Categoriearchief: pubilcatie

Er zit muziek in Hans Borstlap èn in zijn knipsels!, Knip-Pers 2009-1

Begin januari stapte ik op een echt winterse dag al vroeg in Heerhugowaard in de trein om naar Zutphen af te reizen. Hoewel het onderweg steeds witter en bovendien mistiger werd, kwam ik na een lange reis toch mooi op tijd aan, leve de NS!

Zutphen is een prachtige oude stad met wei 1000 monumenten, maar ik zal beslist nog eens terug moeten komen om dat alles te bekijken, want daar was nu geen tijd voor: ik ging op bezoek bij Hans Borstlap, de maker van het fraaie boekwerkje: ‘Tussen Keulen en Parijs’. Het werd voor het eerst uitgegeven in 1971 en heeft sindsdien 9 drukken mogen beleven. Hans Borst voorzag oude kinderrijmpjes op muziek van toepasselijke knipsels en het leek me leuk eens wat meer te weten te komen over deze fantasierijke en kennelijk muzikale knipper.

Hans Borstlap werd in 1943 geboren en in zijn jeugd werden zijn creatieve mogelijkheden al ontdekt en gestimuleerd, want hij bezocht 10 jaar lang de Vrije School in Den Haag. Omdat zijn interesse altijd al uitging naar dieren en planten, volgde hij daarna de Middelbare Land- en Tuinbouwschool in Warmond, met het plan tuinarchitect te gaan worden.

Als leuke bezigheid tijdens de (saaie?) lessen knipte hij van zijn leraren goed lijkende silhouetten, tot groot enthousiasme van zijn medeleerlingen. Om wat bij te verdienen ging hij dus silhouetten knippen in “Het Gouden Hoofd”, een etablissement in Den Haag. Na zijn studie werkte hij 2 jaar als hovenier in Zwitserland, moest vervolgens in militaire dienst, bedacht toen dat hij toch maar geen tuinarchitect wilde worden en sloeg een totaal andere weg in.

Hans komt uit een kunstzinnig milieu en groeide op met muziek. Al heel jong kreeg hij blokfluitles, maar ruilde na een tijd de fluit in voor een cello. Op zijn 22ste meldde hij zich bij het conservatorium in Den Haag en werd aangenomen. Als muziekstudent verdiende hij op de Pier in Scheveningen een leuke knipcent bij, want van de directeur ervan mocht hij in een (gratis) winkeltje zijn silhouetten knippen en verkopen, dat leverde vooral bij mooi weer aardig wat op…

Bij slecht weer waren er natuurlijk weinig bezoekers en viel er weinig te knippen, maar dan gebruikte hij de tijd om te componeren en zijn partituren te schrijven. Jammer genoeg is er ooit maar één werk van hem uitgevoerd: een koorwerk ‘Exultate Jubilate’, uit gevoerd door studenten tijdens een ontgroeningfeest.

afb 2, HAns Borstlap, geboorteknipsel voor een adoptiekindje

Na zijn studie kwam Hans in dienst bij Het Gelders Orkest in Arnhem. Hij was intussen getrouwd en er waren drie Borstlapjes geboren. Zutphen leek een prima plek om te gaan wonen voor het jonge gezin, niet te ver van Arnhem en bovendien was er een Vrije School voor de drie zonen. En … er was ook een grote tuin, zodat behalve de muziek, nog een andere passie zijn leven ging beheersen: wijn maken!

Gelukkig nam het knippen ook nog een heel grote plaats in zijn leven in. Voor zijn kinderen knipte Hans van alles en nog wat en zo successievelijk werd het plan bedacht om een boek samen te stellen met oude kinderrijmpjes op muziek en daarbij toepasselijke knipsels te maken. Dat staat er zo makkelijk, maar het bleek drie jaar te kosten voordat alles naar zijn zin was. In 1971 kwam zijn mooie ‘boek ‘Tussen Keulen en Parijs’ uit en het was direct succesvol.

Naast zijn werk in het orkest vertoonde hij ook overal zijn papierknipkunsten en tijdens de ‘Papierage”, een manifestatie bij V&D, eind jaren ‘70, werd hij door Suus Houtman ‘ontdekt’. Zij vroeg hem te komen demonstreren in het Openluchtmuseum in Arnhem en een groot aantal jaren zat Hans in de keuken van de Westfriese Stolpboerderij aldaar silhouetten te knippen.

Vanaf 1981 maakte hij ook 26 jaar lang deel uit van een groep ambachtslieden die in Doesburg een 4-daags evenement opluisterden. Speciaal daarvoor had hij een tent laten maken waarin hij gerieflijk zijn silhouetten knipte en zijn werk kon ophangen en uitstallen.

In de loop der jaren vervaardigde Hans van alles op knipgebied: geboortekaartjes, gelegenheidsknipsels, metamorfoses (in vijf stappen een portret van mens naar dier), advertenties enz. enz. en ik mocht alles uitgebreid bekijken. Chico, de papegaai, mengde zich ook geregeld in de conversatie en als hij te weinig respons kreeg, ging hij op de muzikale toer en floot een al of niet bekende melodie, allemaal heel vrolijk.

Hans gebruikt altijd 140 grams zwart papier, tekent met 2B potloden zijn ontwerpen, knipt een en ander uit en vervolgens wordt het knipwerk geplakt met …. Bisonkit. Een niet zo gebruikelijke lijm voor knippers. Ook in zijn schaar-keus is hij bijzonder. Omdat hij de ogen van zijn favoriete schaar te klein vond, heeft hij die vervangen door grotere van een ander exemplaar: gewoon erop laten lassen. Daar had de Zwitserse knipper Hauswirth vast niet aan gedacht; die maakte ijzerdraadjes aan de ogen van zijn schaar waar zijn grote vingers goed in pasten.

