Categoriearchief: publicatie

Reacties van museumbezoekers, 1, Nieuwsbrief 2000-3

De heer Metselaar bracht voor ons een foto van een knipsel uit familiebezit mee. Het is een kunstwerkje van klein formaat (ca. 20 x 15 cm) met vele, meestal Bijbelse voorstellingen. Het verhaal gaat dat dit knipsel moet zijn gemaakt door voorouder Neeltje Verboom (Zevenhuizen 1768-Zevenhuizen 1828) en inderdaad zien we in het knipsel de initialen NVB en de datering anno 1779. Neeltje was toen dus 10 of 11 jaar en als knipster er vroeg bij. Het is natuurlijk ook mogelijk dat het knipwerk niet is gemaakt door, maar voor Neeltje. Hoe dan ook, vergelijkbaar werk kennen wij niet, mogelijk komt de wijze van uitbeelden een of meer van onze lezers bekend voor. Reacties graag naar het adres van de nieuwsbriefredactie.

Door Henk van Ark.

Noord Hollands knipwerk in België. Knip-Pers 1990-1

De hier getoonde knipsels bevinden zich in een particuliere collectie in België. Door middel van een legaat zullen de knipsels te zijner tijd naar het Westfries Museum komen. De vier knipsels werden uit verschillende soorten sitspapier gemaakt door Aafje Vennik. Zij is geboren 26 maart 1870 te Limmen (N.H.), gehuwd 27 mei 1894 met Comelis Verweel Vooren en overleden 18 oktober 1951 te Beverwijk.
Haar knipsels vertonen grote overeenkomst met Westfriese knipsels van rond de eeuwwisseling.

Door Tonny Jurriaans, Westfries Museum

In Memoriam Jo van Velsen, KP 2007-4

Jo van VeIsen (1914 -2007)

Jo is met scharen opgegroeid, door het naaiatelier van moeder, de kapperszaak van vader. Zij heeft zichzelf het knippen aangeleerd. Zelf zei Jo: ‘ik schilder ook met veel plezier, maar het knippen vind ik enig om te doen’. Onderwerpen van haar knipsels waren, kleedjes, hartenbrieven, vogels, vlinders en bloemen. De natuur was haar liefde. Jo kwam in 1982 andere knippers op het spoor en exposeerde met 30 van hen in het Spant in Bussum. Ze werd meteen lid van de Vereniging die in 1983 is opgericht. Jo was toen 68 jaar. Zij heeft veel demonstraties en lezingen gegeven over papierknippen en met haar enthousiasme was ze een goede ambassadeur voor de Vereniging. In 1994 kreeg Jo het uitroepteken van de Vereniging.

Open deur, Knip-Pers 1994-3

Een daagse wandeling met de trouwe hond jn een planten- en bloemrijke. omgeving, met op de achtergrond de met kloosterstenen en siermetselwerk gebouwde kerk in Ten Boer. Afm. 32 x 41 cm.

Met een blik op de spiegel van het verleden zien we heel veel fraaie knipsels verschijnen, die herinneringen oproepen aan een. lang vervlogen tijd. De ‘goede oude tijd’ zoals wij die nu vaak prijzen. Maar toen en nu zijn niet meer met elkaar te vergelijken. Door de vele hulp- en gemakmiddelen is er veel tijd vrij gekomen, die onder meer ook aan het papierknippen kan worden besteed. Weliswaar niet meer onder het gouden schijnsel van de petroleumlamp. Maar, niet minder gezellig, is het papierknippen nu toch weer door de Knipkringen in de huiskamers teruggekeerd, gezien de grote aantallen afbeeldingen die we elk kwartaal in de Knip-Pers zien.

