Lykles, Lutzen

Lutzen Lykles, Wijckel 9 oktober 1726 – 29 december 1807 Harich

Er zijn twee stukken bewaard met fantasiewapens, omgeven door bomen en harten, die dubbel­gevouwen zijn gesneden in 1747. Het ene stelt voor de verdrijving van Adam en Eva uit het Paradijs; het andere een gekleed stel onder een boom, bezig met de alledaagse dingen. Een eeuw later zijn met de pen op de achtergrond versieringen en onderschriften toegevoegd door J. Nieuwland (1852). Mogelijk was de dichter een nazaat van de snijder, waardoor de naam bewaard is gebleven.

Lutzen Lykles heeft gesneden met het mes in dit papier,
Hoe dat ’t menschdom weet te vangen, ’t haasje ’t vlug en edel dier;
Hoe de Paauw met trotsche blikken, kroon en wapen gade slaat:
Ach wat jammer, dat het menschdom, God en zijnen kroon versmaadt.”

Waarschijnlijk is hij Luitjen Lykles, zoon van Lykle Uijlkes en Antie Luitiens, zijn doopnaam is Luitie. Hij trouwt op 3 augustus 1749 met Grietje Lulofs. Ze krijgen acht kinderen.

Collectie
  • Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem