plafond. En in een vitrine stonden de knipsels opgesteld, allemaal uit één verzameling. Wij waren natuurlijk wel benieuwd, maar het veilinghuis houdt die gegevens geheim.

afb. 2, anoniem, Simson

In de eerste plaats was er een snijdsel van de bekende Joanna Koerten uit 1697. Zij maakte afbeeldingen alsof het gravures waren: arceringen en letters met heel dunne lijntjes, die ze wegsneed. Dit stuk stelde de Romeinse vrijhieidsmaagd voor, op haar troon die geflankeerd was met pilaren. Daartussen de portretten van de twaalf eerste Romeinse keizers (30 x 25 cm).
Joanna was in haar tijd een beroemdheid en kreeg bezoekers uit binnen- en buitenland die naar haar werk kwamen kijken. Er zijn veel brallende gedichten op haar geschreven, die verzameld zijn in een boek uit 1735. Dat boek vormde samen met het knipsel een kavel. Veel van haar “Papiere Snykonst” is niet bewaard gebleven en daarom is het heel bijzonder dat er opeens zo’n stuk opduikt en dat we het even in onze handen konden houden.

Dan was er een portret van een deftige dame, Mevrouw Satijn, geboren Lavina van Mollem, die leefde van 1705-1743. Het is gemaakt door Justus van Maurik en 28 x 23 cm groot. De techniek die hij hanteerde, is verwant aan die van Koerten: gezicht en japon zijn met kleine sneetjes gearceerd. Helaas hebben we het stuk niet in het echt gezien, want het was van de veiling teruggetrokken door de eigenaar.

Een knipsel van Pieter Reijnders, met als voorstelling Abraham die zijn zoon lsaäc offert, was ons wel bekend (26 x 33 cm). Reijnders heeft zeer veel geknipt omstreeks 1800 kennelijk heeft hij deze voorstelling meerdere malen uitgebeeld.

Het derde knipsel was heel interessant voor ons: uit perkament gesneden door Frederik Hendrik van Voorst. Het stelt de legende van Leda en de zwaan voor, en is, zoals we dat zo goed kenden, rijkelijk versierd met bloemen, vogels en vazen (35 x 22 cm). In 1986 hebben wij eens een groot artikel over deze Nijmeegse kunstenaar geschreven, en daarna ook nog in de Knip-Pers. De twee grote stukken in het bezit van het Nijmeegs Museum heeft Joke gerestaureerd en daarna heeft dat museum een overzichtstentoonstelling gehouden van het werk van Van Voorst.

afb. 3, anoniem, Jacob

Tenslotte waren er nog een vijftal kleinere knipsels uit de achttiende eeuw, twee voor een echtpaar Jan Weers en Diederieka ten Brinke uit 1773 met huwelijkssymboliek (hanen en een kloek met kuikens, 18 x 14 cm) en drie met Bijbelse afbeeldingen van Simson, Jacob en Abraham (8 x I2 cm en  7 x 9 cm). Zoals meestal zijn de makers van deze knipsels onbekend.

Van elk nummer staan in de catalogus een geschatte opbrengst en een minimumbedrag vermeld. Maar we moeten ook rekening houden met de veilingkosten van 23%. En dan begint een wikken en wegen: zouden we die of die kunnen kopen? Wat is ons budget en hoever gaan we? Papier heeft geen restwaarde, zoals zilver, het is wat de verzamelaar er voor over heeft en we zijn vast niet de enigen. Dat maakt het spannend om op een veilig te bieden. Natuurlijk kun je een maximaal bod opgeven en thuisblijven, maar dan mis je de sfeer en de kunst van het zelf bieden.

afb. 3, anoniem, 18 x 14 cm

Ik (JP) ben naar de veilingdag geweest, een volle zaal met handelaars in boeken en prenten, antiquairs en verzamelaars. Voorin op het podium de veilingmeester die onverstoorbaar nummer na nummer afslaat. Je moet goed opletten, want het gaat hard, ongeveer 300 kavels per uur. Ongeveer drie kwartier kan ik aanzien hoe het allemaal in z’n werk gaat. Naarmate de nummers van de knipsels dichterbij komen, word ik wat zenuwachtig en krijg klamme handen. Koerten is geschat op f 3000-4000. Ik bied niet, hebben we samen afgesproken. Kennelijk zijn er wel twee andere gegadigden, want het bedrag loopt snel op, voorbij het dubbele van de schatting. Het wordt doodstil in de zaal. Nou, nou, mompelt mijn buurman, een boeken antiquair, zo mooi was het nou ook weer niet!

De bieder met de langste adem is het Knipselmuseum Schoonhoven. We zullen er in hun volgende Nieuwsbrief wel wat over kunnen lezen. Het Reijnders knipsel staat voor fl 2500 – fl 3500 Niet iets voor ons. Een antiquair wordt de bezitter voor iets meer dan het geschatte bedrag.

afb. 5, anoniem, 18 x 14 cm

De Van Voorst is geschat op fl 3000 – fl 3500. Veel geld, maar we wagen het erop. Even maar, want anderen in de zaal bieden door en afspraak is afspraak. Voor ruim fl 5000 gaat het naar het Nijmeegs Museum. Het Is ze van harte gegund en we hopen het binnenkort te kunnen bewonderen in het nieuwe gebouw aan het Valkhof, waar het zal hangen, geflankeerd door de beide stukken die ze al hebben.

Wat rest zijn de kleinere huwelijksknipsels (elk fl 300-500) en de Bijbelse knipseltjes (samen fl 250-450). Ik wacht met bieden tot anderen aarzelen en het lukt: binnen de schatting! Daarna is er geen reden om nog te blijven zitten. Buiten wens ik Henk van Ark uit Schoonhoven geluk met zijn Koerten.

Eenmaal thuis hebben we de knipsels uit de lijsten gehaald, wat gefatsoeneerd en er een zuurvrij karton achter aangebracht. Ze hebben een ereplaats.

De atelierroute is voorbij, maar wie onze verzamelingen de nieuwe aanwinsten wil komen bekijken, is na een telefoontje hartelijk welkom.

Joke en Jan Peter Verhave

Illusionaire illustraties, Knip-Pers 1999-2

Gescheurd en geknipt door Marianna van Tuinen

Schatgravers zijn wij. Gouddelvers…
Je gaat naar de supermarkt en ontdekt een ‘vriendin’. Je moet naar Enkhuizen en ziet hoe kleurrijk Nederland er bijligt met zijn bollenvelden. Je bent soms uren onderweg en juist dan kun je van de prachtige, steeds wisselende luchten genieten, de weidevogels… Je loopt ‘s morgens je tuin in en die is anders dan gisteren. Knop en bloem hebben elkaar afgewisseld, die ene struik gaat toch bloeien. Het regent nu, de balsempopulier geurt…

afb. 1, Marianna van Tuinen, De schat van Bwem-de-Leeuw

Een paar jaar geleden is het een drukte bij de boekentafel op de Contactdag in Den Haag. Lastig om erbij te komen en rustig te kunnen kijken. Reikhalzend probeer ik nieuwe uitgaven te ontdekken, als ik op mijn schouder getikt word. “Mag ik me even voorstellen: Marianna van Tuinen en u bent van de redactie?” Op de grote, volle boekentafel liggen inderdaad nieuwe boeken; kinderboeken, geïllustreerd met knipwerk van Marianna van Tuinen. Je doet, kijkt, en weet niet dat je aan het schatgraven bent. Gouddeeltjes duiken op!

 

 

afb. 2, Marianna van Tuinen, Ka-het-schubdier, Zoé-de-civekat en de witte rupsen

Het is voor het eerst dat Marianna de Contactdag bezoekt, zij is ook geen lid van onze vereniging en noemt zichzelf geen knipster maar illustrator. Na de middelbare school volgde zij de opleiding Publiciteitsvormgeving aan de Academie voor Beeldende Kunsten ‘Minerva’ in Groningen. Voor haar eindexamen maakte zij een prentenhoek in de collagetechniek. Dit is haar specialiteit gebleven. Zij bekeek in München in de Internationale Jugend Bibliotheek twee maanden lang kinderboeken uit de hele wereld en besloot in het vervolg prentenboeken te maken.