Aan de Stadsweg in Ten Boer grenst aan de met bloemen versierde tuin van mevrouw Kazemier-de Haan een weiland met enige Shetland pony’s. Afm. 43 x 31 cm

En ook nu weer zijn er knippers, die zelfs beweren een gevoel van rozijnenbrood-zonder-rozijnen te moeten onderdrukken als er geen schaartje in de buurt is! Jaren geleden werd mij tijdens een bezoek aan het knipselmuseum in Westerbork door de geroutineerde knipper Wiecher Tjeert Lever aangeraden zo’n schaartje letterlijk en figuurlijk goed in de gaten te houden.
Als sluimerende knipper, aarzelend op gang gekomen, was ik later eens met zo’n schaartje bezig maar had er even veel verstand van als een koe van eieren leggen. Na enige tevergeefse pogingen belandde mijn knipwerk dan ook prompt in de prullenmand. Ik ben het met van Gogh eens dat het gelukken het eindresultaat van een hele reeks mislukkingen is, dat is met alles zo. Telkens als ik het schaartje in het zwarte papier wilde zetten, hapte ik als een gestrande potvis naar lucht. Maar uiteindelijk bereikte ik een verrassend goed eindresultaat en met veel uithoudingsvermogen en geduld slaagde ik erin een eigen stijl te ontwikkelen, die herkenbaar is.
Ik hoop hiermee een deur te hebben geopend, die uitzicht biedt op de mogelijkheden van een hobby. En dat het eigen maken van deze bezigheid als vrijetijdsbesteding tot succes zal leiden. Na de spiegels, in het verleden ook op Nieuweschans, kijk ik nu door de ‘geknipte’ vitrages op Ten Boer. Kijk maar mee!

Door N.G. Terpstra, De Ten Boerster Knipper.

N.G. Terpstra 80 jaar!, Knip-Pers 1991-3

Hartelijk gefeliciteerd met Uw 80 jaar komende verjaardag.
Wij wensen U nog vele gezonde snipperjaren!

Op 25 november 1991 hoopt de heer Terpstra 80 jaar te worden. Een zeer sterke knipper, alleen al gezien de grote verscheidenheid in zijn knipwerk en de specifieke stijl. Zelf zegt hij daarvan: “Het is alsof Evert Root over mijn schouders meekijkt, als ik zit te knippen”.

afb. 1 Winschoten, marktplein.

Met een beroep even kreatief als zijn hobby, bracht de heer Terpstra als banketbakker lange tijd in Winschoten door. Hij was intern en sliep achter het vierkante dakraampje (afb. 1) van het middelste huis, precies onder de toren. Altijd hoorde hij de klok slaan, éénmaal liever dan twaalfmaal.

afb. 5 De Tellerlikker, Winschoten.

Als oude Winschoter kan hij deze plaats wel uitknippen! En zo ontstond het monumentje de “Tellerlikker” (afb. 5), dat op het pleintje staat voor het Cultureel Centrum De Klinker. Hij vertelt hierover: “Bij mijn naspeuringen is gebleken dat er veel Winschoters zijn voor wie de oorsprong van dit monumentje onbekend is. Zo heb ik een banketbakker in de Hoofdstraat van Winschoten om inlichtingen gevraagd. Deze kon mij hierover niets meer vertellen dan ik al wist. Daarna heb ik geprobeerd mijn licht op te steken bij een vooraanstaand medewerker van het maandblad “Torenklanken”, die historische stukjes schrijft. Maar ook dit leverde niets op.
Langs allerlei omwegen kan ik nu vertellen dat de bijnaam Tellerlikker al sinds mensenheugenis bestaat. De Winschoters hebben het in vroegere jaren zo armoedig gehad, dat ze na iedere maaltijd de tellers (etensborden) moesten af likken om aan hun trekken te komen. In die zogenaamde goeie ouwe tijd gingen heel veel mensen uit Oost Groningen de grens over om turf te steken (ontginnen van veengebieden) en hard te werken op steenfabrieken om de in die tijd zo schrale kost te verdienen. In dit licht gezien kan ik mij dan ook goed voorstellen dat men bij elke gezinsuitbreiding tot elkaar gezegd moet hebben dat ze er weer een tellerlikker rijker op waren geworden! De vogeltjes op het beeldje zijn fantasietjes van mij en staan er in werkelijkheid niet op; maar de molen op de achtergrond is én van de drie waaraan Winschoten de naam molenstad te danken heeft. Winschoten is in de loop der tijd uitgegroeid tot een welvarende koopstad, waar het goed winkelen is. Veel mensen uit de wijde omtrek doen daar hun inkopen en drinken dan ergens een kopje koffie, terwijl ondertussen de Tellerlikker het verleden wakker houdt.”