Hans Borstlap is een uiterst enthousiaste man die zijn talenten goed kan combineren: Voor een expositie ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Het Gelders Orkest knipte hij verschillende dirigenten in karakteristieke poses ten voeten uit. Voor zijn wijnflessen ontwerpt hij prachtige etiketten, drukt ze af op etikettenfolie en knipt ze vervolgens een voor een uit. Voor de etiketten alleen zou je zijn wijn kopen!

In 2005 kreeg hij jammer genoeg een herseninfarct, maar daar laat hij zich niet door belemmeren in zijn bezigheden. Zijn dagen zijn erg gevuld, want naast wijn maken, muziek luisteren, koken, papierknippen en kletsen met zijn papegaai, heeft Hans nog meer hobby’s: hij is bij voorbeeld dol op bloemschikken.

Het door mij meegebrachte bosje tulpen werd zeer vakkundig in een vaas gezet En verder bleek hij een enthousiaste goochelaar, ik kreeg zelfs een privévoorstelling! Jammer genoeg werden de briefjes van 50 euro niet vermenigvuldigd, zoals eigenlijk zijn bedoeling was.

Omdat ik door de weersomstandigheden weer op tijd naar huis wilde, kwam er eigenlijk te vroeg een eind aan de gezellige middag. Met een fles wijn, allerlei mooi knipwerk en een hoofd vol enthousiaste verhalen, nam ik afscheid van Hans Borst en van Zutphen, in de hoop die bijzondere kniptent van hem hier of daar nog eens aan te treffen. Misschien een keer een leuk idee voor één van onze Contactdagen?

leke Boosman

afmeting van de knipsels van het boek: 30 x 50 cm

Oud knipsel, Knip-Pers 2010-1

afb. 1, Joke van Dijken, naar het knipsel uit 1859

Dit knipsel heb ik in 2006 nageknipt, het oude knipsel hing altijd bij mijn ouders thuis. Het oude knipsel is waarschijnlijk gemaakt naar aanleiding van het huwelijk van Maaike Karskarel en Gerardus Stefanus Bruining in 1859 in Sneek.

ab. 2, anoniem, 1859

afb. 3, Marijke Karskarel

Maaike Karskarel is een voorouder van mijn vaders kant. Nu ik zelf al een aantal jaren zo nu en dan wat knip, leek het me leuk om dat te doen. Ik vind het vooral aardig omdat ik van die Maaike Karskarel ook nog een foto in originele staat heb.

Joke van Dijken

Een tentoonstelling. Over een paar maanden, Knip-Pers 2010-4

Half januari 2011 ‘heb ik’ een tentoonstelling in Museum Martena in Franeker. Nu ik deze pagina inlever heb ik nog iets meer dan 2 maanden. Ik heb nog een maand om een aantal dingen te knippen. En dan nog anderhalve maand om de publiciteit te regelen en alles klaar te zetten. Dat moet gaan lukken.

In augustus en september ben ik naar Amerika geweest en heb onderweg twee ‘dingen’ voor de tentoonstelling gemaakt. Ik heb thuis de letters G-O-W-E-S-T geschilderd op grote vellen. Eigenlijk is er voor dat project geen schaar gebruikt. Weet niet of dat jammer is, maar de letters die ik op vellen geschilderd heb zijn wel buitenvormen. En… knip(st)pers gebruiken altijd buitenvormen.

Ik reisde met een auto van New York naar San Francisco. Die vellen heb ik op verschillende plaatsen om hoog gehouden en mijn vrouw heeft mij op die manier steeds gefotografeerd. Het eerste vel in New York en de volgende in de buurt van Pittsburgh. Daarna reden we honderden miles door het maïs en ook heel lang over prairies. Als je dan doorrijdt naar het westen ga je door de bergen (Rocky Mountains) en als laatste heb ik mij laten fotograferen in de woestijn van Nevada. Voor mijn gevoel ligt de oostkust rechts en het westen links. Daarom heb ik het ook in die richting geschilderd en gefotografeerd.

Misschien denkt u: “Waarom doe je dat?” Ja, dat weet ik niet. Ik wilde het graag. En het is gelukt. De geschilderde letters hangen nu in mijn werkruimte en ik weet op welke mooie plekken in Amerika ze geweest zijn.

Meret Oppenheim, Fur Cup

Daarnaast heb ik ook veel op motelkamers geknipt. Ik was altijd nogal gecharmeerd van het ‘kopje met bont’ van Meret Oppenheim. Dat staat in het Moma in New York en ben altijd   blij als het tentoongesteld wordt. Ik heb niet geprobeerd het na te maken. Het is meer dat ik er door geïnspireerd werd.

 

Daarvoor in New York een New York Times gekocht en met dat papier geknipt. Een krant is ook gewoon papier waarin je kunt knippen. Onderweg het plastic bekertje, het kartonnen bordje en het roerhoutje meegenomen bij een hotel in New York, bij een motel in Nebraska en bij een StarBucks in Reno, Nevada. Het object is dus helemaal gemaakt in Amerika.

Made in America (disposable, thanks to Meret Oppenheim)

Vanaf half januari staat het op de tentoonstelling in Franeker.
De openingstijden staan op de site: www.museummartena.nl.
U bent daar van harte welkom. Ik woon  dicht bij Franeker. Misschien kunnen we dan samen gaan kijken. U kunt mij altijd bellen. Je kunt ze nu al digitaal bekijken op mijn site:

www.paperscream.com
Ga dan voor GoWest naar ‘Projects’. En voor ‘Made in America’ naar ‘Objects’ (laatste plaatje).

Gerlof Smit

Er uit gelicht, museum van papierknipkunst, Knip-Pers 2010-1

In het museum hebben we meerdere knipwerken van de heer A.M. Verburg. Enkele daarvan zijn hierbij afgedrukt. Het bijzondere is dat de onderwerpen allemaal geknipt zijn uit zwart papier. Het is een techniek waarbij je heel goed moet nadenken hoe je moet knippen.

afb. 1, A.M. Verburg, akelei, 30 x 21 cm

Deze knipsels hebben allemaal betrekking op de natuur. ‘De Akelei’ (afb. 1) en het ‘Klavertje vier’ (afb. 2), symbool van geluk, met daarin de bloemen, de vlinder en de reiger die in het water staat op zoek naar een visje, brengen het voorjaar en de zomer al een beetje dichterbij, want het voorjaar komt er aan; de winter met alle sneeuw, ijs en vieze blubber is verdwenen.

 

afb. 2, A.M. Verburg, Klavertje 4, 30 x 21 cm

 

 

 

De lammetjes huppelen in de wei, krokussen en madeliefjes bloeien in het gras, jonge eendenbolletjes zwemmen in het water, het is weer tijd voor frisse nieuwe inspiratie.

 

 

afb. 3, A.M. Verburg, In de file om een visje te vangen, 29 x 50 cm

Hoewel..de muur van ijsblokken (afb. 3) waar langs de pinguïns in een lange rij voor het stoplicht op hun beurt staan te wachten om een lekker visje uit zee te mogen vissen, doet toch nog wel wat frisjes aan.

Het werk werd geknipt voor het thema ‘In de file’ met als tekst: ‘Sinds we onder toezicht van de EU staan wordt alles geregeld’. Weet u overigens dat in het Emmer Dierenpark de grootste populatie Braziliaanse pinguïns van Europa is en dat er ruim twintig jongen buiten in de kou in holen en nesten in de grond uit hun ei zijn gekropen? Dus niet in een warme broedmachine.
Dit was even een uitstapje waarbij je soms in de file te recht kan komen.

afb. 4, A.M. Verburg, Gans, 43 x 35 cm

 

 

 

 

 

De eenzame gans (afb. 4) in het donkere water heeft geen probleem want, ‘in de file? Nee, maar alleen is maar alleen’.

afb. 5, A.M. Verburg, groepje ganzen, 30 x 20cm

 

 

Het groepje ganzen (afb. 5) op weg naar het water heeft ook geen problemen ‘In de file? Geen weg, geen file’.

Mocht u naar Westerbork komen: boven Zwolle en onder Groningen komt in het verkeer het fenomeen ‘file’ bijna niet voor.

Chris van der Veen en Geert Schenkel

Thekla Voorink-Overweg, Knip-Pers 2009-3

afb. 1, Thekla Voorink-Overweg

Thekla Voorink (19 augustus 1920— 2 maart 2003) werd geboren op 19 augustus 1920, in Winterswijk, waar ze vrijwel haar hele leven heeft gewoond. In haar kindertijd leerde zij van haar grootmoeder (die onderwijzeres was) allerlei op het gebied van handvaardigheid, zoals veel meisjes uit die tijd. Zo leerde zij handwerken, knippen, borduren en tekenen.

 

 

 

afb. 2, Thekla Voorink, zonder titel

Thekla vond die lessen niet altijd even leuk, want haar oma vond dat er eerst flink gewerkt moest worden en daarna was er pas tijd om te Spelen. Dat betekende vaak dat Thekla eerst eindeloos borduursteekjes of knipjes moest oefenen en daar had ze natuurlijk lang niet altijd zin in. Pas veel later besefte zij dat ze alle aangeleerde technieken goed kon gebruiken voor haar creatieve prestaties.

 

afb. 3, Thekla Voorink, de vaatdoeken hangend over het passe partout

 

Thekla Voorink was zonder meer een artistieke duizendpoot. Naast haar fantastisch mooie knipsels – waarvoor ze vaak inspiratie vond in de natuur – heeft zij heel veel geschilderd. Ook in haar schilder- en borduurwerk komen we veel bloemen tegen die ze natuurgetrouw weergeeft. Daarnaast ontwierp zij prachtige tegeltableaus.
Het is leuk om te weten dat zij met één van haar knipsels ooit een vaatwasmachine heeft gewonnen! (afb. 3).

 

 

afb. 4, Thekla Voorink, De ganzenveder

Mevrouw Voorink was niet alleen een bezig bijtje op het gebied van creatieve bezigheden. Een groot deel van haar tijd besteedde ze aan sociale activiteiten. Ze was bijvoorbeeld jaren lang bestuurslid van het Rode Kruis.
Verder heeft zij een belangrijk aandeel gehad in de oprichting van ambulance- en bloedtransfusiediensten.

Samen met Riek Weenink Hoogeboom vormde zij het eerste Welfare-team in ziekenhuizen. (Nu wordt dit bezigheidstherapie genoemd).

afb. 5, Thekla Voorink, 25-jarig huwelijk echtpaar Veenhuis-Steenbeek, 1977

afb. 6, Thekla Voorink

Ook was ze voorzitter van het Sinterklaascomité, lid van de jury voor het bloemencorso in Corle en deed ze het nodige voor de Vereeniging Volksfeest. Daarnaast had ze ook nog tijd om, samen met Wies Willink-van Delden, de plaatselijke afdeling van Terres des Hommes op te richten. Niet alleen dééd zij al deze dingen, maar ze wist ook anderen te inspireren door haar enthousiasme.

afb. 7, Thekla Voorink

afb. 9, Thekla Voorink

Om deze bijzondere vrouw voor het voetlicht te halen organiseerde Museum Freriks te Winterswijk in 2006 een overzichtstentoonstelling over haar leven, haar werk en haar creaties.

Bewerkt door Helma Kip

Bron: Onuitputtelijke Creativiteit Knip- en schilderkunst van Thekla Voorink-Overweg. Uitgave van Museum Freriks te Winterswijk, april 2008. ISSN-1 384-7449

Er uit gelicht, museum van papierknipkunst, Knip-Pers 2008-3

Het museum hangt vol met knipwerken van leden van de Vereniging. Aandachttrekkers zijn de klokkenkleedjes die enige jaren geleden zijn gemaakt, de lijsten met geknipte insecten, de ingelijste tegeltjes ter gelegenheid van de 100ste uitgave van de Knip-Pers en alle knipwerken met als thema ‘Met een knipoog naar de wereld’, gemaakt voor het 25-jarige bestaan van de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst.

afb. 1, anoniem, 6 x 5 cm

Af en toe duiken er echter, bijvoorbeeld bij het opruimen van een zolder, oude knipsels op. Sommige daarvan krijgen we in het Museum. Twee kleintjes, waarvan hier één is afgebeeld, werden meegenomen door een bezoekster. Zij vond ze in het huis van haar grootouders. De afbeeldingen (6 x 5 cm) hebben een achtergrond van zilverkleurig papier en zijn ingelijst in zwarte lijstjes van l0 x I0 cm. Onbekend is de maker (zie ook Knip-Pers 2007-3, blz. 36).