 

 

afb. 3, Marianna van Tuinen, Ongko-de-giraf en Djakas-de-kameel

Voor de collages gebruikt zij alle mogelijke soorten papier en karton: sitspapier, papier uit tijdschriften, Japans papier, kado- en pakpapier, papier dat zij betekent of beschildert. Ook een boek van haar briefpapier was prachtig door haar geaquarelleerd.

Soms scheurt zij, soms knipt zij, afhankelijk van wat bij het onderwerp past. In het boek ‘De Kleine Giraf’ heeft zij alles wat met dieren en het bos te maken heeft gescheurd, en alles wat met de stad te maken heeft, geknipt. Zo heeft zij de keuze voor scheuren of knippen functioneel gemaakt.

Het boek ‘Koeloe Schildpad’ is alleen geknipt omdat zij zó beter het ‘Afrikaanse’ effect er uit kon laten komen.

afb. 4, Marianna van Tuinen, Alapega-het-konijn en het witte pak

Rond haar boeken richt zij ook exposities in, zoals bijvoorbeeld bij Koeloe Schildpad. Daar laat zij vrij werk zien, geïnspireerd door de boekillustraties. Daarnaast probeert zij van haar boeken, ook van ongepubliceerd werk, in samenwerking met een uitgeverij en twee audiovisuele bedrijven, films voor jonge kinderen tot stand te brengen.

Haar ondernemingen gaan steeds door en de resultaten variëren in positieve vooruitzichten en negatieve mededelingen. Hoewel dat veel inspanning vraagt is het tegelijk ook zeer fascinerend. Een grote Japanse uitgever heeft belangstelling voor haar werk en zij probeert rechten te verkopen aan Engeland en Amerika. Zij is benieuwd wat, en óf er iets uitkomt. Wie niet waagt, wie niet wint.

afb. 5, Marianna van Tuinen, De kracht van Openg-de-haas

Behalve wat er nog in de steigers staat, heeft Marianna nu, wat de illustraties betreft, een respectabele lijst van gepubliceerde boeken op haar naam staan. Ook exposeert zij regelmatig en is bezig een geknipt boek te maken zónder tekst, zodat zij zoveel mogelijk de emoties in de knipsels kan leggen; universeel, zodat het internationaal verkoopbaar is.

Zonder voorop gezet plan is zij begonnen met portretten te maken van gescheurd en geknipt papier. Hiervoor is wel interesse in de galeriewereld maar tot nu toe heeft zij daarover geen zekerheid. Het blijft aftasten. Ze verrassen de kijker, dat is wél zeker. Zoals haar nieuwjaarswens mij verraste: Een ‘geknipt’ doorkijkje op het jaar 1999, al was ook dat gescheurd! Je kijkt, dóór een gescheurd rond gat van een paar centimeter in een dubbelgevouwen kaart, én een veelkleurig dubbel-’portret’ met in elkaar verstrengelde weelderige haardossen gedrapeerd om het jaartal 1999. Als de kaart dicht is zie je alleen 1999 staan en boven het gat puntjes dus, in de betekenis van: “vul zelf maar in”.

afb. 6, Marianna van Tuinen, Bruiloft van Openg-de-haas met schubdier-Ka

Behalve al het bovenstaande maakt Marianna van Tuinen ook ex-librissen. Niet zo verwonderlijk in het verlengde van haar kinderboeken en de andere activiteiten.

Zij leest met belangstelling de Knip-Pers, die er volgens haar “overdonderend” uitziet. Zij noemt zich zelf een ‘vreemdganger’ onder ons: “Het is zo anders wat ik doe, maar aan de andere kant: het blijft papier en ik bewonder de verscheidenheid aan knipwerk in de Knip-Pers”.

 

 

afb. 7, Marianna van Tuinen, Het lievelingskind van Gana-de-krokodil

Marianna illustreert veel in kleur, vaak ook in zwart- wit met grijstinten. De afbeeldingen zijn fantasierijk, illusionair. Omdat liet perspectief een ondergeschikte rol speelt doen ze soms naïef aan. Op de Contactdag dit jaar waren enkele originele werken te zien, van behoorlijk formaat.

Bij dit artikel beperken we ons tot plaatsing van knipsels uit het boek: ‘Koeloe Schildpad’. Die zijn contrastrijk en gemakkelijker te reproduceren. Het sterke van deze afbeeldingen is juist dat niets door een kleur is beïnvloed of eraan toegevoegd, het plaatje zélf moet het doen. Als je haar boeken achter elkaar doorbladert is de totale variatie in al haar illustraties veel groter dan uit dit artikel blijkt.

afb. 8, Marianna van Tuinen, De list van Koi-de-aap

In ‘Koeloe Schildpad’ staan dertig verhalen, afkomstig uit Kameroen. Het zijn verhalen die van ouder op kind werden doorverteld en nu zijn opgetekend door Yvonne Djah Bélinga. Ieder verhaal vertelt hoe volgens de traditie de wereld in elkaar zit: Hoe komt de haas aan zijn lange oren en korte poten? Waarom verstopt de schildpad zich in zijn schild? Waarom is Bwem-de-Leeuw de koning van het woud? En wat betekenen deze verhalen voor de mensen? Verhalen voor kinderen van 8 jaar en ouder, waarbij Marianna de aansprekende knipsels maakte.

 

 

 

afb. 8, Marianna van Tuinen, Mvep-de-egel en het pindaveld

“Ik heb heel veel plaatjes geslapen”, zei Yannick van zes eens, toen hij wakker werd. Het maakt niet uit of de illustraties van Marianna dromen zijn, zij ziet die plaatjes tóch wel?

Ik neem de kleinkinderen mee en ga wandelen, door de boeken van Marianna van Tuinen. Voorlezen wordt schatgraven!

 

Magda Helms

 

 

afb. 9, arianna van Tuinen, Abena, de geitendief

Koeloe Schildpad (1994) – Yvonne Djah Bélinga, uitg. La Rivière & Voorhoeve, ISBN 90-38406517

In de Maneschijn (1993)- diverse schrijvers en illustrators, Verzamelbundel voor baby’s en peuters, uitg. Van Holkema & Warendorf, met illustraties van de vier seizoenen door Marianna van Tuinen, ISBN 90- 26902336, prijs fl 39,90

Grutte Giele & Lytse Loer (Friese taal), Riemkje Pitstra, 1995, uitg. Afúk, ISBN 90-62735096, Fries Kinderboekenweekgeschenk 1995, fl 16,50

Gele Gijs & Lange Loeres, Riemkje Pitstra, uitg. Van H.& W., ISBN 90-26987986, fl 19,90

afb. 10, Marianna van Tuinen, Waarom Kabat-het-schaap bij de mensen woont.

De Kleine Giraf, (1993), tekst en illustraties Marianna van Tuinen, uitg. La R.& V., ISBN 90- 38405138, fl 27,50

Zo gewoon (1992), Els van Delden, uitg. La R.& V., ISBN 90-38403593, fl 22,-

Het Kleurenfeest (1998), Emma Havander, Middernacht Pers, ISBN 90-72259475.

De overige door haar geïllustreerde (en soms ook geschreven) boeken zijn uitverkocht.

 

 

Illustraties uit ‘Koeloe Schildpad’

Jantje de Prentenknipper, Knip-Pers 1999-3

Zeg luister, er is volk aan de deur
Een man met een bultje en een paar kinderen.
Met wat zou hij toch komen venten?
Hebben we wat nodig, mag hij in huis?

Het is Jantje de Prentenknipper,
Die aan de deur staat.
Zeg vrouw, mag ik wat knippen?
Een boerderij of een plaatje als dit?

Knippen voor een paar cent en wat brood
Voor mijn vrouw en voor een ziek kind
Ze wachten in de regen daar buiten.
Kom maar binnen: Hoe heb je ‘t verzonnen.

En dan pakt hij z‘n mes en z‘n schaar,
Z‘n papier wit, blauw en goud
Voor een plaatje om goed te bewaren
In je kerkboek of voor als er één trouwt.