afb. 2 Nieuweschans, Voorstraat met kanon

Na wat omzwervingen woont de heer Terpstra nu in Nieuweschans (afb. 2). Daar ziet hij zich op zon-, feest- en werkdagen graag omringd met liefst zwarte papiersnippers. Hij tekent eerst het ontwerp voor op de witte achterkant, waarna hij zich bij het knippen of snijden niet strikt houdt aan het model. Al knippende brengt hij kleine wijzigingen aan en moet daar heel goed zijn hoofd bij houden. Naast een breed scala aan onderwerpen worden vooral dorpsgezichten en stedenbouw schaarkundig door hem vastgelegd. En denk niet dat het knipgebied beperkt blijft tot zijn direkte omgeving, want we zien ook de Dom van Utrecht verrijzen en zelfs de wolkenkrabbers van New York! (af b. 4)

afb. 4 New York, met 212 raampjes.

De heer Terpstra geeft zijn knipgeheimen graag door en demonsteert regelmatig in verscheidene plaatsen. Zo heeft hij de afgelopen jaren heel veel mensen op het spoor kunnen zetten van deze mooie hobby. Ook onderhoudt hij contacten met leden van onze vereniging, die steeds op een hartelijke en gulle reaktie van hem kunnen rekenen.
En hoeveel pagina’s van de Knip-Pers heeft hij al niet gevuld met zijn vaak humoristische kunsten en vondsten, zowel in knip- als in rijmtrant! Want behalve de schaar heeft hij ook een vaardige pen. Ter illustratie van zijn veelzijdigheid en van dit zeer sterke verhaal, plaatsen we een komische variant van zijn zo herkenbare knipstijl: “Pech vóór het huwelijk”. (afb. 3)

afb. 3 Pech vóór het huwelijk.

Wij hopen dat de heer Terpstra nog vele jaren knippend en snijdend zijn aandacht mag blijven verdelen!

Illustraties: (alle afm ± 43 x 35 cm)

Door Magda Helms

Expositie “Wilken/Tergant”, Nieuwsbrief 1994-1

Van 26 februari t/m 10 april 1994 is in het Nederlands Museum van Knipkunst de nieuwe wisseltentoonstelling “Wilken/Tergant” te bekijken. Deze expositie toont modern knipwerk van beeldend kunstenaar Narda Wilken uit Koewacht in kombinatie met 19de eeuwse papierknipkunst van Arie Tergant.

Narda Wilken (1929) is geboren in het Westfriese plaatsje Winkel. Vanaf 1946 kreeg zij enige jaren les in schilderen van Jos Rovers van de Rijksacademie te Amsterdam. Om in haar levensonderhoud te voorzien hield zij zich daarna bezig met het maken van mode-ontwerpen en het vervaardigen van hoeden en jurken. In 1955 is zij begonnen met het maken van papierknipsels, die veelal werden geknipt in opdracht voor bijvoorbeeld huwelijken en jubilea. Kontakten met andere papierknippers ontstonden pas aan het eind van de jaren zestig. Toen werd duidelijk dat Narda Wilken in het papierknippen een volledig eigen, zeer herkenbare stijl had ontwikkeld. Haar knipwerk van glanzend, zwart sits papier combineert zij meestal met een achtergrond van Indiase zijde. Hierdoor ontstaat een levendig effect dat nog wordt versterkt door het gebruik van speelse bloem- en vogelmotieven in het zeer decoratieve randwerk van de knipsels. Opvallend is de toepassing van vele kleine details in de toch open composities. De grootmoeder van Narda Wilken, Neeltje Pool, knipte zelf ook en verzamelde knipwerk van Arie Tergant. Tergant (1773-1852) werd geboren te Alkmaar, maar heeft sinds 1805 gewoond en gewerkt in Narda’s geboorteplaats Winkel. Arie was er timmerman, maar tevens beeldsnijder, behanger, klusjesman, leidekker en wagenmakersknecht. En, hij was bekend als maker van papierknipwerk, een goede mogelijkheid tot bijverdienste in die tijd. Arie Tergant heeft veel geboorte-, naam-, huwelijks- en spreukenknipsels gemaakt, ook maakte hij kleine kerkboek”prentjes’. Op de expositie zijn deze kleine knipsels van Tergant uit het bezit van Narda Wilken te zien, ook worden enige knipsels gemaakt door haar grootmoeder en knipwerk uit Westfriese familiebijbels getoond.

