Adriaan (?) van Sandijk, ? 1813-1843 Rotterdam-Delfshaven
Adriaan is zoon van Brant van Sandijk en Annigje van den Heuvel. Hij is onderwijzer en dichter, maakt in 1827 een knipsel. Hij overlijdt ongehuwd in 1843.
| Collectie |
|
Adriaan (?) van Sandijk, ? 1813-1843 Rotterdam-Delfshaven
Adriaan is zoon van Brant van Sandijk en Annigje van den Heuvel. Hij is onderwijzer en dichter, maakt in 1827 een knipsel. Hij overlijdt ongehuwd in 1843.
| Collectie |
|
Jan Klaasz. Sanders, Edam 1828 – 24 maart 1904 Kwadijk
Jan is de oudste zoon van Klaas Sanders en Trijntje Jans Pauw. Hij trouwt op 30 maart 1862 in de Beemster met Neeltje Bos ( Purmerend 1833 -1880 Kwadijk). Ze krijgen zes kinderen. Hij woont met zijn gezin negen jaar in de Haarlemmermeer. Hij was daar landarbeider en na 1871 staat hij geregistreerd als veehouder of landman te Kwadijk. Hij overlijdt op 24 maart 1904 in Kwadijk.
Hij knipte voor zijn schoonouders Bos-Muys, voor zijn tante Aafje Pauw, getrouwd met Klaas Reus, 1859 te Ilpendam, voor zijn nicht Grietje Pauw te Middelie, getrouwd met Cornelis Groot, 1865 en voor zijn eigen huwelijk 1862. Zijn knipsels zijn uitgevoerd in overdadig versierde, gotische letters van wit papier op blauwe achtergrond (fond) werden uitgevoerd. Ook knipte hij spreuken, zoals: “Matigheid is de beste voorraadkamer van de Hemel”, en daaronder nota bene een hoorn van overvloed!
| Collectie |
|
| Literatuur |
C. S., omstreeks 1800
Maakte een mooi gepsaligrafeerd stuk voor Pieter Schuijt (Amsterdam 1768 – 1844 Amsterdam) en Rinske Hoornstra (Harlingen 1773 –1837 Amsterdam), die trouwden in1796 te Harlingen. Aangezien het werk 1806 is gedateerd, zou het gemaakt kunnen zijn t.g.v. hun 10de huwelijksjaar. Zij was dochter van de oud-burgemeester van Harlingen Yde Hoornstra.
De Nederlands-hervormde Pieter was ingenieur (‘constructeur’) bij de Rijksmarine en zal in de tijd dat hij Rinske leerde kennen, gevestigd zijn geweest in het Friese Harlingen (een marine haven). In ieder geval werden daar hun eerste twee kinderen Pieter en Margaretha (‘Gooike’, naar haar grootmoeder) geboren, respectievelijk in 1797 en 1799. In 1801 volgde de geboorte van Johanna te Vlissingen, in 1806 die van hun vierde en laatste kind Ida Elisabeth te Amsterdam. Het stuk is zes generaties lang in familiebezit doorgegeven. Wit papier op zwarte achtergrond, 34 x 51 cm.
C.S. is ook de maker van een groot knipsel met ‘gekalligrafeerde’ tekst over de Leidse kruitramp in 1807. Maar meer dan de initialen weten we nog niet over deze kunstenaar.
| Collectie |
|
| Literatuur |