Het is Jantje de Prentenknipper,
Die aan de deur staat.
Zeg vrouw laat me wat knippen!
Ik knip de boerderij of een prentje als dit:
De tempel van Salomo gesneden,
De straf van de zonde of Job,
Die was arm en al z’n kinderen overleden.
(Daar leek hij zelf het meeste nog op)

Want Jantje de Prentenknipper,
Het geluk zat hem niet mee,
Die heeft een zwaar kruis moeten dragen;
Zijn groten Baas viel niet zo mee.

Zijn kinderen overleefd en drie vrouwen,
Van de armen begraven, miskend
Toch knipte hij vol liefde en vertrouwen:
“0, maak mij Uw wegen bekend”

Kwam het voorjaar dan hield je hem niet tegen.
Altjjd lokte de verte en zijn kunst
Zwierf het liefste langs ‘s Heeren wegen;
De vrijheid als lot en zelden als gunst.

‘t Is Jantje de Prentenknipper;
Een schaar, een mes, wat papier
Als hij komt om een plaatje te knippen,
Stuur Jantje dan door naar hier, naar hier,
Stuur Jantje dan door naar hier.

Bij de opening van de expositie van Jan de Prentenknipper (1996) werd dit lied voorgedragen door de maker, Engel Reinhoudt, een Zeeuwse Iiedjeszanger. De Zeeuwse tekst werd voor de Knip-Pers vertaald door mevr. Mien Geldof uit Goes. Jan de Prentenknipper is eind september het onderwerp van de dialezing door Joke Verhave op de regiomiddag voor knipkringen in het zuiden van het land.

‘Trouwverbond’ (31×39 cm), atb. uit het boek ‘Jan de Prentenknipper’ van Joke en Jan Peter Verhave.

Koerten in Schoonhoven, Knip-Pers 1999-3

Een rondleiding in het Nederlands Museum van Knipkunst begint altijd met het verhaal van knipper en verzamelaar Wiecher Lever. Aan de hand van zjjn jeugdwerk, familieknipsels en sterke staaltjes van zijn papierknipkunst uit zijn begintijd als professioneel knipkunstenaar, wordt zijn passie voor het papierknippen belicht en komt de geschiedenis van zijn museum aan de orde. Bezoekers krijgen daarna de gelegenheid kennis te maken met de diverse mogelijkheden van het papierknippen, waarbij werk wordt getoond van Narda Wilken, Frans ter Gast, Theun Broekstra, Elly Stroucken, Liesbeth Veldhuysen, Pieternel de Zwart en Tobia Lever.

afb. 1, Joanna Koerten

De geschiedenis van de papierknipkunst in Nederland beginnen we bij de portretten van Joanna Koerten Blok (afb. 1, ), Nederlands befaamste knipster uit de 17de, begin 18de eeuw en Jan Kopper, een 18de eeuwse bakker uit Rotterdam, die op een prent uit 1789 echt als papierknipper is afgebeeld. Daarna gaan we prachtige oude stukken (gemaakt vóór 1900) uit onze verzameling langs en wijzen dan op werk van bekende knippers, zoals Arie Tergant, Pieter Reijnders, Jan de Bleyker, maar ook op schitterende knip-, prik- en snijwerken van anonieme kunstenaars. De rondleiding wordt vrijwel altijd afgesloten bij de silhouettenhoek, waar zich profielportretten van 1780 tot heden bevinden.

Tot voor kort ontbrak er in onze verzameling, die de laatste jaren toch fors is uitgebreid met nieuwe schenkingen en aankopen, knipwerk uit de 17de eeuw. Daarin is met de aankoop van een knipsel van Joanna Koerten (1650-1715) uit 1697 verandering gekomen. We beschikten in onze collectie al wel over enige mooie portretprenten van deze knipster, zoals de mezzo tint van D.v.d. PIas uit 1701 en de gravure van Jacob Houbraken. Ook kochten we al op de veiling van Levers Westerborkverzameling de twee gedrukte versies van Lofdichten op het knipwerk van Koerten uit 1735 en 1736. Nu hebben we dus als waardevolle aanvulling het knipsel ‘De Romeinse Vrijheid, geflankeerd door portretmedaillons van de eerste twaalf keizers’ ( afb. 3).

afb. 2

In de lofdichten wordt dit kunstwerk diverse malen bezongen en het stuk wordt vermeld in de achterhaalde veilingcatalogi De Leth (1750) en Oudaen (1766). ‘De Romeinse Vrijheid’ moet in het werk van Koerten een bijzondere plaats hebben ingenomen, want het knipsel staat afgebeeld op de tekening van het titelblad voor Koertens Stamboek, die Jan Goeree (1670-1731) in 1708 maakte (afb. 2).

Aan deze opmerkelijke aanwinst voor ons museum besteden we de komende tijd natuurlijk de nodige aandacht. Vanaf het derde Schoonhovens Knipkunstweekend (4 en 5 september 1999) bevindt zich in de vaste museumopstelling een Koertenvitrine met het knipsel, de portretten en lofdichten en documentatie. In de septembernieuwsbrief (jaargang 12, nr. 3) bespreken we de nieuwe aanwinst, maar we werken aan een speciaal Koertennummer voor het jaar 2000. Over deze ‘Schaarminerve’ uit de 17de eeuw is namelijk inmiddels veel meer te vertellen.

afb. 3, Joanna Koerten, De Romeinse Vrijheid, geflankeerd door portretmedaillons van de eerste twaalf keizers

Henk van Ark

Geknipt gerij, Knip-Pers 1999-3

afb. 1, Jan de Prentenknipper, detail

Motieven vergelijken in de kunst, in de volkskunst en in het papierknippen, is leerzaam voor wie ook van de geschiedenis houdt. Het leert ons om goed te kijken naar details van mode, gebruiken, beroepen en versieringen. Een voorbeeld is het omslagknipsel van de vorige Knip-pers: paarden (en wagens) in de vier seizoenen, door Sille Westerman Holstijn-van de Broek. Het is een speels geheel met een Westfriese sjees, een boerenwagen met hooi, een wagen met een vrolijk gezelschap en arresleden. Sille heeft de paarden fantasierijk uitgebeeld, maar voor de wagens heeft ze vast wel afbeeldingen bestudeerd.

afb. 2, Jan de Prentenknipper, detail

“Papierknipsel van een bespannen sjees. Waarschijnlijk Friesland; eind 18de eeuw”. De datering kan wel kloppen, want het span wordt gemend door een heer met een steek op zijn hoofd. Wij herkennen direct de maker, Pieter Reijnders. Hij heeft inderdaad rond 1800 zijn vele knipsels gemaakt, met een techniek waarmee hij reliëf in het papier bracht. Helaas weten we nog steeds niet waar de maker woonde en werkte. We zijn intussen wat gaan lezen over rijtuigen omdat ze tamelijk veel door Reijnders en andere knippers werden afgebeeld.