 

 

afb. 2, Lies Bossinade, 12 x 9 cm

In een andere vitrine staan twee ragfijne knipsels van Lies Bossinade. Vooral het witte uiltje (12 x 9 cm) lijkt alsof het van kant gemaakt is. Haar knipsel ‘Fantasie’ (22 x 14 cm) is prachtig uitgewerkt.

afb 2, Lies Bossinade, 22 x 14 cm

In een interview met Lies Bossinade tijdens de expositie in het Cultureel Centrum in Zandvoort in 1984 zegt zij: ‘Iedereen kan het leren’ en ‘Knipkunst is eigenlijk vertellen met een schaartje’ verderop ‘Het verschil tussen tekenen en knippen is dat het knippen veel spannender is. Ten eerste is er het grote contrast tussen zwart en wit, ten tweede: knip je verkeerd dan moet je echt opnieuw beginnen’.

afb. 4, Evert Root Sr.

 

 

Knipwerk van Evert Root sr. daarentegen lijkt veel stoerder en steviger. In het Drents Museum in Assen zagen we, behalve de terracotta beelden uit China ook een expositie van, vooral, houtsneden van M.C. Esscher. Everts knipwerk lijkt qua uitstraling wel op die houtsneden. Beide kunstenaars leefden en werkten in dezelfde tijd.

Chris van der Veen en Geert Schenkel

afb. 5, Evert Root Sr.

Boekherinneringen, Knip-Pers 2008-3

Marten Harpertsz., geschreven door E.J. Potgieter. Uitg. Wereldbibliotheek-Vereeniging. Amsterdam, 1942. De silhouetten zijn gereproduceerd naar originele knipsels van H.D. Voss, die eveneens de band ontwierp.

afb. 1, H.D. Voss, omslag van het boek, 16,7 x 25 cm

 

Dit kleine boekje vertelt in woord en beeld over de belevenissen die Marten Harpertsz. Tromp (1598-1653) meemaakte toen hij elf jaar oud was. Hij was één van de beroemdste zeehelden uit de Gouden Eeuw en had als bijnaam ‘Bestevaer’. De schrijver E.J. Potgieter (1808-1875) was in zijn tijd een bekende auteur die grote bewondering koesterde voor de gouden eeuw. Hij was een gezaghebbend literatuurcriticus, de drijvende kracht achter het culturele tijdschrift ‘De Gids’. Men vond in zijn tijd al dat zijn boeken taai waren en nu, anderhalve eeuw later, is het nog veel moeilijker om goed te begrijpen wat er staat.

Hans Detlev Voss (1907-1977) was graveur van beroep en is een bekende knipper die veel boeken geïllustreerd heeft. Hij was afkomstig uit Duitsland en woonde in 1940 in Rotterdam. Bij het bombardement is helaas een deel van zijn werk verloren gegaan. Na de oorlog is hij naar Canada geëmigreerd.

afb. 2, H.D. Voss, De bemanning op het Prinsenschip ontdekt de kaper, 11,5 x 8,5 cm

Het is het jaar 1609. Op de onmetelijke zee voor de Afrikaanse kust bij Guinee vaart een schip, een zeilschip. Hoog aan de mast wappert fier de prinsenvlag.  De bevelhebber is Harbart Martssen. Deze reis heeft hij voor het eerst zijn zoon Marten Harpertsz meegenomen. Heel in de verte verschijnt een ander schip, zonder vlag. Het is de Fairest, een kaper, een roofschip. De kapitein is Frances Vemey. De kajuit is met oosterse pracht ingericht met Venetiaanse spiegels, op de vloer ligt een schitterend tapijt met rozen. Dit is het verblijf van lsabeau, de geliefde van Verney, hij heeft haar uit een klooster geschaakt. Dan ontdekt men op het Prinsenschip de kaper. Er wordt gebeden, men zingt het Wilhelmus en vuurt het eerste schot af.

 

afb. 3,H.D. Voss, Isabeau smeekt de priester om voor haar te bidden tijdens de storm, 11,5 x 8,5 cm

Ook op de Fairest maakt men zich gereed voor de strijd. Isabeau wil meevechten. Daarom vraagt ze eerst een zegen aan een priester die onder in het schip gevangen zit. Maar deze weigert. Hij wil geen zegen geven voor roof en moord en ook geen zegen geven aan een uitgetreden non. Het roofschip hijst een bloedrode vlag, als teken van de aanval. Er volgt een vreselijk gevecht waarbij vele Hollanders sneuvelen. Het Prinsenschip wordt geënterd en Verney komt aan boord, samen met Isabeau die als krijger verkleed is. Meteen wordt Harbart Martssen doodgeschoten. Uit woede en vertwijfeling werpt Marten een dolk naar Vemey, maar Isabeau vangt hem op en redt zo het leven van haar geliefde. Hierna wordt de overgebleven bemanning geketend en overgebracht naar het roofschip. Het Prinsenschip wordt leeggeroofd en in brand gestoken. Enige tijd later springt het uit elkaar en verdwijnt naar de bodem van de zee. Een paar weken later komt de Fairest in een vreselijke storm terecht en dreigt te vergaan. Als de priester Isabeau bij wil staan in deze nood, blijkt dat hij haar broer Joannes is. Gelukkig neemt de storm af, maar het schip heeft zoveel averij opgelopen, dat het in een dok in Algiers moet worden gerepareerd. Tijdens dit noodgedwongen verblijf worden Verney en Isabeau uitgenodigd op een Turkse galei die voor de kust ligt. Marten moet ook meekomen. Hoewel de gastheer er uit ziet als een Turk is hij dat niet, hij is de beruchte zeerover Simon de Danser. Hij maakt lsabeau het hof, hij wil alles wat hij heeft voor haar geven. Isabeau is daar woedend over maar Simon merkt dat niet eens want er komen juist drie Moorse danseressen met castagnetten binnen. Simon blijkt uit Dordrecht te komen en spot ermee dat hij op deze zondagmiddag naar zwierige danseressen ligt te kijken in plaats van in de kerk in Dordt te zitten dutten.

