Auteursarchief: admin

Antiek knipwerk, Knip-Pers 2007-1

anoniem, 1843, 20 x 16 cm

Marga Stringer schrijft: ‘Bovenstaand is een kopie van een oud knipsel (20 x 16 cm), dat door kennissen van ons, die destijds een boeken- antiquariaat hadden, in een oud boek is gevonden. Zij weten er verder niets van’.

Joke Verhave schrijft: Opmerkingen bij dit knipsel: Conditie: (voor zover ik het vanaf de fotokopie kan zien) Redelijk, hier en daar een scheurtje en omgevouwen stukje. De gaten in de randen doen vermoeden dat het knipsel dubbelgevouwen aan de rand vast is genaaid, om het verschuiven te voorkomen. Het lijkt mij de moeite waard om het knipsel op te knappen.

Beschrijving en interpretatie: Het is een huwelijksknipsel voor RIVDB en GMGVD. Binnen het hart een liefdesaltaar met een hartje doorboort met twee pijlen. Links en rechts van het hart twee oranjeboompjes.

Links en rechts bovenin Fortuna op de wereld. De Godin van het onbestemde geluk, balancerend op een bol, de onzekerheid van het geluk. Ik denk dat Fortuna met prikwerk is versierd. Onderin jaartal van het huwelijk en de datering knipwerk: 1843. Ook vermoedelijk de initialen van de maker W VD, wellicht familielid van het bruidspaar. Het liggende anker zou kunnen zijn: twee mensen op hun plek of vertrouwen. De twee kippen duiden op vruchtbaarheid.

Knippend hart, Knip-Pers 2004-2

In de Hartweek is ons het bekende rode symbool weer onder de neus geduwd. Het hart als bloedpompende spier. Maar diep in ons hart weten we dat ons kloppende hart verband houdt met onze gevoelens. Hartelijk, hartenwens, gebroken hart, hartverscheurend, onze taal zit er vol mee. Ook in de bijbel vinden we uitspraken, die gezegden geworden zijn ‘waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn’, ‘Maria bewaarde al deze dingen in haar hart’. In de katholieke traditie had het ‘Heilig Hart van Jesus’ een diepe betekenis en het komt vaak voor in de (volks)kunst. Bij protestanten had het hart niet die religieuze betekenis en werd het meer als symbool van liefde gebruikt (koek- of borstplaat vormen, houtsnijwerk en andere vormen van volkskunst).

De aanleiding voor dit artikeltje is de tentoonstelling ‘Het hart: een teken van leven’, die vanaf 26 juni 2004 in het Teylers museum in Haarlem te bekijken is. Daarin wordt het hart in allerlei kunstuitingen getoond en zowaar maken ook vier knipsels van het Nederlands Openluchtmuseum Arnhem deel uit van de tentoonstelling.

En wel: Een huwelijksknipsel voor J. Drost en C.E. Hesterman uit 1831, gemaakt door A.W. Drost (zoon of dochter?) in een weelderig, ietwat onevenwichtige stijI.

afb. 1, A.W.. Drost, huwelijksknipsel,1831, 23 x 18 cm

Gekroond hart met initialen IVA en GRB uit 1805, waarin een (bruids)paar aan weerszijden van een hartje met pijlen elkaar de hand wil reiken. Boven het grote hart een ketting in hartvorm, met twee bazuinengeltjes, trekkebekkende duiven en een fenixvogel die haar jongen uit haar borst voedt: allemaal symbolen van de liefde.

afb. 2, anoniem, huwelijksknipsel, 1905, 15 x 17 cm

‘De ladder Jacobs’ met eronder en erboven een hart met duifjes; gemaakt door Johannis Jongejan in 1792. De functie van die harten is versierend en heeft niets te maken met het afgebeelde verhaal. Onopvallend in een van de harten: een keeshond, symbool van de Patriotten!

(afb. 3, Johannis Jongejan, De ladder Jacobs, 1792,  32 x 22 cm

En een huwelijksknipsel ‘Stuk des Verbonds’ door Jan de Prentenknipper, omstreeks 1850. Toen we naar aanleiding hiervan ons beeldarchief nog eens doorzochten op geknipte harten, bleek de oogst tegen te vallen. Eigenlijk heeft men in de knipgeschiedenis niet zo erg veel van dit symbool gebruik gemaakt. Vaak waren het eenvoudige vormen toegepast door minder ervaren knippers en daardoor weten we meestal ook weinig of niets over de makers (ook de afmetingen zijn ons niet altijd bekend).

Heel curieus is een gekroond hart voor GB uit 1799, met bazuinengelen en meerminnen.

afb. 4, anoniem, 1799

We kennen een hartje dat in 1808 is gemaakt voor een verjaardag van W.L. Er zijn een heer achter zijn schrijftafel en een dame bij de theetafel in verwerkt; deze afbeeldingen lijken door een meer bedreven knipper in het hart te zijn aangebracht.

afb. 5, anoniem, verjaarsknipsel, 1808

Rond 1850 heeft Jan de Prentenknipper in Zeeland heel veel kerkboekprentjes met harten gemaakt, en daarin passende teksten: ‘God zij met ons’, ‘De tyd is snel’, ‘Doet regt’, ‘De Tyd’, ‘Zoekt het goede’. Meestal zijn de harten doorstoken met pijlen en altijd omgeven door symbolen van tijd (zandloper), hoop (anker), weegschaal (recht), ooievaar (goede tijding) en (bazuin)engelen

afb. 6, Jan de Prentenknipper, 10 x 7 cm

In de kop van Noord-Holland was Arie Tergant actief als broodknipper (omstreeks 1840). Namen of spreuken ‘Uit Achting en Vriendschap’ verwerkte hij met sierlijke krullen in een hart. Een blauw papiertje erachter benadrukte de vorm.

afb 7, Arie Tergant

Soms is het hart alleen maar gebruikt als een symmetrische omlijsting van takken en vogels of landelijke tafereeltjes

afb. 8, anoniem

afb. 9, anoniem, 17 x 16 cm

Het meest verwachten we harten in knipsels die iets met de liefde te maken hebben. In grotere stukken van Jan de Prentenknipper staat het hart inderdaad centraal, vaak met daarin de passende tekst ‘Daar liefde woond, dat God daar den zegen toond’ of ‘Dat God tesame voegd, scheyd geen mensch’. Soms zien we twee brandende harten op het altaar der liefde. Ook gebruikte hij de hartvorm om de klant ruimte te geven in de prent een eigen gedicht of zegenwens te schrijven

afb. 10, Jan de Prentenknipper, 1860, 43 x 35 cm

Van Wildervank stamt een huwelijksgedenkstuk uit 1828, waarin twee harten ineengestrengeld zijn, voor GHB en ALB en de wens ‘God kroon uwe dagen’.