Door Henk van Ark.

Op te lossen en op te sporen, Knip-Pers 1991-1

In 1986 hebben we een portret geschetst van Line Huizenga-Onnekes, een dame die na de oorlog oude volksverhalen uit het Groninger land te boek stelde; ze noemde zichzelf folkloriste.
Rond haar 65e raakte ze geboeid door de geschiedenis van de Nederlandse knipkunst en maakte, aanvankelijk samen met W.T. Lever, studie van oude knipsels. Ze schreef een manuscript voor een boek “Juweeltjes van Knipkunst”, maar overleed in 1956, een koffer vol aantekeningen en correspondentie met knippers en bezitters van knipsels achterlatend. Het is een rijke bron van gegevens, waaruit wij mogen putten dankzij de hartelijke medewerking van haar kinderen en kleindochter. In deze aantekeningen vonden we enkele gegevens over beide knippers Wilhelm Müller en Karl Fröhlich, over wie we in de voorgaande nummers schreven. Een Nederlandse eigenaresse meende indertijd dat die knipsels door haar grootmoeder, een meisje Mees uit Rotterdam, zouden zijn gemaakt … (pag. 3). Line liet het naar zo; zij had voor het probleem van de twee knippers, wier werk zo op elkaar leek, geen oplossing. Ook wij zijn nog lang niet uitgepuzzeld.
Wel lieten enkele lezeressen ons oude knipsels zien, die kennelijk door een van de twee Duitsers zijn gemaakt (pag. 4). Zulke werkstukjes hebben blijkbaar in flinke aantallen hun weg naar Nederland gevonden!
Een derde artikel over de beide knippers houdt u nog van ons tegoed.


Driemaal Fröhlich (en niet Mees uit Rotterdam.

Terug naar Line Huizenga voor iets heel anders. Wat zij heel uitgebreid heeft gedaan, was contact zoeken met knippers die omstreeks 1950-1955 actief waren. Zij heeft met ze geschreven en ze bezocht.
In de Knip-Pers van maart 1989 hadden we al iets laten zien van Tola Steinhage; de meeste gegevens vonden we in het manuscript Huizenga. Tola blijkt nu in Frankrijk te wonen, gaf een van de leden ons door.
Over veel andere knippers uit die tijd weten we weinig: Miep Dehé, Gretha Zijl, Lily Eisendorn, Gertrud Januszewsky, Marie Thérèse Bruning, Toos Vierkens-Commerel. Sommigen van hen leven nog, maar het is ons niet bekend of ze nog steeds knippen. Het zou aardig zijn om wat meer over knippers in de vijftiger jaren te weten. Zij vormen immers de eerste, na-oorlogse generatie knippers, die de weg hebben bereid voor de huidige populariteit van de schaarkunst. Voor deze maal kozen we Johanna Struyk en we citeren uit het manuscript van Line Huizenga-Onnekes:

