Geveild en in veiligheid, Knip-Pers 2005-3

Al jaren zijn wij in ’t bezit van een ‘albumpje’ met werk van een onbekende knipper. Het is een eenvoudig ingenaaid schriftje met een papieren omslag. Het oorspronkelijk blauwe papier is paars verschoten. Tussen de bladzijden liggen losse knipsels uit wit geschept papier met watermerk. Allerlei onderwerpen zijn geknipt of uitgesneden: het boerenleven, appels plukken, een herder met geiten

afb. 1, anoniem, 11 x 7,5 cm

houthakkers, een processie, paarden en andere dieren. Vrijwel op elk knipsel komen bomen voor met verschillende typen van blad. Die bomen vormen het herkenningspunt. Ze zijn zo fijn uitgewerkt, dat ze de aandacht van de menselijke of dierlijke bedrijvigheid afleiden

afb. 2, anoniem, zoek de kikker en de eekhoorn, 14,5 x 6,5 cm

Zoveel geduld zullen knippers van tegenwoordig haast niet meer willen opbrengen. Intrigerend is, dat er twee bladen uit het schriftje zijn uitgesneden. Het zou goed kunnen dat hij twee knipsels heeft weggegeven. Mensen die er vriendenboekjes op na hielden, deden dat wel vaker: het uitwisselen van knip-, dicht- of tekenwerk. Dat is eigenlijk niet zoveel anders dan het ruilen van knipwerk op onze knipdagen!

Verder heeft de knipper zich ook gewaagd aan het afbeelden van vreemde dieren, zoals een struisvogel, een neushoorn en een kameel. We vroegen ons af of hij (of zij) rond 1780 zulke dieren wel eens in het echt had gezien. Het antwoord kwam onlangs: in een catalogus van een veilinghuis van boeken en prenten vonden we een afbeelding van twee kleine knipsels op blauw papier. Zonder twijfel waren ze van dezelfde knipper als die van ons schriftje. De bomen met hun blaadjes waren onze gids. Zo’n herkenning is voor ons een van de leuke gebeurtenissen bij het bestuderen van de knipgeschiedenis, maar natuurlijk wilden we graag meer weten: wie was het, in welke plaats en tijd?

We zijn naar de kijkdag geweest en vonden ze, los liggend in een echt album dat in leer gebonden was, met blauw papier en goud op snee. De bladen van de binnenkaft waren van kleurrijk gemarmerd papier en we meenden dat het boekje misschien minder oud kon zijn dan de knipsels, maar in de catalogus stond dat het album ‘contemporary’ was, dus uit dezelfde tijd als de knipsels  (eind 18de begin 19de eeuw).

We besloten er een bod op te doen, en inderdaad, het lukte. Toen konden we het boekje en zijn inhoud op ons gemak bekijken. Weer dezelfde bomen, de geiten en paarden, zelfs een eenhoorn (een mythologisch paard met een rechte hoorn op zijn kop; die heeft hij in ieder geval nooit in ’t echt kunnen zien!). Grappig zijn een jongen die met een molentje loopt

afb. 3, wat zou daar achter zitten?, 16 x 10,5 cm

en een varken, waaraan hij nog werkte. Het lijkt alsof hij zijn schaartje of pennenmes heeft neergelegd, om het morgen weer op te pakken

afb. 4, anoniem, varken, 8,5 x 7 cm

Maar er liggen ook andere knipsels in het album. Er zijn diverse voorbeelden van gedrukte en uitgeknipte, 18de‑eeuwse prentjes van bloemen en dieren. Zulke prenten met verzamelingen van bloemen of dieren (ook exotische dieren en andere onderwerpen) werden in de 18de eeuw uitgegeven, juist om ze uit te knippen en in poëziealbums te plakken. Wellicht heeft onze knipper zo zijn knipervaring opgebouwd en geleerd om de vormen van dieren zelf te tekenen en te knippen.

Maar er zijn ook eenvoudige probeersels zoals een beginner of een kind die zou maken.

afb. 5, anoniem, 12,5 x 8 cm

 

 

 

 

Mogelijk zijn het zijn eerste probeersels, maar het kan ook zijn dat een latere bezitter (kleinkinderen?) zijn voorbeeld hebben proberen te volgen. Daar kom je natuurlijk niet achter, maar er zijn wel andere aanwijzingen om het werk en het boekje te dateren. Zo is een van de knipsels gemaakt uit bedrukt papier van een inboedelbeschrijving: onder nr. 459 staat een ‘Fournuis’ en nr. 460 is een Doofpot

afb. 6, anoniem, 11,5 x 8,5 cm

De ouderwetse schrijfwijze was in gebruik tot in de Franse tijd en de Bataafse Republiek (omstreeks 1800; fourneau = oven).

Bleef over onze gedachte dat het albumpje zelf wat jonger was. Daarvoor moesten we te rade gaan bij de geschiedenis van het gemarmerde papier in Nederland. Blijkbaar hadden we het mis: marmeren is in ons land al toegepast in de 17de eeuw, dus het album en de knipsels zullen inderdaad ‘contemporary’ zijn, en wel eind 18de eeuw, zoals we ook uit de aankleding van de figuurtjes al wel konden opmaken. Schriftje en albumpje liggen nu weer veilig bij elkaar, maar al met al weten we nog niets over de knipper zelf…

Joke en Jan Peter Verhave

Literatuur:

JF Heijbroeck & IC Greven, Sierpapier, marmer-, brocaat- en sitspapier in Nederland. Uitg. De Buitenkant Amsterdam, 1994.