afb. 11, anoniem, 1828

In Nederland en Duitsland kennen we de hartenbrief: een knipsel dat in zessen of achten is gevouwen en opgevouwen een hartvorm heeft. Daarin werden meestal hartenwensen geschreven. De jongeman gaf het aan een meisje als een liefdesaanzoek. In een hart uit 1848 geeft een aanbidder A.S. zijn hart(enbrief) aan een jongejuffer; maar haar initialen zijn niet ingevuld. Zou ze zijn liefde hebben afgewezen of kon ze zijn gevoel voor symboliek niet navoelen?

afb. 12, anoniem, 1848

Het gebruik van het hart als symbool in de knipkunst begon dus in de 18de eeuw. Harten waren weliswaar geknipt om een genegenheid uit te drukken, onder meer voor bruidsparen, maar ook voor allerlei andere relaties en we zagen dat het van Groningen tot Zeeland gebruikt werd. We stellen tegelijk ook vast dat in de meeste Nederlandse huwelijks(gedenk)-stukken helemaal geen hartensymboliek voorkomt.

Onze huidige generatie knippers heeft de hartvorm wél meer gebruikt. Het is immers zo’n makkelijke vorm voor beginners. Wiecher Lever ried aan om voor een huwelijk of geboorte een hart in het knipsel te verwerken: zo romantisch! Voor Jantje III was het een dankbaar versierend motief (zie omslag Knip-Pers 2004-1). En Elly Stroucken schrijft in haar boek ‘Papier knippen van hart tot hartewens’ dat zij het knippen van een hart met zwaantjes van ons bestuurslid Marianne Zwaan heeft geleerd. Laten we ook niet vergeten dat To van Waning in het logo van onze vereniging een hart heeft verwerkt!

Joke en Jan Peter Verhave

Onbekend knipwerk in Middenbeemster, Knip-Pers 2004-3

Al een paar keer had ik het alleraardigste Museum Betje Wolff in Middenbeemster (Noord‑Holland) bezocht en ik wist dus dat er in de voormalige pastorie knipwerk te bewonderen is van onder andere Arie Tergant. Omdat ik gehoord had, dat het museum recent in het bezit was gekomen van onbekende oude knipsels, leek dit een goede aanleiding weer eens een kijkje te gaan nemen in Middenbeemster.

Allereerst de vraag: wie was Betje Wolff?
Elisabeth (Betje) Bekker werd in 1738 in Vlissingen geboren. Ze was een vroegrijp kind, dat zich al voor haar tiende jaar bezig hield met poëzie, Latijn en literatuur. Op 17‑jarige leeftijd werd ze geschaakt door de vaandrig Matheus Gargon en dat gaf enorme opschudding in Vlissingen. De affaire was van korte duur, maar wel heel slecht voor haar reputatie. Daarom ging zij ging op haar 21ste jaar een verstandshuwelijk aan met de Nederlands-hervormde dominee Adrianus Wolff uit de Beemster, die 31 jaar ouder was dan zij! Tijdens haar huwelijk woonde ze in de pastorie en daarin is nu het Museum Betje Wolff gevestigd.

Betje die heel levenslustig en spitsvondig was, leerde Agatha Deken kennen, een vrome en ingetogen vrouw, geboren in 1741. Beiden waren ontwikkeld, arbeidzaam en vrijzinnig in hun denken. Samen schreven zij diverse boeken, waarvan hun eerste boek “De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart” het bekendst is geworden. Het speelt in de pruikentijd in de kringen van de burgerij en is zeer moralistisch.

afb. 1, anoniem, goud/groen knipsel, 32 x 30 cm

Terug naar het opgedoken knipwerk. Waar kwam dat vandaan? In 1936 werd in de Beemster het Historisch Genootschap J.A. Leeghwater opgericht. Een van de oprichters daarvan was de heer G. Köhne, die zeer betrokken was bij de geschiedenis van de Beemster en alles verzamelde op dit gebied, vooral op agrarisch gebied. Zijn doel was een museum te beginnen. In 1950 kon door dit genootschap de pastorie aangekocht worden, waarin Betje Wolff had gewoond en men besloot dat als woonhuis in te richten.

afb. 2, J.K. Sanders: wit knipsel op donkerrood, 42 x 32 cm

Wat daarbij niet gebruikt kon worden, werd opgeslagen en toen rond 2000 schuin tegenover de pastorie nog een pand verworven kon worden, werd dat ingericht als Agrarisch Museum. Zo kon weer een deel van de verzamelde artikelen gebruikt worden. Het Historisch Genootschap J.A. Leeghwater, het Museum Betje Wolff en het Agrarisch Museum zijn thans onderdeel van het Historisch Genootschap Beemster.

Toen de hierboven genoemde heer Köhne ongeveer vier jaar geleden op hoge leeftijd overleed, bleken bij hem thuis op zolder nog diverse dozen met inhoud te staan. Op de meeste was geschreven wat de inhoud was en waarvoor bestemd, maar op sommige stond niets, dus die kwamen bij de familie terecht. Deze dozen werden onlangs uitgepakt en ze bleken onder andere knipwerk te bevatten. Dat werd naar het Museum Betje Wolff gebracht en dat mocht ik daar nu komen bekijken. Helaas heeft de tand des tijds aardig aan het fraaie werk geknaagd. Het staat wel vast dat een aantal werken van dezelfde knipper of knipster moet zijn, gezien de stijl en gekozen motieven. Restauratie is noodzakelijk, maar daarvoor ontbreken helaas momenteel de mogelijkheden.

afb. 3, anoniem, zwart knipsel met groene details, 8 x 14 cm

Een aantal jaren geleden werd vanuit de Provincie Noord‑Holland een papierproject gesubsidieerd. Niet alleen knipwerk, maar ook diploma’s, oorkondes enz. enz. konden ter beoordeling worden aangeboden. Over ieder stuk werd een rapport uitgebracht, waarna eventueel schoonmaak en/of restauratie kon plaatsvinden.

afb. 4, anoniem, goudkleurig knipsel op zwart, 33 x 33 cm

Het museum moest 10% van de kosten betalen, de rest werd betaald door de Provincie. Voorwaarde voor dit alles was, dat alle aangeboden materialen geregistreerd moesten zijn. Een groot deel van het knipwerk dat al in bezit van het museum was, is naar aanleiding daarvan geregistreerd en ligt keurig opgeborgen in zuurvrij papier in het depot.