Van Reijnders is in onze eigen verzameling ook een sjees met een echtpaar, in Biedermeierdracht dus wat later in de tijd, te plaatsen. Het is eigenlijk een ‘cabriolet’, met een neerklapbare kap, vanaf begin 19de eeuw in gebruik bij deftige heren en hun dames. Er zijn in onze documentatie nog drie voorbeelden van Reijnders. Een daarvan met ‘tandem aanspanning’ (de paarden achter elkaar) en een mennende heer met een palfrenier (koetsbediende), staande achterop. Tenslotte een dicht dameskoetsje, coupé genoemd, met vierspan, een koetsier en palfrenier, beiden met pruik en steek. De dame is vast van rijke adel! (afb 3)

afb 3, Pieter Reijnders

Je kunt de rijtuigen natuurlijk ook in het echt bekijken, bijvoorbeeld in een Openluchtmuseum; daar kun je leuke ontdekkingen doen. Van To van Waning kregen we eens een ansichtkaart toegestuurd uit het rijtuigmuseum ‘Nienoord’ te Leek in Groningen. Afgebeeld is een geknipt, tweewielig rijtuigje met een span paarden ervoor: een sjees (naar het Franse chaise, stoel op wielen). Zij schreef: “Hier komen mijn goede wensen ‘aangesjeesd”. De uitleg op de kaart luidt: Al zoekend naar knipsels met rijtuigen, vonden we er heel wat: Willemientje van Oranje op een Friese sjees, door Frans ter Gast (1948).

afb. 4, Frans ter Gast, Willemientje op de sjees

Inderdaad heeft het prinsesje in 1893 een Westfriese ponysjees van haar moeder Emma gekregen. Er hoorde een met zilver gemonteerd zweepje bij. Ter Gast heeft dus een halve eeuw later niet naar de werkelijkheid geknipt, maar misschien naar een foto. Goed te zien is hoe de berijdster meer óp dan in het bakje zit; met de goede riemvering zal het wel enige behendigheid vergen om te mennen en te blijven zitten! Het paard in draf is opgesierd met strikken en bellen! (afb. 4)

We lazen in het bekende boek Onze Volkskunst het hoofdstuk ‘Wagens, sjezen en arren’. Dat helpt om het verschillende gerij Ie herkennen. Omdat Jan de Prentenknipper veel wagens knipte, waren we benieuwd naar Zeeuws gerij. In Zeeland zouden alleen maar vierwielige wagens gemaakt en gebruikt zijn. Maar als we het boek over Jan de Prentenknipper nog eens opslaan, zien we dat dit niet waar kan zijn: In zijn knipsel voor boer Zuijdweg in Schore, Zuid-Beveland (afb. 6), staat het gedicht uitgesneden over de bruiloft (boek blz. 54 en 55): “Wy reeden met een Cais en sloten het uweljk”

afb 5, Jan de Prentenknipper: Hofstede Westdorp te Schore, 23 x 33 cm

Inderdaad is er een tweewielig rijtuigje afgebeeld met een kap, waarin het bruidspaar zit. Het is een Zeeuwse kapkar, met wit zeil, die kennelijk sjees genoemd werd. Zoals op meer plaatsen in het land was de tweewielige kar een geliefd vervoer voor bruidsparen. In andere prenten van Jan komen ook elegante karren of sjezen voor zonder kap (blz. 12, 60). In het Zuijdweg-knipsel zien we nog een paar andere typen rijtuigen: een vierwielige huif- of kapwagen voor personenvervoer (met opgerolde huif), een lijkwagen met een span paarden (voor de overleden vrouwe) en wagens voor het boerenbedrijf (afb. 1 en 2,  details van afb. 5). In de gekleurde prenten van Jan zien we kapwagens van protestantse Bevelanders en Zeeuws-Vlamingen (blz. 66, 72). De kap staat als een opbouw op een wagen van het boerentype. Het zwartgeverfde, katholieke type komen we in de prenten van Jan niet tegen. Grappig eenvoudig is ook de kapwagen door een onbekende Zeeuwse knipper (afb. 6).

afb. 6, anoniem

Wel vinden we bij Jan nog een ander type voor personenvervoer, de kiereboe, een speelwagen die rustte op riemen (Fr.: cuir â bouts, leer op de nokken), getrokken door een twee- of zelfs een vierspan, een feestelijk gezicht. Het gezelschap lijkt dan ook uitgedost voor een feest (blz. 53, 69, 100). Over Zeeuwse rijtuigen hebben we verder geen informatie gezocht, maar ongetwijfeld is er over de sjezen wel meer te vinden.

afb. 6, anoniem, zesspan

Oudere knipsels uit de 18de en 17de euw door onbekende makers, tonen onder andere karossen en zesspannen en een voorrijder. De Gouden Koets is zo’n karos. Bij officiële rijtoeren of intochten liet de (Franse) koning zich door een achtspan trekken; daarachter kwamen leden van het koningshuis en de hoogste gezagsdragers met een zesspan, terwijl hoge ambtenaren ‘slechts’ een vierspan was toegestaan (afb. 7).
Opmerkelijk zijn enkele miniknipsels door een onbekende rond 1800, waarop onder andere een ‘faëton’ te onderscheiden is; het is een luxe damesgerij met palfrenier Faëton was in de Griekse mythologie de zoon van Helios, die de zonnewagen wilde besturen, maar het span niet in de hand hield. Helaas kunnen we hiervan geen geschikte afbeeldingen maken, maar wie ze wil komen bekijken is op afspraak altijd welkom. Zo leerden we, al lezend over allerlei soorten rijtuigen, ook van gerij waarvan we geen geknipte voorbeelden vonden. De namen roepen in onze taal nog iets op van deftig en feestelijk vervoer: vigilante, landauer, tilbury, brik, calèche, maar ook van (openbaar) vervoer voor de gewone mensen: omnibus, diligence en janplezier. Wij hadden er plezier in en we waren opnieuw verrast dat knipsels onverwachte details kunnen geven over een tijdsbeeld.

De knippers van nu zouden zich wel eens kunnen wagen aan een bruidspaar in ‘hun’ Mercedes, Porche, Fordje of Lelijke Eend.

Joke en Jan Peter Verhave

Contact-doos, Knip-Pers 1999-2

afb 1, H.H. Steffens, 1998

Verscheidene leden van onze vereniging zijn niet (meer) in staat om naar de Contactdag te komen. Zij missen daardoor niet alleen het contact maar ook de uitwisseling, het laten zien van knipwerk. Voor deze leden staal er nu op onze redactie een Contact-doos, waarin zij hun (kopieën van) knipwerk kunnen deponeren. En als je ‘iets’ in een contactdoos stopt, gebeurt er wat. Zo zal er regelmatig een aantal van deze ingezonden knipsels in de Knip- Pers in de schijnwerpers worden gezet …

De heer Steffens uit Oldenzaal, om zijn handigheid ook wel de ‘Knutselkoning van Oldenzaal’ genoemd, laat als eerste in deze nieuwe rubriek bijgaand knip- en snijwerk zien. In het maartnummer van 1992 staat zijn manier van werken en hoe hij tot het knippen kwam, met enkele afbeeldingen zowel bij het artikel als op de voor- en achterpagina van dat nummer. Geïnspireerd door motieven uit zijn dagelijkse omgeving weet hij ongelooflijk fijne details uit het papier te knippen/snijden, vergelijkbaar met het fabelachtig geknipte ‘breiwerk’ van Ernst Oppliger uit Zwitserland. Waarschijnlijk geven de vele patronen en structuren waarmee de heer Steffens als wever werkte, richting aan zijn schaar en mes en heeft hij de neiging iets ‘bloemigs’ of ‘persoonlijks’ toe te voegen.

afb 2, H.H. Steffens, 1999

Jaren geleden in aanraking gekomen met knipwerk van W.Tj. Lever is hij begonnen de vaardigheid van het knippen onder de knie te krijgen. Door bloemen te knippen, heel veel bloemen, en over de ruggen van de insecten die daarbij hoorden, begon zijn werk uit te groeien tot miniatuurtjes, boerderijen en interieurs van kerken.

afb. 3, H.H. Steffens, 1996

Omdat het ‘zien niet meer is als vroeger’ begon hij in de zeventiger jaren met snijdsels omdat hij bij die techniek een vergrootglas kon gebruiken. De symmetrische snijdsels zijn soms eerst gevouwen en gedeeltelijk nog geknipt, van de grotere vlakken zijn de details apart uitgewerkt. Een enkele keer heeft hij de snijdsels ingekleurd met waterverf of verschillende kleuren balpennen.

afb. 4, H.H. Steffens, 1999

De afmetingen van zijn knip- en snijwerken variëren tussen de 35 en 25 cm en voordat hij gaat snijden tekent hij meestal slechts een gedeelte voor. Soms heeft hij een duidelijk beeld voor ogen, een andere keer werkt hij op het gevoel: “ik zie wel waar ik uitkom”. Als het werk vordert ontstaat er iets en weet hij hoe het resultaat er uit moet zien.

