Ko Doncker in Groningen in 1917, Papyria 8

Beeldend kunstenaar, vormgever en schimmenschuiver Ger Boonstra (1943-2012) verraste ons in 1995 met een mooie schenking: zijn reconstructie van het schimmenspel “Rookt nooit te vroeg” [1]. Deze reconstructie. van een spel, dat werd ontworpen door Ko Doncker (1874- 1917), kenden we al uit het boek van Hetty Paërl [2] en we waren dus verheugd dat we dit spel in onze collectie konden opnemen en in het museum in Schoonhoven konden tonen. Maar er was meer. In het silhouetten- en schimmennummer van onze Nieuwsbrief, kort ervoor uitgekomen, besteedden we aandacht aan een serie van acht kaarten die we kort daarvoor hadden kunnen verwerven [3]. Deze kaarten behoorden tot een serie die werd uitgegeven door de firma Salm uit Haarlem bij kistjes sigaren. Ko Doncker, de bedenker van het schimmenspel, was indertijd in Haarlem en omgeving een bekende figuur.

 

 

 

Hij was een van de eerste striptekenaars van ons land, introduceerde hier de limerick, bedacht bijzondere reclamecampagnes (zoals Piet Pelle en zijn Gazelle) en stond aan de basis van het moderne Nederlandse schimmenspel. Kees de Raadt stelde in 1994 een mooi overzicht van zijn leven en werk op papier en in het Historisch Museum Zuid-Kennemerland was van 23 september 1994 t/m 11januari 1995 een kleine tentoonstelling over zijn veelzijdige werk te bekijken. Het was de eerste wisselexpositie van dit, toen nieuwe, museum.

 

  

De Raadt is er in geslaagd Donckers schimmenactiviteiten uitvoerig te belichten (afb 3-5). Hij beschrijft hoe Ko Doncker en zijn vriend Herman Kruyder ter viering van het negentigjarige bestaan van kunstenaarsvereniging “Kunst zij ons doel” een schimmenspel over de schilderkunst hebben vervaardigd. Dat werd voor het eerst opgevoerd in de Waag op 22 december 1911 en wegens succes later in besloten kring voor een groot publiek opgevoerd. Om dat te realiseren werd om gemeentelijke belastingen te ontwijken de Haarlemse vereniging “Het Schimmenspel” opgericht. Om een avondvullend programma te krijgen breidde Doncker het schimmenspel uit met de geschiedenis van Lohengrin en later een toegift over de toen spelende “Halsenkwestie”.
De Raadt stelt dat door het schimmenspel een nieuwe fase in het leven van Ko Doncker begon. Door het schimmenschuiven (een woord dat hij bedacht) werd hij ook buiten Haarlem bekend. In het begin op bruiloften en partijen, maar al snel kon een groter publiek worden bereikt. Voor de “Nederlandsche Amateur Fotografische Vereniging” voerde hij op een feestavond, georganiseerd voor de 27ste jaarlijkse vergadering van de “Photography Convention of the United Kingdom” in Nederland het schimmenspel “Photography throughout the ages” een “Bursleque Fantastic Shadow Show in ten tableaux” op. Bij het 25-jarig jubileum van de NAFV in oktober 1912 werd dit spel wegens doorslaand succes door Doncker nogmaals opgevoerd. Het ging hier nog steeds om besloten voorstellingen, maar tijdens het badseizoen 1912 vond zijn eerste openbare optreden (met het spel over de schilderkunst) plaats in de kleine zaal van hotel “Groot Badhuis” in Zandvoort. Doncker bedacht na de geschiedenis van de schilderkunst en de fotografie een schimmenspel over de liefde dat in november 1912, na een voorbereiding van slechts twee maanden, in de foyer van “Schouwburg De Kroon” in Haarlem in première ging. Er volgden daarna succesvolle voorstellingen in Amsterdam en Rotterdam.

Donckers schimmen waren op “ware” grootte uit bruin karton gesneden, door middel van steun- en klemlatten gaf hij deze kartonnen poppen extra stevigheid. Voor het vervoer had hij grote platte transportkisten ontworpen, want het ging hier om contactschimmen die direct langs het scherm werden geschoven, dit in tegenstelling tot projectieschimmen die veel kleiner van formaat zijn. De samenstelling van de groep waarmee Doncker zijn spelen opvoerde veranderde mde loop der tijd. In het beginwaren het zijn kunstbroeders Kruyder, Boot, Bronner, Kamp en Miolée. Beeldend kunstenaar Herman Kruyder (1881-1935)[5] was in de beginfase van het schimmenspel in Haarlem sterk betrokken bij het werk van Ko Doncker. Hij was mede-oprichter van de vereniging “Het Schimmenspel” en maakte waarschijnlijk het grootste deel van de gesneden schimmen voor het spel “de schilderkunst”. Maar Kruyder richtte zich daarna vooral op zijn carrière als schilder en docent en hield zijn eerste tentoonstellingen, van schimmenspelen kwam niets meer en Doncker ging -met assistenten voor de opvoeringen- alleen verder. Zijn populariteit met het schimmenspel nam sterk toe en Ko werd uitgenodigd tot het geven van uitvoeringen ver buiten Haarlem. Zo leverde hij een bijdrage aan de scheepvaartexpositie ‘ENTOS” en “De vrouw 1813-1913”, beide in 1913 [6]. In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en ten gevolge van de mobilisatie waren in en rond Haarlem vele militairen geleverd. Om deze soldaten te vermaken zorgde een speciale commissie voor feestavonden, waarop Ko Doncker en andere artiesten optraden.