De afgebeelde knipsels zijn bij een bezoek aan het museum helaas niet te bezichtigen, maar zijn exclusief voor u in deze Knip-Pers afgebeeld.

Wel hangt er prachtig knipwerk van Arie Tergant en van J.K. Sanders. Het museum biedt een groot aantal stijlkamers uit verschillende periodes en brengt drie eeuwen wooncultuur van Beemster en omgeving tot leven. Er is een in 18de eeuwse stijl gerestaureerde pastorietuin en op de zolder bevindt zich de geheel gerestaureerde werkkamer van Betje, door haarzelf “Kipperust” genoemd. Het museum draait overigens geheel op vrijwilligers!!

afb. 5, anoniem, crème knipsel op oranje, 15 x 21 cm

lk werd bij mijn bezoek heel plezierig ontvangen door de vrijwilligsters Alie Vis en Margreet de Reus (de laatste is zelf ook knipster en lid van onze vereniging).

Ieke Boosman

Tot eind december 2004 is er een speciale tentoonstelling, genaamd “Betje, een nieuwsgierig Aagje”, i.v.m. het feit dat zowel Betje Wolff als Aagje Deken 200 jaar geleden in 1804 overleden. Museum Betje Wolff is de moeite waard om een keertje te gaan bekijken!

Gerlof Smit, een gedreven knipper, Knip-Pers 2004-3

afb. 1, Gerlof Smit, toen 10 gulden, nu een 20 eurobiljet!, 135 x 115 mm

 

TerwijI ik met de auto onderweg ben van Heerhugowaard naar Schingen in Friesland, waar ik Gerlof Smit ga interviewen voor de Knip-Pers, ga ik in gedachten een heel eind terug in de tijd: mijn eerste kennismaking met zijn werk dateert uit 1979, toen het blad Margriet een artikel aan hem wijdde en bovendien knipwerk van hem op de voor- en achterkant plaatste. Als beginnend knipster was ik direct zeer onder de indruk van de ingewikkelde knipsels die afgebeeld waren. In 1982 bezocht ik de kniptentoonstelling in ’t Spant in Bussum. Ademloos liep ik van het ene schitterende knipwerk naar het andere. Wat de meeste indruk op me maakte, was het bankbiljet waar diezelfde Gerlof Smit gras van knipte. Wat een geweldige vondst!

afb. 2, Gerlof Smit, Aarde, 25 x 23 cm

Het werd 1984 en de splinternieuwe Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst hield in Haarlem haar eerste Contactdag. lk herinner me niet meer alle details van deze dag, maar twee zaken staan mij zeer helder voor de geest: mevrouw De Jong‑Brouwer, oftewel Jantje III, die op de haar zo eigen, onderhoudende wijze vertelde over folkloristische gebruiken en dan die gereserveerde jonge man met lang haar, baard en snor die vreselijk opviel tussen al die druk pratende vrouwen. Dat moest Gerlof Smit zijn, de man uit de Margriet! Hij stond in een hoek van de zaal achter een tafel met daarop o.a. zijn boek “het paard” (uitgekomen in 1982), kaarten, kalenders en blikjes, alles bedrukt met prachtig knipwerk. Deze zaken waren te koop en ik schafte onmiddellijk van alles aan.

afb. 3, Gerlof Smit, Lucht, 25 x 23 cm

Het boek ging in de boekenkast, de kaarten plakte ik bij de S van Smit in mijn pas begonnen knipselarchief, in het blikje kwamen paperclips en de verjaarskalender werd naar goed Hollands gebruik op het toilet gehangen. Jarenlang heb ik met veel plezier naar de prachtige afbeeldingen gekeken van Aarde, Lucht, Water en Vuur (afb. 2,3,4 en 5). Helaas hing de kalender te dicht bij het fonteintje en het liep waterschade op.

afb. 4, Gerlof Smit, Water, 25 x 23 cm

Tot en met december 1985 stond achterop de Knip-Pers een advertentie van de artikelen die je bij Gerlof kon bestellen, maar daarna hoorden of zagen we niet veel meer van de man uit Friesland.

Gelukkig is daar weer via de moderne communicatiemiddelen verandering in gekomen, want Gerlof Smit heeft zijn eigen website! In de Knip-Pers van december 2003 werd daar al aandacht aan besteed. Nu heeft niet iedereen de beschikking over internet, dus leek het een goed idee via de Knip-Pers nog eens wat meer over Gerlof en zijn bijzondere knipwerk te laten zien.

afb. 5, Gerlof Smit, Vuur, 25 x 23 cm

Wie is Gerlof Smit? Hij werd geboren in 1946 in Haarlem, kon als kind al prachtig tekenen en had ook graag een opleiding in die richting willen volgen. Zijn ouders vonden dat, gezien het onzekere karakter van het kunstenaarschap, niet zo’n goede gedachte en dus werd het een grafische opleiding in Amsterdam. Het reclamevak had hem altijd al zeer aangetrokken en als freelance reclameontwerper woonde en werkte hij enige tijd in Haarlem, maar in 1979 verhuisde het jonge gezin Smit van de flat in Schalkwijk naar een vrijstaand huisje met grote tuin in het landelijke dorpje Schingen in Friesland.

Al in de vroege kinderjaren bleek dat hij niet alleen mooi kon tekenen, maar bovendien ook erg goed kon knippen, zo goed zelfs dat hij in die periode al knipsels verkocht! In de puberteit waren er natuurlijk andere zaken die zijn interesse hadden en na zijn zeventiende jaar kwam het knippen eigenlijk niet meer aan bod. Maar gelukkig kwam daar zo’n acht jaar later verandering in, toen hij voor de geboortekaart van zijn jongste zoon de schaar ‘herontdekte’ en hij opnieuw door de knipkunst gegrepen werd. Hij wilde alle mogelijkheden en onmogelijkheden van het papier zelf ontdekken en probeerde zijn knipwerk bovendien zo fijn mogelijk te maken. Door zijn grote fantasie en gedrevenheid ontstonden in tien jaar tijd de meest prachtige knipwerken. Omstreeks 1981 richtte hij naast zijn reclamebureau een eigen postorderbedrijfje op en verzond zijn gedrukte knipwerken door heel Nederland. In die tijd adverteerde hij dus ook in onze Knip-Pers. Na een paar jaar stopte hij met het postorderen; zijn werk, het gezin en de tuin slokten veel tijd op en de schaar bleef weer een hele tijd in de kast liggen.
Maar zie, de interesse in het knippen is sinds een jaar of twee weer terug! Door zijn werk heeft hij veel contacten gelegd in Amerika, gaat daar regelmatig naar toe en heeft ook een website via de Amerikaanse Vereniging voor Papierknipkunst. De periode waarin hij fijn werk maakte, heeft hij geheel achter zich gelaten en nu is hij heel intensief bezig met het maken van grote knipwerken.