“Hankie Struyk is 13 augustus 1931 geboren te Bergen N.H.. Ze maakte op zeer jeugdige leeftijd kennis met het knipwerk van Miep Dehé. In 1950 deed ze eindexamen gymnasium in Alkmaar. Daarna werd ze leerling aan de Kunstnijverheidsschool te Amsterdam, waar ze na vier jaren het eindexamen cum laude deed. Als vak had ze illustratie gekozen.
Ze vertelde me dat ze van klein kind af graag getekend, geknutseld en geknipt had, eerst met een schaar met stompe punten. Als stimulerend voorbeeld had ze een vijf jaar ouder zusje, dat ook altijd erg actief was in dit opzicht, maar haar liefhebberijen later vrijwel opgaf.
In de derde klas van het gymnasium begon ze meer serieus te knippen. Silhouetten maakte ze reeds toen ze twaalf jaar was. Van klein kind af voelde ze niets voor natekenen en ze is er haar onderwijzers en onderwijzeressen van de lagere “Bosschool” nog dankbaar voor dat ze haar daartoe nooit hebben gedwongen …. In het begin heeft ze haar knipsels aan de achterzijde van het papier in ruwe schets getekend, zich natuurlijke vrijheden veroorlovend. Ze gebruikte gewoonlijk wit papier en tegenwoordig knipt ze zonder vooraf te tekenen.
Maar op een gymnasium moet nu eenmaal hard gewerkt worden, zodat er voor liefhebberijen weinig tijd overblijft. Ook hield ze van zwerven in de Vrije natuur. Ze is op het ogenblik meer illustratrice dan knipster. Ze illustreert namelijk in het kinderblad “Kris Kras” en ontwerpt voor uitgeverijen boekomslagen. Ze hoopt binnenkort in het huwelijk te treden.”
Tot zover de kennis van zaken in 1956.

Wij kunnen daar niets aan toevoegen, maar het zou aardig zijn om iemand met zo’n kunstzinnige vorming in onze vereniging te noden.

Wie kent Hankie Struyk uit Bergen, sindsdien beter bekend als mevrouw J. van Straaten-Struyk. Zou ze nog knippen?

Door Joke en Jan Peter Verhave

Illustraties:
Hankie Struijk, koekoeksbloem,dennetak, distel, lijsterbes. (afm. onbekend; foto’s Nederlands Openluchtmuseum).

Een nieuwe aanwinst voor het Westfries Museum, Knip-Pers 1992-3

Inmiddels is bekend dat dit werk gemaakt is door Johannes Andreas Stompff.

Stond de papierknipkunst in de 17e en vroeg 18e eeuw in hoog aanzien, in de loop van de daarop volgende tijd verwerd het van kunst met een grote K tot een vroege vorm van vrije tijdsbesteding voor onder andere dames uit de betere kringen. Het door het Westfries Museum aangekochte stuk mag in dat licht bezien worden. Prachtige gecalligrafeerde bijbelspreuken en psalmverzen gevat in sierranden van festoens en putti.

Het is een combinatie van professioneel knipwerk en amateuristisch uitgeknipte randen en figuren. Alle onderdelen zijn eerst getekend en met uitzondering van het calligrafiewerk met de hand geschilderd en ingekleurd. Het uitknippen van de figuren en randen is hakkerig, terwijl het calligrafiewerk zeer kundig geknipt is. Daarna is het geheel opgeplakt en werd de blauwe lucht tussen de engelen met een penseel aangebracht. De randen liggen op verschillende kleuren papier en zijn soms uit een stuk gemaakt, terwijl andere randen uit verschillende losse stukken zijn opgebouwd en op elkaar geplakt.
De manier waarop het stuk gemaakt is doet sterk denken aan de door dames en jongejuffrouwen aangelegde ‘albums’, waarin zij uitgeknipte en met de hand ingekleurde etsjes en tekeningen van engeltjes, bloemenmandjes enz. plakten, terwijl de figuren en de randen, maar ook de indeling van het knipwerk overeenkomsten vertonen met de behangselschilderkunst uit de periode 1790-1820.

Het heeft vooral kenmerken van de Empirestijl, met festoens, putti enz. en zal derhalve rond 1800 vervaardigd zijn. Dit knipwerk met bijbelse spreuken en psalmverzen is gemaakt ter nagedachtenis aan de geboorte van Jezus. Het werd geplaatst in een speciaal voor dit werk gemaakte mahonie houten lijst, waarin vier medaillons met spreuken knipsels achter bol glas. De bijbelspreuken en psalmverzen zijn zo geformuleerd dat het stuk waarschijnlijk gemaakt is door een streng gelovig lid van de gereformeerde kerk, een zogenaamde piëtist.

