Crijne Claasen Ohling, Upleward 1714 – 1791 Weener
Stamde uit een Groningse familie, die zich in Oostfriesland vestigde. De relaties met Nederland bleven belangrijk, want vele familieleden en afstammelingen woonden in Groningen en Friesland. De voertaal bleef Nederlands en daarom beschouwen we Crijn Ohling als een exponent van de Nederlandse knipkunst. Hij was goud- en zilversmid, graveur, tekenaar en knipper, woonachtig in Weener en Wolthuisen bij Embden, en getrouwd met Elske Peters Pannenborg in 1743. Het echtpaar kreeg zeven kinderen, getuige een zeer kunstig familieknipsel met evenwichtige bloem- en rasterversieringen en fijn kantwerk; de jongste werd geboren in1762 en het werkstuk is dus in of na dat jaar gemaakt (zie hieronder). Een ander stuk uit 1774 bevat de namen van alle Gereformeerde predikanten die in Weener gestaan hebben. Een derde dateert uit 1778 en is een huwelijksknipsel voor een neef en nicht Ohling. Ook schijnt Crijne silhouetten gemaakt te hebben.
Twee van zijn zonen vestigden zich in Leeuwarden (Lucas, zilversmid) en in Leens (Klaas, o.a. sergeant). Ohling had meer contacten met de Republiek. Hij maakte een gezinssnijwerk voor de Zwolse ontvanger der belastingen en latere dichter, dr. Rhijnvis Feith en zijn echtgenote Ockje Groeneveld (getrouwd in 1772), met de namen van de vier kinderen, die ze in 1777 hadden. Dit werk is niet gesigneerd, maar de overeenkomsten met het werk voor Ohlings eigen gezin zijn overduidelijk. Het leggen van zulke verbanden met anoniem werk is een belangrijke doelstelling van het Knipperslexicon en de Beeldbank voor geknipt/gesneden erfgoed.
Een ouder knipwerk uit Noord Duitsland (1700), heeft stijlverwantschap met het werk van Ohling en is ter vergelijking afgebeeld. De Nederlandse tekst kan duiden op een schipper, die voer op de Oostzee landen.
| Collectie |
|
| Literatuur |
|