Maurik, Justus van

Justus van Maurik, Utrecht 1682-1759. Utrecht
Justus was koopman in ijzerwerk, doopsgezind.
Hij knipte vooral portretten, o.a. van Prins Willem (VI) Karel Henrik Friso, een jaar na diens dood, in 1752, maar ook van de kerkhervormers, met stekelige rijmpjes. Zijn religieuze achtergrond komt  uit in een knipsel met twee ganzen, die elk een cirkel dragen, waarin hij de geloofsbelijdenis en het Onze Vader schreef, maar eigenlijk ging het meer over hemzelf, zoals uit het gedichtje blijkt:

‘t Geloof staat op een duijt, ‘t Gebed staat op een stuiver, / Wie dit niet lezen kan, meijne oogen sijn nog suijver, / Mijn schaar sne dit papier, dit schreev mijn gansebout / Mijn leven is nu vijv, en seventig jaar oud. geschreven en met de schaar getekend, Anno 1756

Ook maakte hij een  portret van de doopsgezinde kunstminnaar en koopman David van Mollem in 1755 (negen jaar na diens dood in Utrecht). Portret en voorgrond zijn in opwerk uitgevoerd, de achtergrond in platwerk. Op dezelfde manier een portret van Mevrouw Sautijn geboren Lavina van Mollem (1705-1743, dochter van David van Mollem), ook postuum.
In 1739 was Justus failliet gegaan (“insolvente, desolate boedel”) en had hij schuld bij David van Mollem. Mogelijk heeft David hem coulant behandeld en heeft Justus de portretten van David en Lavina na hun overlijden uit dankbaarheid gemaakt voor de familie.
In de inventaris van de kleinzoon van David van Mollem (1796) staat genoteerd dat zich “Op het Groene kamertje van huize De Zijdebalen drie snijsels van Justus van Maurik met hun lijsten bevonden”.

Collectie
  • Centraal Museum, Utrecht
  • Particulier bezit
Literatuur