afb. 4, H.D. Voss, De Moorse danseressen, 11,5 x 8,5 cm

Intussen is Bisschop aan boord gekomen, een kleine bejaarde man, gekleed in het gewaad van een burger aan het eind van de zestiende eeuw. Hij is geneesheer van het paleis en de harem van de sultan. Hij heeft gehoord over Marten en wil hem graag ontmoeten om te zien of hij een goede arts zou kunnen worden om hem op te volgen bij de sultan. Maar hij ziet wel in dat Marten daar niet de geschikte persoon voor is. Als Marten hoort dat er Nederlands gesproken wordt, smeekt hij Simon de Danser om hem zijn vrijheid weer te geven. Die vraagt hem: “Wie ben jij?” “Ik ben de zoon van Harbart Martssen, die door deze zeerover vermoord is.” Hij wijst op Verney. Bisschop zegt: “Je moest blij zijn, nu hoef je zijn begrafenis niet te betalen.”

 

Simon de Danser vat sympathie op voor Marten, hij heeft zelf een zoon gehad van zijn leeftijd. Hij zegt: “Ik wil zien of je op hem lijkt?”

afb. 5, H.D. Voss, “Op u?”, 11,5 x 8,5 cm

 

Hij laat een vaatje buskruid komen en een pistool en zegt tegen Marten: “Laad!” “Op u?” “Waarachtig, je lijkt echt op mijn Hendrik. Op het vaatje kruid, jongen.” Zonder te aarzelen richt Marten op het vaatje bus kruid. Doodsbang deinst Bisschop terug. “Zeg jongen, zou je schieten als ik vuur roep?” vraagt Simon. “Waarom niet? We zullen samen de lucht in vliegen.” “Bravo! Leg het pistool maar neer. Jij wordt de erfgenaam van mijn hele vermogen.” Maar Marten antwoordt: “Ik wil geen erfgenaam zijn van uw vervloekte naam!

 

Een paar dagen later is de Faires eindelijk klaar. Vemey heeft alweer genoeg van Isabeau en heeft Bisschop veel geld aangeboden om hem in de harem te brengen om iemand anders te schaken. Onder het voorwendsel van een feest op het schip van Simon de Danser vertrekt hij, maar lsabeau heeft toch gemerkt dat hij niet meer van haar houdt. Een uur later wordt haar een ring gebracht van Verney met de vraag ook naar het schip van Simon de Danser te komen. Eigenlijk wil ze liever weigeren, maar ze gaat er toch samen met Marten in een roeiboot naar toe. Als ze op het schip komt is er helemaal geen feest maar alleen Simon de Danser die haar met een list heeft laten komen. Hij vertelt dat Verney haar heeft verlaten en dat hij, Simon, haar tot vrouw wil en zijn leven en alles wat hij heeft met haar wil delen. Hij vertelt ook dat Verney op dat moment een andere vrouw uit de harem van de sultan schaakt.

afb. 6,  H.D. Voss, Isabeau springt in zee, 11,5 x 8,5 cm

 

Voor iemand haar tegen kan houden rent Isabeau naar buiten en springt van het schip in zee. Meteen springt ook Marten naar beneden; hij redt Isabeau en trekt haar in de roeiboot. De volgende morgen heel vroeg zeilt de Fairest weg, met aan boord priester Joannes, Isabeau en Marten.

Veertien dagen later komt het schip in Venetië aan. Verney moet in Venetië uitzoeken of er gevaar dreigt voor de kapers in Algiers. Als hij klaar is met zijn verspiederwerk, worden Joannes, Isabeau en Marten vrijgelaten en in een gondel naar het veraf gelegen eiland Torcello gebracht.

 

afb. 7, H.D. Voss, Marten, Isabeau en Joannes varen door Venetië, 11,5 x 8,5 cm

Pas als het schip vertrokken is, mogen de drie gevangenen terugkeren naar Venetië en de thuisreis aanvaarden. In de kerk van Torcello zegt Joannes tegen Isabeau dat er bij God genade is en hij vraagt haar om schuld te bekennen.

Isabeau gebroken door het verraad van Verney, zakt in elkaar. Haar laatste woorden zijn: “Ik vergeef het hem, – God vergeve mij, – Joannes!”.

 

 

 

 

afb. 8, H.D. Voss, Marten komt veilig bij zijn moeder terug, 11,5 x 8,5 cm

En Marten Harpertsz? Zijn moeder wist al dat haar man gesneuveld was en had de moed verloren om haar zoon ooit nog levend terug te zien. Maar na veel avonturen en een lange thuisreis komt Marten veilig bij zijn moeder terug.

 

 

 

 

 

 

Jeannet Pasterkamp

Geraadpleegde literatuur:
Joke en Jan Peter Verhave: Geknipt! Zutphen 2008
Oosthoek Lexicon, Nederlandse en Vlaamse literatuur. UtrechtlAntwerpen, 1996.
Kleine Winkler Prins, Amsterdam/Brussel 1971.