De heer Steffens heeft vroeger tekenles gehad en kunstnijverheidsonderwijs gevolgd, met de bedoeling om glas-in-Ioodzetter te worden. Daarvan is niets terecht gekomen omdat men hem met zijn dertig jaar bij de sollicitaties al te oud vond. Hij keerde terug naar het weversvak. In beide beroepen speelde het versierende element een rol, niet zo verwonderlijk dat dit doorwerkte in zijn hobby, het papierknip pen/snijden. Een hobby, waarin hij het zich niet gemakkelijk maakt en een ongekend geduld van hem vraagt.

afb 5, H.H. Steffens, 1999

Bij deze inzendingen vermeldt de heer Steffens: “Veel schrijfwerk moet u van mij niet verwachten, daar ben ik geen held in” en “Het heeft een hele poos geduurd, dat ik eraan gewerkt heb. Het valt op de oude dag niet meer mee. Maar eind goed, al goed!”
Met knippersgroet van H.H. Steffens, Oldenzaal.

Magda Helms

Initiatief in 1999: Moest u de Contactdag missen? En wilt u toch uw knipwerk uitwisselen of een groet zenden aan de leden? Dan kunt u uw (gekopiëerde) knipwerk inzenden naar ons redactie-adres, zie onderaan pagina 2, met vermelding van Contact-doos. Vergeet niet uw naam, adres, na van het knipsel met eventuele toelichting en afmetingen te vermelden.

Papiersnijder Frans de Groen, Knip-Pers 2001-3

“Papier wordt kunstwerk in handen Frans de Groen”
“Zaankanter wint prijs op Sail-wedstrijd Huishoudbeurs”
“Wormer de Groen snijdt papier als tegenwicht voor betonbekistingen”
“Extra prijs voor snijwerk Frans de Groen”

Bovenstaande krantenkoppen maakten de redactie van de Knip-Pers nieuwsgierig. De afgebeelde snijwerken deden denken aan het vertrouwde knipwerk. Toch is er geen schaar aan te pas gekomen.
Al gedurende 39 jaar snijdt Frans de Groen, bouwkundig opzichter uit Wormer, voorstellingen uit papier. Hij leerde het van familielid Cornelis de Groen. Deze oom maakte van geboorte- en trouwkaarten snijwerkjes door die kaarten te bewerken met een scherp gesneden draadnagel. Op het moment dat oom het niet meer kon, lagen er nog enige opdrachten. Hij verzocht daarom zijn neef Frans om te proberen deze af te maken.

afb. 1, Opdracht aan oom Cornelis de Groen, maar voltooid door Frans de Groen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat lukte prima, maar Frans ruilde de scherpe spijker in voor een mesje. Hij vertelt: “Ik koop ze nieuw of in dumpzaken. En je krijgt wel eens wat van mensen. Die heel kleine mesjes zijn de duurst.” Hij toont een chirurgisch exemplaar met klein lemmet dat f 60,- kostte. Het slijpen doet Frans zelf op een wetsteentje. “De heften van elk mesje zijn rond, net als bij penselen, want je moet ze, om mooie ronde lijnen te krijgen, draaien tijdens het snijden.”

afb. 2, Frans de Groen, Engels landschap, 40 x 60 cm

Naast het bewerken van trouw- en geboortekaarten snijdt Frans de Groen ook andere onderwerpen. Zo werkte hij in 1990 twee maanden aan snijwerken van oude zeilschepen in het kader van de wedstrijd ‘Sail 90’ van de Huishoudbeurs in de RAI in Amsterdam.

Met zijn prachtige silhouetten van rond- en platbodems, windjammers, loggers en kotters won hij de eerste prijs (zie omslag). Ook in de jaren ervoor en erna behaalde hij diverse eervolle vermeldingen en prijzen.

afb. 3, Frans de Groen, Glitter & Glimmer, 40 x 60 cm

De werkstukken die Frans de Groen maakt zijn heel verschillend, maar zijn werkwijze is gelijk: hij begint altijd in het midden. Hij legt uit: “Er moeten geen gesneden stukken tussen het mes en je hand zitten, want dan zou je die uit model trekken. De snijplek kun je via de ongesneden stukken papier direct onder controle houden. Belangrijk is gevoel voor het einde van de lijn te hebben, zodat je niet bij een snijpunt te ver gaat of niet ver genoeg. In het laatste geval moet je een stukje los trekken, waardoor je een pluisje krijgt in de hoek en dan gaat het strakke effect verloren.”

Naast werk in opdracht en voor wedstrijden maakt Frans de Groen vrij werk, zoals De levenscirkel.

afb. 4, Frans de Groen, de levenscirkel

Hierin is elk onderdeel met zorg om de betekenis gekozen. De maker schrijft onder andere:
hart: ons hart hangt aan het leven , wij kunnen niet zonder liefde, je moet het samendoen op deze wereld
zon: zonder warmte en licht is er geen leven mogelijk
vogels: in China een teken van huwelijkstrouw. De meeste vogels blijven bij elkaar tot de dood
heel wat huwelijken bij mensen halen dit niet.

afb. 5, Fran de Groen, van het circusleven, 40 x 60 cm

Van het Circusleven zegt hij:
“Soms zie je wat, en dan moet je er iets van maken. Het kan een hele puzzel zijn om alle mensen, dieren en stukjes optreden om te zetten in zwarte en witte lijntjes, die geen losse vakjes mogen opleveren.”

Mensen vragen Frans de Snijder, zoals hij bekend staat in Wormer en wijde omgeving, regelmatig om iets met snijwerk te versieren. Hij doet het, ook na bijna 40 jaar, nog altijd met veel animo.

 

 

 

 

afb. 6, Fans de Groen, RAI 50jarig bestaan, 14 x 9 cm

afb. 7, Frans de Groen, Prettige Kerstagen, gelukkig Nieuwjaar

afb. 9, Frans de Groen, 14 x 9 cm

 

 

 

 

 

Maruscha Gaasenbeek

Atie Willemse, Knip-Pers 2001-2

afb. 1, Aafje de Gee, 1980, 5 x 14 cm

“Papierknippen is een boeiende en goedkope hobby. Met slechts papier en een schaartje zijn ware kunstwerkjes te maken.” Deze uitspraak is van Atie Willemse‑Kammenga uit Bennekom, die al meer dan 20 jaar bezig is met papierknippen en in de regio allerlei activiteiten heeft ontplooid om aan de papierknipkunst meer bekendheid te geven. Een naamknipsel, gemaakt door Aafje de Gee, voor haar verjaardag in 1980, gaf de aanzet om te leren knippen. Zij volgde lessen bij To van Waning, die in het Dorpshuisje van Bennekom heel enthousiast les gaf. Na de lessen bij To volgde Atie een knipcursus bij Suus Houtman.

 

 

afb. 2, tie Willemse, uithangbord van ‘de knipschool’. 15 x21 cm

 

Op beide cursussen leerde zij de beginselen van de papierknipkunst en handigheidjes in de techniek van het knippen. De deelnemers van deze cursus waren zo enthousiast dat zij in 1982 een knipkring vormden om met elkaar verder te gaan knippen. Dit was de eerste Bennekomse Knipkring; er zouden er nog enkele bijkomen.

 

 

 

afb. 3, Atie Willemse, opdracht voor de knipkring: ieder dier zijn woonplezier. 13 cm in doorsnee

 

Met een  groepje knipsters ging Atie kniplessen volgen bij mevrouw I.G. Kerp‑Schlesinger in Bussum. Mevrouw Kerp gaf op geheel eigen manier les. Ze gaf geen voorbeelden aan de cursisten, maar liet hun eigen verbeelding werken. Je mocht niet voortekenen; er moest uit zwart papier geknipt worden; er mocht niet met kleuren gewerkt worden, want het knipsel zelf moest iets uitdrukken en duidelijk weergeven wat je ermee bedoelde zonder de invloed van kleuren. Mevrouw Kerp zei daarover: “Met moet iets van zijn eigen fantasie in het kunstwerk leggen”.

 

afb. 4, Kasteel Hoekelum in Bennekom is sinds 1946 in gebruik als Luthers Buitencentrum. Jaarlijks worden er paardenkeuringen en een concours hippique gehouden. 18,5 cm in doorsnee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

afb. 5, Opdracht voor de knipkring: ‘de vogelzangschool’. 20 cm in doorsnee

afb. 6, Atie Willemse, vlinder in hart, positief negatief knipsel, gemaakt door Rieny van Beek op kniples bij Atie in 1983.