Van 16 januari tot 16 april 2004 hing een deel van zijn huidige werk in Dintra lnterieur in Alkmaar, o.a. het knipwerk met de titel “no swimming after dark”.

afb. 6, Gerlof Smit, No swimming after dark, afm. 70 x 100 cm

Hij is momenteel gefascineerd door (grote) portret-silhouetten. Hieronder is zijn eigen silhouet te zien “me with pretty lips”.

afb. 7, Gerlof Smit, Me with pretty lips, 67 x 100 cm

Gerlof heeft fantastische plannen in zijn hoofd voor van alles en nog wat. Zo is hij bijvoorbeeld bezig alle inwoners van het dorp Schingen (en dat zijn er 140) en profil te knippen! Het reclamevak en het knippen blijken goed gecombineerd te kunnen worden, want Gerlof brengt momenteel 4 publicaties op krantenformaat uit van zijn eigen knipwerk met de volgende onderwerpen: landschappen, algemene papierknipsels, heel fijne papierknipsels en profielen.

afb. 9, uitgaven in krantenformaat met werk van Gerlof Smit

Ten tijde van mijn interview was hij er nog mee bezig, maar de 4 publicaties zijn inmiddels klaar en ze zijn prachtig!!

afb. 8, Gerlof Smit, de dijk,  85 x 65 cm

In zijn werkruimte zag ik werk uit de verschillende knipperiodes uit zijn leven. Gerlofs fantasie is onuitputtelijk: een heel grappige vondst is bijvoorbeeld, dat hij soms grassprietje voor sprietje knipt en het vervolgens ‘afmaait’. Dat is te zien op “de dijk”. maar vooral op het 1 m knipsel.

Gerlof Smit, 1 meter knipsel

Gerlof Smit, 1 meter knipsel

Naast het ‘gewone’ knipwerk experimenteerde hij ook met driedimensionale knipsels

afb. 10, Gerlof Smit, de New York Times van 29/7/2002, 13 x 20 cm

Zijn Margriet-omslag kon ik nu in het echt bewonderen en het is werkelijk prachtig!! Toen ik hem complimenteerde, zei Gerlof: “Ja, maar dat kostte me wel 6 weken van mijn tijd!” En tijd is nu eenmaal schaars, zeker voor iemand die een eigen bedrijf heeft en nog honderden dingen in zijn hoofd heeft die hij wil gaan knippen… Het komt goed uit dat hij weinig slaap nodig heeft (hij staat iedere morgen om vijf uur op!).

afb. 11,Gerlof Smit, Margrietomslag, 45 x 27,5 cm

Gerlof Smit: een gedreven knipper, die zich nooit heeft laten leiden door het werk van anderen; hij zocht en zoekt zijn eigen knipweg en maakt het zichzelf daarbij niet altijd gemakkelijk. Maar juist door die gedrevenheid, zijn kunstzinnigheid en de hoge eisen die hij aan zijn werk stelt, ontstonden er zulke prachtige knipsels. En wij hopen op nog veel meer!

Ieke Boosman

De geknipte wereld van Koos Post, Knip-Pers 2004-3

In de Knip-Pers van december 2003 stond een oproepje van de redactie: Wie weet wat meer over het boekje “De geknipte wereld van Koos Post”? Het is geschreven door Bert van Baar en kennelijk gemaakt ter gelegenheid van het afscheid van Koos Post van Uitgeverij Spaarnestad in 1988. Dit boekwerkje was door een vriend van Marijke Barten uit Winkel op een rommelmarkt gevonden. Deze oproep leverde geen reacties op maar gelukkig had Jeannet Pasterkamp de goede gedachte om Radio Noord‑Holland in te schakelen.

ledere middag (niet in het weekend) heeft Hans van Willigenburg een programma, waarin hij de luisteraars vraagt mensen te helpen die boeken of artikelen zoeken, vragen hebben, reünies willen organiseren of de tekst van een oud liedje willen weten enz. enz. Vaak worden deze zaken door de luisteraars al tijdens de uitzending opgelost. Marijke Barten nam contact op met Radio Noord‑Holland en dat heeft resultaat gehad: Koos Post werd inderdaad gevonden! Hij kwam in de uitzending en heeft ook met haar gesproken. Hij vond het erg leuk dat men belangstelling had voor zijn knipwerk, werd direct lid van onze vereniging en wilde best geïnterviewd worden!

Dus togen Marijke en ik op een zonnige dag in juni met de trein naar Haarlem voor een bezoek aan Koos Post. Het werd een bijzondere middag! Koos bleek een begenadigd causeur te zijn met een groot gevoel voor humor en een nog groter relativeringsvermogen. We werden uitermate vriendelijk ontvangen. Omdat Koos recent erg ziek is geweest en een operatie heeft ondergaan, was ter versterking zijn goede vriend de heer Kinkelder aanwezig die ons van lekkere koffie voorzag. Hij had bovendien veel knipwerk meegenomen dat Koos speciaal voor hem en zijn vrouw in de afgelopen jaren heeft gemaakt bij diverse gelegenheden. Zoals bijvoorbeeld het knipsel hieronder, waarbij het kleinkind is afgebeeld toen het naar de kapper moest.

Koos Post werd op 8 april 1926 in Delft geboren in een heel ‘gewoon’ milieu. Na de lagere school bezocht hij de Ambachtsschool waar hij werd opgeleid tot huisschilder. Zijn talenten bleken toen al in het oog te springen want dankzij de Gemeente Delft kreeg hij na de Ambachtsschool een volledig betaalde opleiding aan de Kunstacademie in Den Haag aangeboden.
Het einde van zijn opleiding viel ongeveer tegelijk met het einde van de Tweede Wereldoorlog. Toen Koos na de oorlog een paar weken met de Amerikanen meetrok, was zijn moeder niet ongerust maar dacht: ‘dan heeft hij in ieder geval goed te eten’. Zij had een grenzeloos vertrouwen in haar zoon. Toen Koos al op jonge leeftijd begonnen was hoeden te ontwerpen en te maken, zette zijn moeder die trouw op haar hoofd en ook de jurken die Koos voor haar ontwierp en naaide, droeg ze met veel plezier.
Hoewel hij het heerlijk vond lekker voor zichzelf te werken, begon Koos in 1951 toch aan zijn eerste echte baan bij de chocoladefabriek Union in Haarlem als ontwerper en daarna werkte hij enige tijd bij de Rubberstichting in Delft, waar hij reclamemateriaal maakte en tentoonstellingen ontwierp.