Frouke Goudman-Cupido: een fenomeen op knipgebied, Knip-Pers 2008-3

Volgens de dikke Van Dale is de betekenis van het woord fenomeen: iemand die algemeen sterk de aandacht trekt door één of andere bijzondere begaafdheid. Frouke’s knipbegaafdheid was bij ons allen al in ruime mate bekend, maar het verschijnen van haar schitterende boek ‘Vertalen in papier’ vormt de aanleiding om haar wat beter te leren kennen:

Frouke Cupido werd geboren in 1939, ze bracht haar vroegste jeugd door op Texel. Na de oorlog ging het gezin in Haarlem wonen. Vader was aanvankelijk stuurman, later gezagvoerder bij de KNSM en daardoor vaak langdurig van huis. Haar jeugd was heel plezierig: in Frouke’s herinnering mochten zij en haar vijf broers en zusters eigenlijk alles, want moeder vertrouwde de kinderen volledig en verwachtte van hen dat ze zelf goede keuzes zouden maken op allerlei gebied.

afb. 1, Frouke Goudman-Cupido, Onkruid van Trinidad, 1965, 38 x 50 cm

Het knippen zat er al vroeg in: toen ze nog geen zes jaar was, knipte Frouke al paardjes van rood papier met zilveren leidsels, maar daar is jammer genoeg geen afbeelding meer van te bewonderen. Ze liet me wel haar schetsboek zien met tekeningen uit haar jeugd en het is verbazingwekkend dat zo’n jong kind al zo goed en vooral zo gedetailleerd kon tekenen!
De creatieve talenten erfde ze van haar ouders, net als broer Jan die, geïnspireerd door Frouke, op latere leeftijd ook prachtig ging knippen (op de voorkant van de Knip-Pers 1989-4 was een knipsel van hem te bewonderen).

Na de Lagere School en de MMS moest er een opleiding gekozen worden. Frouke had zoveel interesses dat het erg moeilijk kiezen was. Haar ideeën varieerden van iets met tuinen of met kinderen doen, archeoloog of vliegenier worden. Zoals ze zelf zegt: “Alles was goed als ik maar niet op kantoor terecht zou komen!”
Min of meer toevallig kwam ze op de Rietveldacademie (destijds Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam) terecht. Eerst een algemeen jaar, toen de opleiding tot grafisch ontwerper. Het was een heerlijke tijd. Bij ontwerpopdrachten merkte ze dat ze met een schaar cijfers en letters veel sneller in veelvoud kon knippen dan ze te tekenen of te schilderen. Zo kon ze acht dezelfde vormen uit het papier tegelijk knippen, wat een gemak! Ze werd heel enthousiast over deze techniek en ging experimenteren met bomen, planten, vogels. Haar schaar zag ze steeds meer als expressiemiddel.

afb. 2, Frouke Goudman-Cupido, Computer, 1973, 50 x 25 cm

Zowel binnen als buiten de Rietveldacademie was er veel belangstelling voor haar geknipte illustraties. Na haar eindexamen ging ze als freelance ontwerper aan de slag, ze kreeg al direct knipopdrachten, onder andere van de Bijenkorf.

afb. 3, Frouke Goudman-Cupido, Arend, ±1964, 14,1 x 6,8 cm

Haar eerste vaste baan was bij Ahrend,   maar heel eigenzinnig koos ze voor een 3- daagse werkweek zodat ze nog 4 dagen over had om zich vrij te voelen. Frouke heeft namelijk nog vele andere interesses, onder andere de fotografie (ze heeft bijvoorbeeld  een beeldverhaal van 1000 foto’s gemaakt over de nieuwbouwwijk tegenover haar huis; ze klom daarvoor zelfs in een 60 m hoge kraan tijdens de vorstverletperiode)
Ze werkte 4 jaar bij Ahrend toen ze ontslag nam, omdat ze de kans kreeg mee te varen met haar vader (in plaats van haar moeder) en een reis van 2 maanden naar Canada en Zuid-Amerika kon maken. Aan boord en ook in de havens maakte ze veel schetsen om die later te kunnen gebruiken voor knipsels. Na die trip nam ze een deeltijdbaan aan, maar later werkte ze alleen maar als freelancer, onder andere voor de Gasunie, Reader’s Digest en Lauteslager makelaars. Van 1973 tot 2007 heeft ze voor Lauteslager gewerkt (de laatste jaren samen met zoon Sander).

Na tien jaar huren bij hospita’s (Frouke woonde in een piepklein kamertje in Amsterdam waarbij ze op de gang moest koken), kreeg ze via Kunstzaken een eigen woning aangeboden. Frouke’s reactie was heel kenmerkend voor haar: “Ik neem het, waar is het? Die woning was in de Jordaan, ze trok er in en later kwam Harry erbij wonen. Daar werd zoon Bas geboren.

In 1972 verhuisde het gezinnetje naar Amersfoort en daar kwam hun tweede zoon Sander ter wereld. De Goudmannen wonen nog in hetzelfde huis en kleinzoon Dinand van twee komt gezellig een paar dagen in de week bij Opa en Oma om opgepast te worden. Dan is het feest voor allemaal!

afb. 4, Frouke Goudman-Cupido, grote golvende weegbree, 1989, 48,5 x 65,2 cm

Toen in 1983 de Nederlandse Vereniging Voor Papierknipkunst werd opgericht, gaf ze zich direct op als lid. Vanaf die tijd konden de leden van onze Vereniging meegenieten van alle wonderen die via Frouke’s schaar tot stand kwamen.

Frouke maakt het zichzelf nooit erg gemakkelijk, is uiterst kritisch op haar werk en ze stelt zich altijd als voorwaarde dat haar papierknipsels uit één stuk geknipt moeten worden. Ze was een meester in het knippen van gevouwen papier, dat leverde tal van prachtige creaties op.