Voor Doncker en zijn schimmenspelen werd 1915 een bijzonder jaar. Koos Speenhoff vierde zijn koperen artiestenjubileum en Ko vertelde met schimmen in de Grote Schouwburg in Rotterdam in fijne silhouetten van Speenhoff’s werk. Na Rotterdam liet Speenhoff zich in diverse andere steden huldigen, waaronder Haarlem. Ook hier trad Doncker weer op en na deze jubileumtournee trad Ko regelmatig op met Speenhoff waarbij hij onder de titel “Het lied in schaduwen” met zijn schimmen de liedjes van de troubadour verbeeldde. In 1915 volgde nog een tweede tournee. In de “Panorama” van 30 augustus werd een wervend artikel over Doncker’s schimmenspelen geplaatst en met de uitgever van dit blad (Sijthoff in Leiden) had Ko een overeenkomst gesloten om met zijn schimmenspel “De liefde door alle tijden” door het land te reizen. In het najaar bezocht hij Leiden, Dordrecht, Haarlem, Utrecht en andere plaatsen. Door deze tournees nam de bekendheid van Ko toe onder andere door amusement als cabaret en intieme kunstavonden. En hij werkte samen met bekende artiesten als Speenhoff en Jean-Louis Pisuisse. Doncker werd gezien als iemand die met zijn werk de traditie van het cabaret-artistique “Le Chat Noir” uit Parijs, mede verantwoordelijk voor de opleving van het artistieke schimmenspel aan het einde van de 19de eeuw, voortzette. De Raadt merkt op dat Ko mogelijk werd geïnspireerd door wajangpoppen in eigen bezit die hem op het idee kunnen hebben gebracht voor de feestavond van “Kunst zij ons doel “in 1911 iets aardigs te bedenken, dat tevens niet zo duur was.

 

Voor zijn tijd als schimmenspeler was Ko Doncker onder andere reclametekenaar en ontwerper van reclame-strips. In 1917 kreeg hij de kans reclame en schimmenspel te koppelen. Hij kreeg een interessante opdracht van Salm’s Sigarenfabriek in Haarlem [6]. De firma Salm was begin 1917 ruilplaatjes bij haar producten gaan verpakken. In overleg met Doncker werd een schimmenspel ontworpen dat op plaatjes werd afgedrukt.

 

 

Natuurlijk was het de bedoeling de verkoop van sigaren te bevorderen, kinderen zouden met hun verzamelwoede hun vaders moeten stimuleren sigaren van Salm te kopen. Maar, het was een “paedagogisch schimmenspel”, wat inhield dat de kinderen hierdoor werden gewaarschuwd tegen de gevaren van het roken, althans op jeugdige leeftijd. Hij noemde dit spel “Rookt nooit te vroeg!”. In ieder kistje van 100 sigaren bevonden zich twee plaatjes, in een kistje van 50 één prentje. Er waren 29 prentjes. De nummers 1 t/m 27 waren afbeeldingen met figuren, nummer 28 was het scherm en nummer 29 een handleiding in versvorm. Ruilen was mogelijk, men kon dubbele exemplaren naar Salm toesturen en ontving dan ontbrekende exemplaren retour. De hoofdpersoon van het spel was Jantje van der Plas die zoveel rookte dat hij op school versuft de lessen volgde en als domkop door het leven ging. Op de kaarten zorgde Ko voor pakkende onderschriften. Voor de kleinsten was er een album om ze in te plakken, het was zo een paedagogisch prentenboek. Schimmenspel “Rookt nooit te vroeg!” was een succes. Daarom liet de sigarenfabrikant de figuren vergroten tot poppen van ruim 60 centimeter hoog. Deze poppen, voorzien van een slangetje, konden “echt” roken, een effect dat destijds ook in de “Chat Noir” werd toegepast.

Het plan was met dit schimmenspel in het land op te treden, de opbrengst zou ten goede komen aan een goed doel. Maar helaas is het spel, door de onverwachte dood van Ko Doncker in april 1917, waarschijnlijk slechts eenmaal opgevoerd. Dat was in maart in 1917 in Groningen. En inderdaad vonden we in het Nieuwsblad van het Noorden aankondigingen, in de vorm van advertenties, van dit optreden en een zeer korte recensie. De eerste advertentie vonden we in de krant van 21 maart. Onder het Salm logo (SchimmenlPel/igaren, met als achtergrond een sigaarrokende figuur) is de tekst:
Hij zeide zonder complimenten/Ik rook alleen voor mijn eigen centen “. Daaronder: “Twee Schimmenspel-Voorstellingen/te GRONINGEN//In de Bovenzaal van “De Harmonie/Aanvang 2 en 31/2 uur.//Entree f0,50 plus 5pct.sted.bel. p.p.