In 1982 was er een Knipkunsttentoonstelling in ’t Spant in Bussum, opgezet door zes leerlingen van mevrouw Kerp, waaraan 30 deelnemers uit het hele land meededen. Ook werk van leerlingen van mevrouw Kerp was te bezichtigen en zijzelf was geregeld aanwezig om de knipkunst te demonstreren en om belangstellenden les te geven. Deze tentoonstelling genoot een overweldigende belangstelling van het publiek. Een aantal mensen bedacht dat het goed zou zijn als er meer contact tussen de beoefenaars van de knipkunst zou bestaan.

afb. 7, Atie Willemse, Vogels in korenbloemen in hart. 9 x 10 cm

Een initiatief daartoe werd genomen door Lies en Ted Markus. Zij richtten het NICK, Nederlands Informatie Centrum Knipkunst op en legden een kaartsysteem aan met namen van mensen die de knipkunst beoefenden; een deel daarvan was bekend van de tentoonstelling in ’t Spant. Ook maakten zij proefkrantjes van de Knip‑Pers die belangstellenden voor fl.5,- konden bestellen.

 

Het groepje cursisten dat iedere week van Bennekom naar Bussum reed om les van mevrouw Kerp te krijgen, besprak in de auto onderweg deze ontwikkelingen op knipgebied en voelden er wel voor om zich verdienstelijk te maken voor de knipkunst. Suus Houtman had inmiddels Atie in contact gebracht met Lies Markus.

Op 23 april 1983 werd de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst opgericht in de ‘Coehoorn’ in Arnhem op initiatief van Lies Markus. Er waren 59 belangstellenden die zich direct opgaven als lid. Het voorlopig bestuur en de redactie van de Knip‑Pers werd o.a. gevormd door het groepje cursisten van mevrouw Kerp. Ook Atie werd bestuurslid en haar man Theo verzorgde de ledenadministratie op de computer. Het verzenden van de Knip‑Pers nam Atie voor haar rekening, in de beginperiode bijgestaan door Meta van Dijk. Om de Knip‑Pers verzendklaar te krijgen, moesten er veel handelingen verricht worden: op iedere enveloppe moest een adressticker, en afzendersticker, een stempel ‘drukwerk’ en een stempel ‘port betaald’ worden gezet.

Toen het aantal leden groeide, waren er meer handen nodig bij de verzending en kwamen er leden van de knipkringen helpen. Zo ontstond een vaste kern van inpakkers die vier maal per jaar de Knip‑Pers klaar maakten voor verzending onder leiding van Atie. In 1997 heeft Annet van der Heide dit werk van Atie overgenomen.

afb. 8, Atie Willemse, Rozen in hart. 6,5 x 6,5 cm

Atie is nog steeds lid van de eerste Bennekomse Knipkring. Begonnen met 12 leden bestaat de kring nu nog uit 6 personen. De kring komt 8 keer per seizoen bij elkaar. Er worden knipervaringen uitgewisseld en iets nieuws op knipgebied getoond zoals een knipboekje of kalender. Elkaars knipwerk wordt bekeken en de gastvrouw geeft een knipopdracht voor de volgende bijeenkomst. In Aties knipmap zijn mooie voorbeelden te vinden die als opdracht voor de knipkring zijn gemaakt, zoals ‘de vogelschool’ en ‘dierenwelzijn’. Ieder jaar geeft de knipkring een kalender uit, verzorgd door een kringlid, waarvoor de leden knipsels maken.

afb. 9, Atie Willemse, Merel op vlierbes

Atie geeft al 20 jaar kniples en is daar op een bijzondere manier mee begonnen. Op één van de dagen dat To van Waning knipcursus zou geven in Bennekom, was er een dik pak sneeuw gevallen, zodat er geen doorkomen aan was. Daarom belde To, die in Arnhem woonde, naar Atie met de vraag of zij die kniples kon waarnemen; volgens To had Atie daar de capaciteiten wel voor. Atie heeft het gedaan en zij merkte dat het doorgeven van kennis en techniek haar goed lagen, te meer omdat de cursisten zo enthousiast zijn. Vanaf die tijd geeft zij regelmatig knipcursussen of knipavonden voor Kerst of Pasen, die in de beginperiode werden georganiseerd door een buurtcentrum of volksuniversiteit.

afb. 10, Atie Willemse, Sneeuwklokjes op klimopblad. 10 x10 cm

 

Later gaf Atie thuis les aan kleine groepjes belangstellenden. In 8 lessen leren cursisten de techniek van het knippen, zoals dubbelknippen, versieringen uit de vouw maken, vanuit hulplijnen knippen. Allerlei onderwerpen komen aan bod, zoals harten, vlinders, zwanen, bloemen, bladeren, letters, wiegjes, poppetjes enz. De cursisten krijgen van haar geen knipvoorbeelden, maar mogen wel voortekenen naar eigen fantasie, hierdoor leren zij beter naar de dingen kijken. Soms tekent Atie wat voor op een rol behangpapier, die over een kastdeur hangt, bij gebrek aan een schoolbord.

afb. 11, Atie Willemse, 6 x 13 cm

Natuurlijk geeft zij huiswerk mee, want knippen leer je door veel te oefenen. Zij probeert altijd de cursisten enthousiast te maken voor de knipvereniging en voor een knipkring, zodat er nu in de regio 8 knipkringen zijn.

afb. 12, Atie Willemse, Augustus – oogstmaand. 20 cm in doorsnee

Regionale Contact Commissie
In 1985 heeft Atie alle knipkringen in de regio voorgesteld om nauwer met elkaar samen te werken. Dit resulteerde in de oprichting van de Regionale Contact Commissie, waarvan Atie de leiding had.

afb. 13, Atie Willemse, aankondiging van de cursus papierknipkunst in ’t Laag te Bennekom op 13 januari 1987. 10 cm in doorsnee

Deze commissie organiseert knipkunsttentoonstellingen en verzorgt knipdemonstraties. Ieder jaar zorgt Atie voor het ‘bemannen’ van de knipkraam op de Bennekomse Vlegeldag in augustus en met Henny Verheul organiseert zij de ‘knipstraat’ op de Knip- en Scheerdag in juni in Ede-Zuid.

 

 

 

 

afb. 14, Atie Willemse, Oude Kerk te Bennekom, 20,5 x 26 cm

 

 

De Oude Kerk aan de Dorpsstraat in Bennekom met naast de hoofdingang de zgn. kostersteen. Vroeger deed de koster, staande op deze steen, na de kerkdienst mededelingen van algemene aard. In de rand zijn het kruis, anker en hart verwerkt als symbolen voor geloof, hoop en liefde.

 

 

afb.15, Atie Willemse, Knipsel voor de maand september. 8 x 12 cm

 

Jaarlijks houden de gezamenlijke kringen een contactmiddag waarop een knipster uit het land wordt gevraagd om de leden iets nieuws op knipgebied te leren. Ook heeft deze groep in 1993 de Contactdag in Ede georganiseerd. Op de laatste regionale bijeenkomst in 2000 heeft Atie de leiding van deze commissie overgedragen aan Corrie Volker. Als dank voor haar jarenlange inzet heeft zij van de leden een album met geknipte kaarten gekregen.