De laatste eigenaar van dit knipwerk was Cornelia Adolphina Wickevoort Crommelin, lid van een gereformeerde vooraanstaande familie en eigenaar van het landgoed ‘Wildhoef’. Sierde het stuk eerst een van de wanden van het landgoed, vanaf 1 juli 1992 is het met andere knipwerken in het Westfries Museum te bewonderen.
Met dank aan de heer P. Bakker, Enkhuizen.

Onderschrift foto’s:
De teksten in de twee spreukbanden luiden: Vierde geknipte rand van boven: ‘Juicht, Ja een kind is ons geboren en een Zoon is ons gegeven. De heerschappij is op Zynen schouder en men noemt Zynen naam Wonderlijk Raad Sterke God Vader der Eeuwigheid Vredevorst.’
Tweede (geknipte) rand van onderen: ‘En toch hoe groot en hoog verheven Hy wordt gezet tot een val en opstanding veler in de wereld en tot een teeken dat wedersproken zal worden.’
In de sierrand (tweede van boven), links: bijbelse figuren met muziekinstrumenten; rechts: putti met muziekinstrumenten en bijbelboeken.
In een van de engeltjes werd met 0ost Indische inkt heel klein ‘Amor’ geschreven, maar een signatuur werd niet ontdekt.
Knipsel: hoog 89 x lang 102 cm (in lijst hoog 110 x lang 125 cm). Maker onbekend. De tweede afbeelding is een detailfoto van het donkere gedeelte met rand, rechtsonder.

Door Tonny Jurriaans

Snijwerk van H.H. Steffens, Knip-Pers 1990-3

De afbeeldingen op pagina 28 en 29 zijn niet van knip- maar van snijwerk, door de heer H.H. Steffens gemaakt met mesjes, gutsen en zelfgemaakte apparaatjes.

Met een soort ballpoint steekt hij heel fijne bloemetjes uit en plakt die op de ranken. Vroeger maakte hij ook knipwerk, vooral miniaturen van b.v. kerkinterieurs en boerderijen. Maar omdat “het zien niet meer is als vroeger” en ook om een vergrootglas te kunnen gebruiken, is hij gaan snijden.

   

       

Overleden Mien Schaminée-Schellekens, Knip-Pers 2005-4

Berghem, 14-12-1919 – Arnhem, 23-10- 2005
Wij hebben inmiddels afscheid van haar genomen.

Dit bericht stond op 3 november 2005 in De Gelderlander. Mien was onze eerste voorzitter en erelid, dus wil ik even omzien. In het najaar van 1980 kwam ze bij mij op knipcursus, samen met onder andere Ans Miechels. Ze nam haar eigen stoel mee, omdat ze slecht kon zitten in verband met haar heupen. Later onderging ze heupoperaties, maar er ging iets mis, zodat ze steeds meer gehandicapt raakte. Gedurende de cursus had ze veel contact met Ans, die het knippen wat lastig vond, maar door Mien werd gestimuleerd en met resultaat.

Tijdens de oprichtingsvergadering van de knipvereniging, op 23 april 1983 in Arnhem werden bestuursleden uit Gelderland gezocht, omdat daar de meeste knipsters zaten en het contact makkelijk zou zijn. Mien werd de eerste voorzitter. Ze trad af in 1990, om gezondheidsredenen, maar bleef nog een jaar in het bestuur. Ze schreef toen: “Het bestuur was een hechte groep en gaf raad en moed waar dit nodig was. We hebben de trein op de rails gezet en zie het resultaat, nu 960 leden.”

In 1985 deelden Mien en ik een kraam in de “knipstraat” tijdens een ambachtenmarkt in Hoorn: Zij promootte daar de knipvereniging met enthousiasme. Toen Mien verhuisd was naar een appartement, waar ik haar met enige regelmaat bezocht, hingen haar knipsels in de gang bij haar huisdeur Ze knipte helaas niet meer door artrose in de handen en vond dat heel jammer.

Kerstmis 1984, 20×17 cm, Mien Schaminée

De. knipvereniging heeft haar tijdens haar leven veel steun en afleiding gegeven een nieuw levensdoel. Zij gaf de vereniging haar goede zorg en aandacht als voorzitter.
Arnhem, Suus Houtman