Joanna Koerten in Schoonhoven, Nieuwsbrief 1999-3

Koerten in Schoonhoven, het is eindelijk zover! Op 3 juni j.l. kon op een veiling van Bubb Kuyper in Haarlem het knipsel “De Romeinse Vrijheid” van de befaamde Amsterdamse knipster Joanna Koerten (1650-1715) worden aangekocht en in de collectie worden opgenomen. Vorig jaar werd het tienjarig bestaan van de stichting W.Tj. Lever gevierd met de tentoonstelling “Gekocht & Gekregen”, een presentatie van tien jaargangen van de nieuwsbrief en de jubileumaankoop van knipsels van Selma Berkelaar. Deze nieuwe aanwinst zien wij als een echte bekroning van tien jaar aankoop- en museumbeleid, waar direct van de verwerving van de omvangrijke Levercollectie in 1988 een begin is gemaakt. Na dat jaar werd aanvankelijk de aandacht vooral gericht op het opsporen van antieke stukken (gemaakt voor 1900) voor de verzameling, om zo binnen enige jaren weer te komen tot een volwaardige museale knipkunstverzameling, die in een eigen onderkomen zou kunnen worden geëxposeerd. Diverse prachtige 18de en 19de eeuwse stukken konden in tien jaar tijd aan de collectie worden toegevoegd, en behalve aankopen was er gelukkig ook sprake van vele schenkingen. Later kwam ook het actief verzamelen van 20ste eeuws werk en hedendaagse knipkunst meer in beeld, wat leidde tot goede verwervingsresultaten.

Er ontbrak in onze verzameling echter nog steeds 17de eeuws knipwerk en dat is, voor een museum als het onze wil zijn, in feite onmisbaar. In die situatie is nu dus gelukkig verandering gekomen. We hebben in de collectie een 17de eeuws werk kunnen opnemen en nog wel een knipsel van Koerten, beter kan het eigenlijk niet. In het navolgende artikel kunt u lezen hoe belangrijk dit merkwaardige kunstwerk in Joanna’s tijd al was.

Een knipsel van Koerten voor de musemcollectie

afb. 1

Het knipsel “De Romeinse Vrijheid, geflankeerd door portretmedaillons van de eerste twaalf keizers” (afb. 1) is door Joanna Koerten-Blok (1650-1715) (afb. 2) gemaakt in 1697. Het is een kunstwerk waarvan zeer veel bekend is. In beide versies van de lofdichten op haar werk (uit 1735 en 1736) staan gedichten die gaan over dit knipwerk.

afb. 4

Bovendien wordt het stuk in de “Voorreede” van de uitgave uit 1735 (“Het Stamboek op de Papiere Snykunst van mejuffrouw Joanna Koerten (…)”) (afb. 4) genoemd als zo ongeveer het belangrijkste werk van haar hand: “.. .Wat de Werken van deeze Kunstenares betreft, die zyn, om dus te spreeken, ontelbaar, doch die geene welke de Kunstenaars voor de fraayste achten, zyn voornamentlyk deeze: De twaalf Roomsche Keizeren, overkunstig naa hunne penningen gesneeden, waar op de puikdichter A. Bogaert een kort doch treffelyk vaars gemaakt heeft…”. Hierna pas volgt een opsomming van “voortreffelyk gesneeden” portretten van Cosimo III, keizer Leopold, Peter de Grote en andere werken. Het knipsel wordt eveneens vermeld in de veilingcatalogi van het werk van Koerten uit ca.1750 (afb. 5) en 1766.

afb. 5

Verder is het, en dat is heel bijzonder, afgebeeld -op de voorgrond aan de voeten van de zittende Minerva links- op het titelblad, dat tekenaar Jan Goeree (1670-1731) in 1708 voor het titelblad van het toen in vorming zijnde Stamboek van Joanna Koerten maakte. (afb. 6)

afb. 6, Jan Goeree

Deze tekening, het knipsel “De Romeinse Vrijheid” en vele andere zaken zullen uitvoerig worden besproken in het speciale Koerten-nummer van de nieuwsbrief, dat wij in december 2000, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van het Nederlands Museum van Knipkunst willen uitgeven. Zeker is, in ieder geval, dat we met de aankoop van dit knipwerk van Koerten een van de belangrijkste werken uit het oeuvre van deze Amsterdamse “Schaarminerve” hebben kunnen verwerven.

Door Henk van Ark

Dit artikel verscheen eerder in Nieuwsbrief 1999-3