Atie knipt heel fijn en precies. Zij maakt knipsels voor kaarten en eieren. Zij maakt gelegenheidsknipwerk in opdracht voor een jubileum, huwelijk of geboorte en zij knipt vrije onderwerpen. Zij heeft knipwerk geleverd voor de kalender ‘de Macht van het Kleine’, die nu jammer genoeg niet meer wordt uitgegeven, en voor een kaartenactie van de Hervormde Kerk van Bennekom en van de plaatselijke afdeling van Amnesty International.

afb. 16, Atie Willemse, Bennekom is van oudsher een agrarisch dorp en daarvan getuigen de boer met de ploeg en de haan met de kippen. De plaatsnaam is in dit knipsel tweemaal te lezen, waarvan eenmaal in spiegelbeeld. 20,5 x 25 cm

Ze gebruikt voor het knippen zwart en effen gekleurd origamipapier of inpakpapier in effen kleuren. Voor witte knipsels gebruikt ze doorslag- of overtrekpapier. Wanneer dit papier opgeplakt wordt, is de ondergrond enigzins door het knipsel te zien. Zij knipt met veel plezier en heeft vaak leuke contacten wanneer zij een knipdemonstratie geeft. Op de vraag of zij nog wensen voor de toekomst heeft, antwoordt zij dat ze graag zou zien dat er meer aandacht voor de praktijk van het knippen komt. Dit kan door op een Contactdag meer tijd en ruimte te maken voor het deelnemen aan workshops en in de Knip‑Pers meer plaats te geven aan knipideeën en kniptips van de leden, waardoor de lezers gestimuleerd worden om zelf aan de slag te gaan.

Rieny van Beek

Suus Houtman, Knip-Pers 1998-3

Suus Houtman, DeeI III

In deel 1 van de trilogie HiI-To-Suus geeft Hil Bottema de grondbeginselen van de papierknipkunst door aan To van Waning. In Hil-To-Suus II, in het juninummer, zijn de lessen beschreven die To aan haar leerlingen gaf, ouder wie Suus Houtman. In dit derde deel wordt Suus Houtman in de lijn der opvolging geïnterviewd door To van Waning.

afb. 1, Suus Houtman, 1985, Ontwerp voor kerstkaart, 21 x 14,5 cm

To: Gelukkig wonen Suus en ik dicht bij elkaar, we konden dus gemakkelijk op bezoek komen om de interviews af te nemen. Weet jij nog in welk jaar je mijn cursus volgde?
Suus: In liet voorjaar van 1969. Het was een vrij grote groep; één van de andere cursisten was Nynke Otten, tegen wie ik opkeek omdat ze zulke originele ideeën had.

Het papierknippen was voor mij volkomen nieuw. Ik vond het leuk en kon tijdens de lessen de opdrachten goed bijhouden, zelfs wel wat extra’s knippen. ‘s Avonds laat thuis ging ik vaak nog even door.

To: Ik heb je later gevraagd een demonstratie van mij over te nemen. Al vond je het doodeng, je deed het toch.

Suus: Maar wel pas na een middag praten en instructies van jou. Er moest voorraad gemaakt worden van allerlei knip-artikeltjes voor verkoop. Het was bij een kerkgenootschap; de materiaalkosten kreeg ik vergoed en 10% van de opbrengst was voor mij. Ik was er een paar maanden zoet mee. Tegenwoordig zou je met dergelijke voorwaarden niet zo maar akkoord gaan. Maar het was een debuut.

afb. 2, Suus Houtman, Nederlands Openluchtmuseum 60 jaar, 1972

Iemand van het Nederlands Openluchtmuseum zag het werk en vroeg mij dat op het museum te laten zien. Dat werd het begin van 18 jaar demonstreren in het museum. Je mocht verkopen wat je maakte, maar het mocht niet commercieel worden: demonstreren was de hoofdzaak. De mensen bleven vaak staan tot je iets af had, met als gevolg dat je steeds sneller ging knippen. Als vanzelf ontstond het, op verzoek, dubbelknippen van namen met versiering eromheen, soms ook in hartvorm. Een alternatief voor silhouetknippen, waarin ik me nooit geoefend heb.

To: Was dat de aanleiding om een knipsel voor en over het museum te maken?

Suus: Bij het kennismakingsgesprek werd en passant verteld dat het museum 60 jaar bestond, wat een mooi kniponderwerp zou kunnen zijn. Er is inderdaad een knipsel van ontstaan; het museum kocht het zelfs. Dat was mijn eerste grote opbrengst van een knipsel: fl 100,-. Vóór die tijd had ik wel een paar huwelijks- en geboorteknipsels gemaakt, maar altijd weggegeven.

afb. 3, Suus Houtman, Antoine en Irene 16 december 1983

Door dat demonstreren ging er wel een balletje rollen. Er kwamen aanvragen voor braderieën, kunst- en ambachtsmarkten, werkavonden, en ook opdrachten voor gelegenheidsknipsels, voor trouwkaarten, folders, jaarprogramma’s enzovoort.

To: Tijdens mijn cursussen kreeg iedereen de opdracht een huwelijksprent te maken voor Arie Roemer en Antje Wijn. Jij maakte een ovaal knipsel op een stoffen ondergrond. In de loop van de jaren heb ik heel wal ovale huwelijksknipsels van je gezien, dat is bijna jouw ‘handelsmerk’ geworden.

Suus: Ik maakte wel veel ovale knipsels, maar ook in andere vormen. Dat is afhankelijk van de wens van de opdrachtgevers, evenals de kleur van het papier: zwart, wit, goud, donkerbruin of andere kleuren. Heel wat knipsels zijn gedrukt op trouwkaarten en geboortekaartjes, of gebruikt voor drukwerk van het Centrum voor Natuur- en Milieu Educatie in Arnhem. Eén knipsel, ‘Milieu’ is, sterk verkleind, zelfs hun logo geworden en het werd met zeefdruk op een doorzichtige kunststof deur van stadsboerderij ‘De Korenmaat’ aangebracht. Enige knipsels gingen naar het buitenland, zoals de opdrachten van de YWCA (Young Woman Christian Association).

afb. 4, Suus Houtman, huwelijksknipsel. gebruikt voor trouwkaarten en ex-libris, 1984, 14 x 24 cm

To: Wanneer en hoe kwam jij ertoe om les te gaan geven?

Suus: De aanleiding was het helpen bij de handenarbeid op de lagere school van mijn kinderen. Een aantal moeders ging met kleine groepjes kinderen kleien, timmeren, solderen, enzo. Later werden dat cursusjes; enige weken met hetzelfde materiaal bezig zijn. Ik kreeg papierknippen toegewezen. Mijn man, die de akte MO handenarbeid had, hielp me met een lesschema en ideeën voor kinderen in diverse leeftijdsgroepen. Toen bleek trouwens dat de derde klassers spontaner en met meer gemak knipten dan de zesde klassers.

afb. 5, Maja Houtman, op school geknipt van blauw kaftpapier, ca 1977, orig. 15,5 cm

Mijn dochter Maja volgde die lessen ook. Eén van de andere moeders vroeg mij of ik een cursus voor de wijkvereniging wilde geven. Lesgeven aan volwassenen is wel wat anders, dacht ik, dus wilde ik daar nog even mee wachten. Uiteindelijk, voorjaar 1977, waagde ik het en dat viel mee: gemotiveerde mensen en geen probleem om orde te houden. Wegens succes werd er in het najaar een tweede cursus georganiseerd en bovendien nog één bij het NIVON. Cursussen van 10 lessen, waaronder 1 lezing ‘met dia’s. Dat lesgeven is verscheidene jaren doorgegaan, maar ik bleef wegens gezinsomstandigheden wél in de naaste omgeving. Zo had ik bij een cursus in Wolfheze

afb. 6, opdracht na de tweede les: versier een boom naar hetzelfde grondpatroon (origineel 16 cm hoog) Maruscha Gaasenbeek, Hetty Bos, Ada Bakker, Gerry Roelofs, Riet Smulders, Christine Kalisvaart

in 1981 Magda Helms en Atie Willemse als deelneemsters en hoorde dat zij al bij jou cursus hadden gevolgd. Ik vond dat een eng idee en dacht dat ik ze niets nieuws zou kunnen leren. Het werd een plezierige cursus en aan liet eind kwamen zij met het idee om met een groepje liefhebbers door te gaan, bijvoorbeeld ééns in de maand en steeds bij iemand anders thuis. Dat was de geboorte van de eerste Knipkring in dit deel van Gelderland. Doordat Atie ook ging lesgeven barstte de Kring al gauw uit zijn voegen en werd er gesplitst. Het contact bleef door een regio te vormen. Die organiseert de knipkramen tijdens de Knip- en Scheerdag in Ede, tentoonstellingen, korte cursussen en meestal jaarlijks een regio-contactmiddag.

afb. 7. Wil Tjadens, uitbeelding van de cursus, 1983, 28,5 x 19 cm

In 1983 kreeg ik weer een cursist die al bij jou op les was geweest: Wil Tjadens. Ik moest mij daar niet geremd door voelen, zij wilde zoveel mogelijk ideeën opdoen; ook medecursisten werken inspirerend. Zij voelde veel voor een Knipkring en is nog steeds lid van Knipkring Arnhem, die inmiddels al 15 jaar bestaat. Dat een Knipkring stimulerend werkt is aan haar knipwerk duidelijk te zien.