Wie kent niet haar bijzondere doe-kaarten, vanaf 1988 te koop. In de Knip-Persen van 1988-1991 verscheen een groot aantal uitgebreide en interessante lessen in vlakverdeling waarin alle tot dan toe door haar gedane ontdekkingen op knipgebied uit de doeken werden gedaan. Haar boekjes ‘Knippen in gevouwen papier (1984) en ‘Streepjescode’ (1991) zijn baanbrekend te noemen. Het boekje ‘Papercutting’ (1990) vormde de opmaat voor haar boek ‘Vertalen in papier’.

afb. 5, Frouke Goudman-Cupido, huizencirkel, 1973, diameter 40 cm

Een kleine greep uit de vele exposities waaraan Frouke deelnam:
1965  ‘Pronken met Papier’ bij G.H. Buhrmann’s Papiergroothandel te Amsterdam, waar alles te zien was wat er in de laatste 3 eeuwen uit papier vervaardigd was
1982  Willemstad, Curacao, groepsexpositie
1982  ‘t Spant’ in Bussum, groepsexpositie, ook met werk van de zoons van Frouke
1985  Cooper Hewitt-museum te New York, groepsexpositie
1991  Museum Flehite te Amersfoort: “Vier eeuwen Papierknipkunst’
1996  NH Kerk te Den Burg, Texel, groepstentoonstelling
2002  ‘t Spant in Bussum, groepsexpositie, de uitnodiging daarvoor werd door Frouke en Sander ontworpen

In 1997 kwam ze heel ongelukkig op het ijs terecht toen ze een schaatstocht maakte, met als resultaat een drievoudige botbreuk in haar rechterduim en daarna posttraumatische dystrofie. Frouke is niet iemand die de moed opgeeft bij tegenslag; ze begon direct links te leren schrijven en dat lukte aardig. Toen ze eindelijk haar rechterhand weer kon gebruiken, merkte ze al snel dat ze voor haar ingewikkelde knipsels van meerdere lagen papier niet meer lang achter elkaar kon knippen. Ze voltooide toen haar ontdekkingsreis met het perfectioneren van haar bijzondere één-lijn-knipsels en er ontstonden de meest fantastische knipwerken. Wat een fantasie, maar ook: wat een doorzettingsvermogen!

afb. 6, Fouke Goudman-Cupido, Kuise kat, 1996, 11,7 lang

Dat doorzettingsvermogen kwam haar goed van pas toen ze bedacht had om een boek te gaan schrijven over knipwerk, maar dan speciaal over de technische mogelijkheden en onmogelijkheden ervan. Ze stelt dat het ‘ambacht’ van het papierknippen niet het belangrijkste facet is. Het gaat om het bedenken De manier van denken staat centraal in haar boek, omdat Frouke vindt dat het resultaat van de knipinspanningen af hangt van de manier van ontwerpen. Eigenlijk ziet ze het ontwerpen als spelen met beperkingen. Dat boek moest natuurlijk geïllustreerd worden met knipwerk van eigen hand.

 

 

afb. 7, Frouke Goudman-Cupido, Vrouw met hoed, 1996, 14,85 lang

Iemand die zulke plannen smeedt, moet wel over een ijzeren wil en een enorme dosis optimisme en doorzettingsvermogen beschikken, zeker als de omstandigheden om een dergelijk boek uit te geven, niet optimaal zijn. Frouke heeft er namelijk voor gekozen om dit boek in eigen beheer uit te geven en dat is natuurlijk niet de gemakkelijkste manier, dat zal iedereen duidelijk zijn. Verder beschikt ze helaas niet over een goed geoutilleerde studio met een staf aan personeel. Nee, alle werkzaamheden vonden gewoon thuis plaats aan een simpel bureau met daarop twee computers. Bij de gigantische hoeveelheid knipwerk moest de tekst door Frouke geschreven worden. Wat een moed om aan zo’n megaklus te beginnen! De hulp van zoon Sander was daarbij van onschatbare waarde, want hij voorzag haar van onmisbare tekstadviezen en nam bovendien de hele drukvoorbereiding voor zijn rekening. En sinds zijn pensionering zorgt Harry voor de catering (met als specialiteit Indische maaltijden).

afb. 8, Frouke Goudman-Cupido, Kerstkooi, 1990, 28,5 x 13,6 cm

Het heeft veel langer geduurd dan oorspronkelijk gedacht, voordat het boek naar de drukker kon. Dat is te verklaren uit het feit dat zowel Frouke als Sander een zeer perfectionistische aard bezitten. Gelukkig maar, want daardoor is het boek van een ongekend hoge kwaliteit geworden, zowel qua inhoud als qua vormgeving. Het gebonden boek is prachtig uitgevoerd met ruim 1000 zwart-witte illustraties, allemaal door Frouke geknipt. Tijdens het interview zaten zij en ik op de zolderkamer waar al het materiaal voor het boek is opgeslagen en ik heb met verbazing gekeken hoe alle papieren opgestapeld lagen in kasten, laatjes en op planken. Ik zag stapels dozen met knipwerk erin. En overal papiertjes erop met een knijper vastgemaakt waarop stond wat er in die dozen zat en wat er nog mee gedaan moest worden. Frouke kan blindelings de weg vinden in de enorme hoeveelheid papierwerk en negatieven!

 

afb. 9, Frouke Goudman-Cupido, Oma Lap, 2002, 23,3 x 16 cm

 

Frouke leverde niet alleen een werkelijk schitterend boek af niet ongeëvenaarde ideeën en mogelijkheden, maar verrijkte daarbij ook de Nederlandse taal met ludieke uitdrukkingen, zoals: Nietsen, Honduitlater, Gatenkaas, Afgepeld behang, Onderlappen, Tussenlappen en nog veel meer. Ook Sander liet zich niet onbetuigd en bedacht humoristische woorden, zoals Eierij, Uitgebalkt en Draadkerst.

Frouke is dus niet alleen heel creatief met papier maar ook met taal. Bij navraag blijkt dat ze dol is op lezen, scrabbelen en dat ze ook graag gedichten maakt. In 1998 deed ze mee aan een gedichtenwedstrijd, uitgeschreven door ‘Trouw’ en ze behoorde van de 1534 inzenders tot de 10 besten en ontving voor die prestatie een prijs. Hierbij een mooi gedichtje van haar hand:

De dode vogel
wuift
met platgereden vleugel de auto’s in de rijwind
even na.

