Justus van Maurik, portrettist, Knip-Pers 2018-1

Twee geknipte of gesneden portretten van een Justus van Maurik werden onlangs geveild en ze gingen onze neus voorbij. Het ene was uit 1726 en stelde een onbekend persoon voor, met gedeeltelijk onleesbare teksten in het Latijn en omgeven door boeken en geschriften. Het andere is veel beter bewaard en daarvan kregen we een afbeelding: een portret van erfstadhouder Prins Willem (IV) Karel Hendrik Friso, een jaar na diens dood, in 1752 (afb. 1)

afb. 1, Justus van Maurik, erfstadhouder Prins Willem (IV) Karel Hendrik Friso, 1752

Hij is tamelijk mager afgebeeld, maar in werkelijkheid was hij in de loop van zijn leven (hij werd 40 jaar) nogal in omvang toegenomen. Het portret is geflankeerd door de Heilige Schrift en De vrije Hoed (vrijheidshoed op een speer) en boven hem de (verfrommelde) pijlen van de Zeven Verenigde Nederlanden. Het is duidelijk dat Justus een Oranjeklant was, te oordelen naar alle functies van de Prins, geschreven in de cirkel en het gedicht.
Er zijn veel personen met de naam Justus in de familie Van Maurik (het is o.a. een sigarenmerk), maar de knipper had in dit portret verwerkt dat hij toen 70 jaar was (linksboven “Justus A Mourik AET. 70”).

Daarom konden we hem identificeren als Utrechtse koopman in ijzerwerk, die leefde van 1682-1759. Door het gebruik van het Latijn liet hij zien een ontwikkeld persoon te zijn en zijn vrome teksten passen bij zijn kerkelijke gezindte, hij was doopsgezind.

afb. 2, Justus van Maurik, David van Mollem, 1755

Justus heeft ook een portret geknipt van de eveneens doopsgezinde, Utrechtse industrieel David van Mollem (afb. 2). Hij was eigenaar van een zijdefabriek en Van Mourik zal hem ongetwijfeld het nodige ijzerwerk hebben geleverd. De fabriek werd aangedreven door een moderne watermolen, die veel bezoekers trok.Tsaar Peter was er en de Duitse kunstkenner Zacharias von Uffenbach, die allebei ook de knipster Joanna Koerten hadden bezocht. In de fabriek werkten honderden vrouwen en kinderen(!) Van Mollem was goed voor zijn personeel. Verder bezat hij de buitenplaats ‘Zijdebalen’ in Utrecht, met een bloemrijke tuin van bijzondere architectuur.

In 1739 ging Van Maurik failliet (‘desolate boedel’) en had hij schuld bij zijn zakenpartner en geloofsgenoot Van Mollem. Mogelijk heeft deze hem ruimhartig behandeld. Want nadat David in 1746 overleed, heeft Justus het portret in 1755, negen jaar later, uit dankbaarheid gemaakt voor de familie. Waarschijnlijk gebruikte hij als  voorbeeld een geschilderd of getekend portret, dat verloren is gegaan.
Maar daar bleef het niet bij. Hij maakte ook een postuum portret van Davids dochter Lavina (afb. 3), die getrouwd was met de Amsterdamse schepen Hendrik Nicolaas Sautijn (in het knipwerk staat Satijn geschreven).

afb 3,. Justus van Maurik, Lavina Sautijn-van Mollem

Lavina was al in 1743 overleden. In de inventaris van de kleinzoon van David van Mollem (1796) staat genoteerd dat zich ‘Op het Groene kamertje van huize De Zijdebalen drie snijsels van Justus van Maurik met hun lijsten bevonden’.

Zou de familie ze mooi hebben gevonden? De portretten zijn curieus, maar naar onze smaak was Justus geen groot portrettist. Maar misschien was hij wel een pionier, want behalve Joanna Koerten, die een halve eeuw eerder leefde, waren portretknippers zeldzaam.

Er is één geknipt dubbelportret van Willem IV en zijn gemalin Anna bekend (afb. 4). Veel later is ook prins Willem V geknipt, maar toen was de mode van de zwarte silhouetten in profiel al in volle bloei.

afb.4 dubbelportret van Willem IV en zijn gemalin Anna

Joke en Jan Peter Verhave