In 1957 kwam hij in dienst bij Uitgeverij Spaarnestad in Haarlem en daar zouden zijn talenten pas goed tot ontplooiing komen! Begonnen als ‘opmaker’ van modeboeken, kwam hij al heel snel als illustrator te werken voor diverse jeugdbladen zoals Okki, Taptoe, Tina en vooral voor het blad Club. Met zijn levendige fantasie had hij geen enkele moeite om tekeningen te maken bij de meest wilde verhalen. Hij deed al het lay-outwerk en vond het heerlijk, zoals hij zei: “Net zoiets als het maken van een vakantiealbum!”. Een echte carrière had hij nooit zo erg voor ogen, hij wilde vooral veel plezier hebben en eigenlijk niets moeten. Zijn zusje zei een keer tegen hem: “Je bent gek, maar eigenlijk zou ik ook wel eens een beetje gek willen zijn!”.

Rond 1968 begon hij met knipwerk, want, zoals hij zelf vertelt: “Ach, ik zat altijd aan mijn bureau met papier en een schaar en dan begin je gewoon wat te knippen”. Dat ‘gewoon knippen’ bleek helemaal niet gewoon; hij heeft een enorme productie gehad van duizenden knipsels. Hij maakte ook knipwerk in opdracht, maar liet een ander graag zorgen voor de verkoop en de financiële afwikkeling, want de zakelijke kant had absoluut zijn belangstelling niet. Speciaal de knipsels van kindertjes met klompjes waren zeer geliefd bij de Amerikanen, maar Koos knipte ook graag wat ‘gewaagdere knipsels’.

Koos knipt zijn hele leven al met hetzelfde schaartje. De knipsels hadden allerlei formaten, de grootste ca. 50 x 60 cm. En altijd van zwart fotopapier; eerst tekent hij op een apart blad zijn eigen ontwerpen en die brengt hij dan met wit carbonpapier over op het zwarte papier. Zo kan hij zijn eigen ontwerpen meer keren gebruiken. Slim!

Dat witte carbonpapier kende hij van zijn andere bijzondere hobby waarbij de schaar gebruikt wordt, namelijk het maken van kleding. Ooit begonnen met de kleding voor zijn moeder en zijn zusje en later ook voor de kinderen van zijn zusje, bekwaamde hij zich dermate in het ontwerpen en naaien dat hij zelfs een japon voor Koningin Juliana heeft gemaakt! Ook maakte hij voor zichzelf de meest fantastische modieuze creaties.

Koos is trouwens een creatieveling op velerlei gebied. Niet alleen kan hij fantastisch tekenen, hoeden, kleding en knipwerk maken, maar het appartement waar hij woont in Haarlem is heel sfeervol ingericht met fraai antiek en ook hier ontbreken de speciale “Koos”-accenten niet: een lap prachtig bewerkt brokaat als kleed op tafel bijvoorbeeld, en een serie baardmankruiken als ‘familie’ bij elkaar opgesteld. Hij vertelde ons dat hij tot 2002 geregeld kookte voor zijn ‘eetclub’, waarbij hij voor zo’n 10 personen een lekkere maaltijd bereidde en daarbij natuurlijk de tafel prachtig dekte met damast en kandelaars. Jammer genoeg zijn sommige gasten niet meer in staat te komen en de eetclub moest worden opgeheven. Hij kookt nog wel zo veel mogelijk voor zichzelf, daar heeft hij gelukkig nog wel plezier in.

Een man met zoveel mogelijkheden is een duizendpoot te noemen en in zijn lange leven heeft hij veel tot stand gebracht, en dat helemaal op zijn eigen manier. Zelf vindt hij het allemaal niet zo erg bijzonder. Zo zegt hij bijvoorbeeld van het knipwerk: “Ja, maar het zijn alleen maar silhouetjes! En zo bijzonder is het allemaal niet, ik kan tekenen en dan hoef je alleen maar langs de lijntjes te gaan met de schaar!”

In zijn hele leven is hij een vrijbuiter geweest en hij had en heeft geen contacten met andere knippers of knipsters gehad, al herinnert hij zich wel ooit een keer bij Tjeert Lever in zijn museum in Westerbork te zijn geweest, maar het is bij die ene keer gebleven, hij vond het niet zo’n vrolijke man. lk vroeg hem ook nog of Mance Post, ook een bekende naam in knipperskringen, familie van hem was, maar dat bleek niet het geval.

Koos Post, een unieke man en een unieke knipper. Ook al hij is nu 78, bij het vertellen van zijn levensverhaal zag ik steeds die twinkeling in zijn ogen, waaruit bleek dat hij nog erg jong van hart is. Het was heel boeiend met hem en zijn geknipte wereld kennis te maken!

Ieke Boosman

Knipwerk in het huishouden of voortborduren op klokkenkleedjes, Knip-Pers 2004-3

Onze inspiratie voor deze keer hebben we gehaald op IJsland. Niet dat we daar papierknipwerk hebben gezien. Wat we wel ontdekt hebben is het gebruik om pannenkoekjes te versieren op dezelfde manier als het insnijden en omvouwen van de klokkenkleedjes.