  1. (op verzoek) Rookt nooit te vroeg.
  2. Vischpartij naar de Lauwers.
  3. Rijtoer van H.M. de Koningin en H.K.H. Prinses Juliana.

Wat het “Nieuwsblad van het Noorden“ zegt: “Het schimmenspel met versjes is van opvoedende kracht, en als zoodanig te waarderen “. “De kinderen hebben veel schik gehad in de vertooning en zongen de verschillende liedjes uit volle borst mede“.
Kaarten dagelijks verkrijgbaar b.o. Sigarenmagazijnen en op het Administratiekantoor der Harmonie
“.
Eronder worden vijftien sigarenwinkels opgesomd waar de kaarten verkrijgbaar waren. De vertoning (tweemaal dus) vond op zaterdag plaats, in de krant van maandag (26 maart 1917) is een korte recensie opgenomen:
Zaterdagmiddag werden in de bovenzaal der “Harmonie” de avonturen van een jongetje dat te vroeg rookte, de vischpartij op de Lauwers en een rijtoer van H.M. de Koningin met Salm ‘s Schimmenspel vertoond. Met belangstelling werd een en ander door de jeugdige bezoekers, die klein in aantal waren, gevolgd. Was de entrée f 0,50 voor zulk een voorstelling ook niet wat te hoog?

Zijn onverwachte dood (in bronnen is er sprake van een hartaanval, maar ook van een verwaarloosde nierziekte) maakte een eind aan de werkzaamheden van deze talentvolle schimmenschuiver. Otto van Tussenbroek, die op dit gebied goed was ingevoerd, vermeldde al in 1925 [7] over hem: “Hij was…een groot kind. Aldus was het alsof hij met zijn kartonnen poppen “speelde” en daarin zijn grootste geluk en ontspanning vond. De meest bekende stukken die hij gemaakt heeft en in Haarlem en later ook in andere steden van ons land vertoonde zijn wel “De liefde door alle tijden “; “De geschiedenis der schilderkunst” en “De geschiedenis der kritiek”. Hij haalde alles erbij, gansch de wereldhistorie van af den eersten tot de laatsten mensch op aarde, Samson en Dalila, Jozef en Potifar, de Koningin van Saba en Koning Salomo; het beleg van Troje en den Sabijnschen maagdenroof, ja wat al niet en het was altijd weer in woord en beeld den passende muziek, een volkomen, vlot loopend en vloeiend geheel. Dat was de groote deugd! Het was alles zoo ongeposeerd en zoo echt en terwijl Doncker dan met zijn geestigen zeggingstrant de door hem gemaakte gedichten voordroeg en tegelijkertijd de voorstelling leidde, waren twee van zijn helpers bezig met de schimmen, welke zij langs het fel verlichte witte doek voortbewogen, terwijl de anderen musiceerden. Het orkest bestond in Doncker ‘s “bloeitijd” uit piano, guitaar, viool, fluit, trom en bekkens. Alles paste als een bus/(…)
Na hem zijn vele anderen gekomen, geen heeft hem overtroffen! Dat ligt in de hoofdzaak hierin dat Doncker zelf den tekst verzorgde en aldus ontstond er een onverbrekelijk verband tusschen het te vertoonen stuk en het gedicht en de te snijden schimmen.”

Door Henk van Ark

Noten
afkortingen
Nieuwsbrief Nieuwsbrief Stichting W. Tj.Lever en het Nederlands Museum van Knipkunst.
De Raadt, Kees de Raadt, Ko Doncker 1874-1917. Tekenaar-schrijver-schimmenschuiver, (Haarlemse Verkenningen no.12), Haarlem 1994.

  1. Henk van Ark, “Nieuwe aanwinsten”, Nieuwsbrief8, nr. 2 (juni 1995), [p. 5-6]
  2. Hetty Paërl, Schimmenspel en het spelen met schaduwen, Amsterdam 1979, p. 72.
  3. Henk van Ark, “Een schimmenspel van Ko Doncker”, Nieuwsbrief8, nummer 1 (maart 1995), [p. 17-21]
  4. De Raadt, p. 59-69.
  5. Ton Geerts, Gedroomd papier. Tekeningen en prenten 1850-1935, Enschede 2010; Carel Blotkamp, Herman Kruyder. In en buiten het Paradijs, Enschede 2007, p. 18.
  6. De Raadt, p.75-76.
  7. Otto van Tussenbroek, De toegepaste kunsten in Nederland, Rotterdam 1925 (2e druk Schiedam 1979), p. 26-28.