 

 

afb. 8, Wil Tjadens, knipsel voor een kerstkaart

To: Voordat de knippersvereniging bestond kenden veel knipsters en knippers elkaar door de cursussen. En door enkele grote tentoonstellingen op initiatief van mevrouw I. Kerp, zoals in Epe in 1975 en in ‘t Spant’ in Bussum in 1982. Maar hoe kwam jij in contact met Joke Verhave?

Suus: Door een artikel van mij in het maartnummer 1978 van het maandblad van de Nederlandse Christen Vrouwenbond. Joke kreeg dat blad van een vriendin en belde mij op. Wij hebben bijna een hele dag gepraat, voornamelijk over de geschiedenis van de papierknipkunst, die ik in dat artikel globaal beschreven werd. Ik had daarvoor in de bibliotheek van het Openluchtmuseum alle beschikbare literatuur doorgeworsteld en ook veel musea bezocht, waar oude knipsels aanwezig zijn. Er was nog niet zoveel geschreven over knipkunst.

afb. 9, Suus Houtman, voor het afscheid van Ko Zweerus, vogelkenner, 1980, 22 cm

Wat ik bezat heeft Joke geleend. Een begin van haar speurtocht naar de geschiedenis van de Nederlandse papierknipkunst? In mijn artikel schrijf ik nog dat de familienaam van Jantje de Prentenknipper van Zeeland onbekend is. Joke en Jan Peter hebben die achterhaald, zoals in de Knip-Pers van maart j.l. nog eens wordt verteld.

To: Dat was allemaal vóórdat de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst bestond. Het NICK (Nederlands Informatie Centrum voor Knipkunst), dus Lies Markus, organiseerde de eerste vergader/contactdag in Arnhem op 23 april 1983. Hadden de Knipkringen in deze regio daar iets mee te maken?

 

afb. 10, Suus Houtman, waterlelie,1978, 14cm

Suus: Arnhem ligt centraal en Lies had veel adressen van knipsters uit deze regio. Bovendien waren enigen daarvan bereid die dag te helpen organiseren. Het doel van Lies was een knippersvereniging op te richten, hetgeen die dag lukte! Handig was, dat de eerste (voorlopige) bestuursleden in deze regio woonden. Ook werd op deze dag uit meer voordrachten de naam ‘Knip-Pers’ -die Lies Markus voor de twee door haar al uitgegeven proefnummers had gebruikt- voor ons kwartaalblad gekozen. Diny Hooyman werd door Lies Markus gevraagd mee te denken over de status en integratie van de Knip-Pers in de vereniging. Mien Schaminee werd onze eerste voorzitter. Beiden waren cursisten van mij.
Meer van mijn cursisten hebben bekendheid gekregen in de knipwereld. Zoals Ans Miechels, die zich niet hij een Kring aansloot omdat ze een heel eigen stijl had en niet beïnvloed wilde worden.

afb. 11, Suus Houtman, knipkrlng sprookje 0e rattenvanger van Hamelen, 1998, 15×15 cm

Verder Alied Pijlman die in Hengelo lesgeeft en daar een Knipkring vormde. Ons redactielid Maruscha Gaasenbeek en bij de bomenknipseltjes zien we ook de naam van Ada Bakker. Gerna van de Kamp pakte onlangs, na 15 jaar, de knipschaar weer op en geeft nu les in Velp.

To: Ben je zelf nog actief met papierknippen, lesgeven of avonden verzorgen?

 

 

afb. 11a , Suus Houtman, geboorte-knipsel voor mijn kleindochter, 11 x 14 cm

 

Suus: Wel in onze Kring. En het is leuk om naar een cursus te gaan, zoals in Orvelte. Af en toe neem ik nog een opdracht aan, maar de meeste geboorteknipsels en andere gelegenheidsprenten maak ik tegenwoordig als cadeautje in kennissen- of familiekring.

 

 

 

 

afb 12, Suus Houtman, opdracht 1988

Ik wil mij niet meer zo vastleggen op de lange termijn, wat meestal nodig is voor lezingen, werkavonden en cursussen, die ver vooruit gepland worden. Dus ook hier: mondjesmaat.

To: Wij deden mee aan de tentoonstellingen in Epe en Bussum. En we hadden samen een expositie in Vaassen in 1979, waar ook werk van Hil Bottema te zien was. Er kwamen nog diverse landelijke tentoonstellingen, maar jij hebt toch ook eigen exposities gehad?

Suus: Hoeveel weet ik niet meer, wel dat het door half Nederland was: in Doetinchem, Wolfheze, Zwolle, Utrecht, Dronten, Hoorn. In Hoorn zelfs driemaal, waarvan één gezamenlijke in het West Fries Museum, in de winter van 1983/84. Daaraan mochten alleen West-Friezen deelnemen, met nog niet eerder tentoongestelde knipsels over West-Friesland. Ik leverde onder andere een knipsel van mijn geboortehuis in Hoorn in: Apotheek ‘De Groote Gaper’, waarvan de gevel nu in het Zuiderzeemuseum te zien is (Schaarkunst II).

afb 13, Suus Houtman, herfst, voor de 85ste verejaardag van Julia Feiner, 1987, 15 x 10 cm

 

In Hattem, zomer 1983, had ik een grote expositie samen met Gré van der Maas, van eigen werk plus verzameling. Ik had daarbij een dia-klankbeeld gemaakt over de geschiedenis van de papierknipkunst. In Bussum maakte mevrouw Kerp mij een compliment over mijn serie herfstknipsels, waarin ik mijn nieuwe stijl liet zien.

Voor Vaassen had ik een plexiglas kastje gemaakt, waarin drie eieren hingen, mijn eerst ei-probeersels. In Bern, in de Heimatwinkel, had ik voor het eerst eieren met knipwerk gezien. Ik vond ze duur en dacht: ‘Dat kan ik vast wel zelf’. Dat was ook zo, maar het vergde wel enige oefening.

 

afb. 14, Suus Houtman, internationale wenskaart coor YMCA Nederland 1978

Later volgde ik een cursus ‘eieren versieren’ bij mevrouw Guus Blankwaardt, met allerlei technieken, behalve knippen! Met negen vrouwen, onder wie jij en Maria Stevens, togen we in 1979 naar Bern om daar de derde Östereier-märkt te bezoeken. Guus Blankwaardt organiseerde naar aanleiding daarvan in 1982 in Arnhem met een groepje cursisten de eerste Paaseiermarkt in Nederland en richtte de Stichting Paaseiermarkt Nederland op. Die eerste keer stonden de mensen urenlang buiten in de rij. Jaren lang deed ik mee met eiermarkten. De laatste jaren zit ik met jou en anderen in de jury, om het ingezonden ei dat het beste aan het jaarthema voldoet te honoreren met een prijs.

 

Mijn dochter Maja (goud- en zilversmid) neemt nog wél deel aan de markt met ander werk: zilveren hangers, broches, eieren met kraaltjes, en ‘ver’knipt daar ook postzegels die ze op eieren plakt.

To: Zo is het dus één van mijn beste leerlingen in Arnhem vergaan. Ik denk dat zij de fakkel weer heeft doorgegeven.

afb, 15, Suus Houtman, Overijssels landschap (opdracht), 1984, 30 x 24 cm

Deze reeks zou dan ook vervolgd kunnen worden door een interview met bijvoorbeeld Maruscha Gaasenbeek, één van de eerder genoemde leerlingen van Suus Houtman.

To van Waning-Mijnlieff