Deze pannenkoekjes, “Leafbread”, zijn extreem dun, ingegeven door de armoede op IJsland, toen geïmporteerd meel nog voorbehouden was voor hoogtijdagen. Voor het Kerstfeest werden de flensjes als familieactiviteit ingesneden en gedecoreerd met raderwieltje en mes. Door de versiering werd de goedkoopte, de eenvoudigheid van het pannenkoekje verhuld en tegelijk combineerde men de inventiviteit van de armoe, de volkskunst en de keukencultuur van IJsland. Tegenwoordig is het een vrolijke traditie geworden, voor arm en rijk.

afb.1, Museumbrochure IJsland

De papieren klokkenkleedjes uit noord Drente en Groningen werden met eendere technieken versierd: inknippen en omvouwen om zo mooie vormen te krijgen met materiaal dat weinig kostbaar was en vervangen kon worden. Ook hier was het een kwestie van roeien met de riemen die je hebt. Geen luxe van geborduurde kleedjes, wel een bescherming voor het uurwerk, dan maar uit papier. Wie heel handig was maakte ook nog “ballegies” en “emmerties” om eronder te hangen, en ieder voorjaar na de schoonmaak knipte de huisvrouw weer vliegensvlug een nieuw kleedje! Voor meer informatie hierover verwijzen we naar de vorige Knip-Persen.
Ook was het in de plaggenhutten en arbeiderswoningen in het noorden gebruik om, veelal uit krantenpapier, papieren gordijntjes te maken. En wat is er aardiger dan voor een kinderkamer leuke wegwerp gordijntjes te maken uit harmonica-gevouwen stroken kleurig papier.

afb. 2, LibeIle

Kastrandjes zijn natuurlijk ook altijd in gebruik geweest. Zowel uit zuinigheid, armoe of uit artistieke gedrevenheid werden ze door huisvrouwen gemaakt.

afb.3, Libelle

Wij kennen nog wel het gebruik om op koek of cake een uit papier geknipt sjabloontje te leggen en dat vervolgens met poedersuiker te bestuiven. Gebak met zulke sierlijke vormen toont heel feestelijk.

afb. 4a, Libelle

afb. 4b, Libelle

Misschien minder bekend zijn de papieren lampenkapkleedjes. Over de ouderwetse glazen kap van de petroleumlamp werd ter decoratie een dun vloeipapieren knipsel gehangen. Het licht speelde er zo doorheen.

afb. 5, Schaarkunst blz. 90

Vergeten we ook niet dat op het eiland Urk, omstreeks 1920 de knipsels van Jan Visscher direct op de witkalk geplakt werden ter versiering van het huisje. Vervolgens werd in het huisje ook de paling gerookt. leder voorjaar werd er schoongemaakt, opnieuw gewitkalkt en weer een nieuw knipsel opgeplakt. Zijn naïeve afbeeldingen en teksten waren kennelijk toch steeds gewaardeerd. Nu worden ze als kunststukjes bewaard in het Urker Museum “Het oude Raadhuis”.

afb. 6, Knipwerk Jan Visscher

Het zijn allemaal voorbeelden van heel eenvoudige versieringen. Als u zelf veel kunstiger knipsels maakt, en het stadium van de kastrandjes allang voorbij bent, probeer het dan toch nog weer eens. Misschien lukt het eenvoudige werk nog beter in een knipgroep of met kinderen. U kunt er goede sier mee maken, ook al is het nog geen Kerst of voorjaar!

En dit verhaaltje is zomaar een vakantie-niemendalletje, met een groet uit een prachtig, maar onherbergzaam IJsland, waar mensen in lange winters elkaar moeten vermaken met kleine aardigheden, die het leven opfleuren.

Joke en Jan Peter Verhave

Louise Blokhuis, geometrische vormen, Knip-Pers 2004-2

Toen ik eind 2003 van de Rijssense bibliotheek het aanbod kreeg om daar knipwerk te exposeren, pakte ik dat natuurlijk met beide handen aan. Papierknipkunst is hier een vrijwel onbekend fenomeen. Maar hoe kwam ik aan mooi knipwerk, waard om te exposeren?

afb 1, Louise Blokhuis, 21 x 19 cm

Via het museum van Markelo, waar het jaar ervoor een prachtige knipwerktentoonstelling was geweest, kreeg ik enkele namen door. Dit leverde veel prachtig knipwerk op van de dames Blokhuis en Merlijn uit Enschede en van Alied Pijlman uit Hengelo, een van onze eerste bestuursleden (Zij groet hierbij alle bekenden!).

afb, 2, Louise Blokhuis, 29 x 20 cm

 

Het knipwerk van Louise Blokhuis is zo anders dan wat wij ons van knipwerk voorstellen, dat het, hoewel zij al 10 jaar niet meer knipt, onzes inziens best nog eens mag worden vermeld. In 1990 heeft zij ook in Bergen (NH) geëxposeerd. Bij de aankondiging van die tentoonstelling stond: “Dit is snijwerk, ontstaan met behulp van liniaal, passer en geodriehoek”.

afb. 3, Louise blokhuis, 28 x 14 cm

Louise kreeg haar eerste lessen van Mevr. Merlijn toen zij de 50 al ruim was gepasseerd. Het knippen boeide haar enorm, maar al gauw kreeg haar voorliefde voor lijnenspel en geometrische vormen de overhand. Hierdoor ging zij ook over op snijden. Dit snijden heeft zij gedurende acht jaar gedaan en haar voorraad papiersnijdwerken is zo groot, dat ik het heel moeilijk vond om er een keus uit te maken.

afb 4, Louise Blokhuis, 29 x 20 cm

afb. 5, Louise Blokhuis, 10,5 x 11 cm

Haar voorliefde voor het bewerken van hout kreeg echter de overhand. Dat stelt haar in staat driedimensionaal te werken. Het is voor haar een enorme uitdaging om vormen te creëren die enigszins een zinsbegoocheling opleveren, zoals dat bij het werk van Escher het geval is.

afb. 6, Louise Blokhuis, 21 x 19 cm

Het is een genot om in de huiskamer van Louise rond te kijken. Er zijn daar zoveel kunstwerken te bewonderen, dat je tijd en ogen te kort komt.

Marga Stringer

afb 7, Louise blokhuis, 16 x 16 cm

 

 

 

 

 

 

 

 

Katernen met knipsels, Knip-Pers 2004-1

afb. 1, anoniem, 9 x 9 cm

Veel knippers hebben eigen knipwerk en soms ook samen met werk van anderen verzameld in een boekje of album. Het is een aardige manier om een overzicht te houden van de eigen ontwikkeling en het uitwisselen van werkstukjes met andere knippers. Net als een vriendenboek of poëzie-album houd je zo de herinneringen vast. Over zulke albumpjes van onbekende herkomst is al vaker iets geschreven in de Knip-Pers. Wij hebben er in de loop van de tijd een aantal gezien in privébezit. Ze komen vooral uit de 18de en 19de eeuw en zijn heel verschillend van inhoud, stijl en omvang.

