Henk Jas, Dordrecht 15 december 1905 – 1990 Breda
Henk begint na zijn huwelijk als lijstenmaker zijn eigen kunsthandel in Breda. Zijn vier zonen volgen allen zijn voorbeeld. In de jaren vijftig begint Jas met het knippen van portretten. Hij heeft een kien oog voor karakteristieke koppen. Met een schaartje en zwart papier op zak is hij altijd gereed om mensen ongezien te portretteren. Hij verrast zijn modellen met hun portret en wil zich er niet voor laten betalen. Het knippen van vrouwelijke modellen gaat hem minder goed af dan manlijke. Ze zijn minder treffend, vindt hij zelf. In de jaren zestig en zeventig geeft hij regelmatig demonstraties op een lyceum in Roosendaal, waar zijn kleindochter naar school gaat. Zijn zoon Dick volgt in zijn papierknip-voetstappen.
Henk is de oudste zoon van Marinus Hendrikus Jas, een vergulder en kunsthandelaar in Arnhem en Dirkje Geertruida Wiggers. In 1930 trouwt hij in Arnhem met Aleida Maria Everdina Paulich, ze krijgen vijf kinderen, de jongste -een dochter- overlijdt vroeg.