‘Vertalen in papier’ werd gepresenteerd op de Contactdag in Enkhuizen in 2007 en daarna volgde er een periode van wennen aan het feit dat er niet meer aan het boek gewerkt hoefde te worden na zoveel jaar. Wel moesten er natuurlijk heel wat exemplaren verzonden worden en dat gaf een hoop drukte. Jammer genoeg werd ze in die tijd aangereden op haar fiets, zodat ze wéér moest herstellen van lichamelijk letsel. Momenteel gaat het allemaal weer goed en bezint ze zich op de periode die voor haar ligt. Ze excuseerde zich een beetje dat ze geen strak omlijnde plannen kon aankondigen: “Ik heb maar twee versnellingen: hollen of stilstaan.”

afb. 10, Frouke Goudman-Cupido, Vissen, 1995, 12,5 x 11,5 cm

Na dat jarenlange gehol mag ze nu best eens even stilstaan. Wij wachten gewoon allemaal af wat er nog meer voor moois uit Frouke’s schaar en pen tevoorschijn komt. En wie nog niet ‘Vertalen in papier’ heeft aangeschaft, moet dat beslist gaan doen, het zou bij iedere knipper en knipster in de boekenkast moeten staan.

Frouke Goudman-Cupido: een inspirerende, creatieve, unieke knipster, een fenomeen. Om in haar eigen ludieke stijl te blijven: een consequente éénlijner, die door alle geknipte bomen toch het bos blijft zien!

leke Boosman

afb. 11, Frouke Goudman-Cupido, Kruip-door-sluip-door-Nietsje, 1998, 10,8 x 30 cm

Een stuk papier van 4 gram en 14 meter lang, op reis, Knip-Pers 2008-1

Een tijdje geleden heb ik een een papierobject gemaakt. Het is geknipt uit 1 stuk zwart 80 grams papier. Hel is een dunne (2 mm) strook papier van 14 meter lang. In het midden hangt een bos geknipte blaadjes. Ik heb het eerst opgehangen in mijn tuin om te kijken of het stevig genoeg was en had het idee om het op een aantal verschillende plaatsen op te hangen. Een vriendin (Doet Boersma) ging een periode schilderen in Ierland en heeft het in een koker meegenomen en daar gefotografeerd.

Van eind augustus tot eind september 2007 was ik in Amerika en heb het, samen met Thea, op 7 plekken gefotografeerd.

Dat was spannend. In mijn achtertuin heb ik gewacht op windstil weer, maar daar heb je onderweg geen gelegenheid voor.Nu is het weer terug.

 

Nogal gehavend.
Onderweg is zon 7 meter onvindbaar de woestijn in gewaaid. Maar het meeste is er nog en ik heb het zo veel mogelijk hersteld.

Als je het papierobject nu ziet hangen is het duidelijk dal het veel heeft meegemaakt. En dat is een mooi idee. Ga voor meer foto’s naar www.gerlofsmit.com, het staat bij projects

Gerlof Smit

Project 1, Black paper, 80 grams, September 2006 – July 2007. Photographed in the Netherlands, Ireland (photographed by Doet Boersma) and America: Arizona, Oregon, Nevada, California and Utah.

Eruit gelicht, museum van papierknipkunst, Knip-Pers 2007-4

Knipwerk uit het museum van papierknipkunst in Westerbork in de de 100ste Knip-Pers

afb. 1,Cornelis Moojen, 6,5 x 10,5 cm

In het artikel “Grootvader knipt sprookjes” uit een onbekend tijdschrift uit ca.1964 staat over de dan zesentachtig-jarige Cornelis Moojen uit Amsterdam: “De figuurtjes, die hij op ons verzoek heeft geknipt leggen zwijgend getuigenis af van een langzaam uitstervende hobby: de knipkunst.” Mooi niet dus.

 

afb. 2, Cornelis Moojen, 5 x 9,5 cm

Het bewuste artikel werd onlangs aangeboden aan het museum. Wij zijn er heel blij mee. Gefeliciteerd door alle medewerkers van ons museum. We delen in de vreugde van het bereiken van dit geweldige feit waaraan door velen hard is gewerkt. Weet u dat er ca. 2000 knipwerken zijn in het museum? Regelmatig laten we u via de Knip-Pers daarvan meegenieten.

afb. 3, Cornelis Moojen, 16 x 16 cm

“Dhr. C. Moojen (1878-1970) de Amsterdamse meesterknipper, één van de laatste en één van de meest bedreven dienaars van de knipkunst, maakte een kleine 500 werkstukjes die regelmatig op tentoonstellingen prijken en waarvoor hij verschillende prijzen heeft gekregen.” Prachtig deze lovende woorden. Cornelis Moojen had altijd een scherp gepunt nagelschaartje bij zich en een oude enveloppe waarvan hij de achterkant gebruikte om z’n sprookjesfiguren uit te knippen. “Sprookjes worden verteld, gezongen, geborduurd, getekend en gefilmd. Er is één man in Nederland die duizenden sprookjes heeft verteld met de schaar.”

afb. 4, Cornelis Mooojen, 7 x 11 cm

Het artikel beschrijft eveneens de geschiedenis van de papierknipkunst en is geïllustreerd met kleine sprookjesknipsels die hij uit de hand knipte want: “Toen hij nog vrijgezel was en eens in de week met de tram van Amsterdam naar Edam reed, knipte hij gedurende deze reis van een uur vele sprookjes voor kinderen, die de figuurtjes op de beslagen ruiten plakten.” Dank u wel hr. Moojen. U hebt er aan meegewerkt dat ruim 40 jaar later de knipkunst nog springlevend is, er een Vereniging is die volgend jaar 25 jaar bestaat, de 100ste Knip-Pers in de brievenbus is gevallen en er wereldwijd heel veel knippers zijn die genieten van een springlevende eigentijdse kunst. Knipkunst is niet alleen maar een hobby, het heeft te maken met cultuur en daarom zal deze kunst nooit uitsterven.

Enkele van de knipsels zijn hierbij afgebeeld. In het museum zullen er volgend jaar meer te zien

Chris van der Veen en Geert Schenkel

afb, 5, Cornelis Moojen