 

afb. 2, anoniem, 8,5 x 14,5 cm

Een albumpje uit het einde van de 17de of begin 18de eeuw bevat zeer fijne knipseltjes / snijdseltjes van een vaardige kunstenaar. De bladzijden hebben een lichtpaarse kleur. In de tafereeltjes die er los in liggen, is allerlei menselijke activiteit afgebeeld: houthakkers, herders of een processie, maar ook dieren zoals geiten, herten, paarden en heel apart is de struisvogel. In die tijd waren exotische dieren in de schilderkunst en gravures populaire onderwerpen. De manier waarop de knipper / snijder zijn bomen heeft uitgewerkt met verschillende soorten bladeren, is heel bewonderenswaardig.

afb. 3, anoniem, 8 x 10,5 cm

Uit diezelfde periode stamt een ingebonden boekje met stevig blauw papier. De kaft is ook stevig en beplakt met gemarmerd papier. Het boekje kan met groene lintjes gesloten worden. Het bevat boeketjes of vazen met fijn uitgewerkte bloemen, maar ook andere in een veel stoerdere uitvoering door een andere papiersnijder gemaakt.

 

 

Het bevat ook een uit perkament gesneden werkje, van weer een geheel andere stijl. Het stelt een stadsgezicht voor met een groot aantal kerktorens. Op de voorgrond zijn scheepjes en rijtuigen uitgesneden die eendatering vroeg in de 16de eeuw waarschijnlijk maken. Het stadsgezichtlijkt ons niet typisch Nederlands,maar we houden ons aanbevolen voor suggesties. Het zou heel bijzonder zijn als we konden bewijzen dat er in die tijd al internationale uitwisselingen waren.

afb. 4, anoniem, 9 x 14 cm

Dan is er een 20ste‑eeuws schetsboekje, waarin iemand een verzameling 19de‑eeuwse tafereeltjes uit zwart sitspapier heeft geplakt. Het zijn huiselijke tafereeltjes en het papier is gearceerd aan de achterzijde met een scherp voorwerp, waardoor de voorstellingen enig relief hebben. Opvallend is de afbeelding van een heilige kluizenaar in een grot. De onbekende maker is dus waarschijnlijk van katholieke huize.

afb. 5, anoniem, 7,5 x 10,5 cm

Een klein eenvoudig gemaakt boekje met een kartonnen kaftje, waarin een grote variatie aan voorwerpen en dieren is geplakt, elke pagina in een andere, kleur. Er zijn inheemse en exotische dieren (olifanten, vogels, insecten), vruchten, gereedschappen, spelende kinderen en nog veel meer. De mode wijst op Noord-Nederlandse herkomst uit de 19de eeuw. We vermoeden dat de maker de vormen heeft overgenomen uit platenboeken of uitknipmodellen, zoals die in de handel waren. De menselijke figuurtjes zijn wat onbeholpen, maar toch heel charmant.

afb. 6, anoniem, 10,5 x 14,5 cm

Ten slotte een boekje dat een grote verzameling bewerkte stukjes papier bevat die allemaal een zelfde vorm hebben. De bovenkant van deze wigvormige stukjes papier is dubbelgevouwen uitgesneden in allertei versierende vormen. Geen is er gelijk. De knipper, liever snijder, heeft zich uitgeput in een grote variatie van ornamenten. Het lijkt erop dat alle mogelijkheden van versieren zijn uitgeprobeerd.

afb. 7, anoniem, 14,5 x 5 cm

Afgaand op het stevige witte papier met watermerk, stamt de verzameling uit de 18de eeuw. Wij hebben ons afgevraagd of die stukjes papier met hun bijzondere vorm een bepaald doel hadden. Simon Honig van het Openluchtmuseum in Arnhem opperde de mogelijkheid dat ze bedoeld waren als labels voor medicijnflesjes. In dat geval zou de knipper wel eens een geneesheer of apotheker kunnen zijn geweest.

Heel curieus is dat het tweede knipsel in het album een andere vorm heeft (wel van dezelfde maker) met een bijzondere tekst. Beste knipgenoten, doe met deze raadgeving van een oude collega wat je wilt.

afb. 8, anoniem, afm. 20 x 15 cm

Indien u Werk geen kenner goed wil keuren
dan is het niet te best gelukt
dog zo een zot daroover zig verrukt
dan moogt gij t vrey aan Stukken scheuren

Joke en Jan Peter Verhave

Een creatieve reis bij de Heer Verburg thuis, Knip-Pers 2004-3

Na onze kennismaking met de heer Verburg in de bibliotheek in Lisse, keken Tina en ik erg uit naar onze volgende ontmoeting met hem. Dus reden we vol verwachting richting Leiderdorp waar het echtpaar Verburg al 52 jaar woont. We werden heel vriendelijk verwelkomd, niet alleen door meneer en zijn vrouw, maar ook door de sfeer die de plek waar zij wonen, uitstraalt: een tuin vol bloemen, bijen en vogels, een huis met kunstzinnige voorwerpen, gemaakt door henzelf, hun kinderen en vrienden.

Zodra we binnen waren, begon de autodidactische knipper te vertellen, en niet alleen met zijn handen, maar ook verbaal blijkt de heer Verburg over grote gaven te beschikken. TerwijI zijn Poolse echtgenote druk in de weer is met koffie en lekkers, en de poes tussen ons in op de bank zit te spinnen, vertelt hij over het schilderij achter zich. Het is gemaakt door een vriend die in de jaren veertig op een bakfiets door de Alpen trok. Hij vertelt verder over de prachtige bronzen beeldjes, gemaakt door zijn eveneens getalenteerde dochter, over een schilderij uit China, prachtig houtsnijwerk van eigen hand, de geweven kleden van zijn vrouw. Zorgvuldig kiest hij zijn woorden, terwijI zijn vrouw hem aanvult waar dat nodig is. Er zijn veel eenden, die hij in het waterrijke landschap rond Leiderdorp bestudeert en vertaalt in prachtig houtsnijwerk, en de knipsels, die we al in Lisse hebben kunnen bewonderen. Er zijn quilts, en vele handgemaakte kussens. Het huis is omringd door bloemen, Verburgs originele inspiratiebron.

Hij vindt het prettig om een verwilderde tuin te hebben waar de natuur haar gang kan gaan. Hij ziet het wonder van iedere bloem, vertelt bijna lyrisch over de blaadjes van een roos, zijn favoriet, en beschrijft zijn gelukmakende ervaring toen hij ergens op vakantie twee mandarijneenden plots van dichtbij kon bewonderen. We drinken nogmaals koffie en zijn verhalen nemen ons mee door heel Europa, naar plekken van lang geleden, van drie generaties uitgestelde huwelijken, maar die uiteindelijk toch allemaal zijn voltrokken. Wat een levensdrift en energie voor iemand die geboren is in 1922!

