Geknipt gerij, Knip-Pers 1999-3

afb. 1, Jan de Prentenknipper, detail

Motieven vergelijken in de kunst, in de volkskunst en in het papierknippen, is leerzaam voor wie ook van de geschiedenis houdt. Het leert ons om goed te kijken naar details van mode, gebruiken, beroepen en versieringen. Een voorbeeld is het omslagknipsel van de vorige Knip-pers: paarden (en wagens) in de vier seizoenen, door Sille Westerman Holstijn-van de Broek. Het is een speels geheel met een Westfriese sjees, een boerenwagen met hooi, een wagen met een vrolijk gezelschap en arresleden. Sille heeft de paarden fantasierijk uitgebeeld, maar voor de wagens heeft ze vast wel afbeeldingen bestudeerd.

afb. 2, Jan de Prentenknipper, detail

“Papierknipsel van een bespannen sjees. Waarschijnlijk Friesland; eind 18de eeuw”. De datering kan wel kloppen, want het span wordt gemend door een heer met een steek op zijn hoofd. Wij herkennen direct de maker, Pieter Reynders. Hij heeft inderdaad rond 1800 zijn vele knipsels gemaakt, met een techniek waarmee hij reliëf in het papier bracht. Helaas weten we nog steeds niet waar de maker woonde en werkte. We zijn intussen wat gaan lezen over rijtuigen omdat ze tamelijk veel door Reynders en andere knippers werden afgebeeld.

Van Reynders is in onze eigen verzameling ook een sjees met een echtpaar, in Biedermeierdracht dus wat later in de tijd, te plaatsen. Het is eigenlijk een ‘cabriolet’, met een neerklapbare kap, vanaf begin 19de eeuw in gebruik bij deftige heren en hun dames. Er zijn in onze documentatie nog drie voorbeelden van Reynders. Een daarvan met ‘tandem aanspanning’ (de paarden achter elkaar) en een mennende heer met een palfrenier (koetsbediende), staande achterop. Tenslotte een dicht dameskoetsje, coupé genoemd, met vierspan, een koetsier en palfrenier, beiden met pruik en steek. De dame is vast van rijke adel! (afb 3)

afb 3, Pieter Reynders

Je kunt de rijtuigen natuurlijk ook in het echt bekijken, bijvoorbeeld in een Openluchtmuseum; daar kun je leuke ontdekkingen doen. Van To van Waning kregen we eens een ansichtkaart toegestuurd uit het rijtuigmuseum ‘Nienoord’ te Leek in Groningen. Afgebeeld is een geknipt, tweewielig rijtuigje met een span paarden ervoor: een sjees (naar het Franse chaise, stoel op wielen). Zij schreef: “Hier komen mijn goede wensen ‘aangesjeesd”. De uitleg op de kaart luidt: Al zoekend naar knipsels met rijtuigen, vonden we er heel wat: Willemientje van Oranje op een Friese sjees, door Frans ter Gast (1948).

afb. 4, Frans ter Gast, Willemientje op de sjees

Inderdaad heeft het prinsesje in 1893 een Westfriese ponysjees van haar moeder Emma gekregen. Er hoorde een met zilver gemonteerd zweepje bij. Ter Gast heeft dus een halve eeuw later niet naar de werkelijkheid geknipt, maar misschien naar een foto. Goed te zien is hoe de berijdster meer óp dan in het bakje zit; met de goede riemvering zal het wel enige behendigheid vergen om te mennen en te blijven zitten! Het paard in draf is opgesierd met strikken en bellen! (afb. 4)

We lazen in het bekende boek ‘Onze Volkskunst’ het hoofdstuk over ‘Wagens, sjezen en arren’. Dat helpt om het verschillende gerij Ie herkennen. Omdat Jan de Prentenknipper veel wagens knipte, waren we benieuwd naar Zeeuws gerij. In Zeeland zouden alleen maar vierwielige wagens gemaakt en gebruikt zijn. Maar als we het boek over Jan de Prentenknipper nog eens opslaan, zien we dat dit niet waar kan zijn: In zijn knipsel voor boer Zuijdweg in Schore, Zuid-Beveland (afb. 6), staat het gedicht uitgesneden over de bruiloft (boek blz. 54 en 55): “Wy reeden met een Cais en sloten het uweljk”

afb 5, Jan de Prentenknipper: Hofstede Westdorp te Schore, 23 x 33 cm

Inderdaad is er een tweewielig rijtuigje afgebeeld met een kap, waarin het bruidspaar zit. Het is een Zeeuwse kapkar, met wit zeil, die kennelijk sjees genoemd werd. Zoals op meer plaatsen in het land was de tweewielige kar een geliefd vervoer voor bruidsparen. In andere prenten van Jan komen ook elegante karren of sjezen voor zonder kap (blz. 12, 60). In het Zuijdweg-knipsel zien we nog een paar andere typen rijtuigen: een vierwielige huif- of kapwagen voor personenvervoer (met opgerolde huif), een lijkwagen met een span paarden (voor de overleden vrouwe) en wagens voor het boerenbedrijf (afb. 1 en 2,  details van afb. 5). In de gekleurde prenten van Jan zien we kapwagens van protestantse Bevelanders en Zeeuws-Vlamingen (blz. 66, 72). De kap staat als een opbouw op een wagen van het boerentype. Het zwartgeverfde, katholieke type komen we in de prenten van Jan niet tegen. Grappig eenvoudig is ook de kapwagen door een onbekende Zeeuwse knipper (afb. 6).

afb. 6, anoniem

Wel vinden we bij Jan nog een ander type voor personenvervoer, de kiereboe, een speelwagen die rustte op riemen (Fr.: cuir â bouts, leer op de nokken), getrokken door een twee- of zelfs een vierspan, een feestelijk gezicht. Het gezelschap lijkt dan ook uitgedost voor een feest (blz. 53, 69, 100). Over Zeeuwse rijtuigen hebben we verder geen informatie gezocht, maar ongetwijfeld is er over de sjezen wel meer te vinden.

afb. 6, anoniem, zesspan

Oudere knipsels uit de 18de en 17de euw door onbekende makers, tonen onder andere karossen en zesspannen en een voorrijder. De Gouden Koets is zo’n karos. Bij officiële rijtoeren of intochten liet de (Franse) koning zich door een achtspan trekken; daarachter kwamen leden van het koningshuis en de hoogste gezagsdragers met een zesspan, terwijl hoge ambtenaren ‘slechts’ een vierspan was toegestaan (afb. 7).
Opmerkelijk zijn enkele miniknipsels door een onbekende rond 1800, waarop onder andere een ‘faëton’ te onderscheiden is; het is een luxe damesgerij met palfrenier Faëton was in de Griekse mythologie de zoon van Helios, die de zonnewagen wilde besturen, maar het span niet in de hand hield. Helaas kunnen we hiervan geen geschikte afbeeldingen maken, maar wie ze wil komen bekijken is op afspraak altijd welkom. Zo leerden we, al lezend over allerlei soorten rijtuigen, ook van gerij waarvan we geen geknipte voorbeelden vonden. De namen roepen in onze taal nog iets op van deftig en feestelijk vervoer: vigilante, landauer, tilbury, brik, calèche, maar ook van (openbaar) vervoer voor de gewone mensen: omnibus, diligence en janplezier. Wij hadden er plezier in en we waren opnieuw verrast dat knipsels onverwachte details kunnen geven over een tijdsbeeld.

De knippers van nu zouden zich wel eens kunnen wagen aan een bruidspaar in ‘hun’ Mercedes, Porche, Fordje of Lelijke Eend!

Joke en Jan Peter Verhave