Op weg naar de bovenverdieping kwamen we dan eindelijk de knipsels tegen, die mij zó inspireerden dat ik thuis ook een beetje op die manier ben gaan knippen.

Tineke Kroes geïnspireerd door de heer Verburg, 17 x 11 cm

leder beschikbaar plekje langs de trap is gebruikt om prachtige knipwerken tentoon te stellen. We bewonderden nog een werk van zijn hand. Het hield het midden tussen werk van Leonardo Da Vinci en werk van Escher. We vroegen ons af of er een eind aan de mans talenten kwam. De uitnodiging om nog eens terug te komen namen we graag aan. “Maar eerst gaan we een paar weken naar Rusland”, zei hij opgewekt.

We zijn erg benieuwd naar de inspiratie hij daar weer zal opdoen!

door Tineke Kroes

Ontdekking van een “groot” knipper, Knip-Pers 2004-2

Hard werkend aan een gezamenlijk klokkenkleedje, vertelt Tineke Kroes dat een vriendin haar geattendeerd heeft op een kniptentoonstelling in de bibliotheek in Lisse.

Nieuwsgierig geworden besloten wij er direct heen te gaan. In de bieb aangekomen, zagen wij een aantal knipsels hangen. Een oudere heer was in gesprek met een bibliothecaresse. Tineke stootte  mij aan en zei: “Zou dat hem zijn?” We besloten een gokje te wagen en spraken hem aan. Ons vermoeden bleek juist, hij was de Leiderdorper A.M. Verburg, de knipper die al dat moois geknipt had. Hij heeft ons rondgeleid en een aantal van zijn 25 tentoongestelde knipsels nader toegelicht. Zijn liefde voor de natuur komt in zijn knipwerk duidelijk naar voren. Hij observeert en vertaalt dit al knippende tot prachtige composities, waarin eenden, zwanen, bloemen, egels en natuurlandschappen worden weergegeven. Vaak verbergen zijn knipsels ook een boodschap of grap. In één woord: fantastisch!
Tina Doets

afb. 1, A.M. Verburg, Bloemenbal, 1990, 30 x 22 cm

Een Leiderdorpse knipkunstenaar, door Marian Castenmiller (courant van Lissa, 22-4-2004)

Als constructeur en ontwerper werkte Verburg twee-en-dertig jaar lang in de staalbouw, en toen hij gepensioneerd was, wilde hij met dat materiaal niets meer doen. Maar dat hij iets anders wilde doen, op een andere manier met zijn handen wilde werken, stond voor hem vast. Verburg begon met houtsnedenwerk en maakte fraaie werken. Hij trok de natuur in en tekende de wisselwerking van de seizoenen, het komen en gaan van eenden en zwanen. “Ik heb aan aquarelleren gedacht, maar dat doen heel veel mensen. Olieverf misschien? lk kon er niet warm voor lopen. En net toen ik dacht dat ik alles wel gezien of geprobeerd had, trok het knippen mijn aandacht. Dat is ontzettend moeilijk, zeker in het begin, maar dat zag ik als een aantrekkelijke uitdaging. lk ben ermee begonnen en nu, zeventien jaar later, doe ik het nog altijd.” Wanneer Verburg in zijn tuin, in het park of buiten de dorpsgrenzen een mooi stukje natuur ziet, legt hij dat vast. Meestal in een tekening, ook wel eens met een foto. Daarvan maakt hij een ontwerp en dan gaat hij knippen. Met een minuscuul schaartje zet hij knipje voor knipje.

afb. 2, A.M. Verburg, Waterlelie met zweefvlieg, 1990, 30 x 22 cm

“Dat moet wel zo voorzichtig gedaan worden, want iets wat je te veel weg knipt, kun je niet meer terugzetten. Het is een vermoeiend werkje, voor je ogen en je vingers. Na een tijdje leg ik het dan ook weg, later pak ik het weer op, totdat het helemaal klaar is. Het werk wordt uit één stuk papier geknipt en er wordt niets geplakt. Over een enkel knipwerkje doe ik toch wel snel een uur of achtenveertig. Maar dat is geen probleem, ik heb genoeg tijd.”

afb. 3, A.M. Verburg, Helianthus en Varen, 1992, 22 x 21 cm

In de knipselwerken van Verburg zijn eenden een steeds terugkerende verschijning. Gewone stads- of dorpseenden, of heel bijzondere Chinese eenden die Verburg ooit in een dierenpark zag. Rupsen die zich tot vlinder verpoppen, egels in de tuin en nestelende zwanen zijn ook vele malen uitgebeeld. “Die liefde voor de natuur heb ik van mijn vader. Vroeger ging ik op zondag vaak met hem het weiland in en dan maar kijken naar wat je zag. Daar heb ik veel van geleerd.

En die artistieke inslag? In 1600 was er wel een schilder met de naam Verburg, maar of dat familie is, weet ik eigenlijk niet.” Naast de natuur vindt Verburg ook wel eens in heel andere onderwerpen zijn inspiratie. Zo knipte hij bijvoorbeeld een mooi oud huis in het centrum van Leiderdorp, of koos hij voor een symbolische weergave van de apartheid In Zuid-Afrika.

afb. 4, A.M. Verburg, Watersnip en Zwanebloemen, 1997, 22 x 30 cm

Verburg werkt nagenoeg uitsluitend met papier dat aan één kant wit, aan de andere kant zwart is. Door nu eens die ene, dan weer de andere kant te gebruiken, ontstaan bijzondere effecten. “Het wordt wel steeds moeilijker om aan het juiste materiaal te komen”, vertelt hij, “en die schaartjes zijn voor mannenvingers eigenlijk veel te klein. Maar ja, ik doe het er toch maar mee.”

afb 5, A.M. Verburg, Bloem havikskruid onder de loep, 1990, 30 x 22 cm

Veel van zijn knipselwerk heeft Verburg in zijn huis hangen, een enkel werkstuk werd weggegeven. Kopieën van ieder werk bewaart hij in een grote map. Zelf is hij er heel bescheiden over. Ieder werk is hem dierbaar en bevat herinneringen aan een mooie lenteavond of een zomerse dag. Een tentoonstelling van zijn werk heeft hij nooit geambieerd, maar de uitnodiging van de bibliotheek uit Lisse nam hij graag aan. En dus kon men in Lisse met eigen ogen zien, hoe bijzonder dit werk is, hoe precies en hoe verfijnd, hoe knap gemaakt.